← België

Arrest 194214 - Stedenbouw en ruimtelijke ordening - Reglementen - 15/06/2009

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 15 juni 2009 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.194.214 Rolnummer: A. 172997/X-12829 Zaak: Arrest 194214 - Stedenbouw en ruimtelijke ordening - Reglementen - 15/06/2009 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2009-06-25 Raadplegingen: 59 - laatst gezien 2026-06-30 03:16 Fiche Arrest nr 194.214 van 15 juni 2009 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Stedenbouw en ruimtelijke ordening - Reglementen Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 194.214 van 15 juni 2009 in de zaak A. 172.997/X-12.829. In zake : de gemeente SCHILDE, die woonplaats kiest bij advocaat A. MEEUSEN, kantoor houdende te 2000 ANTWERPEN, Stoopstraat 1, bus 4 tegen : de deputatie van de provincieraad van ANTWERPEN. D E R A A D V A N S T A T E, Xe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat de gemeente SCHILDE op 15 mei 2006 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van het besluit van 2 maart 2006 van de bestendige deputatie van de provincieraad van Antwerpen houdende goedkeuring van het gemeentelijk ruimtelijk structuurplan van de gemeente Schilde, definitief vastgesteld door de gemeenteraad van de gemeente Schilde in zitting van 24 oktober 2005, in zoverre de onderdelen met betrekking tot de omzetting van 1,5ha natuurgebied naar woonpark te Willecom worden uitgesloten. Gezien de memories van antwoord en van wederantwoord; Gezien het verslag opgemaakt door eerste auditeur-afdelingshoofd F. DE BUEL; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen en gezien de laatste memorie van de verzoekende partij; Gelet op de beschikking van 4 maart 2009 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 27 maart 2009; Gehoord het verslag van staatsraad J. CLEMENT; Gehoord de opmerkingen van advocaat A. MEEUSEN, die verschijnt voor de verzoekende partij; X-12.829-1/15 Gehoord het eensluidend advies van eerste auditeur-afdelingshoofd F. DE BUEL; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; OVERWEEGT WAT VOLGT : 1. De feiten 1.1. Op 21 maart 2005 stelt de gemeenteraad van Schilde het gemeentelijk ruimtelijk structuurplan (hierna: GRS) voorlopig vast. 1.2. Het richtinggevend gedeelte van het ontwerp stelt inzake “herstel woonpark Willecom” het volgende: “(...) De reden tot herstel bestemming woonpark: De gemeente is echter van mening dat het gebied van 1,5 ha dit gedeelte niet moet omgezet worden naar natuurgebied maar moet het effectief herstel(

  1. d)worden als woonpark en wel omwille van enerzijds ruimtelijke redenen en anderzijds uit respect voor de eigenaars van het gebied van 1,5 ha. Ruimtelijke redenen: Het herstel van woonpark Willecom gaat met deze 1,5 ha geen invloed hebben op het waardevolle gebied langsheen het Anti-Tankkanaal. Integendeel kan de ontwikkeling van dit gebied zelfs een meerwaarde gaan vormen naar de belevingswaarde van deze as (recreatie,...). Het gaat bovendien niet om een dicht te bebouwen gebied maar over de invulling van een woonpark waar het groene aspect reeds zeer veel aandacht krijgen. Binnen het gewenste beeld van Schilde komt het belang van de Zwanebeek - Kotsbosloop tot uiting maar de invulling van dit gedeelte van het woonpark heeft geen invloed op de inrichting van het valleigebied. Wel kunnen er binnen dit gebied van 1,5 ha extra en strenge voorwaarden worden opgelegd (maximum bebouwde oppervlakte) om een zo goed mogelijke (...) overgang te creëren tussen het woonpark en het achterliggende groengebied. Bovendien sluiten de desbetreffende percelen binnen dit gebied ruimtelijk volledig aan bij het bestaande woonpark Willecom. Bovendien zijn de percelen reeds gesitueerd langsheen uitgeruste wegen, namelijk Fortsesteenweg en Groene Wandeling), m.a.w. is het niet meer noodzakelijk om nieuwe wegenis te voorzien om hier woningen te kunnen voorzien. Wel moet het duidelijk zijn dat het woonpark niet over de Fortsesteenweg en niet verder dan 50m evenwijdig van de Groene Wandeling (doortrekken huidige grens woonpark) mag komen. Respect voor de eigenaars: De Vlaamse regering heeft beslist het onteigeningsplan op te heffen: het onteigeningsgebied is weg, de dreiging van het Duwvaartkanaal is weg, maar ook de mogelijkheid voor vergoeding voor de eigenaars is X-12.829-2/15 verdwenen. De eigenaars kunnen niet meer worden onteigend en ze kunnen geen aanspraak meer maken op planschade (maximum 10 jaar na goedkeuring gewestplan). Om die reden is de gemeente van mening dat het fair is terug de bestemming van woonpark te geven: niet omwille van particulier belang maar wel om de eigenaars terug te geven waar zij al jaren aanspraak op maken. Conclusie Geconcludeerd kan worden dat dit gedeelte wordt aangeduid als een Specifiek Woonproject nr. 1 ‘Woonpark Willecom’ en concreet zal worden voorgesteld binnen het BPA Willecom II dat momenteel wordt opgemaakt. Echter zal deze oppervlakte dat nu als natuurgebied is ingekleurd, namelijk 1,5 ha, ergens in de gemeente moeten worden gecompenseerd. De aanwezige woningen die binnen het oude BPA zijn gelegen maar door het gewestplan zonevreemd geworden zijn, worden mee in het BPA opgenomen i.p.v. binnen de afbakening van de zonvevreemde clusters (...). Binnen de cluster G. ‘Cluster Anti-Tankkanaal’ zou deze woning mee kunnen worden opgenomen maar het is meer het logisch dat die toch binnen het BPA wordt bekeken”. 