← België

Arrest 194185 - Stedenbouw en ruimtelijke ordening - Reglementen - 15/06/2009

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 15 juni 2009 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.194.185 Rolnummer: A. 114555/X-10721 Zaak: Arrest 194185 - Stedenbouw en ruimtelijke ordening - Reglementen - 15/06/2009 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2009-06-24 Raadplegingen: 59 - laatst gezien 2026-06-30 03:15 Fiche Arrest nr 194.185 van 15 juni 2009 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Stedenbouw en ruimtelijke ordening - Reglementen Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 194.185 van 15 juni 2009 in de zaak A. 114.555/X-10.721. In zake : 1. Hugo ADRIANSENS, 2. Maurits BILLIET, 3. Christian BREEMERSCH, 4. Marc CLAEYS, 5. Ghislain DE JAEGER, 6. Josiane VANSEVENANT, 7. Anneke DELANNOYE, 8. Walter DEMEYER, 9. Roger DEPOORTER, 10. Johan FAES, 11. Michel HALEWYCK, 12. Etienne HOLLEVOET, 13. Geert LAUKENS, 14. de n.v. SELECTIEHOEVE, 15. Daniël SCHILLEWAERT, 16. Etienne VANDENBERGHE, 17. Geert VAN HECKE, 18. Joseph WILLEMS, die woonplaats kiezen bij advocaat A. LUST, kantoor houdende te 8310 BRUGGE, Baron Ruzettelaan 27 tegen : het Vlaamse Gewest, vertegenwoordigd door de Vlaamse regering, dat woonplaats kiest bij advocaat Y. FRANCOIS, kantoor houdende te 8790 WAREGEM, Eertbruggestraat 10. D E R A A D V A N S T A T E, Xe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat Hugo ADRIANSENS, Maurits BILLIET, Christian BREEMERSCH, Marc CLAEYS, Ghislain DE JAEGER, Josiane VANSEVENANT, Anneke DELANNOYE, Walter DEMEYER, Roger DEPOORTER, Johan FAES, Michel HALEWYCK, Etienne HOLLEVOET, Geert LAUKENS, de n.v. SELECTIEHOEVE, Daniël SCHILLEWAERT, Etienne VANDENBERGHE, Geert VAN HECKE en Joseph WILLEMS op 27 december 2001 hebben ingediend om de nietigverklaring te vorderen van het besluit van 13 juli 2001 van de Vlaamse regering houdende definitieve vaststelling van het plan tot gedeeltelijke wijziging van het gewestplan Oostende Middenkust op het X-10.721-1/14 grondgebied van de gemeenten Bredene, De Haan, Gistel, Middelkerke, Oostende en Oudenburg, voor zover het de gemeenten Oostende, Oudenburg en De Haan betreft, kaartbladen 4/8, 12/3 en 12/4; Gelet op het arrest nr. 109.119 van 10 juli 2002 waarbij de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing wordt verworpen; Gezien het verzoekschrift tot voortzetting, op 4 september 2002 ingediend door Christian BREEMEERSCH, Marc CLAEYS, Walter DEMEYER, Daniël SCHILLEWAERT en Geert VAN HECKE; Gezien de memories van antwoord en van wederantwoord; Gezien het verslag opgemaakt door eerste auditeur-afdelingshoofd F. DE BUEL; Gelet op de beschikking van 1 februari 2006 die de neerlegging ter griffie van het verslag en van het dossier gelast; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen en gezien het verzoek tot voortzetting van de procedure ingediend door Hugo ADRIANSENS, Maurits BILLIET, Christian BREEMERSCH, Marc CLAEYS, Ghislain DE JAEGER, Josiane VANSEVENANT, Anneke DELANNOYE, Walter DEMEYER, Roger DEPOORTER, Johan FAES, Etienne HOLLEVOET, Geert LAUKENS, de n.v. SELECTIEHOEVE, Daniël SCHILLEWAERT, Etienne VANDENBERGHE en Joseph WILLEMS; Gelet op de beschikking van 9 december 2008 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 9 januari 2009; Gehoord het verslag van kamervoorzitter R. STEVENS; Gehoord de opmerkingen van advocaat E. CASTELEYN, die loco advocaat A. LUST verschijnt voor de verzoekende partijen, en van advocaat Y. FRANCOIS, die verschijnt voor de verwerende partij; X-10.721-2/14 Gehoord het eensluidend advies van eerste auditeur- afdelingshoofd F. DE BUEL; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; OVERWEEGT WAT VOLGT : 1. Rechtspleging 1.1. Met een op 21 maart 2006 ter post aangetekende brief hebben de verzoekende partijen aan de Raad van State nog “een bijkomende kaft documenten” bezorgd “ter ondersteuning van (hun) belang”. Die stukken zijn ingediend buiten de termijn om een laatste memorie in te dienen. Zij worden bijgevolg uit de debatten geweerd. 1.2. Om dezelfde reden worden de stukken die, na het sluiten van de debatten, op 14 januari 2009, per fax, en op 15 januari 2009, met een ter post aangetekende brief, aan de Raad van State zijn verzonden -het betreft stukken die een kopie in tweevoud uitmaken van de stukken van 21 maart 2006- uit de debatten geweerd. 