id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 19 juni 2009 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.194.460 Rolnummer: A. 193034/IX-6408 Zaak: Arrest 194460 - Penitentiair recht - 19/06/2009 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2009-11-16 Raadplegingen: 58 - laatst gezien 2026-06-30 03:18 Fiche Arrest nr 194.460 van 19 juni 2009 Justitie - Penitentiair recht Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 194.460 van 19 juni 2009 in de zaak A. 193.034/IX-6408. In zake : Jasin EL MOUSSAOUI, die woonplaats kiest bij advocaat N. LORENZETTI, kantoor houdende te BRUGGE, Langestraat 87 tegen : de Belgische Staat, vertegenwoordigd door de minister van Justitie. --------------------------------------------------------------------------------------------------- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE IXe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat Jasin EL MOUSSAOUI op 17 juni 2009 heeft ingediend om bij uiterst dringende noodzakelijkheid de schorsing van de tenuitvoerlegging te vorderen van de beslissing van de Directeur van de Strafinrich- ting te Brugge - Mannenafdeling 1 van 14 juni 2009 waarbij verzoeker de volgende tuchtsanctie werd opgelegd: 3 dagen strafcel van 12 juni 2009 om 23.00 u. tot en met 16 juni 2009 om 23.00 u. voorlopige maatregel inbegrepen + 1 maand strikt zonder gunsten van 15 juni 2009 tot en met 14 juli 2009 + 4 dagen IW van 15 juli 2009 tot en met 18 juli 2009 (nog te doen van lopende sanctie); Gelet op de beschikking van 18 juni 2009 waarbij aan de verzoeker het voordeel van de kosteloze rechtspleging wordt verleend; Gezien het administratief dossier van de verwerende partij; Gelet op de beschikking van 18 juni 2009 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 19 juni 2009, om 12.00 uur; Gehoord het verslag van staatsraad D. MOONS; IX-6408-1/5 Gehoord de opmerkingen van advocaat N. LORENZETTI, die verschijnt voor de verzoeker, en van attaché X. LAUREYNS, die verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het andersluidend advies van adjunct-auditeur A. VAN STEENBERGE, bij beslissing van 31 oktober 2008 van de auditeur- generaal gemachtigd om ter openbare terechtzitting advies te verlenen; Gelet op de artikelen 17 en 18 en titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, OVERWEEGT WAT VOLGT : Feiten 1.1. Op het tijdstip van de bestreden beslissing is de verzoeker gedetineerd in de strafinrichting te Brugge. 1.2. Op 12 juni 2009 wordt lastens de verzoeker een tuchtrapport opgesteld betreffende feiten die plaats vonden op 12 juni 2009 om 23.00 u. Dit rapport luidt als volgt: “Tijdens celcontrole uitgevoerd in opdracht van Dir. S. werd een Samsung GSM gevonden met daarbij een zelf in elkaar gestoken lader, een kleine verdachte substantie, verbrand zilverpapier en verschillende kleine elektrische draadjes.” Een andere gedetineerde celgenoot van de verzoeker loopt een identiek tuchtrapport op. De identiteit van verschillende getuigen wordt vermeld in het tuchtrapport. IX-6408-2/5 1.3. De motivering van de tuchtsanctie van 14 juni 2009 luidt als volgt: “Betrokkene erkent dat hij reeds enige tijd op de hoogte is van het feit dat de GSM zich op cel bevindt en dat deze aanleiding geeft tot conflicten tussen D.C. en A. Betrokkene stelt niet te weten hoe de GSM in de inrichting is binnengeko- men. Het bezit van een GSM in de inrichting is ten strengste verboden en vormt een ernstig gevaar voor (