1.3. Tijdens het openbaar onderzoek omtrent het ontwerp van GRS, dat loopt van 19 april 2005 tot 18 juli 2005, worden 71 bezwaarschriften ingediend en 5 adviezen verleend. 1.4. Op 14 juli 2005 verstrekt de bestendige deputatie van de provincieraad van Antwerpen haar advies, waarin onder meer het volgende wordt gesteld: “Met betrekking tot het gebied Willecom (1,5
  2. ha)is de provincie van oordeel dat de gemeente vanuit de gewenste ruimtelijke structuur niet aangetoond heeft waarom een uitbreiding van het bestaande woonpark gewenst is. Theoretisch gezien is deze voorgeschiedenis van het gebied (vroeger middels een BPA bestemd als gebied voor kleine landelijke bebouwing) geen argument voor de opmaak van een RUP voor het omvormen van het gebied naar woongebied. Het gebied is immers gelegen naast het Anti-tankkanaal, dat in het RSPA geselecteerd is als natuurverbinding. De provincie kan niet akkoord gaan met deze omzetting van natuurgebied naar woonpark, gezien de aantasting van de natuurverbinding langsheen het anti-tankkanaal”. 1.5. Op 15 juli 2005 verstrekt de Vlaamse minister van Financiën, Begroting en Ruimtelijke Ordening zijn advies, waarin onder meer het volgende wordt gesteld: “Overwegende dat wordt voorgesteld om de woonuitbreidingsgebieden Moerhoflaan en Moerstraat, een aantal percelen aan de Victor Frislei en een klein gebied binnen Willecom (vroeger woonpark, nu natuurgebied) aan te snijden; dat hiervoor - conform de provinciale omzendbrief - de nodige compensaties in woonparkgebied worden voorgesteld; dat met dit voorstel van de woningprogrammatie en de compensaties akkoord gegaan worden; dat enkel bij de herbestemming van het beperkt deel natuurgebied in Willecom naar X-12.829-3/15 woonparkgebied (zoals voorzien in BPA Willecom uit 1961) wordt voorbehoud gemaakt; dat bij de opmaak van het GRUP ‘Schrappen van reservatiestrook voor Duwvaartkanaal’ ditzelfde voorstel van de gemeente niet aanvaard is omwille van een ongunstig advies van afdeling Bos en Groen; dat het gebied deel uitmaakt van de bovenlokale groencorridor langs het Anti-Tankkanaal, en dat het BPA Willecom voor dit deel reeds vervallen was wegens strijdigheid met het latere gewestplan”. 1.6. Op 13 september 2005 verstrekt de GECORO van Schilde, na kennisname van de bezwaren en adviezen omtrent het voorlopig GRS, zijn advies. In dit advies wordt het voornoemde advies van de Vlaamse minister niet opgenomen. Het bezwaar van de deputatie wordt wel weergegeven. De GECORO stelt daaromtrent enkel dat “het advies van de bestendige deputatie betreffende het gemeentelijk ruimtelijk structuurplan van Schilde (...) gunstig (is), op voorwaarde dat rekening gehouden wordt met hoger genoemde opmerkingen en waar aangewezen de nodige aanpassingen worden gedaan”. Dit advies wordt samen met de opmerkingen van het college van burgemeester en schepenen aan de gemeenteraad voorgelegd. Voornoemde opmerkingen luiden onder meer als volgt: “1) woonparken : Het gemeentebestuur vindt de historiek van de eigendommen wel belangrijk genoeg om te beslissen voor de opmaak van een RUP. Door de kronkels van het dossier hebben de eigenaars alle rechtzekerheid en alle mogelijkheden tot compensatie van het verlies van bouwrecht verloren. Het bouwrecht was die eigenaars ontzegd door de beslissing op die plaats een kanaal aan te leggen. Het is dan ook logisch dat na de beslissing om het kanaal nooit aan te leggen de eigenaars die reeds 10-tallen jaren het bouwrecht zonder compensatie ontzegd werd de oorspronkelijke rechten terug te geven. De gemeente wil het in 1961 goedgekeurde BPA volledig uitvoeren. De infrastructuur werd toen ook volledig aangelegd. Omdat de gemeente het gebied terug deze bestemming wil geven is er ook voor gezorgd dat er gecompenseerd wordt met het woonpark ‘De Zetten’. De natuurverbinding langsheen het anti-tankkanaal wordt amper aangetast door de herbestemming. In de voorschriften kan trouwens worden opgelegd dat de tuinen achter de woningen onbebouwd dienen te blijven. De natuurverbinding wordt trouwens veel meer bedreigd door de illegale woningen van Loze Visser en Bospad in Schildestrand. De gemeente zal bij het opmaken van een RUP voor dit gebied zorgen dat het natuurgebied hier hersteld wordt, zodat de natuurverbinding versterkt wordt”. 