id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 11 juni 2009 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.194.085 Rolnummer: A. 112025/XII-3381 Zaak: Arrest 194085 - Plaatselijk openbaar ambt - Aanwerving en loopbaan - 11/06/2009 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2009-06-23 Raadplegingen: 58 - laatst gezien 2026-06-30 03:15 Fiche Arrest nr 194.085 van 11 juni 2009 Openbaar ambt - Plaatselijk openbaar ambt - Aanwerving en loopbaan Beslissing : Verwerping Afstand Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 194.085 van 11 juni 2009 in de zaak A. 112.025/XII-
- In zake :
- de VZW VLAAMSE VERENIGING VOOR RUIMTE EN PLANNING,
- Patrick MAES,
- Guy QUACKELBEEN, die woonplaats kiezen bij advocaat H. Sebreghts, kantoor houdende te Antwerpen, Mechelsesteenweg 27 tegen : de PROVINCIE OOST-VLAANDEREN. --------------------------------------------------------------------------------------------------- D E R A A D V A N S T A T E, XIIe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat de vzw Vlaamse Vereniging voor Ruimte en Planning, Patrick Maes en Guy Quackelbeen op 26 oktober 2001 hebben ingediend om de nietigverklaring te vorderen van “het besluit op 18 april 2001 genomen door de provincieraad van de provincie Oost-Vlaanderen tot benoeming van de leden van de [provinciale commissie voor ruimtelijke ordening] van deze provincie”; Gelet op het arrest nr. 105.674 van 19 april 2002 waarbij de debatten worden heropend en de zaak volgens de gewone procedure wordt voortgezet; Gelet op het arrest nr. 105.676 van 19 april 2002 waarbij de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing wordt verworpen; Gezien het verzoekschrift tot voortzetting van het geding van 24 mei 2002 ingediend door de eerste verzoekster; Gezien de memories van antwoord en van wederantwoord; Gezien het verslag opgesteld door auditeur D. Mareen; XII-3381-1/4 Gelet op de beschikking van 5 september 2006 die de neerlegging ter griffie van het verslag en van het dossier gelast; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen en gezien de laatste memories; Gelet op de beschikking van 10 maart 2009 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 28 april 2009; Gehoord het verslag van staatsraad J. Lust; Gehoord de opmerkingen van advocaat H. Sebreghts, die verschijnt voor verzoekers, en van bestuurssecretaris K. Van Keymeulen, die verschijnt voor verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van eerste auditeur D. Mareen; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, OVERWEEGT WAT VOLGT :
- Door verzoekers is niet alleen de nietigverklaring van het besluit van 18 april 2001 van de provincieraad van Oost-Vlaanderen gevraagd, maar ook de schorsing van de tenuitvoerlegging ervan. Met brieven van 25 april 2002 is op 26 april 2002 aan hen kennis gegeven van het arrest nr. 105.676 van 19 april 2002 waarmee die vordering verworpen werd. In de brieven werd, met een verwijzing naar onder meer artikel 17, § 4ter, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State, meegedeeld dat zij over een termijn van dertig dagen beschikten om eventueel een verzoek tot voortzetting van de procedure in te dienen. Alleen eerste verzoekster heeft een dergelijk verzoek ingediend. In dat geval schrijft voormeld artikel 15ter, § 1, in zijn vierde lid voor dat de overigen -te dezen tweede en derde verzoeker- geacht worden afstand te doen van geding en dat in het arrest over de vordering tot nietigverklaring ook uitspraak wordt XII-3381-2/4 gedaan over de afstand van degenen die verzuimen een verzoek tot voortzetting van de procedure in te dienen.
- Gevraagd haar actueel belang bij het beroep nader te willen toelichten, geeft eerste verzoekster ter terechtzitting uitdrukkelijk toe niet meer over het rechtens vereiste belang te beschikken. Zij deelt expliciet mee niet langer op de gevorderde vernietiging aan te dringen. In de gegeven omstandigheden wordt dan ook vastgesteld dat zij zonder verdere belangstelling voor of belang bij het aangespannen beroep is en dat dit beroep, in zoverre het van haar uitgaat, niet ontvankelijk is. Op de vraag van eerste verzoekster om de kosten ten laste van verwerende partij te leggen wordt niet ingegaan. Het blijkt niet dat haar gebrek aan belangstelling en belang op enigerlei wijze aan de verwerende partij is toe te schrijven. OM DIE REDENEN BESLIST DE RAAD VAN STATE : Artikel
- Wat de tweede en derde verzoeker betreft wordt de afstand van het beroep vastgesteld. Artikel
- Het beroep wordt voor het overige verworpen. Artikel
- De kosten van de vordering tot schorsing en van het beroep tot nietigverklaring van eerste verzoekster, bepaald op 348,53 euro, komen te haren laste. De kosten van de vordering tot schorsing van de tweede en derde verzoekers, bepaald op 347,06 euro, komen te hunnen laste, elk voor de helft. XII-3381-3/4 Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op elf juni 2009, door de XIIe kamer, die was samengesteld uit : de HH. D. VERBIEST, kamervoorzitter, J. LUST, staatsraad, G. VAN HAEGENDOREN, staatsraad, Mevr. S. DOMS, griffier. De griffier, De voorzitter, S. DOMS. D. VERBIEST. XII-3381-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.194.085 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:2002:ARR.105.674 ECLI:BE:RVSCE:2002:ARR.105.676 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.