← België

Arrest 194073 - Personeel van het onderwijs - Aanwerving en loopbaan - 11/06/2009

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 11 juni 2009 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.194.073 Rolnummer: A. 186983/XII-5339 Zaak: Arrest 194073 - Personeel van het onderwijs - Aanwerving en loopbaan - 11/06/2009 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2009-06-24 Raadplegingen: 53 - laatst gezien 2026-06-30 03:15 Fiche Arrest nr 194.073 van 11 juni 2009 Openbaar ambt - Personeel van het onderwijs - Aanwerving en loopbaan Beslissing : Vernietiging Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 194.073 van 11 juni 2009 in de zaak A. 186.983/XII-

  1. In zake : Jan SMITS, wonende te Duffel, Zijpstraat 63 tegen : het GEMEENSCHAPSONDERWIJS, vertegenwoordigd door de Scholengroep Midden-Brabant, dat woonplaats kiest bij advocaat M. Stommels, kantoor houdende te Antwerpen, Amerikalei 220, bus
  2. ----------------------------------------------------------------------------------------------------- -- D E R A A D V A N S T A T E, XIIe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat Jan Smits op 28 december 2007 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van de beslissing van 16 oktober 2007 van de raad van bestuur van de scholengroep Midden-Brabant van het Gemeenschapsonderwijs waarbij hij preventief wordt geschorst; Gezien de memories van antwoord en van wederantwoord; Gezien het verslag opgemaakt door auditeur D. Mareen; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen en gezien de laatste memories; Gelet op de beschikking van 10 maart 2009 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 28 april 2009; Gehoord het verslag van staatsraad G. van Haegendoren; Gehoord de opmerkingen van advocaat J. Fransen, die loco advocaat M. Stommels verschijnt voor verwerende partij; XII-5339-1\5 Gehoord het andersluidend advies van eerste auditeur D. Mareen; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State, OVERWEEGT WAT VOLGT : De gegevens van de zaak 1.
  3. Verzoeker was vast benoemd leraar aan het CVO Meviza (Mechelen-Vilvoorde-Zaventem) bij de scholengroep 10 Midden-Brabant van het Gemeenschapsonderwijs. 1.
  4. Op 3 oktober 2007 beslist de algemeen directeur van de scholengroep Midden-Brabant van het Gemeenschapsonderwijs bij hoogdringendheid om verzoeker preventief te schorsen. Die beslissing wordt door de raad van bestuur op 16 oktober 2007 bekrachtigd met de hier bestreden beslissing. 1.
  5. Op 17 december 2007 verklaart de raad van beroep voor het personeel van het Gemeenschapsonderwijs een beroep van verzoeker tegen de tweede evaluatie “onvoldoende” van 7 juni 2007 toegekend door de directeur van het CVO en tegen de evaluatie “onvoldoende” van 25 mei 2007 toegekend door de pedagogisch adviseur, ontvankelijk doch ongegrond. Verzoeker vordert de nietigverklaring van die beslissing van de raad van beroep. Bij arrest nr. 188.796 van 16 december 2008 wordt dit beroep verworpen. 1.
  6. Op 17 januari 2008 neemt de raad van bestuur van de scholen- groep akte van de beslissing van de raad van beroep en beslist hij, gelet op artikel 88, § 5, van het decreet van 27 maart 1991 rechtspositie personeelsleden gemeenschapsonderwijs, om de definitieve ambtsneerlegging van verzoeker uit te spreken met ingang van 23 januari
  7. De raad van bestuur beslist voorts om verzoeker voor het gedeelte van zijn opdracht waarvoor hij vast benoemd was tijdelijk te werk te stellen als administratief medewerker voor de duur van de XII-5339-2\5 opzeggingstermijn en de preventieve schorsing met ingang van 23 januari 2008 op te heffen. Verzoeker stelt bij de Raad van State een vernietigingsberoep in tegen zijn definitieve ambtsneerlegging. Bij arrest nr. 188.802 van 16 december 2008 wordt de afstand van dat geding vastgesteld. De ontvankelijkheid van het beroep Standpunt van de partijen
