id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 18 juni 2009 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.194.337 Rolnummer: A. 157677/XII-4318 Zaak: Arrest 194337 - Overheidsopdrachten - 18/06/2009 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2009-06-29 Raadplegingen: 59 - laatst gezien 2026-06-30 03:17 Fiche Arrest nr 194.337 van 18 juni 2009 Overheidsopdrachten en openbare werken - Overheidsopdrachten Beslissing : Vernietiging Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 194.337 van 18 juni 2009 in de zaak A. 157.677/XII-
- In zake :
- de NV FRANKI CONSTRUCT,
- de NV WILLEMEN GENERAL CONTRACTOR,
- de NV STRABAG BELGIUM, die woonplaats kiezen bij advocaten C. De Wolf en J. Timmermans, kantoor houdende te Maarkedal, Etikhovestraat 6 tegen : de NMBS HOLDING, naamloze vennootschap van publiek recht, die woonplaats kiest bij advocaat D. D’Hooghe, kantoor houdende te Brussel, Loksumstraat
- --------------------------------------------------------------------------------------------------- D E R A A D V A N S T A T E, XIIe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat de nv Franki Construct, de nv Willemen General Contractor en de nv Strabag Belgium op 22 november 2004 hebben ingediend om de nietigverklaring te vorderen van “de beslissing van onbekende datum van verwerende partij om de opdracht ‘Brugge-Sint-Michiels: Bouwen van kantoren, ondergrondse parking, fietsenstalling en stationsingang, vernieuwen van perrons, sporen en onderdoorgang. Bestek nr. 43/04/3/02/25: Aanbesteding A1: Gesloten ruwbouw BSM00 en afwerking BSM02’ te gunnen aan [de tijdelijke handelsvennootschap De Meyer -CEI - Interbuild]”; Gezien de memories van antwoord en van wederantwoord; Gezien het verslag opgesteld door eerste auditeur J. Stevens; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen en gezien de laatste memories; Gelet op de beschikking van 17 november 2008 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 16 december 2008; XII-4318-1/12 Gehoord het verslag van kamervoorzitter D. Verbiest; Gehoord de opmerkingen van advocaat J. Timmermans, die verschijnt voor verzoekende partijen, en van advocaat L. De Vuyst, die loco advocaat D. D’Hooghe verschijnt voor verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van eerste auditeur J. Stevens; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, OVERWEEGT WAT VOLGT : De gegevens van de zaak
- Verwerende partij schrijft een overheidsopdracht uit voor aanneming van werken aan het station Brugge Sint Michiels. De opdracht wordt bekendgemaakt in het Publicatieblad van de Europese Unie van 20 januari 2004 en in het Bulletin der Aanbestedingen van 23 januari
- In de aankondiging worden de werken als volgt omschreven: “Bouwwerkzaamheden gesloten ruwbouw van een ondergrondse parking, een fietsenstalling, een stationshall, kantoren, vernieuwen van perrons en luifels, verbreden onderdoorgang + afwerking van de perrons en luifels, en van de onderdoorgang”. De gekozen gunningswijze is de onderhandelings-procedure. In het bestek is sprake van onderhandelingsprocedure met (Europese) bekendmaking.