2. Ontvankelijkheid van het annulatieberoep 2.1.1. In hun verzoekschrift voeren de verzoekende partijen inzake hun belang aan wat volgt: “Alle verzoekers zijn eigenaars en/of exploitanten van landbouwgronden gelegen binnen het beheersgebied van het bestreden besluit, nl.: 1.eerste verzoeker, op het grondgebied van de gemeente De Haan, de percelen kadastraal gekend te De Haan, Wenduine, Sectie A, 2de blad nrs 554, 555, 569, 570, 571, 572, met een oppervlakte van 3.84 Ha. 2.tweede verzoeker, op het grondgebied van de stad Oostende, de percelen kadastraal gekend te Oostende, Sectie C, 2de blad nr. 395b, 394b, 396b, 393b, 315, 316, 317, 318, met een oppervlakte van 2.75 Ha. 3.derde verzoeker, op het grondgebied van de gemeente De Haan, de percelen kadastraal gekend te De Haan sect. B Kerkhoek 1ste afd 120e begin 110 t.e.m. 117, 117-2a, sectie B 1ste afd 109a, 117-3a, 117-4, 125, 135, 136, 137, 138, 139a, 140, 185a, 183a, 183b, 183c, 183d, 183e, 152, 153, 154-a, met een oppervlakte van 13.56 Ha. 4.vierde verzoeker, op het grondgebied van de gemeente Oudenburg, een gedeelte van zijn bedrijfszetel en hoevegebouwen, de percelen kadastraal X-10.721-3/14 gekend te Oudenburg 2de afdeling (Ettelgem) sectie A nrs. 490a, 499c, met een oppervlakte van 1 Ha. 5.vijfde verzoeker, op het grondgebied van de gemeente Oudenburg, de percelen kadastraal gekend te Oudenburg 2de afdeling (Ettelgem) sectie A nrs. 475, 476, 477, 479a, 483a, 483b, 484a, 485 t.e.m. 489, 506, 505a, deel 474, deel 500a, met een oppervlakte van 17.69 Ha. 6.zesde verzoeker, op het grondgebied van de gemeente De Haan, de percelen kadastraal gekend te De Haan, Wenduine, 3de afd., 68e begin sectie A nrs 468/2, 466 t.e.m. 470, 470a, 470b, 471 tem 476, 478l, 478k, 477b; 69ste begin sectie A nrs 468a, met een oppervlakte van 5.65 Ha. 7.zevende verzoeker, op het grondgebied van de gemeente De Haan, de percelen kadastraal gekend te De Haan, Wenduine, Sectie A, 2de blad nrs 381, delen van 530a en 370a, 369a, met een oppervlakte van 6.15 Ha. 8.achtste verzoeker, op het grondgebied van de gemeente De Haan, de percelen kadastraal gekend te De Haan, Wenduine, 3de afd., sectie A nrs 652a, 651, 650a, deel van 640a, met een oppervlakte van 3.4 Ha. 9.negende verzoeker, op het grondgebied van de gemeente De Haan, de percelen kadastraal gekend te De Haan Klemskerke, 1 ste afd. sectie C 501A, 500A (pachter); De Haan, Wenduine, 3de Afd. Sectie A nrs. 579, 563c, 562/2b, 564b, 562/2a, 563a, 562, met een oppervlakte van 17.19 Ha. 10.tiende verzoeker, op het grondgebied van de gemeente De Haan, de percelen kadastraal gekend te De Haan, Wenduine, Sectie A, 2 de blad nrs 271, 252, 267, 268, 269, met een oppervlakte van 6.5 Ha. 11.elfde verzoeker, op het grondgebied van de gemeente De Haan, de percelen kadastraal gekend te De Haan Klemskerke 1 ste afd. Sectie B 169a, met een oppervlakte van 4.38 Ha. 12.twaalfde verzoeker, op het grondgebied van de gemeente De Haan, de percelen kadastraal gekend te De Haan Klemskerke 1 ste afd. sectie B nrs 57a, 58a, 33/2 (pacht), met een oppervlakte van 5.27 Ha. 13.dertiende verzoeker, op het grondgebied van de gemeente De Haan, de percelen kadastraal gekend te De Haan Klemskerke 1 ste afd. sectie B nr. 103b; De Haan Wenduine 3de afd Sectie A 2 de blad nrs. 456b, 453a, deel van 377a, 455b, 527a, 528b, 455a, 378a, deel van 377a, met een oppervlakte van 10.49 Ha. 14.veertiende verzoeker, op het grondgebied van de gemeente Oostende, de percelen kadastraal gekend te Oostende, Sectie C, 2de Blad 12de afdeling nrs 220b, 227/2b, 227/2a, 320 t.e.m. 324, 137/2g, 139/2, 139, 140, 141, 139f; en op het grondgebied van de gemeente Oudenburg Sectie C 1 ste blad afd nrs 365l, 365m, 365n, 365p, 367b, 371/2a, 371c, met een oppervlakte van 12 Ha. 15.vijftiende verzoeker, op het grondgebied van de gemeente De Haan, de percelen kadastraal gekend te De Haan, Wenduine, 3 de afd., Sectie A, 2de blad, nrs 226a, 227, 227/2, 228, 229, 251, 250, 235, 236, 237/2, 209, 210, 540, 541, 542, 544, 536a, 537a, 534a, 535a, met een oppervlakte van 15.66 Ha. 16.zestiende verzoeker, op het grondgebied van de gemeente De Haan, de percelen kadastraal gekend te De Haan Vlissegem 2 de afd. sectie A nrs 629a, 629b, 630 en 631, 768 tem 773; 774 tem 780; 719/2 en 720, met een oppervlakte van 4.9 Ha. 17.zeventiende verzoeker, op het grondgebied van de gemeente Oudenburg, de percelen kadastraal gekend te Oudenburg 2 de afdeling (Ettelgem) sectie A nrs. 283a, 