id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 23 juni 2009 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.194.585 Rolnummer: A. 192779/XII-5831 Zaak: Arrest 194585 - Overheidsopdrachten - 23/06/2009 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2009-06-29 Raadplegingen: 61 - laatst gezien 2026-06-30 03:19 Fiche Arrest nr 194.585 van 23 juni 2009 Overheidsopdrachten en openbare werken - Overheidsopdrachten Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 194.585 van 23 juni 2009 in de zaak A. 192.779/XII-5831. In zake : 1. de NV INTERPLANT, 2. de NV BRUFORT, 3. de tijdelijke handelsvennootschap INTERPLANT NV- BRUFORT NV, die woonplaats kiezen bij advocaat C. Gysen, kantoor houdende te Mechelen, Antwerpsesteenweg 16/18. tegen : het BRUSSELS HOOFDSTEDELIJK GEWEST, dat woonplaats kiest bij advocaten D. D'Hooghe en L. Schellekens, kantoor houdende te 1000 Brussel, Loksumstraat 25. --------------------------------------------------------------------------------------------------- DE VOORZITTER VAN DE XIIe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat de nv Interplant, de nv Brufort en de tijdelijke handelsvennootschap Interplant nv-Brufort nv op 28 mei 2009 hebben ingediend om bij uiterst dringende noodzakelijkheid de schorsing te vorderen van de ten uitvoerlegging van: “- de beslissing dd. 27.04.2009 uitgaande van het Ministerie van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest [...], overgemaakt per fax op 15.05.2009 [...], waarbij de offerte van verzoekende partij in het kader van de opdracht van bestellingen voor Renovatie- en modernisatiewerken in de tunnels van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest niet wordt weerhouden; - de gemotiveerde gunningsbeslissing dd. 27.04.2009 uitgaande van het Ministerie van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest [...], overgemaakt per fax op 19.05.2009 [...], waarbij voorliggende overheidsopdracht wordt toegewezen aan S.A. Nutons”; Gezien de nota van de verwerende partij; Gelet op de beschikking van 29 mei 2009 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 18 juni 2009, om 10.00 uur; Gehoord het verslag van kamervoorzitter D. Verbiest; XII-5831-1/21 Gehoord de opmerkingen van advocaat C. Gysen, die verschijnt voor verzoekende partijen, en van advocaat L. Schellekens, die loco advocaat D. D’Hooghe verschijnt voor verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van eerste auditeur L. Vermeire; Gelet op de artikelen 17 en 18 en titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, OVERWEEGT WAT VOLGT : De gegevens van de zaak 1. Verwerende partij schrijft in 2008 bij wege van openbare aanbesteding een overheidsopdracht voor “renovatie- en modernisatiewerken in de tunnels van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest” uit. Op deze opdracht is het bestek nr. BMB/DGE-DBO/2008-0003 van toepassing. De opdracht wordt op 27 september 2008 bekendgemaakt in het Europees Publicatieblad en op 26 september 2008 in het Bulletin der Aanbestedingen. 2. De opening van de inschrijvingen vindt plaats op 17 november 2008. Blijkens het proces-verbaal van de opening der inschrijvingen worden zes offertes ingediend, onder meer door eerste en tweede verzoekende partijen en door de nv Nutons. De offerte van verzoekende partijen -de eerste en de tweede optredende als tijdelijke handelsvennootschap- is blijkens dit proces-verbaal en de rangschikking van de offertes zoals opgenomen in het gunningsverslag en in de bestreden toewijzingsbeslissing, de goedkoopste en wordt aldus vóór de offerte van de nv Nutons gerangschikt : Inschrijvers Prijzen in i incl. BTW 1 T.V. Interplant N.V. - Brufort N.V. 3.773.704.44 i 2 S.A. Nutons 4.588.219,38 i 3 Verhaeren & co N.V. 4.749.505,07i 4 Kembo N.V. 4.755.433,10 i XII-5831-2/21 5 S.A. Danheux & Maroye 5.385.315,90 i 6 T.V. Renotec - Smet F&C 5.475.615,67 i 3. In een nota aan de minister van 27 januari 2009, hierna “het gunningsverslag” genoemd, wordt eerst vastgesteld dat alle inschrijvers, na een