- Het bestek bepaalt de gunningscriteria als volgt : “De aanbestedende overheid zal een keuze maken voor de economisch meest voordelige offerte, rekening houdend met * de prijs, * de uitvoeringstermijn en de voorgestelde planning”. Voorts bevat het bestek nog de volgende bepaling inzake het al dan niet toegelaten zijn van varianten : “Artikel 101 Opgelegde varianten: voor onderhavige aanneming worden geen varianten opgelegd. XII-4318-2/12 Toegestane varianten: de NMBS staat bij offerte geen varianten toe”. Tenslotte wordt in het bestek inzake de uitvoering van de werken nog gesteld (“Hoofdstuk II - Bijzondere bepalingen”, blz. 75) : “Vrije doorgang voor de reizigers ter hoogte van de reizigersonderdoorgang Over de ganse werfzone, maar specifiek ter hoogte van de zone onder de sporen (ter plaatse van de bestaande reizigersonderdoorgang) dient er continu een vrije doorgang gegarandeerd te worden, van minimum 5.5 m breedte. [...] - Ter hoogte van de reizigersonderdoorgang onder de sporen door, dient de voorgestelde uitvoeringswijze een continue vrije doorgang van minimum 5.5 m te garanderen (er dient rekening mee gehouden te worden, dat er ruimte zal gevraagd worden voor publiciteit en andere affiches, buiten deze vrije doorgang van minimum 5,5m breed). [...] In de reizigersonderdoorgang moeten alle werken (ruwbouw en afwerking) ter hoogte van de (rol)trappen uitgevoerd worden in combinatie met de buitendienststelling van het bijhorende volledig perroneiland”.
- De uiterlijke datum voor het indienen van kandidaturen is 9 februari
- Bij schrijven van 18 februari 2004 worden de geselecteerde kandidaten uitgenodigd om een offerte in te dienen. De inschrijvingen worden geopend op 20 april
- Zes ondernemingen, waaronder verzoekende partijen, hebben een offerte ingediend. De kandidaten met de twee duurste offertes worden niet uitgenodigd voor de onderhandelingen. Op 11 juni 2004 schrijft verwerende partij aan de vier overblijvende inschrijvers dat zij de ontvangst van gegevens afsluit en dat “de beslissing tot gunning zal worden genomen op basis van alle tot op heden bij [haar] bekende gegevens”. XII-4318-3/12
- Op 7 juli 2004 wordt een ambtelijke nota opgemaakt. Deze luidt onder meer als volgt : “Zowel de THV De Meyer - CEI - Interbuild als de THV Strabag - Willemen- Franki dienden een variante uitvoeringswijze (meer bepaald de toepassing van een tijdelijke brugconstructie voor de reizigers) in. Beide voorstellen werden afgewezen gezien het art. 101 van het bestek het indienen van ‘varianten bij offerte’ verbiedt. [...] Overzicht na onderhandeling, prijsaanpassing en kortingen: Bedrag Einde der werken THV Strabag-Willemen-Franki i 52.736.511,08 Januari 2010 THV De Meyer - CEI - Interbuild i 52.836.745,16 April 2008 NV J. De Nul i 54.105.097,97 Januari 2010 THV MBG - AB - Besix - Vanhout i 54.260.478,43 September 2008 Volgens dit laatste overzicht heeft de THV Strabag - Willemen - Franki de laagste regelmatige offerte ingediend. De prijs is echter niet het enige gunningscriterium voor deze opdracht. Naast de prijs voorziet het bestek in nog een tweede gelijkwaardig gunningscriterium, zijnde de uitvoeringstermijn en de planning. De THV De Meyer - CEI - Interbuild biedt een beduidend kortere uitvoeringstermijn aan dan de THV Strabag - Willemen - Franki. Gezien de gunstige invloed van de uitvoeringstermijn op: - de personeelskosten voor de NMBS (zoals toezicht op de werf, administratie, ...), - het vroeger rendabel maken van de investering, - het comfort van de reiziger, - de regelmaat van het treinverkeer, - de kosten uitsluitend gerelateerd aan de uitvoeringstermijn (vb. veiligheidscoördinatie), - ... menen wij dat het financiële voordeel van i 100.234,08 (offerte THV Strabag - Willemen - Franki) niet opweegt tegen de 20 maanden kortere uitvoerings- termijn (offerte THV De Meyer - CEI - Interbuild). De economisch voordeligste offerte werd ingediend door de THV De Meyer - CEI - Interbuild voor een bedrag van i 52.836.745,16 met een uitvoerings- termijn van augustus 2004 tot april