1.7. Op 24 oktober 2005 keurt de gemeenteraad het GRS definitief goed “met de aanpassingen zoals voorgesteld in het aangevuld advies van de Gecoro”. X-12.829-4/15 1.8. Op 2 maart 2006 keurt de bestendige deputatie van de provincieraad van Antwerpen het gemeenteraadsbesluit van 24 oktober 2005 goed in zoverre bij dit goedkeuringsbesluit de onderdelen in het richtinggevend en bindend gedeelte van dit plan met betrekking tot de omzetting van 1,5ha natuurgebied naar woonpark te Willecom worden uitgesloten. Dit is het bestreden besluit, waarin onder meer het volgende overwogen wordt: “Overwegende dat in het advies van de gemeentelijke commissie voor ruimtelijke ordening van 13 september 2005 over het ontwerp van gemeentelijk ruimtelijk structuurplan van Schilde wordt verwezen naar het advies van de minister van ruimtelijke ordening van 18 juli 2005; dat de opmerkingen in dit advies over de omzetting van Willecom naar woongebied en de opmerkingen over de ontwikkelingsperspectieven voor de vier zones voor weekendverblijven uit het advies van de minister niet werden overgenomen in het advies van de gemeentelijke commissie voor ruimtelijke ordening; dat in het advies van de gemeentelijke commissie voor ruimtelijke ordening dan ook geen ruimtelijke argumentatie is opgenomen die de opmerkingen uit het advies van de minister verwerpt; Overwegende dat in het advies van de gemeentelijke commissie voor ruimtelijke ordening van 13 september 2005 over het ontwerp van gemeentelijk ruimtelijk structuurplan van Schilde het advies van de bestendige deputatie van 14 juli 2005 integraal wordt opgenomen; dat in dit advies van de gemeentelijke commissie voor ruimtelijke ordening evenwel geen ruimtelijke argumentatie is opgenomen die de opmerkingen uit het advies van de bestendige deputatie verwerpt; Overwegende dat de opmaak van een gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan voor de omzetting van een beperkt deel van het gebied Willecom van natuurgebied naar woonpark opgenomen is in het richtinggevend gedeelte en in de bindende bepalingen van het gemeentelijk ruimtelijk structuurplan van de gemeente Schilde; Overwegende dat het Anti-tankkanaal in het Ruimtelijk Structuurplan van de Provincie geselecteerd is als een natuurverbinding tussen de bos- en heidegebieden van Kapellen - Kalmthout en de samenvloeiing van de Kleine en Grote Nete; dat het Anti-tankkanaal functioneert als langgerekte natuurverbinding doorheen belangrijke delen van het bebouwd perifeer landschap; dat het beleid met betrekking tot het Anti-tankkanaal gericht is op het behoud en op de versterking van het ruimtelijk structuurbepalend karakter door onder meer een stevige ecologische samenhang te realiseren; dat de ontwikkeling van het gebied als woongebied in strijd is met de ontwikkelingsperspectieven voor het Anti-tankkanaal uit het Ruimtelijk Structuurplan Provincie Antwerpen; Overwegende dat het oostelijk gedeelte van Willecom, gelegen tegen het Anti-tankkanaal, bij de goedkeuring van het gewestplan Antwerpen bij Koninklijk Besluit van 3 oktober 1979 de bestemming ‘natuurgebied met overdruk reservatiegebied’ kreeg; dat in het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan ‘Schrappen van reservatiestrook voor Duwvaartkanaal’, goedgekeurd door de Vlaamse regering bij ministerieel besluit van 5 december 2003, de bestemming ‘natuurgebied’ werd behouden; dat het BPA Willecom uit 1961 voor wat betreft het oostelijk gedeelte is vervallen wegens strijdig met het gewestplan; dat de ontwikkeling van het gebied als woongebied in strijd is met een recente ruimtelijke afweging op Vlaams niveau; Overwegende dat in het advies van de minister van 18 juli 2005 voorbehoud wordt gemaakt bij de herbestemming van het beperkt deel natuurgebied in X-12.829-5/15 Willecom naar woonparkgebied (zoals voorzien in BPA Willecom uit 1961); dat bij de opmaak van het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan ‘Schrappen van reservatiestrook voor Duwvaartkanaal’ ditzelfde voorstel van de gemeente niet aanvaard is omwille van een ongunstig advies van afdeling Bos en Groen; dat het gebied deel uitmaakt van de bovenlokale groencorridor langs het Anti-Tankkanaal, en dat het BPA Willecom voor dit deel reeds vervallen was wegens strijdigheid met het latere gewestplan; dat het advies van de minister inzake de ontwikkeling van het gebied als woongebied negatief is; dat noch in het advies van de gemeentelijke commissie voor ruimtelijke ordening noch in de bijlage bij het gemeenteraadsbesluit argumenten worden aangehaald om dit advies te weerleggen; Overwegende dat in het advies van de provinciale commissie voor ruimtelijke ordening van 24 juni 2005 gesteld werd dat de procoro niet akkoord kan gaan met de omzetting van de 1,5 ha natuurgebied naar woonpark in Willecom; dat het Anti-tankkanaal in het RSPA geselecteerd is als een provinciale natuurverbinding; dat een omzetting van natuurgebied naar woonpark een aantasting betekent van de natuurverbinding langsheen het Anti-tankkanaal; Overwegende dat in het