onderzoek van de offertes aan de hand van de kwalitatieve selectiecriteria, werden geselecteerd. Op grond van een analyse van de offertes inzake de veiligheid en gezondheid in het kader van de reglementering inzake tijdelijke en mobiele werkplaatsen en het verslag van de veiligheids- en gezondheidscoördinator wordt geconcludeerd dat alle inschrijvers de door het bestek opgelegde voorschriften respecteren. Verwerende partij stelt vervolgens in het gunningsverslag vast dat het bedrag van de offerte van de goedkoopste inschrijver, de tijdelijke handelsvennootschap van huidige verzoekende partijen, meer dan 15% onder het gemiddeld bedrag van de door de inschrijvers ingediende offertes ligt, namelijk 22,51%. 4. Verwerende partij had voordien, in een aangetekende brief van 19 november 2008, verzoekende partijen verzocht om, overeenkomstig artikel 110, §4, van het koninklijk besluit van 8 januari 1996 betreffende de overheidsopdrachten voor aanneming van werken, leveringen en diensten en de concessies voor openbare werken, “de nodige verantwoordingen te verstrekken”, “daar het bedrag van [hun] offerte meer dan 15 % onder het gemiddelde bedrag van de door de gegadigden ingediende offertes ligt”. In een aangetekende brief van 27 november 2008, blijkbaar ontvangen op 1 december 2008, gaven verzoekende partijen het volgende antwoord : “We ontvingen in goede orde Uw bovenvermeld schrijven en hebben de eer U hierbij de gevraagde prijsverantwoording over te maken. Op bovenvermeld project hebben de firma's lnterplant NV en Brufort NV ingeschreven als Tijdelijke Vereniging om tenvolle de capaciteiten en competenties van beide bedrijven te benutten. Zoals U weet, voert lnterplant NV reeds 6 jaar de onderhouds- en modernisatiewerken in de Brusselse tunnels uit (bestek nr. Bl/MPC/2005.0025) en dit tot grote voldoening van het bestuur. Gedurende deze lange periode werd een zeer groot expertise opgedaan en werden er speciale machines en technieken ontwikkeld, bijvoorbeeld om de tunnelpanelen te vervangen. De werfsignalisatie werd volledig op punt gezet en het nodige materieel en gereedschap werd XII-5831-3/21 aangekocht, specifiek gericht op deze werken. Dit alles heeft ertoe geleid dat we erin geslaagd zijn het rendement van de werken aanzienlijk te verhogen. Brufort NV, van haar kant, kan er voor garant staan om het gespecialiseerd personeel van lnterplant nv te ondersteunen en dit met personeel woonachtig in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. Dit betekent een aanzienlijke besparing op dure verplaatsingskosten, in het bijzonder op het gebied van interventies. Op dit punt heeft Brufort NV reeds genoegzaam haar bekwaamheid aangetoond in het kader van de onderhoudswerken op de Ring RO en de autosnelwegen Al 2, E41 1 en E40. Voor beide bedrijven geldt dat zij gedurende vele jaren dagdagelijks met meerdere ploegen werkzaam zijn in het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest. Zowel het uitvoerend als ondersteunend personeel van beide firma's kent de Brusselse regio zeer goed. Dit betekent dat wij zowel ons personeel als ons materieel optimaal kunnen benutten (dag en nacht) en erin slagen hierdoor de kosten zeer laag te houden. Aangezien deze activiteiten zich reeds meerdere jaren voordoen, heeft zowel lnterplant NV als Brufort NV haar infrastructuur hierop afgestemd. We verwijzen hierbij naar de modern uitgeruste werkplaats op onze zetel te Londerzeel, op de talrijke stockageplaatsen in het Brusselse en op de (bestaande) werfinrichting te Anderlecht. De opsomming van al deze factoren leidt ertoe dat de T.V. lnterplant -Brufort erin geslaagd is de rendementen te verhogen en de kosten zeer laag te houden. We zijn dan ook van mening dat wij er in geslaagd zijn om ons hierdoor te onderscheiden van de overige inschrijvers. Bovendien is onze prijsofferte gebaseerd op de jarenlange ervaring die we hebben en op een grondige analyse van de nacalculatie van de werken gedurende de voorbije jaren. We hebben tijdens de opmaak van onze prijsofferte rekening gehouden met alle nodige factoren zoals aankoopprijzen, afschrijvingstermijnen, onderhouds- en herstellingskosten, werfkosten, algemene kosten en winst. Wij zijn er dan ook van overtuigd dat wij een correcte prijsofferte hebben aangeboden en dat wij in staat zijn de werken uit te voeren met inachtname van alle besteksbepalingen en tot voldoening van het bestuur”. 