- De offerte beantwoordt volledig aan de voorschriften van het bestek”. XII-4318-4/12 De raad van bestuur van verwerende partij beslist op 27 augustus 2004 om de opdracht toe te wijzen aan de tijdelijke handelsvennootschap (hierna : thv) De Meyer - CEI - Interbuild. Dit is de bestreden beslissing. Bij brief van 22 september 2004 brengt verwerende partij de thv De Meyer -CEI - Interbuild op de hoogte van de goedkeuring van haar offerte. Op 23 september 2004 deelt verwerende partij aan verzoekende partijen mee dat hun offerte “niet weerhouden werd”. Met een aangetekend schrijven van 27 september 2004 vragen verzoekende partijen “om in kennis gesteld te worden van de gemotiveerde beslissing”. Bij brief van 5 oktober 2004 stuurt verwerende partij aan verzoekende partijen een kopie van het gunningsverslag “waarin het verloop van de procedure wordt beschreven en de toewijzingsbeslissing wordt gemotiveerd”. De gegrondheid van het beroep Stellingen van de partijen
- In een eerste middel werpen verzoekende partijen de schending op van “de beginselen van behoorlijk bestuur, inzonderheid het gelijkheidsbeginsel”. Zij betogen daartoe in de eerste plaats dat een aanbestedende overheid die beslist om een opdracht te gunnen via een onderhandelingsprocedure de verplichting heeft om bij de gunning de beginselen van behoorlijk bestuur, “inzonderheid het gelijkheidsbeginsel”, na te leven. De discretionaire bevoegdheid waarover de aanbestedende overheid beschikt in het kader van dergelijke procedure “mag immers onder geen beding willekeurig worden uitgeoefend”. Verzoekende partijen wijzen er vervolgens op dat het bestek vereist dat er gedurende de werken een vrije doorgang voor de reizigers wordt gegarandeerd, “specifiek ter hoogte van de zone onder de sporen (ter plaatse van de bestaande reizigersonderdoorgang)” en dat zij tijdens de onderhandelingen een XII-4318-5/12 alternatief voorstel hebben gedaan om de vrije doorgang te vrijwaren, namelijk “een passerelle over de perrons en de sporen, die de toegang voor de reizigers tot de perrons garandeert”. Het gebruik van een “voorlopige brugconstructie” zou dan resulteren in “een significant kortere uitvoeringstermijn” -tot 21 december 2007-, vermits zo tijdens de werken het gebruik van de onderdoorgang door de reizigers kon worden vermeden. Vervolgens brengen verzoekende partijen in herinnering dat in het gunningsverslag werd vastgesteld dat zowel zij als de thv De Meyer - CEI - Interbuild een “variante uitvoeringswijze” indienden, “meer bepaald de toepassing van een tijdelijke brugconstructie”, doch dat in het gunningsverslag werd beslist om deze uitvoeringswijzen af te wijzen gezien het bestek het indienen van varianten verbiedt. Verzoekende partijen doen vervolgens gelden dat zij op informele wijze hebben vernomen dat de thv De Meyer - CEI - Interbuild “slechts een offerte indiende waarbij de doorgang voor de reizigers werd gegarandeerd door middel van een tijdelijke brugconstructie”. Verzoekende partijen stellen dat de thv De Meyer - CEI - Interbuild bijgevolg, in tegenstelling tot zijzelf, geen offerte heeft ingediend “waarbij, conform de bepalingen van het bestek, vrije doorgang voor de reizigers werd verzekerd via de reizigersonderdoorgang”. Verzoekende partijen betogen ten slotte : “indien het administratief dossier bevestigt dat [de thv De Meyer - CEI - Interbuild] in hun offerte slechts een tijdelijke brugconstructie voorzagen voor het verzekeren van de doorgang voor de reizigers naar de perrons, dan heeft verwerende partij bij de beoordeling van de offertes kennelijk het gelijkheidsbeginsel geschonden”. Voorts stellen verzoekende partijen nog dat de offerte van de thv De Meyer - CEI - Interbuild als absoluut onregelmatig uit de gunningsprocedure diende te worden geweerd, aangezien geen besteksconforme uitvoering van de opdracht werd voorgesteld.
