← België

Arrest 194565 - Milieuvergunningen - 22/06/2009

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 22 juni 2009 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.194.565 Rolnummer: Zaak: Arrest 194565 - Milieuvergunningen - 22/06/2009 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2009-06-25 Raadplegingen: 63 - laatst gezien 2026-06-30 03:18 Fiche Arrest nr 194.565 van 22 juni 2009 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Milieuvergunningen Beslissing : Verwerping Samenvoeging Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 194.565 van 22 juni 2009 in de zaken A. 192.947/VII-37.378 A. 192.948/VII-37.

  1. In zake : I. + II. de BVBA MULTOGAS SERVICE, die woonplaats kiest bij advocaten E. DESAIR en Chr. LESAFFER, kantoor houdende te ANTWERPEN, Ankerrui 26 tegen : I. + II. het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, vertegenwoordigd door de Brusselse Hoofdstedelijke regering. --------------------------------------------------------------------------------------------------- DE Wnd.VOORZITTER VAN DE VIIe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat de BVBA MULTOGAS SERVICE op 10 juni 2009 heeft ingediend om bij uiterst dringende noodzakelijkheid de schorsing te vorderen van de tenuitvoerlegging van het "besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke regering van 28 mei 2009, overgemaakt aan (de raadsman van) verzoekster bij aangetekend schrijven van 2 juni 2009 en ontvangen op 3 juni 2009, waarbij het beroep van verzoekster tegen het besluit van het Milieucollege van 26 juli 2005 houdende weigering van de verlenging van de milieuvergunning van verzoekster voor de uitbating van een benzinestation aan de Akenkaai 18 te 1000 Brussel, wordt afgewezen als ongegrond" (zaak A. 192.947/VII-37.378); Gezien het verzoekschrift dat de BVBA MULTOGAS SERVICE op 10 juni 2009 heeft ingediend om bij uiterst dringende noodzakelijkheid de schorsing te vorderen van de tenuitvoerlegging van het "besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke regering van 28 mei 2009, overgemaakt aan (de raadsman van) verzoekster bij aangetekend schrijven van 2 juni 2009 en ontvangen op 3 juni 2009, waarbij het beroep van verzoekster tegen de beslissing tot weigering van de milieuvergunning van Leefmilieu Brussel van 10 oktober 2008 die het Milieucollege stilzwijgend bevestigd heeft, ontvankelijk, maar ongegrond wordt verklaard" (zaak A. 192.948/VII-37.379); VII-37.378-37.379-1/8 Gezien de nota's van de verwerende partij; Gelet op de beschikkingen van 12 juni 2009 waarbij de terechtzitting in de beide zaken bepaald wordt op 18 juni 2009, om 11.00 uur; Gehoord het verslag van staatsraad E. BREWAEYS in de beide zaken; Gehoord de opmerkingen van advocaat Chr. LESAFFER, die verschijnt voor de verzoekende partij in de beide zaken, en van advocaat A. VANDAELE, die verschijnt voor de verwerende partij in de beide zaken; Gehoord het eensluidend advies van eerste auditeur P. SOURBRON in de beide zaken; Gelet op de artikelen 17 en 18 en titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; OVERWEEGT WAT VOLGT :
  2. De rechtspleging De zaken zijn dermate verknocht dat het in het belang van een goede rechtsbedeling past ze samen te voegen.
  3. De feiten 2.
  4. De verzoekende partij exploiteert een benzinestation, gelegen aan de Akenkaai 18 te Brussel. 2.
  5. De percelen waarop de inrichting gevestigd is, zijn eigendom van de gewestelijke vennootschap van de Haven van Brussel. Met een overeenkomst van 4 november 1977 zijn ze in concessie gegeven aan de verzoekende partij. 2.
  6. De inrichting is volgens het Gewestelijk Bestemmingsplan (besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke regering van 3 mei 2001) gelegen in het "gebied VII-37.378-37.379-2/8 van gewestelijk belang nr. 1". Het programma hiervan voorziet onder meer in de "begroening van de kanaaloevers". 2.
  7. Op 2 augustus 1999 verleent het Brussels Instituut voor Milieubeheer een milieuvergunning voor een periode van zes jaar, "om de toekomst te vrijwaren inzake de heraanleg van de betreffende zone door het Gewest en de stad Brussel" en "omdat er geen planning is vastgelegd voor de uitvoering van de werken". 2.
