id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 08 juni 2009 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.193.929 Rolnummer: A. 130096/X-11204 Zaak: Arrest 193929 - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen - 08/06/2009 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2009-06-24 Raadplegingen: 63 - laatst gezien 2026-06-30 03:13 Fiche Arrest nr 193.929 van 8 juni 2009 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 193.929 van 8 juni 2009 in de zaak A.130.096/X-11.204. In zake : Emmanuel DOX, die woonplaats kiest bij advocaten R. BECKERS en S. HOOYBERGHS, kantoor houdende te 2300 TURNHOUT, Kasteelstraat 6 tegen : het Vlaamse gewest, vertegenwoordigd door de Vlaamse regering, dat woonplaats kiest bij advocaat J. CLAES, kantoor houdende te 2550 KONTICH, Mechelsesteenweg 160. D E R A A D V A N S T A T E, Xe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat Emmanuel DOX op 3 december 2002 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van het besluit van 1 oktober 2002 van de Vlaamse minister van Financiën en Begroting, Innovatie, Media en Ruimtelijke Ordening waarbij het beroep van het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Meerhout onontvankelijk wordt verklaard, het beroep van de gemachtigde ambtenaar wordt ingewilligd en het besluit van 29 november 2001 van de bestendige deputatie van de provincieraad van Antwerpen waarbij aan de verzoeker de stedenbouwkundige vergunning wordt verleend voor het verbouwen van een woning te Meerhout, Genelaar, kadastraal bekend sectie C, nrs. 1409/b en c, wordt vernietigd; Gelet op het arrest nr. 119.321 van 13 mei 2003 waarbij de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing wordt verworpen; Gezien het verzoekschrift tot voortzetting, op 25 juni 2003 ingediend door Emmanuel DOX; Gezien de memories van antwoord en van wederantwoord; X-11.204-1/10 Gezien het verslag opgemaakt door auditeur P. BARRA; Gelet op de beschikking van 8 november 2005 die de neerlegging ter griffie van het verslag en van het dossier gelast; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen en gezien de laatste memories; Gelet op de beschikking van 21 januari 2009 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 20 februari 2009; Gehoord het verslag van staatsraad J. VAN NIEUWENHOVE; Gehoord de opmerkingen van advocaat K. GROUWELS, die loco advocaten R. BECKERS en S. HOOYBERGHS verschijnt voor de verzoeker, en van advocaat F. TEMMERMAN, die loco advocaat J. CLAES verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van eerste auditeur-afdelingshoofd F. DE BUEL; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; OVERWEEGT WAT VOLGT : 1. De feiten. 1.1. Het betrokken perceel is overeenkomstig het bij koninklijk besluit van 28 juli 1978 vastgestelde gewestplan Herentals-Mol gelegen in agrarisch gebied. Het perceel is niet gelegen binnen een gebied waarvoor een bijzonder plan van aanleg bestaat, noch binnen het gebied van een behoorlijk vergunde, niet vervallen verkaveling. X-11.204-2/10 1.2. Op het perceel was een oude hoeve met bijgebouwen ingeplant. Alle gebouwen zijn inmiddels afgebroken, behalve het woonhuis annex stal en knechtenwoning. De verzoeker is sinds 1978 eigenaar van het hele complex. Hij bewoont zelf het woonhuis en verhuurt de knechtenwoning. 1.3. Overeenkomstig een stedenbouwkundig attest nr. 2 van 30 augustus 1984 mag de bestaande stalling, bij wijze van opvulling, omgevormd of vervangen worden door een woning. Een hotel-restaurant wordt niet aanvaardbaar geacht. 1.4. Op 11 juni 1998 wordt een proces-verbaal opgesteld waarin wordt gesteld dat “het vroegere gebouw (boerderij) (...) volledig (werd) afgebroken op uitzondering van de vroegere houten steunbalken en dakgebinten, die eveneens deels werden vervangen door nieuwe, na. De afgebroken buitenmuren werden opnieuw opgetrokken in grote blokken wit cellenbeton. Binnenmuren zijn niet meer in het gebouw aanwezig. Een nieuw dak (dakbedekking) werd geplaatst in zwarte golfplaten. Zowel aan de voorzijde als aan de achterzijde van het zadeldak werden drie grote dakramen gemonteerd”. De verzoeker noemt deze werken in zijn verklaring aan de verbalisanten instandhoudings- en onderhoudswerken. 