- Verwerende partij werpt in haar memorie van antwoord in de eerste plaats een exceptie op aangaande de duidelijkheid van het middel. Volgens haar “wordt immers niet duidelijk aangegeven waarom precies er enige schending zou zijn van de beginselen van behoorlijk bestuur, inzonderheid het gelijkheids- beginsel”. XII-4318-6/12 Ten gronde betoogt verwerende partij dat de offerte van de thv De Meyer - CEI - Interbuild een prijslijst bevatte “waarin volledig conform bestek prijs gegeven werd. Die prijs had ook betrekking op posten die eventueel zouden vervallen of verminderen indien een beroep zou worden gedaan op een alternatieve brugconstructie over de sporen en perrons”. Verwerende partij erkent dat de offerte ook “een aangepaste uitvoeringsmethode” met een tijdelijke brugconstructie bevat, doch zij stelt dat “tijdens de eerste vergadering dd. 14/05/04 met de leden van deze THV werd door de NMBS duidelijkheid gevraagd hieromtrent en werden bedenkingen geuit m.b.t. deze brugconstructie”, zodat “tijdens de volgende vergadering dd. 28/05/04 [...] de THV een uitvoeringsmethode [voorstelde] met reizigerstoegang via de bestaande onderdoorgang, voor dezelfde prijs en binnen dezelfde uitvoerings-termijn”. Volgens verwerende partij werd tijdens de verdere onderhandelingen “enkel nog dit tweede voorstel besproken”.
- In hun memorie van wederantwoord repliceren verzoekende partijen onder meer als volgt : “Verwerende partij behield de offerte van de THV De Meyer - CEI - Interbuild die enkel een verboden variant tot voorwerp had, in de gunningsprocedure, terwijl zij de alternatieve uitvoeringswijze van verzoekende partijen, waarin eveneens een beroep werd gedaan op een tijdelijke brugconstructie, niet in overweging nam. [...] [O]p straffe van schending van het gelijkheidsbeginsel kan [...] niet aanvaard worden dat verwerende partij, enerzijds, de door verzoekende partijen voorgestelde alternatieve uitvoeringswijze afwees, terwijl zij, anderzijds, de offerte van de THV De Meyer - CEI - Interbuild die enkel de verboden variant tot voorwerp had, in de gunningsprocedure behield. [...] Het is [...] onbegrijpelijk dat verwerende partij meent te kunnen beweren dat de THV De Meyer - CEI - Interbuild een besteksconforme offerte indiende, terwijl zij zelf aangeeft dat voormelde THV slechts ter gelegenheid van een vergadering op 28 mei 2004 een uitvoeringswijze met reizigerstoegang via de bestaande onderdoorgang voorstelde. [...] Dat de THV De Meyer - CEI - Interbuild geenszins een met de bepalingen van het bestek conforme offerte indiende, doch slechts een uitvoeringsmethode voorstelde waarbij de toegang voor de reizigers tot de perrons verzekerd werd door middel van een tijdelijke brugconstructie, blijkt bovendien onbetwistbaar uit de stukken van het administratief dossier. XII-4318-7/12 Zo blijkt uit de offerte van de THV De Meyer - CEI - Interbuild [...] reeds overduidelijk dat deze THV slechts een uitvoeringswijze met een voorlopige brugconstructie voorstelde, waarbij zij de prijs van deze brugconstructie onbetwistbaar verrekende in haar aannemingsprijs. In hoofde van de THV De Meyer - CEI - Interbuild kan m.a.w. geenszins sprake zijn van een met het bestek conforme offerte, waarbij [...] bepaalde posten van de samenvattende opmetingsstaat zouden vervallen of verminderen, indien een beroep zou worden gedaan op de bewuste alternatieve uitvoeringswijze met brugconstructie. Vooreerst dient immers vastgesteld te worden dat nergens in de offerte van de THV De Meyer - CEI - Interbuild in het algemeen en in de bijgevoegde