← België

Arrest 194191 - Penitentiair recht - 15/06/2009

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 15 juni 2009 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.194.191 Rolnummer: A. 178968/IX-5496 Zaak: Arrest 194191 - Penitentiair recht - 15/06/2009 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2009-06-30 Raadplegingen: 59 - laatst gezien 2026-06-30 03:16 Fiche Arrest nr 194.191 van 15 juni 2009 Justitie - Penitentiair recht Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 194.191 van 15 juni 2009 in de zaak A. 178.968/IX-

  1. In zake : Patrick VAN PAEMELE, die woonplaats kiest bij advocaat M. DECLOEDT, kantoor houdende te LOPPEM, Rijselsestraat 3 tegen : de Belgische Staat, vertegenwoordigd door de minister van Justitie. --------------------------------------------------------------------------------------------------- D E R A A D V A N S T A T E, IXe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat Patrick VAN PAEMELE op 28 november 2006 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van de beslissing van 30 september 2006 van de directeur van de strafinrichting te Brugge waarbij hij bij wijze van tuchtsanctie geschrapt wordt van het werk in het magazijn, minstens voor een periode van zes maanden geen vertrouwensfunctie meer kan uitoefenen en één week strikt regime opgelegd krijgt van 30 september tot 7 oktober 2006 waarna hij zijn aanvraag tot tewerkstelling in de werkplaats kan indienen; Gelet op de beschikking van 1 december 2006 waarbij aan de verzoekende partij het voordeel van de kosteloze rechtspleging wordt verleend; Gezien de memories van antwoord en van wederantwoord; Gezien het verslag opgemaakt door adjunct-auditeur A. VAN STEENBERGE; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen en gezien de laatste memorie van de verzoekende partij; Gelet op de beschikking van 25 maart 2009 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 8 juni 2009; Gehoord het verslag van staatsraad D. MOONS; IX-5496-1/5 Gehoord de opmerkingen van advocaat M. DECLOEDT, die verschijnt voor de verzoeker, en van attaché V. ARICKX, die verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van adjunct-auditeur A. VAN STEENBERGE, bij beslissing van 31 oktober 2008 van de auditeur- generaal gemachtigd om ter openbare terechtzitting advies te verlenen; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, OVERWEEGT WAT VOLGT : Feiten 1.
  2. Op het tijdstip van de bestreden beslissing verblijft verzoeker in het penitentiair complex te Brugge. 1.
  3. Op 28 september 2006 stelt een penitentiair beambte een rapport aan de directeur op. Hieruit blijkt dat de verzoeker bij het opruimen van de weekkantine in een vuilniszak ongeopend snoepgoed verstopt heeft. Volgens de beambte speelt verzoeker vermoedelijk onder één hoedje met de diender van de losploeg of de avondploeg die de vuilniszakken verwerken. 1.
  4. Na verzoeker, die de feiten niet ontkent, te hebben gehoord, beslist de directeur van de strafinrichting op 30 september 2006 om verzoeker bij wijze van tuchtsanctie te schrappen van het werk in het magazijn, voor minstens zes maanden uit te sluiten van vertrouwensfuncties en één week strikt regime op te leggen van 30 september tot 7 oktober 2006 waarna hij zijn aanvraag tot tewerkstelling in de werkplaats kan indienen. Dit is de bestreden beslissing. IX-5496-2/5 Ontvankelijkheid van het beroep 2.
  5. De verwerende partij werpt op dat de verzoeker nalaat de belangen te concretiseren die hij op heden zou hebben om de nietigverklaring van de tuchtsanctie te vorderen. Zij wijst er op dat de verzoeker na één week strikt regime te hebben ondergaan een nieuwe aanvraag tot tewerkstelling heeft ingediend en intussen opnieuw tewerkgesteld is in de strafinrichting te Brugge. De tuchtsanctie heeft volgens haar dan ook reeds een einde genomen, met uitzondering van het verbod tot uitoefening van een vertrouwensfunctie. Bovendien stelt zij dat na een periode van zes maanden, tijdens dewelke het gedrag van de verzoeker geëvalueerd wordt, hij ook opnieuw in aanmerking komt voor het uitoefenen van een vertrou- wensfunctie. Het uitoefenen van een vertrouwensfunctie is volgens haar trouwens geen recht van de gedetineerde. Zij is van mening dat een nadeel of een belang in hoofde van de verzoeker dan ook niet aanwezig is, minstens wordt de aanwezigheid ervan niet omstandig aangetoond. 2.