advies van de bestendige deputatie van 14 juli 2005 gesteld werd dat de provincie niet akkoord kan gaan met de omzetting van de 1,5 ha natuurgebied naar woonpark in Willecom; dat de gemeentelijke commissie voor ruimtelijke ordening in haar advies van 13 september 2005 geen ruimtelijke argumentatie aanlevert om dit advies te weerleggen; dat de gemeenteraad in de bijlage aan het besluit van 24 oktober 2004 inzake de definitieve vaststelling van het gemeentelijk ruimtelijk structuurplan de eigendomsstructuur van het gebied aanhaalt als argumentatie om het gebied om te zetten naar natuurgebied; dat dit geen ruimtelijk argument is; dat de gemeente geen ruimtelijke argumenten heeft aangehaald voor de omzetting van het gebied van natuurgebied naar woongebied; Overwegende dat omwille van bovenstaande redenen de goedkeuring wordt onthouden aan de onderdelen van het structuurplan die betrekking hebben op de omzetting van een beperkt deel natuurgebied te Willecom naar woonpark; Overwegende dat de gemeenteraad van Schilde in zitting van 24 oktober 2005 het ontwerp van het gemeentelijk ruimtelijk structuurplan definitief vaststelt; Overwegende dat de bezwaren ofwel op voldoende wijze zijn weerlegd ofwel zijn aanvaard met voldoende aanpassingen tot gevolg; Overwegende dat het advies van de minister dd. 18 juli 2005 en het advies van de bestendige deputatie dd. 14 juli 2005 echter niet werden behandeld door de gemeentelijke commissie voor ruimtelijke ordening; dat het advies van de minister dd. 18 juli 2005 niet werd behandeld door de gemeenteraad; dat het advies van de bestendige deputatie dd. 14 juli 2005 deels werd behandeld door de gemeenteraad; Overwegende dat het door de gemeenteraad van Schilde definitief vastgestelde gemeentelijk ruimtelijk structuurplan, mits het uitsluiten van bovenvermelde onderdelen, formeel en inhoudelijk niet in strijd is met het Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen en het Ruimtelijk Structuurplan Provincie Antwerpen”. X-12.829-6/15 2. Ten gronde 2.1. Het eerste en het tweede middel 2.1.1. Het aangevoerde eerste en tweede middel In het eerste en het tweede middel wordt de schending aangevoerd van de materiële motiveringsplicht en de beginselen van behoorlijk bestuur, in het bijzonder het zorgvuldigheidsbeginsel. In het eerste middel voert de verzoekende partij eveneens de schending aan van artikel 33, §6 van het decreet van 18 mei 1999 houdende de organisatie van de ruimtelijke ordening (hierna: DRO). In haar verzoekschrift licht de verzoekende partij de middelen als volgt toe: “IV.1. Eerste middel (...) Doordat, de provincie Antwerpen de GECORO verwijt de opmerkingen van de minister niet in haar advies te hebben overgenomen en de opmerkingen van de bestendige deputatie zonder ruimtelijke motivering heeft verworpen. Terwijl, de materiele motiveringsplicht vereist dat de motieven van de beslissing gebaseerd zijn op een deugdelijke feitenvinding en dat deze afdoende moeten zijn om de beslissing te dragen. Zodat, het bestreden besluit dat uitgaat van een onvolledige en onjuiste lezing van het advies van de GECORO, de materiele motiveringsplicht schendt. Bespreking van het middel. De Bestendige Deputatie is van oordeel dat de GECORO van de gemeente Schilde in haar advies, de opmerkingen uit de adviezen van de minister van 18 juli

(2)005 en van de BD van 14 juli 2005, niet heeft overgenomen en zelfs heeft verworpen zonder ruimtelijke argumentatie : ‘Overwegende dat in het advies van de gemeentelijke commissie voor ruimtelijke ordening van 13 september 2005 over het ontwerp van gemeentelijk ruimtelijk structuurplan van Schilde wordt verwezen naar het advies van de minister van ruimtelijke ordening van 18 juli 2005; dat de opmerkingen in dit advies over de omzetting van Willecom naar woongebied en de opmerkingen over de ontwikkelingsperspectieven voor de vier zones voor weekendverblijven uit het advies van de minister niet werden overgenomen in het advies van de gemeentelijke commissie voor ruimtelijke ordening; dat in het advies van de gemeentelijke commissie voor ruimtelijke ordening dan ook geen ruimtelijke argumentatie is opgenomen die de opmerkingen uit het advies van de minister verwerpt; Overwegende dat in het advies van de gemeentelijke commissie voor ruimtelijke ordening van 13 september 2005 over het ontwerp van gemeentelijk ruimtelijk structuurplan van Schilde het advies van de bestendige deputatie van 14 juli 2005 integraal wordt opgenomen; dat in dit advies van de gemeentelijke commissie voor ruimtelijke ordening evenwel geen ruimtelijke argumentatie is opgenomen die de opmerkingen uit het advies van de bestendige deputatie verwerpt;’ (...) Deze stelling is ten zeerste betwistbaar. De GECORO nam in haar advies, bovenvermelde over als volgt : X-12.829-7/15 ‘Nederzettingsstructuur In het RSPA is Schilde bindend geselecteerd als een gemeente met een gewoon hoofddorp type III. De kernen Schilde en ’s Gravenwezel worden daarbij aangeduid als woonkern. In een gewoon hoofddorp type III kunnen bijkomende woningen slechts worden gerealiseerd in functie van de opvang van de natuurlijke aangroei. De beoordeling van de woningprogrammatie gebeurt door de provincie op basis van een door de gemeenteraad definitief vastgesteld GRS. Woningprogrammatie (overzichtstabel pp. 58-59, richtinggevend deel, kaart 7) Uit de confrontatie van het aanbod en de behoefte aan woningen in het GRS blijkt dat er een voldoende aanbod is om de natuurlijke aangroei op te vangen. Dit betekent dat de gemeente geen ongeordende woonuitbreidingsgebieden kan aansnijden. De gemeente wenst echter een aantal gebieden te ontwikkelen voor wonen. Conform de provinciale omzendbrief woningprogrammatie dient de gemeente deze te ontwikkelen gebieden elders in de gemeente te compenseren. De gemeente Schilde beoogt de aansnijding van twee woonuitbreidingsgebieden (WUG’
  1. s)voor sociale huisvesting: Moerhoflaan en Moerstraat, samen 12,5 ha (richtinggevend deel, pp. 44-47). Ter compensatie zal de gemeente de binnengebieden Waterstraat 1 (3, 7ha), Schildestrand (3,5
  2. ha)en Hof Ter Linden (6,4
  3. ha)‘bevriezen’ (d.i. reserveren voor een volgende planperiode) (richtinggevend deel, kaart 7). De gemeente zal hiervoor volgende ruimtelijke uitvoeringsplannen opmaken (p. 3, bindende bepalingen) -RUP nr. 9 WUG Moerhoflaan gekoppeld aan compensatiedossier - RUP nr. 10 WUG Moerstraat gekoppeld aan compensatiedossier. De provincie gaat akkoord met de ontwikkeling van beide woonuitbreidingsgebieden. Het ‘specifiek woonproject nr. 9 Moerhoeflaan’ sluit aan bij de kern van Schilde, het specifiek woonproject nr. 10 Moerstraat’ sluit aan bij de kern van ’s Gravenswezel (richtinggevend deel, kaart 6). Aangezien beide gebieden grenzen aan een risicozone voor overstromingen, dient in beide sociale woningbouwprojecten voldoende buffering voor water te worden voorzien. De provincie gaat eveneens akkoord met het bevriezen van de woonparken Waterstraat 1, Schildestrand en Hof ter Linden. Waterstraat 1 sluit aan bij een gemeentelijke kwetsbare zone en kan functioneren als overgangsgebied naar een open ruimte. Schildestrand bevindt zich tussen woonpark en een gemeentelijk verwevingsgebied natuur/landbouw, Hof Ter Linden ligt aan de rand van woonpark en een gemeentelijke kwetsbare zone: beiden zullen fungeren als groene dooradering’ van de gemeente. Woonparken Met betrekking tot het gebied Willecom (1,5
  4. ha)is de provincie van oordeel dat de gemeente vanuit de gewenste ruimtelijke structuur niet aangetoond heeft waarom een uitbreiding van het bestaande woonpark gewenst is. Theoretisch gezien is deze voorgeschiedenis van het gebied (vroeger middels een BPA bestemd als gebied voor kleine landelijke bebouwing) geen argument voor de opmaak van een RUP voor het omvormen van het gebied naar woongebied. Het gebied is immers gelegen naast het Anti-tankkanaal, dat in het RSPA geselecteerd is als natuurverbinding. De provincie kan niet akkoord gaan met deze omzetting van natuurgebied naar woonpark, gezien de aantasting van de natuurverbinding langsheen het anti-tankkanaal. Met de opmaak van RUP nr. 4 ’t Kasteel (p. 3, bindende bepalingen) beoogt de gemeente de realisatie van een woonproject van ca. 4 ha (p. 42, richtinggevend deel). Er wordt hier echter geen grootte-orde gegeven van X-12.829-8/15 het aantal bijkomende woongelegenheden. De provincie wenst dit verduidelijkt te zien. De gemeente wenst een aantal percelen bosgebied aan de Victor Frislei om te zetten naar woonparkgebied (0,9
  5. ha)(p. 43, richtinggevend deel). Ter compensatie voorziet de gemeente de omzetting van 0,9 ha van het woonpark de Zetten naar natuurgebied (RUP nr. 5 Victor Frislei gekoppeld aan compensatiedossier, p. 3, bindende bepalingen). De provincie kan akkoord gaan met de compensatie, maar kent de ruimtelijke onderbouwing van de gemeente voor de ontwikkeling van het gebied niet. De gemeente dient aan te tonen waarom het gebied, op basis van de gewenste ruimtelijke structuur, vanuit ruimtelijk oogpunt aanvaardbaar is om ontwikkeld te worden. Gaat het hier om het invullen van een versnipperd gebied of wordt hier een klein deel van een aaneengesloten bosgebied aangesneden? (O)p de kaart met de zonevreemde gebouwen (kaart 12, informatief deel) valt af te lezen dat langs de Victor Frislei zich heel wat zonevreemde woningen bevinden. Gaat het om reeds bebouwde percelen? Bovendien liggen deze percelen bosgebied naast de vallei van het Klein Schijn, een natuurverbinding en een open ruimte verbinding van provinciaal niveau. De gemeente zelf duidt in haar gewenste natuurlijke structuur de Victor Frisleibossen aan als gemeentelijke kwetsbare zone. Daar komt nog eens bij dat de vier percelen bosgebied gelegen zijn in risicozone voor overstromingen. Indien de gemeente de vier percelen aan de Victor Frislei toch ontwikkelt, dient zij in het RUP voldoende garanties in te bouwen voor het behoud van het boskarakter en de natuurlijke waarde van de percelen en voor de buffering van hemelwater. Ter hoogte van De Zetten is nog ongeveer 34 ha vrijliggend terrein aanwezig met de gewestplanbestemming woonpark (p. 42, richtinggevend deel). De gemeente wenst 15 ha van dit terrein te herbestemmen naar natuurgebied: dit gebied vormt dan de overgang tussen het woonpark en het achterliggende groengebied op grondgebied van Wijnegem (RUP nr. 3 De Zetten gekoppeld aan compensatiedossier). Deze omzetting van 15 ha koppelt de gemeente aan de aansnijding van het gebied Willecom (1,5