  8. Op 14 juli 2003 dient de verzoekende partij een aanvraag in tot verlenging van de milieuvergunning. 2.
  9. Het Milieucollege verleent op 26 juli 2005 de vergunning voor een periode van zes jaar. Dit wordt bevestigd bij besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke regering van 29 september
  10. Bij arrest nr. 150.424 van 19 oktober 2005 schorst de Raad van State bij uiterst dringende noodzakelijkheid de tenuitvoerlegging van dit besluit. 2.
  11. Ingevolge dit arrest wordt, bij besluit van de Brusselse Hoofdste- delijke regering van 26 januari 2006, het geschorste besluit van 29 september 2005 ingetrokken. Het beroep dat de verzoekende partij had ingediend, wordt gedeeltelijk gegrond verklaard, de beroepen beslissing van het Milieucollege van 26 juli 2005 wordt vernietigd en aan de verzoekende partij wordt een vergunning verleend om haar inrichting verder te exploiteren voor een "niet verlengbare" termijn van één jaar en negen maanden, vanaf de vervaldatum van de te hernieuwen vergunning (dit wil zeggen tot 2 mei 2007). 2.
  12. Met het arrest nr. 173.413 van 12 juli 2007 vernietigt de Raad van State artikel 4 van dit besluit waarbij de gevraagde vergunning voor een "niet verlengbare" termijn van één jaar en negen maanden wordt verleend. 2.
  13. Na dit arrest laat de Brusselse Hoofdstedelijke regering na om opnieuw uitspraak te doen over het beroep dat de verzoekende partij had ingesteld tegen de beslissing van het Milieucollege van 26 juli
  14. 2.
  15. Met een aangetekend schrijven van 3 juli 2008 maant de verzoekende partij de verwerende partij formeel aan om een nieuwe beslissing over VII-37.378-37.379-3/8 haar vergunningsaanvraag te nemen. Die aanmaning gebeurt op grond van artikel 82 van de ordonnantie van 5 juni 1997 betreffende de milieuvergunningen (hierna : milieuvergunningsordonnantie). Het tweede lid van dat artikel bepaalt dat, indien de aanvrager van de vergunning geen beslissing heeft ontvangen binnen een termijn van dertig dagen na het versturen van de aanmaning, de beslissing waartegen beroep is ingesteld, wordt bevestigd. 2.
  16. De aanmaning blijft zonder gevolg. Bij arrest nr. 189.497 van 15 januari 2009 vernietigt de Raad van State het "stilzwijgend besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke regering" houdende de bevestiging van de weigerings- beslissing van het Milieucollege van 26 juli 2005 betreffende de verlenging van de milieuvergunning van de verzoekende partij voor de uitbating van het betrokken benzinestation. 2.
  17. Op 28 mei 2009 neemt de Brusselse Hoofstedelijke regering een nieuwe uitdrukkelijke beslissing over het beroep dat de verzoekende partij had ingediend tegen de weigeringsbeslissing van het Milieucollege van 26 juli
  18. Het beroep wordt andermaal ongegrond verklaard en de verlenging van de milieuver- gunning van 2 augustus 1999 wordt geweigerd. Van dit besluit wordt bij uiterst dringende noodzakelijkheid de schorsing van de tenuitvoerlegging gevorderd in de zaak A. 192.947/VII-37.
  19. 2.
  20. De verzoekende partij heeft ook een nieuwe vergunningsaanvraag ingediend voor de verdere exploitatie van het betrokken benzinestation. 2.
  21. Op 10 oktober 2008 weigert het Brussels Instituut voor Milieubeheer ook die vergunningsaanvraag. 2.
  22. De verzoekende partij heeft tegen deze beslissing beroep aangetekend bij het Milieucollege. Aangezien het Milieucollege heeft nagelaten binnen de wettelijke termijn uitspraak te doen over dat beroep en de beroepen beslissing zodoende wordt geacht stilzwijgend te zijn bevestigd, heeft de verzoe- kende partij gebruik gemaakt van de mogelijkheid om tegen de stilzwijgende beslissing van het Milieucollege beroep aan te tekenen bij de Brusselse Hoofdstede- lijke regering. VII-37.378-37.379-4/8 2.