5. In het gunningsverslag wordt deze prijsverantwoording niet toereikend geacht omdat ze elementen bevat : - die haar in niets onderscheiden van de andere inschrijvers (eigen signalisatie, werklieden die dichtbij het Brussels Gewest wonen, er werken of het Brussels Gewest goed kennen), - die naast de kwestie zijn (rekening houden met alle nodige elementen in de berekening van de offerte), - die volledig onvoldoende zijn om de globale inschrijvingsprijs te rechtvaardigen (oppuntstelling om een machine voor het wegnemen en herplaatsen van de bekledingspanelen type Leopold I, wat respectievelijk slechts 0,77 % en 0,96 % van het totaal van de offerte vertegenwoordigt). XII-5831-4/21 Het gunningsverslag besluit dat het antwoord van verzoekende partijen bijgevolg onvoldoende elementen bevat die eigen zijn aan de opdracht om de verantwoording te kunnen aanvaarden zodat de offerte van verzoekende partijen dan ook als onregelmatig moet worden geweerd. 6. Vervolgens wordt in het gunningsverslag de offerte van de nv Nutons, de tweede laagste inschrijver, onderzocht en conform het bestek bevonden. Er wordt voorgesteld de opdracht aan de nv Nutons toe te wijzen. Op 27 april 2009 neemt de bevoegde minister van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, de volgende drie beslissingen : (
- a)de “gemotiveerde beslissing van kwalitatieve selectie”, waarbij beslist wordt, alle zes inschrijvers, met het oog op het onderzoek van de offertes, te selecteren; (
- b)de “gemotiveerde beslissing van verwerping” van de offerte van verzoekende partijen, waarbij beslist wordt hun offerte als onregelmatig te verwerpen, dit is de eerste bestreden beslissing; (
- c)de “gemotiveerde beslissing van gunning”, waarbij wordt beslist de opdracht in kwestie toe te wijzen aan de nv Nutons; dit is de tweede bestreden beslissing. 7. Met een brief van 15 mei 2009 wordt aan verzoekende partijen meegedeeld dat hun offerte werd verworpen. Er wordt een kopie van de gemotiveerde beslissing van verwerping meegedeeld. Met verwijzing naar artikel 21bis van de wet van 24 december 1993 betreffende de overheidsopdrachten en sommige opdrachten voor aanneming van werken, leveringen en diensten, wordt een wachtperiode van 15 dagen toegekend. 8. Met een brief van 15 mei 2009 vraagt de raadsman van verzoekende partijen, “overeenkomstig de Openbaarheidswet” inzage in het volledig administratief dossier, in het bijzonder het gemotiveerd gunningsverslag en “andere relevante documenten”. 9. Op 18 mei 2009 antwoordt verwerende partij dat deze brief, die niet vermeldde voor wie werd opgetreden, veel te vaag was om er een gunstig gevolg aan te geven. XII-5831-5/21 10. Opnieuw verwijzend naar “de openbaarheidswet” vraagt de raadsman van verzoekende partijen, in een brief van 18 mei 2009, opnieuw inzage in het volledige administratief dossier, in het bijzonder van het gunningsverslag “waaruit het volgende blijkt : - onderzoek van de offertes van alle inschrijvers; - onderzoek van de prijsverantwoording zoals verstrekt door mijn cliënte”. 11. Bij schrijven van 19 mei 2009 bezorgt verwerende partij aan verzoekende partijen een kopie van de “gemotiveerde beslissing van verwerping” van hun offerte. Zij stelt in die brief dat die beslissing de redenen bevat waarom de prijsverantwoording niet kan worden aanvaard. Verwerende partij benadrukt dat zij overeenkomstig artikel 25, §1, van het voornoemde koninklijk besluit van 8 januari 1996 enkel dit document dient mede te delen. “Om tegemoet te komen aan de vraag tot inzage in de gunning van de opdracht” wordt ook een kopie meegedeeld van de “gemotiveerde beslissing van gunning”. Dit document bevat - opnieuw volgens de brief van verwerende partij - “alle elementen [...] die de keuze van de offerte van de n.v. Nutons verantwoorden”. Er wordt, met verwijzing naar “artikel 10, §1, 7/ van de ordonnantie van 30 maart 1995 betreffende de openbaarheid van bestuur”, tenslotte vermeld dat andere elementen zoals de offertes of documenten die eenheidsprijzen bevatten niet kunnen worden meegedeeld gezien hun vertrouwelijk karakter. 