  6. ha)en het gebied aan de Victor Frislei (0,9 ha). De resterende 12,6 ha reserveert de gemeente voor de compensatie van andere gebieden die nu nog niet gekend zijn. Het deel van De Zetten dat niet gecompenseerd wordt, wenst de gemeente te ontwikkelen als woonpark (met sterke groene inbreng). De provincie kan akkoord met de gewenste ontwikkeling voor De Zetten. De Zetten is een waardevol groengebied en voor een groot stuk gelegen in risicozone voor overstromingen en is dus zeer geschikt voor compensatie. De 12,6 ha natuurgebied zou kunnen fungeren als compensatie voor de omzetting van de vier zones voor verblijfsrecreatie (Kotsbos, Het Moer, Het Kamp, Putse Heide) naar woongebied. Bij de ontwikkeling van een gedeelte van De Zetten naar woonpark dient wel voldoende rekening te worden gehouden met de waterproblematiek’. (...) - Mbt de opmerkingen in het advies van de minister van ruimtelijke ordening van 18 juli 2005 verwijt de Provincie de GECORO de opmerkingen over de omzetting van Willecom naar woongebied en de opmerkingen over de ontwikkelingsperspectieven voor de vier zones voor weekendverblijven uit het advies van de minister niet te hebben overgenomen (...). Ten deze dient verwezen te worden naar art. 33§ 6 van het decreet ruimtelijke ordening dat de GECORO enkel oplegt op alle adviezen, bezwaren en opmerkingen te bundelen (...) en in het advies het integrale advies van de bestendige deputatie of, bij ontstentenis van een provinciaal ruimtelijk structuurplan, van de Vlaamse regering op te nemen. X-12.829-9/15 Zoals blijkt werd het advies van de bestendige deputatie integraal opgenomen. Doch, ten aanzien van het advies van de minister voorziet het DRO geen verplichtingen tot opname in het advies van de GECORO, noch om hierover enig advies uit te brengen. Dit heeft de GECORO nochtans niet weerhouden om de opmerkingen van de minister wel degelijk onder de aandacht te brengen van de gemeente Schilde. Meer nog, blijken de opmerkingen van de minister en die van de bestendige deputatie gelijkluidend (...). Gelet op het gebrek van rechtsgrond om de opmerkingen van de minister over te nemen in het advies van de GECORO en erover advies uit te brengen zijn de bewering van de bestendige deputatie dan ook niet ernstig. - Mbt de opmerkingen in het advies van de bestendige deputatie van 15 juli 2005 verwijt de Provincie de GECORO dat in haar advies geen ruimtelijke argumentatie is opgenomen die de opmerkingen uit het advies van de bestendige deputatie verwerpt;’ (...) Uit bovenstaande weergave blijkt dat de GECORO de opmerkingen van de bestendige deputatie integraal heeft weergegeven. Er is geen sprake van verwerping van deze opmerkingen in het advies. De provincie toont dan ook niet aan met welke opmerkingen geen rekening werd gehouden of welke opmerkingen zonder ruimtelijke argumentatie werden verworpen. - Bovendien dient de argumentatie niet ruimtelijk te zijn. Ze mag ook sociaal, budgettair of economisch zijn. Art. 19, par. 3 van het decreet ruimtelijke ordening stelt : § 3. Het richtinggevende gedeelte van een ruimtelijk structuurplan is het deel van het ruimtelijk structuurplan waarvan een overheid bij het nemen van beslissingen niet mag afwijken, tenzij omwille van onvoorziene ontwikkelingen van de ruimtelijke behoeften van de verschillende maatschappelijke activiteiten of omwille van dringende sociale, economische of budgettaire redenen. De uitzonderingsgronden voor een afwijking worden uitgebreid gemotiveerd. Ze mogen in geen geval een aanleiding zijn om de duurzame ruimtelijke ontwikkeling, de ruimtelijke draagkracht en de ruimtelijke kwaliteit van welk gebied ook in het gedrang te brengen. De stelling van de Provincie is, zo blijk(