samenvattende opmetingsstaat in het bijzonder gewag wordt gemaakt van posten die zouden vervallen of verminderen, indien een beroep wordt gedaan op de bewust alternatieve uitvoeringswijze met brugconstructie. Dit wekt ook geenszins verwondering op, aangezien uit de offerte van de THV De Meyer - CEI - Interbuild overigens overduidelijk blijkt dat de uitvoering met voorlopige brugconstructie ab initio, als enige uitvoeringswijze, in de offerte van de THV begrepen was en deze brugconstructie bovendien onbetwistbaar verrekend was in de aannemingsprijs van de THV. Immers, de ‘Toelichtingsnota planning’, opgenomen in de offerte van de THV De Meyer - CEI - Interbuild, stelt overduidelijk : ‘Als bijlage vindt u de algemene uitvoeringsplanning voor zowel de werken onder en naast de sporen als de werken voor de gebouwencomplexen. Hierbij dient opgemerkt dat de uitvoeringsperiode van de werken onder en naast de sporen gevoelig ingekort werd. Dit is het gevolg van een aangepaste uitvoeringsmethode die voorziet in het bouwen van een tijdelijke toegang tot de perrons via een brugconstructie met toegangstrappen tot de perrons en dit tijdens de volledige duur der werken’”. Vervolgens wijzen verzoekende partijen aldus op de volgende elementen in de offerte van de thv De Meyer - CEI - Interbuild die aantonen dat deze offerte wel degelijk als uitgangspunt in een tijdelijke brugconstructie voorzag : “Punt B, ‘Specifieke preventiemaatregelen’, van de bijlage 5, ‘Veiligheids- en gezondheidsplan + prijsberekening’, [...] laat evenmin weinig aan de verbeelding over : ‘
- SBS02: Brugkonstruktie over de sporen 10 tot en met 1bis DY met inbegrip van de toegangen tot de perrons 10/9, 8/7, 6/5, 4/3 en 2/1 [...]
- SBS02: Afbraak en bouw nieuwe reizigersonderdoorgang [...]’”. XII-4318-8/12 Voorts werpen verzoekende partijen nog op dat de thv De Meyer - CEI - Interbuild blijkbaar de kosten voor de realisatie van de brugconstructie heeft onderbracht in de posten van de samenvattende opmetingsstaat met betrekking tot de aanvoer en de verwijdering van de werfinrichting en deze 1.192.330,60 euro duurder uitvallen dan in de offerte van de verzoekende partijen. Zij stellen : “Nog afgezien van het feit dat de THV De Meyer - CEI - Interbuild, door de kennelijk onterechte kwalificatie van de voorlopige brugconstructie als een uitzonderlijke beschermingsmaatregel, deze brugconstructie heeft verrekend in posten van de samenvattende opmetingsstaat die hiertoe geenszins bestemd waren, [...], is het onbetwistbaar dat geenszins kan aangenomen worden dat de THV De Meyer - CEI - Interbuild een met het bestek conforme offerte indiende, waarbij deze offerte daarnaast ‘ook’ betrekking had op een alternatieve uitvoeringswijze met een voorlopige brugconstructie”. Verzoekende partijen betogen nog het volgende : “Met betrekking tot de offerte van de THV De Meyer - CEI - Interbuild dient tenslotte nog opgemerkt te worden dat ook de bij deze offerte gevoegde uitvoeringsplanning uitdrukkelijk bevestigt dat de offerte van de THV De Meyer - CEI - Interbuild slechts betrekking had op een uitvoeringswijze, waarbij de toegang voor de reizigers tot de perrons werd verzekerd door middel van een voorlopige brugconstructie. Voormelde uitvoeringsplanning vermeldt immers met betrekking tot de montage van de voorlopige bruggenconstructie volgende planning : ‘Lijn 1090 montage voorlopige brug over sporen met inbegrip van trappen : 1/9/04 - 22/11/04’; en met betrekking tot de demontage van de voorlopige brugconstructie : ‘Lijn 1590 demontage voorlopige brug : 29/8/07 - 9/10/07’”.