  23. Met het in de zaak A. 192.948/VII-37.379 aangevochten besluit van 28 mei 2009 heeft de Brusselse Hoofdstedelijke regering het beroep afgewezen en de weigering van de milieuvergunning bevestigd. 2.
  24. In de beide bestreden besluiten wordt toepassing gemaakt van het Bijzonder Bestemmingsplan (hierna : BBP) nr. 70-20a "Willebroek", goedgekeurd bij besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 19 maart
  25. De exploitatie van het benzinestation zou onverenigbaar zijn met de voorschriften van het voormelde BBP, hetgeen ontegensprekelijk het hoofdmotief vormt voor het weigeren van de vergunning(en). Het in de bestreden besluiten aangehaalde artikel 2.
  26. van het BBP zou zelfs in uitdrukkelijke bewoordingen stellen dat tankstations ter plaatse "verboden" zijn. Daarnaast vermelden de bestreden besluiten ook andere weigeringsmotieven van milieutechnische of -hygiënische aard.
  27. Beoordeling 3.
  28. Luidens artikel 17, §§ 1 en 2, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, kan slechts tot de schorsing van de tenuitvoerleg- ging bij uiterst dringende noodzakelijkheid worden besloten onder de drievoudige voorwaarde dat een uiterst dringende noodzakelijkheid voorhanden is, dat ernstige middelen worden aangevoerd die de vernietiging van de aangevochten beslissing kunnen verantwoorden en dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen. De toepassing van de schorsingsprocedure bij uiterst dringende noodzakelijkheid brengt een ernstige verstoring teweeg in het normale verloop van de rechtspleging voor de Raad van State, beperkt de mogelijkheden tot onderzoek van de zaak tot een strikt minimum en brengt de uitoefening van de rechten van de verdediging van de verwerende partij aanzienlijk in het gedrang. Daarom moet de aanwending van die procedure zeer uitzonderlijk blijven, in die zin dat ze slechts mag worden aangewend in die enkele gevallen dat het uiterst dringende karakter van de zaak meteen voor iedereen zonder meer duidelijk is, ofwel door de verzoekende partij op duidelijke en onomstootbare wijze wordt aangetoond. Dit laatste impliceert dat de verzoekende partij aan de hand van precieze en concrete gegevens aantoont dat de schorsing van de tenuitvoerlegging, indien zij pas na het afwikkelen van de gewone schorsingsprocedure zou worden uitgesproken, onherroepelijk te laat VII-37.378-37.379-5/8 zou komen om het nadeel op te vangen en dat zij zelf al het mogelijke heeft gedaan om het nadeel op rechtens geoorloofde wijze ongedaan te maken. 3.
  29. Met betrekking tot de uiterst dringende noodzakelijkheid zet de verzoekende partij in haar beide verzoekschriften het volgende uiteen : "Vooreerst kan niet betwist worden dat Multogas de nodige diligentie aan de dag gelegd heeft en dit verzoekschrift met bekwame spoed heeft voorbereid en ingediend na kennisgeving ervan aan haar raadsman op 3 juni
  30. Vervolgens kan enkel een procedure bij uiterst dringende noodzakelijkheid soelaas bieden omdat een 'gewone' schorsingsprocedure te lang zou duren in deze zaak (...). Een beslissing in een gewone schorsingsprocedure kan immers slechts ten vroegste na een zestal maanden worden verwacht. Multogas is, zoals hierboven uiteengezet, evenwel niet in de mogelijkheid deze periode van minstens zes maanden tijdens dewelke ze geen inkomsten, maar wel doorlopende kosten zal hebben, te overbruggen en zal op dat moment reeds in faling zijn gegaan, wat wellicht ook het oogmerk van het Gewest is. Bovendien legde het BIM op 4 juni 2009 een mondeling sluitingsbevel op dat op datum van indiening van dit verzoekschrift nog niet bekrachtigd werd zodat Multogas er de motieven niet van kent en er zich ook niet tegen kan verzetten (beroep bij Milieucollege). Een UDN-procedure laat dus ook toe dat een schorsingsarrest er meteen voor zorgt dat het BIM geen rechtsgrondslag noch motief heeft voor de bekrachti- ging of handhaving van het sluitingsbevel om de redenen vermeld in het per hypothese geschorste bestreden besluit. Verwerende partij zou overigens tevergeefs opwerpen dat dit sluitingsbevel de oorzaak van het nadeel en de urgentie is, en niet de bestreden beslissing omdat: - het effect van de bestreden beslissing is dat Multogas geen milieuvergunning meer heeft en, behoudens schorsing ervan door Uw Raad, haar uitbating dient te stoppen; - Een sluitingsbevel door het BIM dan niet meer is dan de bevestiging van de bestreden beslissing; - Dit sluitingsbevel op datum van dit verzoekschrift enkel maar een mondeling karakter had en nog niet bekrachtigd werd zodat Multogas er nog geen rechtsmiddelen tegen kan aanwenden". 3.