  7. t)uit het administratief dossier, dan ook niet juist. De beslissing van de Provincie is ten aanzien van de schrapping van de Willecom uit het gemeentelijk ruimtelijk structuurplan dan ook in strijd met de beginselen van de materiële motiveringsplicht, art. 33§6 van het decreet van 18 mei 1999 houdende de organisatie van de ruimtelijke ordening en de beginselen van behoorlijk bestuur, in het bijzonder het zorgvuldigheidsbeginsel. Het eerste middel is dan ook gegrond. IV.2. Tweede middel (...) Doordat, de provincie van oordeel is dat de omzetting naar woonpark strijdig zou zijn met de ontwikkelingsperspectieven voor het Anti-tankkanaal uit het Ruimtelijk Structuurplan Provincie Antwerpen : ‘Overwegende dat de opmaak van een gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan voor de omzetting van een beperkt deel van het gebied Willecom van natuurgebied naar woonpark opgenomen is in het richtinggevend gedeelte en in de bindende bepalingen van het gemeentelijk ruimtelijk structuurplan van de gemeente Schilde; Overwegende dat het Anti-tankkanaal in het Ruimtelijk Structuurplan van de Provincie geselecteerd is als een natuurverbinding tussen de bos- en heidegebieden van Kapellen - Kalmthout en de samenvloeiing van de Kleine en Grote Nete; dat het Anti-tankkanaal functioneert als X-12.829-10/15 langgerekte natuurverbinding doorheen belangrijke delen van het bebouwd perifeer landschap; dat het beleid met betrekking tot het Anti-tankkanaal gericht is op het behoud en op de versterking van het ruimtelijk structuurbepalend karakter door onder meer een stevige ecologische samenhang te realiseren; dat de ontwikkeling van het gebied als woongebied in strijd is met de ontwikkelingsperspectieven voor het Anti-tankkanaal uit het Ruimtelijk Structuurplan Provincie Antwerpen;’ (...) Terwijl de materiele motiveringsplicht vereist dat de motieven van de beslissing gebaseerd zijn op een deugdelijke feitenvinding en dat deze afdoende moeten zijn om de beslissing te dragen. En terwijl, de provincie blijkbaar uitgaat van een verkeerde voorstelling van de feitelijke toestand. Zodat, het bestreden besluit dat verkeerdelijk uitgaat van een tegenstrijdigheid van de selectie van het Antitankkanaal als natuurverbinding en het RSPA, niet materieel gemotiveerd is. Bespreking van het middel. De provincie lijkt geen onderscheid te maken tussen het Antitankkanaal zelf en de reservatiestrook voor de uitvoering van de verbreding van het antitankkanaal. Er dient gewezen te worden op het gegeven dat de zone Willecom (1,5
  8. ha)die de gemeente wenst om te zetten van natuurgebied naar woonzone, in vogelvlucht op maar liefst 160 meter verwijderd is van het dichtstbijzijnde punt van de Anti-tankkanaal. Gemeten langs de Noorderlaan bedraagt de afstand tussen de zone Willecom en het Antitankkanaal. zelfs 324 meter. De provincie heeft ten deze geen aandacht besteed aan de feitelijkheden inzake de ruimtelijke afstanden en liggingen. De stelling van de provincie zou maar opgaan indien het antitankkanaal dermate de zone Willecom zou begrenzen dat de omvorming tot woonpark aan het karakter van natuurverbinding zou kunnen raken. De geografische afstand tussen het antitankkanaal en de betreffende zone voorkomt de aantasting van het antitankkanaal als natuurverbinding. De provincie toont alleszins niet aan dat de ontwikkelingsperspectieven voor het Anti-tankkanaal uit het Ruimtelijk Structuurplan Provincie Antwerpen zouden worden aangetast door de omzetting van het gebied Willecom van natuurgebied naar woonpark. Bijgevolg is er geen sprake van een tegenstrijdigheid van de GRS van de gemeente Schilde met de selectie van het Antitankkanaal als natuurverbinding door de provincie in het RSPA. Daarenboven en tot slot, werd nog niet overgegaan tot de daadwerkelijke afbakening van deze natuurverbinding ! Immers, geschiedt dergelijke afbakening in een Ruimtelijk uitvoeringsplan dat op dit ogenblik nog onbestaande is. Gelet op bovenstaande is de bestreden beslissing ten aanzien van de schrapping van de Willecom uit het gemeentelijk ruimtelijk structuurplan in strijd met de materiële motiveringsplicht en de beginselen van behoorlijk bestuur, in het bijzonder het zorgvuldigheidsbeginsel. Het tweede middel is gegrond”. X-12.829-11/15 2.1.2. Beoordeling van het eerste en het tweede middel 2.1.2.1. Artikel 33, § 6 DRO bepaalde ten tijde van het nemen van het bestreden besluit: “De gemeentelijke commissie voor ruimtelijke ordening bundelt en coöördineert alle adviezen, bezwaren en opmerkingen en brengt binnen zestig dagen na het einde van het openbaar onderzoek een gemotiveerd advies uit bij de gemeenteraad. Dit advies bevat het integrale advies van de bestendige deputatie of, bij ontstentenis van een provinciaal ruimtelijk structuurplan, van de Vlaamse regering”. Nu het artikel letterlijk vermeldt dat “alle adviezen” dienen gebundeld en gecoördineerd te worden, kon de deputatie de gemeente Schilde terecht verwijten dat “in het advies van de gemeentelijke commissie voor ruimtelijke ordening (...) opmerkingen (...) uit het advies van de minister niet werden overgenomen”. 