492a, 529a, 487a, met een oppervlakte van 9.48 Ha. 18.achttiende verzoeker, op het grondgebied van de gemeente De Haan, de percelen kadastraal gekend te De Haan, Klemskerke, 1 ste afd., Sectie B nrs 160, 163, 186 t.e.m. 191, met een oppervlakte van 10.14 Ha”. X-10.721-4/14 2.1.2. In haar memorie van antwoord werpt de verwerende partij de volgende exceptie op inzake het belang van de verzoekende partijen: “1.Verzoekende partijen stellen in hun verzoekschrift dat zij ‘eigenaars en/of exploitanten’ zijn van bepaalde percelen die in de gewestplanwijziging zijn begrepen. Vastgesteld dient te worden dat verzoekende partijen geen enkel stuk naar voren brengen waaruit hun bewering zou moeten blijken. Zij bewijzen noch hun hoedanigheid van eigenaars, noch hun hoedanigheid van exploitanten. 2.Een verzoekende partij heeft slechts een belang bij het indienen van een schorsings- en annulatieverzoek in de mate dat hij kan aantonen dat het bestreden besluit hem enig nadeel berokkent. Verzoekende partijen duiden in het verzoekschrift geenszins aan welke percelen door welke bestemmingswijziging worden getroffen en in welke mate daardoor hun exploitatie in het gedrang zou komen. Bepaalde verzoekende partijen wonen in Brussel, Izegem, Diksmuide. Hoe worden zij door het bestreden besluit benadeeld? Mevrouw Vansevenant is verpleegster. Hoe wordt zij door het bestreden besluit benadeeld? Bij gebreke aan concrete elementen en stavingsstukken, dient de vordering als onontvankelijk verworpen te worden bij gebrek aan belang. In het arrest van 10 juli 2002 stelde de Raad eveneens over onvoldoende elementen te beschikken om het belang/nadeel afdoende te beoordelen. 3.Verzoekende partijen laten in hun verzoekschrift uitschijnen dat al ‘hun’ percelen in agrarisch gebied gelegen zijn en thans in natuurgebied, wat ten zeerste betwist wordt. Het blijkt dat er van een omschakeling van agrarisch gebied naar natuurgebied voor verzoekende partijen geen sprake is. Zij halen in hun bezwaarschriften zelf aan dat het gaat om volgende bestemmingswijzigingen, minstens bewijzen zij het tegenovergestelde niet: -van landschappelijk waardevol agrarisch gebied naar agrarisch gebied met ecologisch belang; - van parkgebied naar natuurgebied. Het gebruik van de gronden lijkt geenszins beïnvloed te worden door de ‘gewijzigde’ bestemming. Verzoekende partijen lijden derhalve dan ook geen nadeel door het bestreden besluit, zodat zij niet over een persoonlijk belang beschikken. Daarenboven - zoals hoger uiteengezet - is het belang/nadeel van een exploitant te onderscheiden van dat van een eigenaar. Een eigenaar niet- exploitant lijdt door een bestemmingswijziging niet automatisch een nadeel. Een mogelijke beperking van het gebruik van een perceel, impliceert niet automatisch een nadeel voor de eigenaar. (...)”. 2.1.3. In hun memorie van wederantwoord repliceren de verzoekende partijen: “(...) Alle verzoekers hebben het door de wet vereiste persoonlijk belang. Alle verzoekers zijn eigenaars en/of exploitanten van landbouwgronden gelegen binnen het beheersgebied van het bestreden besluit, nl.: X-10.721-5/14 1 De Heer Adriansens Hugo, wonende te 8421 Vlissegem, Ter Bieststraat 7A, met beschikking over de percelen De Haan, Wenduine, Sectie A, 2 de blad nrs 554, 555, 569, 570, 571, 572. Zone op Gewestplan B15. 2 De Heer Billiet Maurits - Margareta Beernaert, wonende te 8400 Oostende, Zandvoordedorpstraat 82, met beschikking over de percelen Oostende, Sectie C, 2de Blad nr. 395b, 394b, 396b, 393b, 315, 316, 317, 318. Zone op Gewestplan B17. 3 De Heer Breemersch Christian, wonende te 8420 Klemskerke, Vlissegemstraat 19, met beschikking over de percelen De Haan sect. B Kerkhoek 1ste afd 120e begin 110 tem 117, 117-2a, sectie B 1ste afd 109a, 117-3a, 117-4, 125, 135, 136, 137, 138, 139a, 140, 185a, 183a, 183b, 183c, 183d, 183e, 152, 153, 154-a. Zone op Gewestplan B38. In B38 ligt een groot deel van de huiskavel waardoor het bedrijf niet langer kan worden overgelaten gezien ontheffing van de nulbemesting (...) niet overdraagbaar is. 4 De Heer Claeys Marc, wonende te 8460 Ettelgem-Oudenburg, Klemskerkestraat 3, met beschikking over de percelen Oudenburg 2de afdeling (Ettelgem) sectie A nrs. 490a, 499c. Zone op Gewestplan B31. Bedrijf wordt niet hervergunbaar gezien mestopslag in natuurgebied niet mogelijk is. 5 De Heer De Jaeger Ghislain, wonende te 1140 Brussel, Marnestraat 89, met beschikking over de percelen Oudenburg 2de afdeling (Ettelgem) sectie A nrs. 475, 476, 477, 479a, 483a, 483b, 484a, 485 t.e.m. 489, 506, 505a, deel 474, deel 500a. Zone op Gewestplan B31. 