- In haar laatste memorie herhaalt verwerende partij haar eerder uiteengezette standpunt dat de tijdelijke brugconstructie “een soort alternatieve oplossing” uitmaakt, doch dat de thv De Meyer - CEI - Interbuild “volledig conform het bestek een prijs voor het uitvoeren van de desbetreffende overheidsopdracht [heeft] gegeven”. Zij stelt : “de omstandigheid dat de aanvankelijk ingediende offerte melding maakte van een alternatieve uitvoeringsfaciliteit via het voorzien van een tijdelijke brugconstructie, was op zich dan ook geen reden om de inschrijving te weren”. XII-4318-9/12 Verwerende partij wijst vervolgens op het feit dat de kwestieuze opdracht werd gegund via een onderhandelingsprocedure, dewelke “wordt gekenmerkt door flexibiliteit”, die evenwel - ook volgens haar - “wordt begrensd door de naleving van het gelijkheidsbeginsel”. Inzake de “flexibiliteit” brengt zij in herinnering dat “onder meer de dwingende regels inzake de (on)regelmatigheid van de offerte en het bijhorend weren van de betrokken inschrijver niet van toepassing [zijn]” op onderhandelingsprocedures, vermits “de relevante bepalingen van onder meer artikel 98 van het Koninklijk Besluit van 10 januari 1996 betreffende de overheidsopdrachten voor aanneming van werken, leveringen en diensten in de sectoren water, energie, vervoer en postdiensten [...] deel [uitmaken] van een titel die geen betrekking heeft op de onderhandelingsprocedure en in casu dus niet dienen nageleefd te worden”. Wat betreft “de naleving van het gelijkheidsbeginsel” werpt verwerende partij op: “er valt niet in te zien waarom er in casu sprake was van een ongelijke behandeling van de kandidaten” vermits “zowel verzoekende partijen als de uiteindelijk gekozen inschrijver twee alternatieve voorstellen hebben ingediend”, doch “verzoekende partijen waren daarbij evenwel handiger, door hun alternatief voorstel af te scheiden van de basisofferte, zodat het formeel gemakkelijker was om deze (evenzeer) niet-besteksconforme oplossing te weren zonder hun basisofferte aan te tasten”. Zij stelt tenslotte dat “de NMBS wel degelijk [kon] beslissen om beide kandidaten uit te nodigen voor verdere onderhandelingen, met dien verstande dat zij beiden - op gelijke wijze - enkel mochten verdergaan met een voorstel dat uitging van de oplossing van de onderdoorgang”. Beoordeling
- In het auditoraatsverslag wordt de door verwerende partij opgeworpen exceptie betreffende de duidelijkheid van het middel verworpen. Verwerende partij komt in haar laatste memorie niet terug op de exceptie. Dienvolgens mag zij worden geacht de exceptie niet langer te handhaven.
