id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 18 juni 2009 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.194.348 Rolnummer: A. 178232/VII-36737 Zaak: Arrest 194348 - Artsen, geneesheren-specialisten en dierenartsen - 18/06/2009 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2009-06-24 Raadplegingen: 60 - laatst gezien 2026-06-30 03:17 Fiche Arrest nr 194.348 van 18 juni 2009 Sociale zaken en volksgezondheid - Artsen, geneesheren-specialisten en dierenartsen Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 194.348 van 18 juni 2009 in de zaak A. 178.232/VII-36.
- In zake :
- Louis JANSSENS,
- Peter DOUBEL,
- Gert MEEUS, die woonplaats kiezen bij advocaat F. DEWALLENS, kantoor houdende te LEUVEN, Bondgenotenlaan 138 tegen : de Vlaamse Gemeenschap, vertegenwoordigd door de Vlaamse regering, die woonplaats kiest bij advocaat B. STAELENS, kantoor houdende te BRUGGE, Stockhouderskasteel, Gerard Davidstraat 46, bus
- tussenkomende partij :
- de VZW WERKEN GLORIEUX,
- de VZW ONZE LIEVE VROUW VAN LOURDES ZIEKENHUIS WAREGEM, die woonplaats kiezen bij advocaten S. CALLENS en F. VAN DER MAUTEN, kantoor houdende te BRUSSEL, Tervurenlaan
- --------------------------------------------------------------------------------------------------- D E R A A D V A N S T A T E, VIIe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat Louis JANSSENS, Peter DOUBEL en Gert MEEUS op 3 november 2006 hebben ingediend om de vernietiging te vorderen van de beslissing van de Vlaamse minister van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin van 24 okober 2005 houdende de erkenning van het Algemeen Ziekenhuis Zusters van Barmhartigheid te Ronse als moedercentrum van een dienst voor collectieve autodialyse in het Onze-Lieve-Vrouw van Lourdes ziekenhuis te Waregem; VII-36.737-1/6 Gezien de verzoekschriften tot tussenkomst van 21 december 2006 ingediend door de VZW WERKEN GLORIEUX en de VZW ONZE LIEVE VROUW VAN LOURDES ZIEKENHUIS WAREGEM; Gelet op de beschikking van 5 januari 2007 die de tussenkomst van de VZW WERKEN GLORIEUX en de VZW ONZE LIEVE VROUW VAN LOURDES ZIEKENHUIS WAREGEM toelaat; Gezien de regelmatig gewisselde memories van antwoord en van wederantwoord; Gezien het verslag opgemaakt door eerste auditeur J. STEVENS; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan de partijen en gezien de regelmatig gewisselde laatste memories; Gelet op de beschikking van 29 april 2009 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 4 juni 2009; Gehoord het verslag van staatsraad E. BREWAEYS; Gehoord de opmerkingen van advocaat A. DIERICKX die, loco advocaat F. DEWALLENS verschijnt voor verzoekers, van advocaat B. STAELENS, die verschijnt voor de verwerende partij, en van advocaat K. CIERKENS die, loco advocaat S. CALLENS verschijnt voor de tussenkomende partijen; Gehoord het eensluidend advies van eerste auditeur P. SOURBRON; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; VII-36.737-2/6 OVERWEEGT WAT VOLGT:
- De feiten 1.
- Verzoekers zijn geneesheren-specialist in de nefrologie, en als ziekenhuisgeneesheer verbonden aan het Algemeen Ziekenhuis Groeninge te Kortrijk. 1.
- Met een brief van 20 juli 2005 dient de eerste tussenkomende partij bij de verwerende partij een aanvraag in tot oprichting van een dienst voor collectieve autodialyse in het ziekenhuis van de tweede tussenkomende partij. Deze aanvraag kadert in de toepassing van het koninklijk besluit van 1 maart 1999 houdende omschrijving van de voorwaarden waaronder mag afgeweken worden van de blokkering van het aantal diensten voor collectieve autodialyse. Om als centrum voor de behandeling van chronische nierinsufficiëntie erkend te worden, moeten de diensten die van het centrum deel uitmaken, voldoen aan normen vervat in de bijlage bij het koninklijk besluit van 27 november 1996 houdende vaststelling van de normen waaraan de centra voor de behandeling van chronische nierinsufficiëntie moeten voldoen om te worden erkend als medisch-technische dienst in de zin van artikel 44 van de wet op de ziekenhuizen, gecoördineerd op 7 augustus
- 1.