6 Mevrouw Delaey-Vansevenant (landbouwster in bijberoep), wonende te 8870 Izegem, Roeselaarsestraat 568, met beschikking over de percelen De Haan, Wenduine, 3 de afd., 68e begin sectie A nrs 468/2, 466 t.e.m. 470, 470a, 470b, 471 tem 476, 478l, 478k, 477b; 69ste begin sectie A nrs 468a. Zone op Gewestplan B15. 7 Mevrouw Delannoye Anneke, wonende te 8377 Zuienkerke, Prins Leopoldstraat 16, met beschikking over de percelen De Haan, Wenduine, Sectie A, 2de blad nrs 381, delen van 530a en 370a, 369a. Zone op Gewestplan B15. 8 De Heer Demeyere Walter, wonende te 8377 Nieuwmunster, Brugsesteenweg 2, met beschikking over de percelen De Haan, Wenduine, 3 de afd., sectie A nrs 652a, 651, 650a, deel van 640a. Zone op Gewestplan B15. 9 De Heren Depoorter Roger en Vincent, wonende te 8421 Vlissegem, Brugsebaan 14, met beschikking over de percelen De Haan Klemskerke, 1 ste afd. sectie C 501A, 500A (pachter); De Haan, Wenduine, 3de Afd. Sectie A nrs. 579, 563c, 562/2b, 564b, 562/2a, 563a, 562. Zone op Gewestplan B15 en B22. 10 De Heer Faes Johan, wonende te 8600 Diksmuide, Dodepaardenstraat 71, met beschikking over de percelen De Haan, Wenduine, Sectie A, 2 de blad nrs 271, 252, 267, 268, 269. Zone op Gewestplan B15 en B37 11 De Heer Halewyck Michel, wonende te 8420 De Haan, Bredeweg 129, met beschikking over de percelen De Haan Klemskerke 1 ste afd. Sectie B 169a. Zone op Gewestplan B38. 12 De Heer Hollevoet Etienne, wonende te 8420 De Haan, Vlissegemstraat 17, met beschikking over de percelen De Haan, Klemskerke 1 ste afd. sectie B nrs 57a, 58a, 33/2 (pacht). Zone op Gewestplan B38. In B38 ligt een groot deel van de huiskavel waardoor het bedrijf niet langer kan worden overgelaten gezien ontheffing van de nulbemesting (...) niet overdraagbaar is. 13 De Heer en Mevrouw Laukens-Kerckhove Geert en Veronique, wonende te 8377 Zuienkerke, Prins Leopoldstraat 11, met beschikking over de percelen De Haan Klemskerke 1 ste afd. sectie B nr. 103b; De Haan Wenduine 3de afd Sectie A 2 de blad nrs. 456b, 453a, deel van 377a, 455b, 527a, 528b, 455a, 378a, deel van 377a. Zone op Gewestplan B15 en B38. 14 De Selectiehoeve NV, wonende te 8400 Oostende, Grintweg 121, met beschikking over de percelen Oostende, Sectie C, 2de Blad 12de afdeling nrs 220b, 227/2b, 227/2a, 320 t.e.m. 324, 137/2g, 139/2, 139, 140, 141, 139f; X-10.721-6/14 Oudenburg Sectie C 1 ste blad 1ste afd nrs 365l, 365m, 365n, 365p, 367b, 371/2a, 371c. Zone op Gewestplan B17. In B17 ligt een groot deel van de huiskavel waardoor het bedrijf niet langer kan worden overgelaten gezien ontheffing van de nulbemesting (...) niet overdraagbaar is. 15 De Heer Schillewaert Daniël, wonende te 8420 Wenduine-De Haan, Uitkerkestraat 4, met beschikking over de percelen De Haan, Wenduine, 3 de afd., Sectie A, 2 de blad, nrs 226a, 227, 227/2, 228, 229, 251, 250, 235, 236, 237/2, 209, 210, 540, 541, 542, 544, 536a, 537a, 534a, 535a. Zone op Gewestplan B15 en B37. In B15 en B38 ligt de huiskavel volledig waardoor het bedrijf niet langer kan worden overgelaten gezien ontheffing van de nulbemesting (...) niet overdraagbaar is. 16 De Heer Vandenberghe Etienne, wonende te 8420 Klemskerke, Bredeweg 133, met beschikking over de percelen De Haan Vlissegem 2 de afd. sectie A nrs 629a, 629b, 630 en 631, 768 tem 773; 774 tem 780; 719/2 en 720. Zone op Gewestplan B38. 17 De Heer en mevrouw Van Hecke-Cornu Geert en Carine, wonende te 8460 Oudenburg, Kwadeweg 24, met beschikking over de percelen Oudenburg 2 de afdeling (Ettelgem) sectie A nrs. 283a, 492a, 529a, 487a. Zone op Gewestplan B31, B21. In B31 ligt een groot deel van de huiskavel waardoor het bedrijf niet langer kan worden overgelaten gezien ontheffing van de nulbemesting (...) niet overdraagbaar is. Bovendien is er een mestafzetprobleem. 18 De Heer Willems-Kerckhove Joseph, wonende te 8470 Gistel, Nieuwlandstraat 7, met beschikking over de percelen De Haan, Klemskerke, 1ste afd., Sectie B nrs 160, 163, 186 t.e.m. 191. Zone op Gewestplan B38. De Heer de Jaegere Ghislain is eigenaar van de gronden die door Marc Claeys gebruikt worden als pachter. Samen vormt dit de helft van de bedrijfsoppervlakte van Claeys. Door het bestreden besluit wordt samen ongeveer 580 ha nieuw Natuurgebied gecreëerd uit gebieden die in het voorstel als landschappelijk waardevol agrarisch gebied (48,8 ha), bouwvrij agrarisch gebied (257