  6. De verzoeker antwoordt dat hij wel degelijk belang heeft bij de onderhavige procedure, aangezien hem ten onrechte een sanctie werd opgelegd waarbij hij in zijn vrijheid werd beknot en waarbij zijn mogelijkheid om te werken en om iets bij te verdienen tijdelijk werd beperkt. Hij meent er alle belang bij te hebben om deze sanctie, die hem ten onrechte werd opgelegd, nietig te horen verklaren, als eerste stap tot het verkrijgen van een schadevergoeding voor het hem ten onrechte opgelegde leed. Het feit dat de straf reeds werd ondergaan, heeft volgens hem niet tot gevolg dat hij geen schadevergoeding meer zou kunnen verkrijgen voor de hem ten onrechte opgelegde straf. Hij benadrukt dat hij niet enkel de genoegdoening van de nietigverklaring wenst te verkrijgen, maar een schade- vergoeding voor het hem ten onrechte opgelegde leed. 2.
  7. Gevraagd naar het belang van de verzoeker bij deze zaak als gevolg van zijn invrijheidstelling op 24 november 2007, antwoordt de raadsman van de verzoeker met een brief van 1 november 2008 aan het met het deze zaak belaste lid van het auditoraat als volgt: “Als mijn cliënt in vrijheid werd gesteld of niet, is niet belangrijk in deze zaak aangezien mijn cliënt een schadevergoeding wenst te bekomen voor de onrechtmatig opgelegde tuchtsanctie waardoor mijn cliënt werd geschaad. Cliënt behoudt aldus steeds zijn belang bij zijn vordering. Pas na vernieti- ging van de onrechtmatige tuchtsanctie kan cliënt een schadevergoeding in rechte eisen.” IX-5496-3/5 2.
  8. Artikel 19 van de gecoördineerde wetten op de Raad van State bepaalt dat de beroepen tot nietigverklaring voor de afdeling bestuursrechtspraak kunnen worden gebracht door elke partij die doet blijken van een benadeling of een belang. Het belang moet bestaan, niet alleen op het ogenblik van het instellen van het beroep, maar ook bij de uitspraak daarover. Uit zijn memories en uit de brief van 1 november 2008 blijkt dat de verzoeker zijn belang bij het onderhavige beroep situeert in het verkrijgen van een schadevergoeding voor de gewone rechter. Een dergelijk belang is evenwel geen belang dat verbonden is met de nietigverklaring of met het doen verdwijnen van de bestreden akte uit de rechtsorde, maar een belang dat er uitsluitend in bestaat een middel gegrond te horen verklaren. Een dusdanig belang is een onrechtstreeks belang, dat niet volstaat om een ontvankelijk beroep tot nietigverklaring in te stellen of te handhaven. De rechter die gevraagd wordt om uitspraak te doen over de vordering tot schadevergoeding kan immers zelf de fout van de overheid vaststellen. Het louter gelijk krijgen op zich wettigt niet de thans gevorderde vernietiging. De verzoeker beroept zich voorts niet op het bestaan van een ander belang, met name een moreel belang. Aldus geeft de verzoeker geen blijk van een actueel en recht- streeks belang bij de nietigverklaring van de bestreden beslissing. De exceptie van onontvankelijkheid van het beroep is gegrond. OM DIE REDENEN BESLIST DE RAAD VAN STATE : Artikel
  9. Het beroep wordt verworpen. Artikel
  10. De kosten van het beroep tot nietigverklaring, bepaald op 175 euro, komen ten laste van de verzoekende partij. IX-5496-4/5 Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op 15 juni 2009, door de IXe kamer, die was samengesteld uit : de HH. P. LEMMENS, kamervoorzitter, D. MOONS, staatsraad, B. THYS, staatsraad, Mevr. V. WAUTERS, griffier. De griffier, De voorzitter, V. WAUTERS. P. LEMMENS. IX-5496-5/5 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.194.191 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.