- Met een brief van 24 oktober 2005 deelt de verwerende partij aan de eerste tussenkomende partij onder meer mee dat een dienst voor collectieve autodialyse kan worden opgericht in het ziekenhuis van de tweede tussenkomende partij. Dit is de bestreden beslissing.
- De ontvankelijkheid Standpunten van de partijen 2.
- In verband met hun belang zetten verzoekers uiteen dat het Algemeen Ziekenhuis Groeninge te Kortrijk, waaraan zij als ziekenhuisgeneesheren verbonden zijn, had moeten worden aangeduid als het moedercentrum voor collectieve autodialyse in het ziekenhuis van de tweede tussenkomende partij. VII-36.737-3/6 Door een samenwerking te erkennen van dit ziekenhuis met het ziekenhuis van de eerste tussenkomende partij, in plaats van met het Algemeen Ziekenhuis Groeninge te Kortrijk, kan dit laatste ziekenhuis volgens hen niet meer als moedercentrum voor collectieve autodialyse worden erkend, en wordt hen de mogelijkheid ontnomen "hun professionele activiteiten uit te bouwen in de vorm van moedercentrum van de CAD" in het ziekenhuis van de tweede tussenkomende partij. Bovendien zouden zij een aanzienlijk aantal nierdialysepatiënten verliezen. 2.
- In haar memorie van antwoord werpt de verwerende partij als exceptie op dat niet verzoekers, maar enkel het ziekenhuis waaraan zij verbonden zijn, kunnen fungeren als moedercentrum voor collectieve autodialyse. 2.
- De tussenkomende partijen stellen in hun memories dat verzoekers niet aantonen dat de bestreden beslissing hen een effectief nadeel toebrengt en vechten verder het persoonlijk karakter van het belang aan, doordat de bestreden beslissing volgens hen voor verzoekers geen rechtsgevolgen heeft. 2.
- In hun memorie van wederantwoord betogen verzoekers dat zij door de bestreden beslissing wel degelijk een "persoonlijk, rechtstreeks, zeker, actueel en wettig nadeel lijden". Wat het "persoonlijk" karakter van het belang betreft, wijzen zij er op dat de bestreden beslissing hen "persoonlijk en materieel" raakt, zodat wel degelijk sprake is van een "geïndividualiseerde" rechtsverhouding. Zij zien het direct en persoonlijk voordeel van een nietigverklaring onder meer in het ongestoord verder doen verlopen van hun samenwerking met het Onze-Lieve- Vrouw van Lourdes ziekenhuis te Waregem. 2.
- In hun laatste memorie voegen verzoekers nog toe dat zij niet de toelating beogen om een centrum voor autodialyse op te richten, maar wel het herstel van de "status quo ante", waardoor zij opnieuw zouden kunnen samenwerken met het Onze-Lieve-Vrouw van Lourdes ziekenhuis te Waregem. Beoordeling 2.
- De bestreden beslissing verleent aan het Algemeen Ziekenhuis Zusters van Barmhartigheid te Ronse een toelating tot oprichting van een dienst voor collectieve autodialyse in het Onze-Lieve-Vrouw van Lourdes ziekenhuis, gelegen aan de Vijfseweg 150 te Waregem. VII-36.737-4/6 Als ziekenhuisgeneesheer kunnen verzoekers geen toelating verkrijgen om een dergelijk centrum op te richten. Verzoekers kunnen niet bij plaatsvervanging opkomen voor de belangen van het ziekenhuis waarin zij werkzaam zijn. Verzoekers tonen niet aan welk voordeel zij persoonlijk kunnen halen uit een gebeurlijke nietigverklaring van de bestreden beslissing. Om hun belang bij de nietigverklaring van een administratieve rechtshandeling aan te tonen, volstaat het te dezen niet het herstel van de aan de bestreden beslissing voorafgaande toestand op zich na te streven. De vordering is niet ontvankelijk, OM DIE REDENEN BESLIST DE RAAD VAN STATE: Artikel
- Het beroep wordt verworpen. Artikel
- De kosten van het beroep, bepaald op 525 euro, komen ten laste van verzoekers, ieder voor een derde. De kosten van de tussenkomsten, bepaald op 250 euro, komen ten laste van de tussenkomende partijen, ieder voor de helft. VII-36.737-5/6 Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op achttien juni tweeduizend en negen, door de VIIe kamer, die was samengesteld uit : de HH. L. HELLIN, kamervoorzitter, A. VANDENDRIESSCHE, staatsraad, E. BREWAEYS, staatsraad, D. DECOCK, griffier. De griffier, De voorzitter, D. DECOCK. L. HELLIN. VII-36.737-6/6 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.194.348 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div