  1. ha)en agrarisch gebied met ecologisch belang (272, 2
  2. ha)ingekleurd werden. Voor alle verzoekers is dit een verslechtering van de situatie. Hierna wordt per gebied aangegeven waar ze gelegen zijn en wat de door de bestreden gewestplanwijziging doorgevoerde bestemming is. Bovendien wordt nogmaals aangegeven wie van de verzoekers in welk gebied gronden heeft. 1)B15 De Haan, Wenduine - poldergraslanden (kaartblad 4/8): a.Oorspronkelijke bestemming was landschappelijk waardevol agrarisch gebied. De nieuwe bestemming is natuurgebied, samen met B37 (zie 2). Samen met 2) wordt dit meteen ook deel van de uitbreidingszone (gebied met recht van voorkoop) van het erkend reservaat de Uitkerkse Polders. b.Daniël Schillewaert-Vercruysse, vleesveehouder-schapenhandelaar, volledig; Walter Demeyer, vleesvee-melkvee, gedeeltelijk; daarnaast vele landbouwers met een verre weide (o.a. Geert Laukens, Hugo Adriansens, Roger Depoorter, Johan Faes, Delaey-Vansevenant, Delannoye Anneke) 2)B37 De Haan, Wenduine - poldergraslanden (kaartblad 4/8) a.Oorspronkelijke bestemming was landschappelijk waardevol agrarisch gebied. De nieuwe bestemming is natuurgebied, samen met B15 (zie 1). b.Danël Schillewaert. Daarnaast nog meerdere vleesveehouders met verre weiden, Johan Faes, Geert Laukens, Roger en Vincent Depoorter, Delannoye Anneke. 3)B38 De Haan - Permanente graslanden ten zuidwesten van Vlissegem (kaartbladen 12/3 en 12/4) a.De oorspronkelijke bestemming was landschappelijk waardevol agrarisch gebied. De nieuwe bestemming is natuurgebied. X-10.721-7/14 b.Christian Breemersch, 52j, prachtig levenskrachtig melkveebedrijf (helft van de huiskavel); Etienne en Patrick Vandenberghe, jong melkveehouder-akkerbouwer; Michel Halewyck, melkveebedrijf, 450000 liter quotum, 4 ha akkerland. Daarnaast nog heel wat verre weiden (o.a. Geert Laukens, Willems-Kerkhove ...). 4)B22 De Haan - Permanente graslanden langsheen de Noordlede (kaartbladen 12/3 en 12/4) a.De oorspronkelijke bestemming was landschappelijk waardevol agrarisch gebied. De nieuwe bestemming is natuurgebied. b.Verre weiden Roger en Vincent Depoorter, 5)B21 Oudenburg - Paddegat en omgeving (kaartblad 12/3): a.De oorspronkelijke bestemming was landschappelijk waardevol agrarisch gebied. De nieuwe bestemming is natuurgebied. b.Geert Van Hecke-Cornu 6)B31 Oudenburg - omgeving Paddegat (kaartblad 12/3) a.Oorspronkelijke bestemming was ontginningsgebied met nabestemming agrarisch gebied. De nieuwe bestemming is Natuurgebied. b.Geert Van Hecke, net begonnen 400000 l quotum; 200 zeugen (groot deel huiskavel); Marc Claeys, vleesvee akkerbouw (huiskavel volledig via eigenaar De Jaegher Gislain). 7)B17 Oostende - historische polders (kaartblad 12/3) a.De oorspronkelijke bestemming was landschappelijk waardevol agrarisch gebied. De nieuwe bestemming voor die gebieden die door de habitatrichtlijn zijn getroffen is natuurgebied. De gronden niet niet door de habitatrichtlijn aangeduide gebieden zijn verder omgezet naar AEB. b.Selectiehoeve NV varkenshouder-vleesveehouder (bijna al zijn grond wordt natuur); Maurice Billiet, uitbollend vleesveehouder. Alle aan de orde zijnde gebieden werden dus herbestemd naar natuurgebied terwijl zij oorspronkelijk in een gebied lagen waar minder strikte eisen werden opgelegd. Immers in natuurgebied worden de bepalingen van onder andere het decreet betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu dd. 21 oktober 1997 (aanzienlijk gewijzigd op 19 juli 2002) van toepassing met alle gevolgen van dien. Voor de eerste, zevende tot elfde en dertiende, zestiende en achttiende verzoeker geldt nu ook dat een deel van de grond in nulbemesting komt waardoor deze bedrijven een probleem van mestafzet en grondtekort krijgen zodat de grond gigantisch devalueert. Deze gronden zijn na 31/12/98 natuurgebied geworden, wat volgens het mestdecreet betekent dat de eventuele ontheffing van nulbemesting komt te vervallen bij overdracht of overname, waardoor de landbouwkundige waarde van deze grond komt te vervallen. Wat de mestafzet betreft, zal het vinden van één hectare grond om op bedrijfsniveau overtollige mest te gaan afzetten tussen i 250,- en 550,- per hectare kosten in de toekomst. De hoger aangehaalde nulbemesting betekent dat deze percelen geen drijfmest of kunstmest meer mogen