id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 05 juni 2009 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.193.910 Rolnummer: A. 192856/IX-6385 Zaak: Arrest 193910 - Penitentiair recht - 05/06/2009 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2009-06-09 Raadplegingen: 57 - laatst gezien 2026-06-30 03:13 Fiche Arrest nr 193.910 van 5 juni 2009 Justitie - Penitentiair recht Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 193.910 van 5 juni 2009 in de zaak A. 192.856/IX-
- In zake : Peri DA CONCEICAO MORAIS, die woonplaats kiest bij advocaat N. LORENZETTI, kantoor houdende te BRUGGE, Langestraat 87 tegen : de Belgische Staat, vertegenwoordigd door de minister van Justitie. --------------------------------------------------------------------------------------------------- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE IXe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat Peri DA CONCEICAO MORAIS op 3 juni 2009 heeft ingediend om bij uiterst dringende noodzakelijkheid de schorsing van de tenuitvoerlegging te vorderen van de beslissing van de Directeur van de Strafinrich- ting te Brugge - Mannenafdeling 1 van 30 mei 2009 waarbij verzoeker de volgende tuchtsanctie werd opgelegd: - 9 dagen strafcel (voorlopige maatregel inbegrepen) van 28 mei 2009 tot en met 6 juni 2009 om 17.10 u. + 3 maand strikt zonder gunsten van 6 juni 2009 tot en met 5 september
- Aanvang tuchtsanctie : 28 mei 2009; Gelet op de beschikking van 4 juni 2009 waarbij aan de verzoekende partij het voordeel van de kosteloze rechtspleging wordt verleend; Gezien het administratief dossier van de verwerende partij; Gelet op de beschikking van 4 juni 2009 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 5 juni 2009, om 11.00 uur; Gehoord het verslag van staatsraad D. MOONS; Gehoord de opmerkingen van advocaat F. OFFERMANS, die loco advocaat N. LORENZETTI verschijnt voor de verzoeker, en van attaché V. ARICKX, die verschijnt voor de verwerende partij; IX-6385-1/4 Gehoord het eensluidend advies van eerste auditeur-afdelings- hoofd W. VAN NOTEN; Gelet op de artikelen 17 en 18 en titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, OVERWEEGT WAT VOLGT : Feiten
- De verzoeker is opgesloten in de strafinrichting te Brugge.
- Uit de samenlezing van de verklaringen van de gedetineerden betrokken bij het incident dat plaatsvond op 28 mei 2009 om 17.15 u. blijkt dat het feitelijk vaststaat dat Adil MINIH een vuistslag heeft toegebracht aan ALTIN MARKU, waardoor deze een neuswonde opliep. Adil MINIH heeft de feiten bekend en heeft een procedure ingeleid bij uiterst dringende noodzakelijkheid gekend onder het nummer A. 192.849/IX-
- Voornoemde feiten maken het voorwerp uit van een eerste tuchtrapport van 28 mei
- Op dezelfde datum wordt een tweede tuchtrapport opgesteld lastens de verzoeker omdat hij geweld gebruikte ten aanzien van het penitentiair personeel bij de overplaatsing naar een veiligheidscel. Onderzoek van de vordering
- Overeenkomstig artikel 17, §§ 1 en 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State kan slechts tot schorsing van de tenuitvoerlegging bij uiterst dringende noodzakelijkheid worden besloten onder de drievoudige voorwaarde dat uiterst dringende noodzakelijkheid voorhanden is, dat ernstige middelen worden aangevoerd die de nietigverklaring van de aangevochten beslissing kunnen verantwoorden en dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen. IX-6385-2/4 4.
- Terecht schrijft de verzoeker, wat de eerste voorwaarde betreft, dat hij conform de vaste rechtspraak, geacht wordt diligent en alert te zijn opgetreden, door binnen een termijn van vijf dagen een verzoekschrift bij uiterst dringende noodzakelijkheid te hebben ingediend, te rekenen vanaf de kennisgeving van de bestreden beslissing. Bijgevolg is voldaan aan de eerste cumulatieve voorwaarde van voornoemd artikel 17, §§ 1 en
- 4.
- De verzoeker voert, wat de tweede voorwaarde betreft, in een enig middel de schending aan van de artikelen 2 en 3 van de wet van 29 juli 1991 op de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshandelingen. Uit het verzoekschrift blijkt dat de verzoeker “geen betwisting voert, wat het tweede rapport betreft”. Uit het tweede rapport aan de directeur, opgesteld op 28 mei 2009 om 19.15 u., blijkt dat de verzoeker zich erg gewelddadig heeft gedragen tegenover een aantal penitentiair beambten naar aanleiding van zijn overbrenging naar een veiligheidscel. Een aantal beambten liepen vrij ernstige kwetsuren op. Met de verwerende partij wordt aangenomen dat de verzoeker aldus een inbreuk heeft gepleegd op artikel 106, § 1, van de Basiswet, betreffende het gevangeniswezen en de rechtspositie van de gedetineerde van 16 januari 2005, met name heeft de verzoeker door zijn (wan)gedrag de orde en de veiligheid binnen de gevangenis ernstig in gevaar gebracht. Mede gelet op zijn zwaar tuchtrechtelijk verleden binnen de gevangenismuren, is de opgelegde tuchtstraf niet kennelijk onredelijk en staat zij in verhouding tot de feiten van geweldpleging op een aantal personeelsleden van de gevangenis. Het wordt niet betwist dat de verzoeker sedert 29 juni 2008 tot op heden niet minder dan dertien tuchtstraffen heeft opgelopen. IX-6385-3/4 4.
- In de bestreden beslissing wordt uitdrukkelijk melding gemaakt van de gewelddaden gepleegd door de verzoeker en wordt desbetreffend op het eerste gezicht een pertinente afdoende motivering opgenomen. Het enig middel is niet ernstig. 4.
- Bijgevolg is niet voldaan aan de tweede cumulatieve voorwaarde van voornoemd artikel 17, §§ 1 en
- Deze vaststelling volstaat om de vordering te verwerpen. OM DIE REDENEN BESLIST DE Wnd. VOORZITTER : Artikel
- De vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid wordt verworpen. Artikel
- De uitspraak over de bijdrage in de betaling van de kosten van de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid wordt uitgesteld. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op 5 juni 2009, door : de H. D. MOONS, staatsraad, wnd. kamervoorzitter, Mevr. V. WAUTERS, griffier. De griffier, De voorzitter, V. WAUTERS. D. MOONS. IX-6385-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.193.910 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.197.416 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.