id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 11 juni 2009 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.194.086 Rolnummer: A. 126709/XII-3653 Zaak: Arrest 194086 - Kansspelen - 11/06/2009 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2009-06-22 Raadplegingen: 58 - laatst gezien 2026-06-30 03:15 Fiche Arrest nr 194.086 van 11 juni 2009 Justitie - Kansspelen Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 194.086 van 11 juni 2009 in de zaak A. 126.709/XII-
- In zake : de BVBA PLAYWORLD, die woonplaats kiest bij advocaat I. Lietaer, kantoor houdende te Kortrijk, President Rooseveltplein 1 tegen : de STAD MENEN, die woonplaats kiest bij advocaat D. Van Heuven, kantoor houdende te Kortrijk, President Kennedypark 6/
- --------------------------------------------------------------------------------------------------- D E R A A D V A N S T A T E, XIIe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat de bvba Playworld op 12 september 2002 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van de beslissing van 15 juli 2002 van de gemeenteraad van de stad Menen waarbij geweigerd wordt met haar een convenant te sluiten voor de uitbating van een kansspelinrichting klasse II op het adres Wervikstraat 1 A (hoek Ieperstraat) te Menen; Gezien de memories van antwoord en van wederantwoord; Gezien het verslag opgesteld door auditeur P. De Somere; Gelet op de beschikking van 6 maart 2007 die de neerlegging ter griffie van het verslag en van het dossier gelast; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen en gezien de laatste memorie van verwerende partij; Gelet op de beschikking van 12 maart 2009 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 28 april 2009; XII-3653-1/4 Gehoord het verslag van staatsraad J. Lust; Gehoord de opmerkingen van advocaat F. Geerts, die loco advocaat I. Lietaer verschijnt voor verzoekster, en van advocaat T. Vermeir, die loco advocaat D. Van Heuven verschijnt voor verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van auditeur P. De Somere; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, OVERWEEGT WAT VOLGT : Naar verzoekster in het verzoekschrift omtrent haar belang uiteenzet, moet de gevorderde vernietiging ertoe bijdragen dat zij vanwege de kansspelcommissie een vergunning kan verkrijgen voor de uitbating van een kansspelinrichting klasse II op het adres Wervikstraat 1 A te Menen. Gelet op het artikel 36, 5, van de wet van 7 mei 1999 op de kansspelen, de kansspelinrichtingen en de bescherming van de spelers moet zij daarvoor een convenant met de stad Menen kunnen voorleggen, welk convenant de stad met de bestreden beslissing juist weigert te sluiten. In de laatste memorie ontzegde verwerende partij verzoekster nog belang bij haar beroep te hebben omdat zij inmiddels “geen titel” meer zou hebben op het betrokken pand en een vernietiging geen enkel nut meer heeft doordat de aanvraag aldus “zonder voorwerp is geworden”. Met het oog op de terechtzitting door de staatsraad-verslaggever uitdrukkelijk gevraagd tenminste te bevestigen dat een nietigverklaring nog altijd haar belangen kan dienen, doet verzoekster dat opvallend niet. In haar antwoord van 17 maart 2009 verwijst zij naar de stopzetting van de uitbating van haar kansspelinrichting te Menen en naar de weigering van het convenant en van de kansspelvergunning - welke laatste weigering zij zelfs nooit bestreden heeft. Verzoekster verklaart zich “derhalve” “naar de wijsheid van de Raad van State” te gedragen. XII-3653-2/4 Ook ter terechtzitting beperkt verzoekster zich ertoe zich naar de wijsheid van de Raad van State te gedragen. Wanneer over het belang van een verzoekende partij twijfel rijst of kan rijzen en haar gevraagd wordt die twijfel te verhelpen, komt het de verzoekende partij toe, indien zij haar belang staande wil houden, zulks klaar en duidelijk te doen kennen, evenals de redenen waarom. Zij kan dan geenszins ermee volstaan de vraag terug te spelen door zich “naar de wijsheid” van de Raad van State te gedragen. Alleszins toont zij op die manier niet aan dat de twijfel ongewettigd is en dat zij wel degelijk voort over het vereiste belang beschikt. In de gegeven omstandigheden wordt vastgesteld dat verzoekster zonder het rechtens noodzakelijke actueel belang is en dat het beroep als onontvankelijk dient te worden verworpen. OM DIE REDENEN BESLIST DE RAAD VAN STATE : Artikel
- Het beroep wordt verworpen. Artikel
- De kosten van het beroep tot nietigverklaring, bepaald op 175 euro, komen ten laste van verzoekster. XII-3653-3/4 Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op elf juni 2009, door de XIIe kamer, die was samengesteld uit : de HH. D. VERBIEST, kamervoorzitter, J. LUST, staatsraad, G. VAN HAEGENDOREN, staatsraad, Mevr. S. DOMS, griffier. De griffier, De voorzitter, S. DOMS. D. VERBIEST. XII-3653-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.194.086 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.