ontvangen, waardoor de normale opbrengst niet meer zal kunnen gehaald worden. Opbrengstdaling is dubbel zowel kwantitatief als kwalitatief. De verzoekende partijen hebben wel degelijk een geoorloofd en wettig rechtstreeks, persoonlijk, actueel en zeker belang. Zij lijden meer bepaald een nadeel door de bestreden beslissing. De vernietiging van de bestreden beslissing en de daarmee samenhangende strengere gebruiksbeperkingen zal aan de verzoekende partijen uiteraard voordeel verschaffen”. X-10.721-8/14 2.2.1. Blijkens hun verzoekschrift beroepen de verzoekende partijen zich wat hun belang betreft op het feit dat zij “eigenaars en/of exploitanten” zijn van landbouwgronden gelegen binnen het beheersingsgebied van het bestreden besluit. 2.2.2. In principe wordt het belang bij de vernietiging van een gewestplan beperkt tot die onderdelen van het aangevochten plan waarvan de verzoekende partijen aantonen dat zij er eigenaar van zijn of er andere rechten op hebben. Dit geldt zeker wanneer, zoals te dezen, de verzoekende partijen zich enkel gegriefd achten in zoverre door het bestreden besluit de “landbouwgronden”, waarvan zij beweren eigenaar en/of exploitant te zijn, nu worden “herbestemd naar natuurgebied”, zoals de verzoekende partijen het stellen, en niet blijkt dat terzake het bestreden besluit een geheel vormt. Vandaar ook dat het voor de hand ligt dat reeds bij het verzoekschrift stukken worden gevoegd waaruit de hoedanigheid blijkt waarop een verzoekende partij zich inzake haar belang bij de gevraagde vernietiging beroept en, des te meer, zo die verzoekende partij, zoals te dezen, om de toepassing vraagt van het - op het ogenblik van het indienen van het verzoekschrift geldende - artikel 94 van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling administratie van de Raad van State (kennelijke gegrondheid). De verzoekende partijen hebben evenwel volkomen nagelaten ook maar enig stuk bij het verzoekschrift te voegen dat aantoont dat zij eigenaar en/of exploitant zijn van de door hen aangevoerde percelen. Ook de twee bij het verzoekschrift als stuk 2 gevoegde documenten, die in de inventaris bij het verzoekschrift zijn vermeld als “ontwerp-plan - kaartblad 4/8” en op de respectieve documenten zijn omschreven als “De Haan perimeters gewestplan 31/12/1996” en “Oudenburg perimeters gewestplan 31/12/1996”, maken geen dergelijke bewijsstukken uit. Het feit dat de verzoekende partijen op die plannen de percelen, waarvan zij beweren eigenaar en/of exploitant te zijn, met een blauwe balpen hebben omlijnd, met een gele markeerstift hebben ingekleurd en met een nummer, dat is gelinkt aan hun naam, hebben aangeduid, is immers niet van aard het voormelde bewijs te leveren. Ook bij hun memorie van wederantwoord hebben de verzoekende partijen geen enkel voormeld bewijsstuk gevoegd. Nochtans was er tijdens de schorsingsprocedure in de nota van de verwerende partij (bij wijze van exceptie), het auditoraatsverslag en het arrest nr. 109.119 van 10 juli 2002, waarbij de vordering tot schorsing werd verworpen, op gewezen dat bij het verzoekschrift geen X-10.721-9/14 stuk was gevoegd waaruit hun juiste hoedanigheid -eigenaar, exploitant of beiden- blijkt. Door die houding hebben de verzoekende partijen het onderzoek van de zaak niet alleen vertraagd, maar ook onmogelijk gemaakt. 2.2.3. Met een op 10 november 2005 ter post aangetekend verzonden brief heeft het met het onderzoek van de zaak gelaste lid van het auditoraat dan ook aan de raadsman van de verzoekende partijen geschreven wat volgt: “In de memorie van antwoord betwist de verwerende partij het belang van de verzoekende partijen. Meer bepaald stelt die partij dat ‘vastgesteld dient te worden dat verzoekende partijen geen enkel stuk naar voren brengen waaruit hun bewering zou moeten blijken. Zij bewijzen noch hun hoedanigheid van eigenaars, noch hun hoedanigheid voor exploitanten’. Hoewel voormeld euvel, door de verwerende partij, ook reeds in de schorsingsprocedure werd aangevoerd, werden, eigenaardig genoeg, bij het indienen van de memorie van wederantwoord, nog steeds niet, de nodige stavingsstukken gevoegd. Kunt u mij, per kerende, de stukken toesturen waaruit, inderdaad, blijkt dat verzoekers eigenaars/exploitanten zijn van gronden gelegen in het beheersingsgebied van de bestreden beslissing”. Als reactie daarop meldt de raadsman vooreerst per brief van 15 november 2005 dat hij ervan uitging “dat de gedetailleerde informatie, verstrekt op de blzn. 3 t.e.m. 6 van de memorie van wederantwoord, voldoende zou zijn temeer alle verzoekers daar op het kwestieus kaartblad zijn geïdentificeerd” en dat hij nu “tracht (...) voor de 18 verzoekers bijkomende documenten aan het dossier toe te voegen”. Enige tijd later, namelijk met een op 4 januari 2006 ter post aangetekende brief, bezorgt de raadsman van de verzoekende partijen een aantal stukken aan de auditeur-verslaggever. In de begeleidende brief schrijft hij: “(...) Van alle verzoekers (behoudens van de tweede, vijfde en zesde) heb ik van de Vlaamse administratie een afdruk bekomen met kaartaanduiding waarop de percelen zijn aangestipt die de betrokkenen in gebruik hebben en die de gevolgen dragen van de bekritiseerde gewestplanwijziging. Vooraan in de toegevoegde kaft vindt U daarvan een overzichtstabel. Naast ieder van de betrokken namen zijn de perceelnummers vermeld, te zien op de kaart, die zij in gebruik hebben. Indien de betrokkenen ook eigenaar zijn, zijn er eigendomsbewijzen aan toegevoegd, zoals de kadaster-aanslagen of de eigendomsakten. Van de vierde verzoeker kan ik echter alsnog geen bijkomende gegevens verschaffen. (...)”. X-10.721-10/14 2.2.4.1. Uit die stukken blijkt, ten eerste, dat enkel voor de elfde en de zeventiende verzoekende partijen een afschrift van notariële akten wordt neergelegd. Wat de elfde verzoekende partij betreft, gaat het om twee verkoopsakten, één van 19 december 1991 en één van 5 november 1992, waaruit blijkt dat hij eigenaar is van “een perceel landbouwland, (...) gelegen nabij de Vlissegemstraat, bekend ten kadaster in de eerste afdeling sectie B nummer 169 (...)”. Wat de zeventiende verzoekende partij betreft, gaat het om een verkoopsakte van 3 oktober 2001 waarin onder “beschrijving van de goederen” is vermeld dat het gaat om “een perceel weiland, gelegen te Oudenburg (oud grondgebied Oudenburg), palende aan de Klemskerkestraat; ten kadaster bekend in de eerste afdeling, sectie A, nummer 487/A, met een oppervlakte van vier hectaren veertien aren vijtien centiaren (...)”. 2.2.4.2. Ten tweede blijkt dat voor de eerste en de tweede verzoekende partijen, naast met betrekking tot de eerste verzoekende partij een afdruk van een kaart (“oppervlakteaangifte - oogst 2004”) waarop percelen zijn aangeduid en een kopie van het “overzicht van de verzamelaanvraag campagne 2005” van de administratie Beheer en Kwaliteit Landbouwproductie van het ministerie van de Vlaamse Gemeenschap, een kopie wordt neergelegd van het aanslagbiljet inzake onroerende voorheffing (aanslagjaar 2005) respectievelijk voor de kadastrale percelen sectie A nrs. 554, 555, 569, 570, 571 en 572, sectie C nrs. 395/b, 394/b, 396/b, 393/b, 315, 316, 317 en 318. Er kan worden aangenomen dat de voornoemde aanslagbiljetten aannemelijk maken dat de betrokkenen voor het aanslagjaar 2005 eigenaar waren van de voormelde (kadastrale) percelen, maar dit maakt niet aannemelijk dat zij op het ogenblik van het indienen van hun verzoekschrift, namelijk 27 december 2001, reeds eigenaar waren van die percelen. Wat betreft de kopie van het “overzicht van de verzamelaanvraag campagne 2005” moet worden vastgesteld dat daarop geen kadastrale gegevens worden vermeld en dat niet valt uit te maken of het om een exploitant dan wel een eigenaar gaat. Dezelfde opmerking geldt voor de voormelde kaart inzake “oppervlakteaangifte - oogst 2004”. 2.2.4.3. Voor de derde, vierde, zevende, achtste, negende, tiende, twaalfde, dertiende, veertiende, vijftiende, zestiende en achttiende verzoekende partijen wordt, naast een afdruk van één of meerdere kaarten inzake “verzamelaanvraag - oogst 2005” waarop percelen zijn aangeduid, enkel een kopie neergelegd van het X-10.721-11/14 “overzicht van de verzamelaanvraag campagne 2005” van de administratie Beheer en Kwaliteit Landbouwproductie van het ministerie van de Vlaamse Gemeenschap. Zoals reeds gesteld, valt uit dit document evenwel geenszins af te leiden om welke kadastrale percelen het gaat. Bovendien toont dit document geenszins aan dat de betrokkenen eigenaars en/of exploitanten zijn van bepaalde gronden en wel reeds op de datum van het indienen van hun verzoekschrift. Ook hier geldt dezelfde opmerking voor de voorgelegde kaarten inzake “verzamelaanvraag - oogst 2005”. 2.2.4.4. Voor de vijfde verzoekende partij wordt niets bijgebracht. 