12. In antwoord op een brief van de raadsman van verzoekende partijen van 27 mei 2009 met de vraag wanneer de betekening van de toewijzingsbeslissing aan de gekozen inschrijver zal geschieden, antwoordt verwerende partij, in een brief van 25 mei 2009, dat de opdracht in principe op 1 juni 2009 zal worden betekend. 13. Met een brief van 25 mei 2009 deelt de raadsman van verzoekende partijen aan verwerende partij mee dat zij niet akkoord gaan met de genomen beslissing. Er wordt aangekondigd dat, behoudens bericht dat werd overgegaan tot intrekking van de bestreden beslissingen, uiterlijk op 29 mei 2009 een verzoekschrift tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid bij de Raad van State zal worden ingediend. Verwerende partij wordt gevraagd om, gelet op deze kennisgeving, niet over te gaan tot betekening van de toewijzingsbeslissing aan de gekozen inschrijver. 14. Op 28 mei 2009 wordt het voorliggende verzoek tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid ingediend. XII-5831-6/21 De ontvankelijkheid 15. Er kunnen vragen rijzen naar de proceshoedanigheid van de derde verzoekende partij die niet over rechtspersoonlijkheid beschikt. Een exceptie daaromtrent dient echter te dezen niet te worden ingeroepen nu een onderzoek daarvan en een uitspraak daarover te dezen niet noodzakelijk is, aangezien hierna zal blijken dat niet is voldaan aan de grondvoorwaarden om tot schorsing te besluiten. De grondvoorwaarden voor de schorsing 16. Krachtens artikel 17, §§ 1 en 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State kan slechts tot schorsing van de tenuitvoerlegging bij uiterst dringende noodzakelijkheid worden besloten onder de drievoudige voorwaarde dat uiterst dringende noodzakelijkheid voorhanden is, dat ernstige middelen worden aangevoerd die de nietigverklaring van de aangevochten beslissing kunnen verantwoorden en dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen. 17. Wat de tweede van de in het voornoemde artikel 17 gestelde voorwaarden betreft, voeren verzoekende partijen in een tweede middel, gericht tegen de - hier als eerste bestreden - beslissing om hun offerte als onregelmatig te beschouwen, de schending aan van “artikel 15 van de wet van 24 december 1993 betreffende de overheidsopdrachten en sommige opdrachten voor aanneming van werken, leveringen en diensten, van artikel 110, § 4 van het koninklijk besluit van 8 januari 1996 betreffende de overheidsopdrachten voor aanneming van werken, leveringen en diensten en de concessies voor openbare werken en van de beginselen van behoorlijk bestuur, in het bijzonder het zorgvuldigheidsbeginsel en de materiële motiveringsplicht”. Verzoekende partijen voeren in de eerste plaats aan dat de vraag om prijsverantwoording op zeer vage wijze is gesteld nu er geen bepaalde posten werden vermeld die als abnormaal worden beschouwd; de vraag tot prijsverantwoording betreft onmiskenbaar de totaalprijs van de offerte van verzoekende partijen. Daarnaast wordt aangevoerd dat artikel 110, §4, van het voornoemde koninklijk besluit van 8 januari 1996 slechts toelaat een offerte wegens abnormale prijzen als onregelmatig te weren indien de gevraagde XII-5831-7/21 prijsverantwoording op degelijke en grondige wijze werd onderzocht en indien die beslissing op “in feite en in rechte juiste, afdoende en aanvaardbare motieven” steunt. In de toelichting van het middel wordt omstandig uiteengezet waarom zulks volgens verzoekende partijen te dezen niet het geval is. Daartoe wordt in de toelichting van het middel aangevoerd dat, ondanks de hierna volgende objectieve elementen in hun