← België

Arrest 194459 - Penitentiair recht - 19/06/2009

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 19 juni 2009 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.194.459 Rolnummer: A. 193007/IX-6403 Zaak: Arrest 194459 - Penitentiair recht - 19/06/2009 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2009-11-16 Raadplegingen: 66 - laatst gezien 2026-06-30 03:18 Fiche Arrest nr 194.459 van 19 juni 2009 Justitie - Penitentiair recht Beslissing : Bevolen Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 194.459 van 19 juni 2009 in de zaak A. 193.007/IX-

  1. In zake : Abdelghani EL HAOUARI, die woonplaats kiest bij advocaat N. LORENZETTI, kantoor houdende te BRUGGE, Langestraat 87 tegen : de Belgische Staat, vertegenwoordigd door de minister van Justitie. --------------------------------------------------------------------------------------------------- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE IXe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat Abdelghani EL HAOUARI op 15 juni 2009 heeft ingediend om bij uiterst dringende noodzakelijkheid de schorsing van de tenuitvoerlegging te vorderen van de beslissing van de directeur van de strafinrichting te Brugge - Mannenafdeling 1 van 12 juni 2009 waarbij verzoeker de volgende tuchtsanctie werd opgelegd : - 1 maand individuele wandeling van 12 juni 2009 tot en met 11 juli
  2. Aanvang tuchtsanctie : 10 juni 2009 om 17u30; Gelet op de beschikking van 17 juni 2009 waarbij aan de verzoeker het voordeel van de kosteloze rechtspleging wordt verleend; Gezien het administratief dossier van de verwerende partij; Gelet op de beschikking van 17 juni 2009 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 19 juni 2009, om 12.00 uur; Gehoord het verslag van staatsraad D. MOONS; Gehoord de opmerkingen van advocaat N. LORENZETTI, die verschijnt voor de verzoeker, en van attaché X. LAUREYNS, die verschijnt voor de verwerende partij; IX-6403-1/5 Gehoord het andersluidend advies van adjunct-auditeur A. VAN STEENBERGE, bij beslissing van 31 oktober 2008 van de auditeur- generaal gemachtigd om ter openbare terechtzitting advies te verlenen; Gelet op de artikelen 17 en 18 en titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, OVERWEEGT WAT VOLGT : Feiten 1.
  3. Op het tijdstip van de bestreden beslissing is de verzoeker gedetineerd in de strafinrichting te Brugge. 1.
  4. Op 10 juni 2009 maakt de penitentiair beambte A. een tucht- rapport op. Het gaat om feiten die op dezelfde datum plaatsvonden om 17 u
  5. Het tuchtrapport luidt als volgt : “Tijdens de beweging van de wandeling, kwam betrokkene verschillende malen van de trap, richting gelijkvloers en probeerde verschillende malen te slaan naar A. die telkens achteruit ging door het toedoen van B. Dit werd waargenomen totdat iemand de camera waarop alles werd gevolgd naar boven geduwd heeft.” 1.
  6. Een medegedetineerde S. liep een identiek tuchtrapport op. S. liep geen tuchtsanctie op, met als motivering “De feiten kunnen niet bewezen worden.” 1.
  7. Het tuchtrapport lastens de verzoeker vermeldt geen getuigen. Onderzoek van de vordering
  8. Overeenkomstig artikel 17, §§ 1 en 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State kan slechts tot schorsing van de tenuitvoerlegging bij uiterst dringende noodzakelijkheid worden besloten onder de drievoudige voorwaarde dat uiterst dringende noodzakelijkheid voorhanden is, dat ernstige middelen worden aangevoerd die de nietigverklaring van de aangevochten beslissing kunnen verantwoorden en dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen. IX-6403-2/5 2.1.