2.2.4.5. Voor de zesde verzoekende partij wordt een quasi onleesbare kopie neergelegd van een document “Overzicht registratie 2004” van de Vlaamse Landmaatschappij waarin sprake is van: “registratiegegevens 2004”, “bemestingsrechten 2004” en “bemestingsrechten 2005”. In het document is ook sprake van “percelen in gebruik op 1 januari 2004”. Echter komen de getallen die als perceelnummers zouden kunnen worden beschouwd -in zoverre zij leesbaar zijn- niet overeen met degene die de verzoekende partij heeft aangevoerd. Ook dit document toont derhalve geenszins aan dat de betrokkene eigenaar en/of exploitant is van bepaalde gronden en wel reeds op de datum van het indienen van zijn verzoekschrift. 2.2.4.6. Er moet dan ook worden besloten dat met de op 4 januari 2006 aan de Raad van State bezorgde stukken enkel ten aanzien van de elfde en de zeventiende verzoekende partijen aan het duidelijk door het betrokken lid van het auditoraat op 10 november 2005 geformuleerde verzoek werd voldaan. Inzake de andere verzoekende partijen werden geen stukken aangebracht die van aard zijn aan te tonen dat zij op het ogenblik van het indienen van het beroep eigenaar en/of exploitant waren van landbouwgronden die zijn gelegen binnen het beheersingsgebied van het bestreden besluit. 2.2.5. In het auditoraatsverslag van 17 januari 2006 wordt ten aanzien van de elfde en de zeventiende verzoekende partijen terecht gesteld dat men “op grond van de, door die verzoekers bijgebrachte, afdruk van een kaart waarop percelen zijn aangeduid en de kaartbladen, horend bij de bestreden beslissing, evenwel niet (kan) uitmaken” of “de oorspronkelijke bestemming van (hun) voornoemde kadastrale percelen (...), inderdaad, landschappelijk waardevol X-10.721-12/14 agrarisch gebied was en de nieuwe (bestemming), ingevolge de bestreden beslissing, (...) natuurgebied (is)”. Aan hen wordt door de auditeur-verslaggever in zijn verslag dan ook gevraagd om “hieromtrent uitsluitsel te geven”. De verzoekende partijen hebben echter op 6 maart 2006 een louter verzoek tot voortzetting, dat enkel betrekking heeft op de zestien andere verzoekende partijen en waarbij geen enkel stuk is gevoegd, ingediend. 2.2.6. Als de verzoekende partijen hun belang bij het ingestelde beroep willen aantonen moeten zij hun medewerking verlenen telkens wanneer de magistraat die gelast is met het onderzoek van de zaak daarom verzoekt. Zoals blijkt uit hetgeen voorafgaat is echter geen van de verzoekende partijen, met uitzondering van de elfde en de zeventiende verzoekende partijen, door middel van de stukken die op 4 januari 2006 zijn bezorgd, tegemoet gekomen aan de door de auditeur-verslaggever bij brief van 10 november 2005 gestelde vraag. Evenmin is inzake de elfde en de zeventiende verzoekende partijen, door middel van stukken gevoegd bij het verzoek tot voortzetting van 6 maart 2006, uitsluitsel gegeven over de in het auditoraatsverslag van 17 januari 2006 gestelde vraag naar de oude en de nieuwe bestemming van hun percelen. In die omstandigheden moet worden besloten dat geen der verzoekende partijen haar belang genoegzaam heeft aangetoond. 2.2.7. De exceptie is bijgevolg gegrond. Het beroep is niet ontvankelijk. OM DIE REDENEN BESLIST DE RAAD VAN STATE : Artikel 1. Het beroep wordt verworpen. Artikel 2. De kosten van de vordering tot schorsing, bepaald op 867,65 euro, komen ten laste van de derde, vierde, achtste, vijftiende en zeventiende verzoekende partijen, elk voor een vijfde. De kosten van het beroep tot nietigverklaring, bepaald op 3130,89 euro, komen ten belope van 2255,89 euro, ten laste van de eerste, tweede, vijfde, X-10.721-13/14 zesde, zevende, negende, tiende, elfde, twaalfde, dertiende, veertiende, zestiende en achttiende verzoekende partijen, elk voor een dertiende en ten belope van 875 euro, ten laste van de derde, vierde, achtste, vijftiende en zeventiende verzoekende partijen, elk voor een vijfde. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op vijftien juni 2009, door de Xe kamer, die was samengesteld uit : de HH. R. STEVENS, kamervoorzitter, P. LEFRANC, staatsraad, J. VAN NIEUWENHOVE, staatsraad, Mevr. T. TEMMERMAN, griffier. De griffier, De voorzitter, T. TEMMERMAN. R. STEVENS. X-10.721-14/14 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.194.185 Gerelateerde publicatie(
  3. s)voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:2002:ARR.109.119 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.