1.5. Op 15 november 2000 (datum van het ontvangstbewijs) vraagt de verzoeker aan het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Meerhout een stedenbouwkundige vergunning voor het herbouwen van een woning. In de aanvraag wordt een volume opgegeven van 1408 m³, wordt de woning omschreven als een “woning (met) 6 slaapkamers” met acht woonvertrekken en wordt onder meer vermeld dat er zeven badkamers of stortbaden zijn voorzien. Tijdens het openbaar onderzoek worden geen bezwaren ingediend. 1.6. Op 12 december 2000 brengt de afdeling Land een ongunstig advies uit omdat er reeds een residentiële bewoning is, het zogenaamde knechtenhuis, en dat het bijcreëren van residentiële bebouwing de ruimtelijke draagkracht van het agrarisch gebied schaadt. 1.7. Op 19 maart 2001 brengt het college van burgemeester en schepen van de gemeente Meerhout een gunstig preadvies uit. X-11.204-3/10 1.8. Op 4 mei 2001 brengt de gemachtigde ambtenaar een ongunstig advies uit. Hij besluit het volgende: “ONGUNSTIG, de stedenbouwkundige vergunning moet worden geweigerd: de aanvraag is strijdig met de bepalingen van het decreet betreffende de ruimtelijke ordening, gecoördineerd op 22 oktober 1996, inzonderheid artikel 43 § 2, gewijzigd bij artikel 166 van het decreet van 18 mei 1999 houdende de organisatie van de ruimtelijke ordening (en dit enkel voor de periode van 18 juni 1999 tot 17 juni 2004) en gewijzigd bij het decreet van 26 april 2000, om volgende redenen: - de voorliggende weg is onvoldoende uitgerust, - het maximum toelaatbare volume wordt overschreden, - de ruimtelijke draagkracht van het gebied wordt overschreden”. 1.9. Op 14 mei 2001 weigert het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Meerhout de stedenbouwkundige vergunning met verwijzing naar het advies van de gemachtigde ambtenaar. 1.10. Op 28 juni 2001 stelt de verzoeker tegen deze weigeringsbeslissing administratief beroep in bij de bestendige deputatie van de provincieraad van Antwerpen. 1.11. Op 29 november 2001 beslist de bestendige deputatie van de provincieraad van Antwerpen tot de voorwaardelijke afgifte van de stedenbouwkundige vergunning. De bestendige deputatie wijst op het decreet van 13 juli 2001 dat artikel 145 e.v. van het decreet van 18 mei 1999 houdende de organisatie van de ruimtelijke ordening (hierna : DRO) wijzigde en waarin bepaalde mogelijkheden opgenomen zijn voor vergunde woningen en gebouwen die gelegen zijn buiten de geëigende bestemmingszone. Ze wijst er verder op dat de woning reeds bestaat van voor 29 maart 1962 en de woning derhalve overeenkomstig artikel 191, §1 DRO als vergund moet worden beschouwd. De bestendige deputatie legt als voorwaarden voor de stedenbouwkundige vergunning op, het bepleisteren en aanbrengen van een dakbekleding die het historisch karakter van de hoeve weerspiegelt. 1.12. Op 19 februari 2002 stelt de gemachtigde ambtenaar administratief beroep in tegen het besluit van de bestendige deputatie. In zijn beroepschrift overweegt de gemachtigde ambtenaar het volgende: X-11.204-4/10 “Het betreft het ‘slopen en herbouwen’ van een residentiële woning in een agrarisch gebied. Allereerst moet worden opgemerkt dat het hier in feite gaat om een regularisatie. Op 11/06/1998 werd door de gemeentelijke politie van Meerhout een proces-verbaal opgesteld m.b.t. ‘de afbraak en heropbouw boerderij zonder vergunning.’ Derhalve dient voor het afleveren van de bouwvergunning eerst een certificaat te worden bekomen in het kader van art. 158 van het decreet van 18 mei 1999 houdende de organisatie van de ruimtelijke ordening, gewijzigd bij de decreten van 28 september 1999, 22 december 1999, 26 april 2000 en 13 juli 2001. De regularisatie en het certificaat als zodanig werden niet aangevraagd. Nergens wordt in het besluit van de bestendige deputatie hiervan melding gemaakt. Het perceel is gelegen aan een met boskiezel verharde weg. Art. 100 van het decreet van 18 mei 1999 houdende de organisatie van de ruimtelijke ordening, gewijzigd bij de decreten van 28 september 1999, 22 december 1999, 26 april 2000 en 13 juli 2001, bepaalt dat ‘op een stuk grond, gelegen aan een weg die, gelet op de plaatselijke toestand, onvoldoende is uitgerust, kan geen stedenbouwkundige vergunning worden verleend ... voor het bouwen van een woning ... . Ongeacht de plaatselijke toestand wordt als minimale uitrusting beschouwd een met duurzame materialen verharde weg voorzien van een electriciteitsnet.’