  9. In verband met de eerste voorwaarde, de uiterst dringende noodzakelijkheid, stelt de Raad van State vast dat de bestreden beslissing dateert van 12 juni 2009, dat de straf, met uitzondering van de voorlopige maatregel, uitwerking heeft met ingang van dezelfde datum en dat de bestreden beslissing op 12 juni 2009 aan de verzoeker ter kennis is gebracht. De verzoeker heeft met een op 15 juni 2009 ter post aangetekend verzoekschrift de voorliggende vordering ingesteld. Uit deze chronologie kan worden afgeleid dat de verzoeker zich terecht beroept op de uiterst dringende noodzakelijkheid om de voorliggende vordering in te stellen, en dat hij de vordering ook met de vereiste spoed heeft ingesteld. De verwerende partij betwist de uiterst dringende noodzakelijkheid trouwens niet, gelet op de omstandigheid dat het verzoekschrift werd neergelegd binnen een termijn van vijf dagen, te rekenen vanaf de kennisgeving van de bestreden beslissing. 2.1.
  10. Bijgevolg is voldaan aan de eerste cumulatieve voorwaarde van voormeld artikel 17, §§ 1 en
  11. 2.2.
  12. In verband met de tweede voorwaarde, met name het bestaan van een ernstig middel, voert de verzoeker in een enig middel de schending aan van de artikelen 2 en 3 van de wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshandelingen. 2.2.
  13. De tuchtsanctie is als volgt gemotiveerd : “Uit de hoorzitting blijkt dat betrokkene inderdaad in discussie is gegaan met A. Betrokkene verklaart dat er een wapen aanwezig was. Dit strookt met de bevindingen nadien, er werd namelijk een wapen gevonden in de trappengang.” Op basis van het administratief dossier en de debatten ter zitting, kan de Raad van State niet uitmaken waarop de bestreden beslissing zich steunt om tot een ander besluit te komen dan in de zaak lastens de gedetineerde S. A., waar de conclusie luidt dat : “De feiten niet kunnen worden bewezen”. IX-6403-3/5 Bijgevolg steunt de motivering van de bestreden beslissing op het eerste gezicht op een onjuiste, minstens onvolledige feitenvinding, zodat het enig middel in die mate ernstig is. 2.2.
  14. Bijgevolg is voldaan aan de tweede cumulatieve voorwaarde van voormeld artikel 17, §§ 1 en
  15. 2.3.
  16. In verband met de derde voorwaarde, met name het moeilijk te herstellen ernstig nadeel, maakt de verzoeker aannemelijk dat een onterechte tuchtstraf, gelet op de concrete omstandigheden van deze zaak, een moeilijk te herstellen ernstig nadeel uitmaakt. 2.3.
  17. Bijgevolg is voldaan aan de derde cumulatieve voorwaarde van voormeld artikel 17, §§ 1 en
  18. 2.
  19. Er is aldus voldaan aan de bij artikel 17, §§ 1 en 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State opgelegde voorwaarden om bij uiterst dringende noodzakelijkheid de schorsing van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing te bevelen. Die vaststelling leidt ertoe dat de vordering ingewilligd moet worden. OM DIE REDENEN BESLIST DE Wnd. VOORZITTER : Artikel
  20. Bevolen wordt de schorsing van de tenuitvoerlegging bij uiterst dringende noodzakelijkheid van de beslissing van de directeur van de strafinrichting te Brugge - Mannenafdeling 1 van 12 juni 2009 waarbij Abdelghani EL HAOUARI de volgende tuchtsanctie werd opgelegd : - 1 maand individuele wandeling van 12 juni 2009 tot en met 11 juli
  21. Aanvang tuchtsanctie : 10 juni 2009 om 17u
  22. IX-6403-4/5 Artikel
  23. De uitspraak over de bijdrage in de betaling van de kosten van de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid wordt uitgesteld. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op 19 juni 2009, door : de H. D. MOONS, staatsraad, wnd. kamervoorzitter, Mevr. V. WAUTERS, griffier. De griffier, De voorzitter, V. WAUTERS. D. MOONS. IX-6403-5/5 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.194.459 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.198.738 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.