← België

Arrest 194400 - Onteigeningen - 18/06/2009

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 18 juni 2009 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.194.400 Rolnummer: A. 173207/X-12837 Zaak: Arrest 194400 - Onteigeningen - 18/06/2009 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2009-06-30 Raadplegingen: 58 - laatst gezien 2026-06-30 03:17 Fiche Arrest nr 194.400 van 18 juni 2009 Overheidsopdrachten en openbare werken - Onteigeningen Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 194.400 van 18 juni 2009 in de zaak A. 173.207/X-12.

  1. In zake : Guido DE MEURECHY, die woonplaats kiest bij advocaat A. LÉGAT, kantoor houdende te 9100 SINT-NIKLAAS, Dr. A. Verdurmenstraat 25 tegen :
  2. het Vlaamse Gewest, vertegenwoordigd door de Vlaamse regering,
  3. de n.v. WATERWEGEN EN ZEEKANAAL, die woonplaats kiest bij advocaat H. SEBREGHTS, kantoor houdende te 2018 ANTWERPEN, Mechelsesteenweg
  4. DE VOORZITTER VAN DE Xe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat Guido DE MEURECHY op 19 mei 2006 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van “het besluit van 8 februari 2006 van de raad van bestuur van de NV Waterwegen en Zeekanaal met bijlagen waaronder het Ministerieel Besluit dd. 27 februari 2006 waarbij de NV Waterwegen en Zeekanaal werd gemachtigd om over te gaan tot de onteigening van het eigendom van verzoeker, nl. de inneming 2 van plan C4/8880”; Gezien de memorie van antwoord van de tweede verwerende partij; Gezien de memorie van wederantwoord en de toelichtende memorie; Gezien het verslag opgemaakt door eerste auditeur E. LANCKSWEERDT, op grond van artikel 93 van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State; X-12.837-1/3 Gelet op de beschikking van 4 mei 2009 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 12 juni 2009; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen; Gehoord het verslag van kamervoorzitter R. STEVENS; Gehoord de opmerkingen van advocaat S. DEMEYER, die loco advocaat A. LÉGAT verschijnt voor de verzoeker, en van advocaat H. SEBRECHTS die verschijnt voor de tweede verwerende partij; Gehoord adjunct-auditeur S. DE DONCKER, daartoe gemachtigd bij besluit van 31 oktober 2008 van de adjunct-auditeur-generaal, in haar eensluidend advies; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; OVERWEEGT WAT VOLGT : Met een brief 31 maart 2009 bezorgt de raadsman van de verzoeker het vonnis van 26 december 2007 van de vrederechter van het kanton Willebroek, waarbij het onroerend goed gelegen te Bornem, Bodtskenpolder, kadastraal bekend sectie A, nr. 34/a, onteigend wordt verklaard en waarbij het bedrag van de provisionele onteigeningsvergoeding, die aan de verzoeker toekomt, wordt vastgesteld. Krachtens de bepalingen van de wet van 26 juli 1962 betreffende de rechtspleging bij hoogdringende omstandigheden inzake onteigening ten algemenen nutte, heeft de vrederechter, wanneer de onteigenaar de vordering tot onteigening bij hem heeft ingeleid, als opdracht de voor de onteigening vereiste besluiten van de onteigenende overheid zowel op hun interne als op hun externe wettigheid te toetsen. Die bevoegdheid van de gewone rechter sluit de bevoegdheid van de Raad van State uit om kennis te nemen van een beroep tot nietigverklaring van die handelingen, indien dat beroep is ingesteld door de onteigende. Deze bevoegdheidsuitsluiting geldt vanaf de dagvaarding om voor de gewone rechter te verschijnen en ten aanzien van de personen die tot die procedure toegang hebben. Zij geldt ook voor het beroep tot nietigverklaring dat bij de Raad van State is X-12.837-2/3 ingesteld vooraleer de vrederechter werd geadieerd. Uit de niet betwiste gegevens van de zaak blijkt dat dit ten dezen het geval is. De verzoeker werd op 26 december 2007 gedagvaard om voor de vrederechter van het kanton Willebroek te verschijnen. De Raad van State is niet bevoegd om kennis te nemen van het beroep tot nietigverklaring. Het beroep tot nietigverklaring is niet ontvankelijk. In de gegeven omstandigheden past het de kosten van het beroep tot nietigverklaring ten laste van de verwerende partijen te leggen. OM DIE REDENEN BESLIST DE RAAD VAN STATE : Artikel
  5. Het beroep wordt verworpen. Artikel 2 De kosten van het beroep, bepaald op 175 euro, komen ten laste van de verwerende partijen, elk voor de helft. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op achttien juni 2009, door: de H. R. STEVENS, kamervoorzitter, Mevr. S. DE CLERCQ, griffier. De griffier, De voorzitter, S. DE CLERCQ. R. STEVENS. X-12.837-3/3 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.194.400 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.