- Ten gronde dient te worden vastgesteld dat de bepalingen van het bestek betreffende de uitvoering van de werken duidelijk zijn: de vrije doorgang voor de reizigers diende te worden gegarandeerd door gebruik van de bestaande “reizigersonderdoorgang”. Voorts bepaalt het bestek uitdrukkelijk dat varianten niet zijn toegelaten in de onderhavige opdracht. Deze beide vaststellingen worden door verwerende partij niet ontkend. XII-4318-10/12 Uit het administratief dossier en uit de argumenten die door verzoekende partijen worden opgeworpen blijkt onbetwistbaar dat de -enige- offerte van de thv De Meyer - CEI - Interbuild in eerste instantie in een van het bestek afwijkende uitvoeringswijze met tijdelijke brugconstructie voorzag. Verwerende partij kan niet worden gevolgd waar zij stelt dat het om een subsidiaire uitvoeringswijze gaat, die ondergeschikt is aan een basisuitvoering waarbij toch gebruik zou worden gemaakt van de bestaande reizigersonderdoorgang. Zoals verzoekende partijen op overtuigende wijze aantonen bevat de offerte van de thv De Meyer - CEI - Interbuild immers nergens enige andere aanwijzing dat de uitvoering door middel van een tijdelijke brugconstructie slechts in ondergeschikte orde werd voorgesteld. Bovendien erkent verwerende partij in haar memories zelf dat de thv De Meyer - CEI - Interbuild pas tijdens een tweede vergadering met verwerende partij op 28 mei 2004 “een uitvoeringsmethode [voorstelde] met reizigerstoegang via de bestaande onderdoorgang voor dezelfde prijs en binnen dezelfde uitvoeringstermijn”, en dit pas nadat verwerende partij tijdens een eerste vergadering op 14 mei 2004 “bedenkingen” had geuit over het gebruik van een tijdelijke brugconstructie. Verwerende partij wijst terecht op het flexibele karakter van de te dezen gebruikte onderhandelingsprocedure. Zij wijst eveneens terecht op het feit dat deze flexibiliteit evenwel wordt beperkt door de toepassing van het te dezen door de verzoekende partijen geschonden geachte gelijkheidsbeginsel. Doordat verwerende partij de offerte van de thv De Meyer - CEI - Interbuild - die aanvankelijk enkel een niet-bestekconforme uitvoering van de opdracht bevatte - heeft toegelaten tot de onderhandelingen, en de gelijkaardige variante voorgesteld door verzoekende partijen niet, heeft zij het ingeroepen gelijkheidsbeginsel miskend, nu zij gelijkaardige offertes niet gelijk behandelde. Aldus was een objectieve vergelijking van de offerte van de thv De Meyer - CEI - Interbuild met de andere ingediende offertes, die wel van bij de aanvang van de onderhandelingen in overeenstemming waren met het bestek, niet meer mogelijk. Het argument van verwerende partij dat de thv De Meyer - CEI - Interbuild tijdens de onderhandelingen zou zijn overgestapt naar een besteksconforme aanbieding, doet aan deze vaststellingen geen afbreuk. Het eerste middel is gegrond. XII-4318-11/12 OM DIE REDENEN BESLIST DE RAAD VAN STATE : Artikel
- Vernietigd wordt de beslissing van 27 augustus 2004 van de raad van bestuur van de NMBS-Holding om de overheidsopdracht “Brugge-Sint- Michiels: Bouwen van kantoren, ondergrondse parking, fietsenstalling en stations- ingang, vernieuwen van perrons, sporen en onderdoorgang. Bestek nr. 43/04/3/02/25: Aanbesteding A1: Gesloten ruwbouw BSM00 en afwerking BSM02” toe te wijzen aan de tijdelijke handelsvennootschap De Meyer - CEI - Interbuild, voor het bedrag van 52.860.745,16 euro. Artikel
- De kosten van het beroep tot nietigverklaring, bepaald op 525 euro, komen ten laste van verwerende partij. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op achttien juni 2009, door de XIIe kamer, die was samengesteld uit : de HH. D. VERBIEST, kamervoorzitter, J. LUST, staatsraad, G. VAN HAEGENDOREN, staatsraad, Mevr. S. DOMS, griffier. De griffier, De voorzitter, S. DOMS. D. VERBIEST. XII-4318-12/12 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.194.337 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.