  31. Uit de gegevens van de zaken blijkt dat de verzoekende partij sinds lange tijd op de hoogte was van een lopende procedure tot opmaak van een BBP dat, eens definitief goedgekeurd, van wezenlijke invloed zou zijn op de beoordeling van de vergunningsaanvragen voor de verdere exploitatie van het betrokken benzinestation. Reeds in het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke regering van 26 januari 2006 werd overwogen dat "van zodra het BBP Willebroeck goedgekeurd zal zijn, de (sic) tankstation van verzoekende partij niet meer verenigbaar zal zijn met de stedenbouwkundige voorschriften". VII-37.378-37.379-6/8 Het ontwerp van BBP "Willebroek" dat door de Brusselse Hoofdstedelijke regering werd goedgekeurd op 17 juli 2008 (en bij uittreksel werd bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad van 6 augustus 2008) bepaalde reeds dat benzinestations "verboden" zijn. In het beroepschrift van 12 februari 2009, dat aan de basis ligt van het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke regering van 28 mei 2009 dat wordt bestreden in de zaak A. 192.948/VII-37.379, heeft de verzoekende partij trouwens het volgende geschreven : "Indien het BBP Willebroek ooit in zijn huidige (ontwerp)vorm definitief zou vastgesteld worden, en de toets van de Raad van State zou doorstaan (wat hoogst onwaarschijnlijk is), (...)". Uit wat voorafgaat, blijkt dat de verzoekende partij op de hoogte was van planologische ontwikkelingen die er toe strekten de exploitatie van een benzinestation ter plaatse onmogelijk te maken en dat zij overtuigd was van de onwettigheid van de in het betrokken BBP in opmaak opgenomen voorschriften. De verzoekende partij heeft inderdaad bij de Raad van State op 25 mei 2009 een beroep tot nietigverklaring ingesteld tegen het BBP nr. 70-20a "Willebroek" dat de Brusselse Hoofdstedelijke Regering op 19 maart 2009 heeft goedgekeurd (zaak A. 192.714/X-14.193). Hoewel het in hoofde van de verzoeken- de partij haast zeker was, of minstens moet zijn geweest, dat de definitieve goedkeuring van dit BBP negatieve gevolgen zou hebben voor de beoordeling van de hangende milieuvergunningsaanvragen, heeft zij verzuimd om dit plan te bestrijden met een vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid, zelfs niet met een "gewone" vordering tot schorsing. Daarmee heeft de verzoekende partij zelf de beweerde uiterst dringende noodzakelijkheid in de voorliggende zaken gecreëerd en kan zij niet, alleszins niet op geloofwaardige wijze, aanvoeren dat een gewone vordering tot schorsing in de voorliggende zaken te laat zou komen omdat een uitspraak slechts "ten vroegste na een zestal maanden" verwacht mag worden (het BBP zelf is nochtans reeds op 25 maart 2009 in het Belgisch Staatsblad bekendgemaakt en sindsdien zijn bijna drie maanden verstreken). Aan de gestelde schorsingsvoorwaarde is in de gegeven omstandigheden niet voldaan, VII-37.378-37.379-7/8 OM DIE REDENEN BESLIST DE RAAD VAN STATE : Artikel
  32. De zaken A. 192.947/VII-37.378 en A. 192.948/VII-37.379 worden gevoegd. Artikel
  33. De vorderingen tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid worden verworpen. Artikel
  34. De kosten van de vorderingen tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid, bepaald op 350 euro, komen ten laste van de verzoekende partij. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op tweeëntwintig juni tweeduizend en negen, door : de HH. E. BREWAEYS, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, D. DECOCK, griffier. De griffier, De voorzitter, D. DECOCK. E. BREWAEYS. VII-37.378-37.379-8/8 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.194.565 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.