← België

Arrest 193909 - Penitentiair recht - 05/06/2009

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 05 juni 2009 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.193.909 Rolnummer: A. 192849/IX-6384 Zaak: Arrest 193909 - Penitentiair recht - 05/06/2009 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2009-06-09 Raadplegingen: 55 - laatst gezien 2026-06-30 03:13 Fiche Arrest nr 193.909 van 5 juni 2009 Justitie - Penitentiair recht Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 193.909 van 5 juni 2009 in de zaak A. 192.849/IX-

  1. In zake : Adil MINIH, die woonplaats kiest bij advocaat N. LORENZETTI, kantoor houdende te BRUGGE, Langestraat 87 tegen : de Belgische Staat, vertegenwoordigd door de minister van Justitie. --------------------------------------------------------------------------------------------------- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE IXe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat Adil MINIH op 3 juni 2009 heeft ingediend om bij uiterst dringende noodzakelijkheid de schorsing van de tenuitvoerlegging te vorderen van de beslissing van de Directeur van de Strafinrich- ting te Brugge - Mannenafdeling 1 van 30 mei 2009 waarbij verzoeker de volgende tuchtsanctie werd opgelegd: - 3 dagen strafcel (voorlopige maatregel inbegrepen) van 29 mei 2009 tot en met 1 juni 2009 om 18.00 u. + 1 maand individuele wandeling van 2 juni 2009 tot en met 1 juli
  2. Aanvang tuchtsanctie : 29 mei 2009; Gelet op de beschikking van 3 juni 2009 waarbij aan de verzoekende partij het voordeel van de kosteloze rechtspleging wordt verleend; Gezien het administratief dossier van de verwerende partij; Gelet op de beschikking van 3 juni 2009 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 5 juni 2009, om 11.00 uur; Gehoord het verslag van staatsraad D. MOONS; Gehoord de opmerkingen van advocaat F. OFFERMANS, die loco advocaat N. LORENZETTI verschijnt voor de verzoeker, en van attaché V. ARICKX, die verschijnt voor de verwerende partij; IX-6384-1/4 Gehoord het eensluidend advies van eerste auditeur-afdelings- hoofd W. VAN NOTEN; Gelet op de artikelen 17 en 18 en titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, OVERWEEGT WAT VOLGT : Feiten 1.
  3. De verzoeker is opgesloten in de strafinrichting te Brugge. 1.
  4. Op 29 mei 2009, tijdens de namiddagwandeling bekent Adil MINIH dat hij een vuistslag toebracht aan gedetineerde ALTIN MARKU. Voor dezelfde feiten werd een tuchtrapport opgesteld tegen Peri DA CONCEICAO MORAIS en Idries TARGALI die een procedure bij uiterst dringende noodzakelijkheid aanhangig maakten voor de Raad van State, gekend onder het nummer A. 192.825/IX-6381 en A. 192.856/IX-
  5. De verklaringen van laatstgenoemden zijn eensluidend. Zij hebben enkel getracht om de vechtende partijen te scheiden, zonder geweld te gebruiken. Het slachtoffer ALTIN MARKU weet niet wie hem de vuistslag toebracht. 1.
  6. Dit zijn de feiten, waarop de Raad van State vermag acht te slaan, gelet op de gegevens vervat in het administratief dossier en in de stukken ingediend door de verzoeker. Onderzoek van de vordering
  7. Overeenkomstig artikel 17, §§ 1 en 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State kan slechts tot schorsing van de tenuitvoerlegging bij uiterst dringende noodzakelijkheid worden besloten onder de drievoudige voorwaarde dat uiterst dringende noodzakelijkheid voorhanden is, dat ernstige middelen worden aangevoerd die de nietigverklaring van de aangevochten beslissing IX-6384-2/4 kunnen verantwoorden en dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen.
  8. In verband met de eerste voorwaarde, met name de uiterst dringende noodzakelijkheid voert de verzoeker terecht aan dat volgens de vaste rechtspraak van de Raad men geacht wordt diligent en alert te zijn wanneer het verzoekschrift wordt ingediend binnen de vijf dagen, na kennisgeving van de bestreden beslissing, wat in voorliggende zaak het geval is. Bijgevolg is voldaan aan de eerste cumulatieve voorwaarde van voornoemd artikel 17, §§ 1 en
  9. De verzoeker voert, wat de tweede voorwaarde betreft, in een enig middel de schending aan van de artikelen 2 en 3 van de wet van 29 juli 1991 op de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshandelingen. Nu de verzoeker heeft bekend de vuistslag te hebben toegediend en hij zich spontaan heeft aangeboden om in de veiligheidscel te worden opgesloten, mist het enig middel, op het eerste gezicht feitelijke grondslag en is het niet ernstig. Bijgevolg is niet voldaan aan de tweede cumulatieve voorwaarde van voornoemd artikel 17, §§ 1 en
  10. Deze vaststelling volstaat om de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid te verwerpen. OM DIE REDENEN BESLIST DE Wnd. VOORZITTER : Artikel
  11. De vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid wordt verworpen. IX-6384-3/4 Artikel
  12. De uitspraak over de bijdrage in de betaling van de kosten van de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid wordt uitgesteld. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op 5 juni 2009, door : de H. D. MOONS, staatsraad, wnd. kamervoorzitter, Mevr. V. WAUTERS, griffier. De griffier, De voorzitter, V. WAUTERS. D. MOONS. IX-6384-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.193.909 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.200.113 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.