- de)interne en externe veiligheid van de inrichting.” Onderzoek van de vordering 2. Overeenkomstig artikel 17, §§ 1 en 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State kan slechts tot schorsing van de tenuitvoerlegging bij uiterst dringende noodzakelijkheid worden besloten onder de drievoudige voorwaarde dat uiterst dringende noodzakelijkheid voorhanden is, dat ernstige middelen worden aangevoerd die de nietigverklaring van de aangevochten beslissing kunnen verantwoorden en dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen. 2.1. In verband met de eerste voorwaarde, de uiterst dringende noodzakelijkheid, stelt de Raad van State vast dat de bestreden beslissing dateert van 14 juni 2009, dat de straf, met uitzondering van de voorlopige maatregel, uitwerking heeft met ingang van 15 juni 2009 en dat de bestreden beslissing op 14 juni 2009 aan de verzoeker ter kennis is gebracht. Uit deze chronologie kan worden afgeleid dat de verzoeker zich terecht beroept op de uiterst dringende noodzakelijkheid om de voorliggende vordering in te stellen, en dat hij de vordering ook met de vereiste spoed heeft ingesteld met een verzoekschrift ingediend op 17 juni 2009. De verwerende partij betwist de uiterst dringende noodzakelijk- heid trouwens niet, gelet op het feit dat het verzoekschrift werd neergelegd binnen een termijn van vijf dagen, te rekenen vanaf de kennisgeving van de bestreden beslissing. 2.2. Bijgevolg is voldaan aan de eerste cumulatieve voorwaarde van voormeld artikel 17, §§ 1 en 2. IX-6408-3/5 2.2.1. In verband met de tweede voorwaarde, met name het bestaan van een ernstig middel, voert de verzoeker de schending aan van de artikelen 2 en 3 van de wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motivering van de bestuurs- handelingen. In het middel voert de verzoeker in essentie aan dat de gevonden GSM toebehoort aan een mede-gedetineerde, met wie hij de cel deelt, op het tijdstip van de bestreden beslissing. Laatstgenoemde een zekere D.C. heeft dit ook toegegeven aan de tuchtoverheid. De verzoeker voegt daaraan toe dat de tuchtoverheid niet overging tot bijkomende onderzoeksdaden. Hij besluit dat er geen redelijk verband bestaat tussen de feiten en de beslissing, zodat de motivering noch pertinent, noch afdoende is. 2.2.2. Wie eigenaar is van het GSM-toestel is terzake irrelevant. Hetzelfde geldt voor het antwoord op de vraag naar de identiteit van de persoon die het toestel heeft binnengebracht in de gevangenis. Het doorslaggevend motief van de bestreden beslissing dat op het eerste gezicht deugdelijk, draagkrachtig en afdoende is luidt als volgt: “Het bezit van een GSM in de inrichting is ten strengste verboden en vormt een ernstig gevaar voor (
- de)interne en externe veiligheid van de inrichting.” Het staat vast dat de GSM werd gevonden in de cel van de verzoeker en van een mede-gedetineerde, wat de tuchtoverheid in redelijkheid ontoelaatbaar kan vinden, gelet op het feit dat de verzoeker dit toestel eventueel kon gebruiken voor illegale doeleinden. 2.2.3. Het enig middel is niet ernstig. Er is aldus niet voldaan aan één van de bij artikel 17, §§ 1 en 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State opgelegde voorwaarden om bij uiterst dringende noodzakelijkheid de schorsing van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing te bevelen. Die vaststelling leidt ertoe dat de vordering verworpen moet worden. IX-6408-4/5 OM DIE REDENEN BESLIST DE Wnd. VOORZITTER : Artikel 1. De vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid wordt verworpen. Artikel 2. De uitspraak over de bijdrage in de betaling van de kosten van de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid wordt uitgesteld. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op 19 juni 2009, door : de H. D. MOONS, staatsraad, wnd. kamervoorzitter, Mevr. V. WAUTERS, griffier. De griffier, De voorzitter, V. WAUTERS. D. MOONS. IX-6408-5/5 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.194.460 Gerelateerde publicatie(
- s)gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.197.417 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div