. Vermits het hier niet het verbouwen van een bestaande woning betreft maar het bouwen van een nieuwe woning (weliswaar ter vervanging van een vroeger gebouw) is voormeld artikel van toepassing. Boskiezel kan niet als een duurzame wegverharding beschouwd worden. Reeds op 15/08/1989 werd een ongunstig attest afgegeven, waarin gesteld werd ‘Het eigendom komt niet in aanmerking voor de voorgestelde verbouwing. ... daar enerzijds de gebouwen teveel verkrot zijn en anderzijds er reeds een wederrechtelijke verbouwing heeft plaats gehad.’. Derhalve voldoet de aanvraag niet aan de bepalingen van art. 145 bis nl; • de woning is op het moment van de aanvraag verkrot (dat was ze althans voor de uitvoering van de wederrechtelijk uitgevoerde werken). • de woning die er nu staat kan niet als vergund beschouwd worden. De bestendige deputatie stelt m.b.t. het volume dat een onderscheid moet worden gemaakt tussen het woon- en het stalgedeelte. Gelet op de rechtstreekse verbinding tussen de keuken en de ‘stal’ gelijkvloers en de verbinding op de verdieping tussen het woongedeelte en enerzijds de trap, die uitkomt in de ‘stal’ en anderzijds de ‘schelft’, moet gesteld worden dat deze ruimte volledig geïntegreerd wordt in het woongedeelte, zodat dit ook mee verrekend moet worden. Derhalve bekomt men hier een herbouwd volume van 1.408 m³, wat een overschrijding betekent van het decretaal bepaalde maximum”. Ook het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Meerhout stelt administratief beroep in tegen het besluit van de bestendige deputatie. 1.13. Op 1 oktober 2002 beslist de Vlaamse minister van Financiën en Begroting, Innovatie, Media en Ruimtelijke Ordening tot het onontvankelijk X-11.204-5/10 verklaren van het administratief beroep van het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Meerhout. Het administratief beroep van de gemachtigde ambtenaar wordt ingewilligd en de stedenbouwkundige vergunning wordt geweigerd, onder meer op volgende gronden: “Overwegende dat de beoogde functie zuiver residentieel is en bijgevolg strijdig met de bestemmingsvoorschriften van het geldende gewestplan; dat de voorschriften van het gewestplan verordenende kracht bezitten en bindend zijn voor zowel de vergunningverlenende overheid als voor de particulier die vergunningsplichtige handelingen stelt; dat evenwel artikel 145bis van het decreet van 18 mei 1999 houdende de organisatie van de ruimtelijke ordening, zoals later gewijzigd, bepaalt dat voor zover voldaan is aan bepaalde voorwaarden de geldende bestemmingsvoorschriften van de gewestplannen en de algemene plannen van aanleg op zichzelf geen weigeringsgrond vormen bij de beoordeling, door de vergunningverlenende overheid, van aanvragen tot het verkrijgen van een stedenbouwkundige vergunning met betrekking tot bestaande gebouwen; dat deze uitzonderingsbepaling slechts geldt indien de aanvraag betrekking heeft op: ‘1/ het verbouwen van een bestaand gebouw binnen het bestaande bouwvolume; 2/ het herbouwen op dezelfde plaats van een bestaande woning binnen het bestaande bouwvolume voor zover het karakter en de verschijningsvorm van de woning behouden blijven; als herbouwen op dezelfde plaats wordt beschouwd, het herbouwen van een nieuwe woning die op minstens drie kwart van de oppervlakte van de bestaande woning, met in begrip van de woningbijgebouwen die er fysisch één geheel mee vormen, wordt opgericht; 3/ het herbouwen op een gewijzigde plaats van een bestaande woning, ...; 4/ het uitbreiden van een bestaand gebouw met uitzondering van woningbouw ...; 5/ aanpassingswerken aan of bij een gebouw bedoeld in 4/, zonder dat het overdekte volume wordt uitgebreid; 6/ het uitbreiden van een bestaande woning; De Vlaamse regering kan hiervoor de nadere regels vaststellen. De mogelijkheden, vermeld in het eerste lid, 1/ tot en met 6/, gelden enkel indien voldaan is aan de volgende voorwaarden:
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.