2.1.2.2. Evenzeer terecht wordt gesteld dat er “geen ruimtelijke argumentatie is opgenomen die de opmerkingen uit het advies van de minister verwerpt”, alsook dat “geen ruimtelijke argumentatie is opgenomen die de opmerkingen uit het advies van de bestendige deputatie verwerpt”. De deputatie stelde in haar advies dat de voorgeschiedenis van het gebied geen argument is om natuurgebied naar woongebied om te zetten en dat de natuurverbinding die het Anti-tankkanaal is door de omzetting aangetast wordt. De Vlaamse minister van zijn kant wierp op dat eenzelfde omzettingsplan reeds geweigerd is bij de opmaak van een gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan voor Schilde en dat het betrokken gebied deel uitmaakt van een groencorridor langs het Anti-tankkanaal, terwijl “het BPA Willecom voor dit deel reeds vervallen was wegens strijdigheid met het latere gewestplan”. Het college beperkt zich in haar antwoord evenwel tot de niet gestaafde bewering dat “de natuurverbinding langsheen het anti-tankkanaal (...) amper (wordt) aangetast door de herbestemming”, nuanceert de ruimtelijke impact van een woonpark, suggereert dat “kan (...) worden opgelegd dat de tuinen achter de woningen onbebouwd dienen te blijven” en verwijst voor het overige naar de situatie in andere gebieden. Dat “de natuurverbinding (...) veel meer bedreigd (wordt) door de illegale woningen van Loze Visser en Bospad in Schildestrand” doet niets af aan het feit dat natuurgebied aangesneden wordt en is bijgevolg niet ter zake doende. Deze motivering kan niet als een afdoende weerlegging van de X-12.829-12/15 voormelde bezwaren omtrent de inperking van de natuurverbinding beschouwd worden. 2.1.2.3. In het GRS stelt de verzoekende partij dat “het Anti-Tankkanaal (...) een belangrijke verbindingsfunctie voor fauna en flora (vervult)” en dat “het bouwvrij houden van de verbindingsgebieden (...) voorop (staat)”. De verzoekende partij ontkent echter niet dat, door de aanwezigheid van bebouwing aan de overzijde van het Anti-tankkanaal te Willecom, de natuurverbinding na de omzetting van Willecom tot woonpark beperkt zou worden tot de breedte van het kanaal. Vermits de deputatie in haar advies “niet akkoord (kan) gaan met deze omzetting van natuurgebied naar woonpark, gezien de aantasting van de natuurverbinding langsheen het anti-tankkanaal”, diende de verzoekende partij te motiveren waarom zij, anders dan de deputatie, meende dat de natuurverbinding beperkt is tot de oevers van het Anti-tankkanaal, wat zij niet gedaan heeft. Aan die vaststelling wordt geen afbreuk gedaan door de bewering van de verzoekende partij in haar laatste memorie dat zij indertijd een “voorstel van begrenzing” gedaan heeft. 2.1.2.4. De stelling van het college omtrent de “historiek van de eigendommen” is geen op de ruimtelijke ordening steunend argument. Hieromtrent stelt de verzoekende partij in haar verzoekschrift dat volgens artikel 19, §3 DRO ook dringende sociale, economische of budgettaire redenen ingeroepen kunnen worden. Daargelaten de vraag of de bekommernis voor bepaalde eigenaren aangemerkt kan worden als een dringende sociale, economische of budgettaire reden, in de zin van voormeld artikel 19, § 3, dient vastgesteld dat de opmerkingen van het college van burgemeester en schepenen, zoals overgenomen door de gemeenteraad, niet beschouwd kunnen worden als een uitgebreide motivering voor dergelijke uitzonderingsgrond, zoals die door de decretale bepaling uitdrukkelijk wordt geëist. 2.1.2.5. Uit niets blijkt bijgevolg dat de verwerende partij uit zou gaan van verkeerde feitelijkheden, waardoor het bestreden besluit niet zou voldoen aan de materiële motiveringsplicht. De enkele omstandigheid dat de verwerende partij “nog niet (
  9. is)overgegaan tot de daadwerkelijke afbakening van deze natuurverbinding” doet aan die vaststelling niets af. X-12.829-13/15 2.1.2.6. Het eerste en het tweede middel zijn ongegrond. 2.2. Het derde middel 2.2.1. Het aangevoerde derde middel Het derde middel wordt eveneens geput uit de schending van de materiële motiveringsplicht en de beginselen van behoorlijk bestuur, in het bijzonder het zorgvuldigheidsbeginsel. 2.2.2. Beoordeling van het derde middel Het derde middel bekritiseert de overweging in het bestreden besluit met betrekking tot het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringplan “Schrappen van reservatiestrook voor Duwvaartkanaal”. Gelet op de motieven die in het eerste en het tweede middel werden bekritiseerd, is het derde middel gericht op een overtollig motief van het bestreden besluit. Kritiek op een dergelijk motief kan niet leiden tot de vernietiging van het bestreden besluit. Het derde middel wordt verworpen. OM DIE REDENEN BESLIST DE RAAD VAN STATE : Artikel 1. Het beroep wordt verworpen. Artikel 2. De kosten van het beroep, bepaald op 175 euro, komen ten laste van de verzoekende partij. X-12.829-14/15 Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op vijftien juni 2009, door de Xe kamer, die was samengesteld uit : de HH. R. STEVENS, kamervoorzitter, J. CLEMENT, staatsraad, S. DE TAEYE, staatsraad, Mevr. G. SCHEVENEELS, griffier. De griffier, De voorzitter, G. SCHEVENEELS. R. STEVENS. X-12.829-15/15 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.194.214 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.