id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 15 juni 2009 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.194.190 Rolnummer: A. 179835/IX-5527 Zaak: Arrest 194190 - Penitentiair recht - 15/06/2009 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2009-06-30 Raadplegingen: 56 - laatst gezien 2026-06-30 03:16 Fiche Arrest nr 194.190 van 15 juni 2009 Justitie - Penitentiair recht Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 194.190 van 15 juni 2009 in de zaak A. 179.835/IX-
- In zake : Rudy FOULEYMATA, die woonplaats kiest bij advocaat M. DECLOEDT, kantoor houdende te LOPPEM, Rijselsestraat 3 tegen : de Belgische Staat, vertegenwoordigd door de minister van Justitie. --------------------------------------------------------------------------------------------------- D E R A A D V A N S T A T E, IXe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat Rudy FOULEYMATA op 27 december 2006 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van de beslissing van 31 oktober 2006 van de directeur van de strafinrichting te Brugge waarbij hem bij wijze van tuchtsanctie één maand glasbezoek en één maand geen kinderbezoek wordt opgelegd; Gelet op de beschikking van 16 januari 2007 waarbij aan de verzoekende partij het voordeel van de kosteloze rechtspleging wordt verleend; Gezien de memories van antwoord en van wederantwoord; Gezien het verslag opgemaakt door adjunct-auditeur A. VAN STEENBERGE; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen en gezien de laatste memorie van de verzoekende partij; Gelet op de beschikking van 25 maart 2009 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 8 juni 2009; Gehoord het verslag van staatsraad D. MOONS; IX-5527-1/5 Gehoord de opmerkingen van advocaat M. DECLOEDT, die verschijnt voor de verzoeker, en van attaché V. ARICKX, die verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van adjunct-auditeur A. VAN STEENBERGE, bij beslissing van 31 oktober 2008 van de auditeur- generaal gemachtigd om ter openbare terechtzitting advies te verlenen; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, OVERWEEGT WAT VOLGT : Feiten 1.
- De verzoeker verblijft in het penitentiair complex te Brugge. 1.
- Op 26 oktober 2006 stelt een penitentiair beambte een rapport aan de directeur op wegens misbruik van het kinderbezoek door de verzoeker. Uit het bij dit rapport gevoegde observatieverslag blijkt dat op 25 oktober 2006 de schoonzus van de verzoeker en haar kind zich hebben aangeboden en werden ingeschreven voor het kinderbezoek, dat nochtans enkel open staat voor de kinderen van de gedetineerde en van zijn partner. Pas bij de aanvang van het bezoek hebben de beambten met toezicht in de bezoekzaal opgemerkt dat de bezoekster niet de partner van de verzoeker was. 1.
- Na de verzoeker te hebben gehoord, beslist de directeur van de strafinrichting op 31 oktober 2006 om wegens dit misbruik van de bezoekregeling de verzoeker de tuchtsanctie op te leggen van één maand glasbezoek en één maand geen kinderbezoek, meer bepaald van 31 oktober 2006 tot en met 30 november
- Dit is de bestreden beslissing. IX-5527-2/5 Ontvankelijkheid van het beroep 2.
- De verwerende partij werpt op dat de verzoeker nalaat de belangen te concretiseren die hij op heden zou hebben om de nietigverklaring van de tuchtsanctie te vorderen. Zij wijst er op dat de tuchtsanctie reeds een einde heeft genomen en dat de verzoeker op heden opnieuw de normale bezoekregeling kent. Zij is van mening dat een nadeel of een belang in hoofde van de verzoeker dan ook niet aanwezig is, minstens wordt de aanwezigheid ervan niet omstandig aangetoond. 2.
- De verzoeker antwoordt dat hij wel degelijk belang heeft bij de onderhavige procedure, aangezien hem ten onrechte een sanctie werd opgelegd waarbij hij in zijn vrijheid werd beknot. Hij meent er alle belang bij te hebben om deze sanctie, die hem ten onrechte werd opgelegd, nietig te horen verklaren, als eerste stap tot het verkrijgen van een schadevergoeding voor het hem ten onrechte opgelegde leed. Het feit dat de straf reeds werd ondergaan, heeft volgens hem niet tot gevolg dat hij geen schadevergoeding meer zou kunnen verkrijgen voor de hem ten onrechte opgelegde straf. Hij benadrukt dat hij niet enkel de genoegdoening van de nietigverklaring wenst te verkrijgen, maar een schadevergoeding voor het hem ten onrechte opgelegde leed. 2.
- Gevraagd naar het belang van de verzoeker bij deze zaak als gevolg van zijn invrijheidstelling op 22 februari 2008, antwoordt de raadsman van de verzoeker met een brief van 1 november 2008 aan het met het deze zaak belaste lid van het auditoraat als volgt: “Als mijn cliënt in vrijheid werd gesteld of niet, is niet belangrijk in deze zaak aangezien mijn cliënt een schadevergoeding wenst te bekomen voor de onrechtmatig opgelegde tuchtsanctie waardoor mijn cliënt werd geschaad. Cliënt behoudt aldus steeds zijn belang bij zijn vordering. Pas na vernieti- ging van de onrechtmatige tuchtsanctie kan cliënt een schadevergoeding in rechte eisen.” 2.
- Artikel 19 van de gecoördineerde wetten op de Raad van State bepaalt dat de beroepen tot nietigverklaring voor de afdeling bestuursrechtspraak kunnen worden gebracht door elke partij die doet blijken van een benadeling of een belang. Het belang moet bestaan, niet alleen op het ogenblik van het instellen van het beroep, maar ook bij de uitspraak daarover. IX-5527-3/5 Uit zijn memories en uit de brief van 1 november 2008 blijkt dat de verzoeker zijn belang bij het onderhavige beroep situeert in het verkrijgen van een schadevergoeding voor de gewone rechter. Een dergelijk belang is evenwel geen belang dat verbonden is met de nietigverklaring of met het doen verdwijnen van de bestreden akte uit de rechtsorde, maar een belang dat er uitsluitend in bestaat een middel gegrond te horen verklaren. Een dusdanig belang is een onrechtstreeks belang, dat niet volstaat om een ontvankelijk beroep tot nietigverklaring in te stellen of te handhaven. De rechter die gevraagd wordt om uitspraak te doen over de vordering tot schadevergoeding kan immers zelf de fout van de overheid vaststellen. Het louter gelijk krijgen op zich wettigt niet de thans gevorderde vernietiging. De verzoeker beroept zich voorts niet op het bestaan van een ander belang, met name een moreel belang. Aldus geeft de verzoeker geen blijk van een actueel en recht- streeks belang bij de nietigverklaring van de bestreden beslissing. De exceptie van onontvankelijkheid van het beroep is gegrond. OM DIE REDENEN BESLIST DE RAAD VAN STATE : Artikel
- Het beroep wordt verworpen. Artikel
- De kosten van het beroep tot nietigverklaring, bepaald op 175 euro, komen ten laste van de verzoekende partij. IX-5527-4/5 Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op 15 juni 2009, door de IXe kamer, die was samengesteld uit : de HH. P. LEMMENS, kamervoorzitter, D. MOONS, staatsraad, B. THYS, staatsraad, Mevr. V. WAUTERS, griffier. De griffier, De voorzitter, V. WAUTERS. P. LEMMENS. IX-5527-5/5 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.194.190 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.