  8. Verwerende partij werpt op dat de preventieve schorsing is opgeheven zodat het beroep geen voorwerp meer heeft, minstens dat verzoeker bij de vernietiging ervan geen belang meer heeft.
  9. Verzoeker antwoordt dat de beslissing tot preventieve schorsing als dusdanig in zijn dossier staat vermeld en dat zijn beroep dus nog zeer wel een voorwerp heeft. Zijn belang situeert hij in de mindere kansen die hij hiermee heeft op een nieuwe tewerkstelling in het onderwijs, aangezien de “schorsing wegens uiterst dringende noodzakelijkheid” een zeer extreme maatregel is die “veel ergere dingen doet vermoeden”. Hij merkt op bijkomende morele schade geleden te hebben en wijst op de noodzakelijkheid van een arrest om eventueel later een schadevergoeding te kunnen claimen. In de laatste memorie wijst verzoeker er op dat hij voor de Raad van State nog een procedure heeft lopen, gekend onder rolnummer 175.664/XII- 4834 tegen een beslissing waarbij hem als tuchtstraf de gedeeltelijke afhouding van wedde gedurende drie maanden opgelegd werd. Voorts vraagt hij de toepassing van de valsheidsprocedure bedoeld in artikel 51 van het procedurereglement op het bestreden schorsingsbesluit, waaromtrent hij verklaart “kortelings” een klacht aan het parket te zullen overmaken. Beoordeling
  10. De Raad van State stelt vast dat de bestreden preventieve schorsing door verwerende partij is “opgeheven” met ingang van 23 januari 2008, XII-5339-3\5 allicht om het mogelijk te maken om verzoeker voor de duur van de opzegtermijn ook effectief aan het werk te kunnen zetten. Verwerende partij heeft bijgevolg het schorsingsbesluit niet ingetrokken. De definitieve ambtsneerlegging die aan verzoeker is opgelegd is eveneens ingegaan op 23 januari
  11. Ze werkt dus niet terug in de tijd, voor de periode die verzoeker als preventieve schorsing effectief heeft ondergaan.
  12. Te dezen stelt de Raad van State dan ook vast dat de preventieve schorsing niet is gevolgd door een ordemaatregel of een tuchtstraf met een terugwerkende kracht die aldus de effecten die de tijdelijke verwijdering van verzoeker uit zijn ambt in het verleden heeft gehad, zou hebben opgeslorpt. Aldus is de preventieve schorsing in ieder geval vervallen, zodat het beroep zonder voorwerp is. Verzoeker vormt evenwel nog steeds het voorwerp van het formele besluit waarbij hij bij ordemaatregel preventief wordt geschorst. In het belang van de duidelijkheid in het rechtsverkeer past het de bestreden beslissing uitdrukkelijk te vernietigen. Gelet op die conclusie, is het voor de zaak zonder belang om nader in te gaan op de betichting van valsheid. OM DIE REDENEN BESLIST DE RAAD VAN STATE : Artikel
  13. Vernietigd wordt de beslissing van 16 oktober 2007 van de raad van bestuur van de scholengroep 10 Midden-Brabant van het Gemeenschaps- onderwijs, waarbij Jan Smits preventief wordt geschorst. Artikel
  14. De kosten van het beroep, bepaald op 175 euro, komen ten laste van verwerende partij. XII-5339-4\5 Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op elf juni 2009, door de XIIe kamer, die was samengesteld uit : de HH. D. VERBIEST, kamervoorzitter, J. LUST, staatsraad, G. VAN HAEGENDOREN, staatsraad, Mevr. S. DOMS, griffier. De griffier, De voorzitter, S. DOMS. D. VERBIEST. XII-5339-5\5 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.194.073 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.