prijsverantwoording, die absoluut gesteund zijn op de particuliere eigenheid van de inschrijving en van de betrokken opdracht, de prijsverantwoording volkomen ten onrechte werd verworpen : “- de NV Interplant, deelgenoot van de TV, voert reeds gedurende 2003 de bedoelde werken uit; - ingevolge deze uitvoering gedurende zes jaar werd (gaandeweg) een grote expertise opgedaan en werden speciale machines en technieken ontwikkeld (bijvoorbeeld om tunnelpanelen te vervangen); - er werd de voorbije jaren speciaal materieel en gereedschap aangekocht die specifiek gericht zijn op de uitvoering van deze werken - het rendement van de werken werd dan ook aanzienlijk verhoogd; - het personeel van de NV Interplant is ondertussen gespecialiseerd in de uitvoering van deze werken; - de NV Brufort heeft personeel dat woonachtig is te Brussel, hetgeen tot gevolg heeft dat de verplaatsingskosten kunnen worden beperkt, vooral ingeval van interventies; - de Brusselse regio is door beide firma's zeer goed gekend, zodat het personeel en materieel optimaal kan worden benut, zowel overdag als gedurende de nacht; - er is een werkplaats in Londerzeel, talrijke stockageplaatsen in het Brusselse en op de werfinrichting te Anderlecht”. Er wordt dus door de verwerende partij geen rekening gehouden met het gegeven dat de nv Interplant de enige onderneming is die de betrokken onderhoudswerken ooit al heeft uitgevoerd zodat geen enkel ander bedrijf zo vertrouwd is met de specificiteit van de werken. Bovendien heeft de nv Interplant, door ervaring en expertise op te doen tijdens de uitvoering van de werken de afgelopen 6 jaar, ondertussen de nodige specifieke materialen aangeschaft teneinde de uitvoering te kunnen optimaliseren. Ook het personeel beschikt ondertussen over de nodige ervaring. Vervolgens wordt in de toelichting uiteengezet waarom de argumentatie van verwerende partij om de prijsverantwoording van verzoekende partijen niet te aanvaarden, niet steunt op degelijke en correcte motieven en dus strijdig is met de materiële motiveringsplicht en geen blijk geeft van een degelijk XII-5831-8/21 onderzoek naar de verstrekte prijsverantwoording, zodat ook het zorgvuldigheidsbeginsel is geschonden. In de eerste plaats wordt benadrukt dat de motivering ter zake geenszins blijk geeft van een ernstig onderzoek. Het onderzoek is immers onvolledig nu in de motivering niet alle elementen aan bod komen die verzoekende partijen opgaven in hun verantwoording. De opgegeven motivering is om de volgende redenen bovendien inhoudelijk onjuist : 1/ Het argument dat deze motieven “haar niet onderscheiden van de andere inschrijvers” gaat voorbij aan de volgende elementen : “C afstand Londerzeel tot centrum Brussel is slechts 22 km (bv. Gembloux = zetel van SA Nutons: 44 km); C NV Brufort heeft maar liefst 24 personeelsleden dewelke in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest wonen, niet C zes jaar ervaring, twee opeenvolgende contracten, uitstekende referenties. De NV Interplant is de eerste en enige aannemer die deze werf reeds heeft uitgevoerd. Geen enkele concurrent heeft dan ook de specifieke kennis en de ervaring. In deze periode heeft verzoekster personeel opgeleid en zich laten specialiseren in de onderhoudswerkzaamheden van de tunnels. Het is steeds nachtwerk en niet iedereen is bereid om jarenlang iedere nacht in doffe en kille tunnels te werken; C speciaal ontwikkeld botskussen met container op gemonteerd waarin alle sanitaire voorzieningen aanwezig zijn om asbesthoudende tunnelpanelen te verwijderen of te plaatsen. Dit is een specifiek, uniek voor deze werf ontwikkeld product. In onze prijsrechtvaardiging refereert verzoekster hieraan vanuit het element ‘werfsignalisatie', hetgeen verweerster maar al te goed weet”. 2/ Het motief dat bepaalde argumenten “naast de kwestie zijn” is volkomen onbegrijpelijk. Wellicht zijn er in de prijsverantwoording zaken vermeld die volgens verwerende partij minder relevant zijn, maar dit is geen argument om de prijsverantwoording af te wijzen nu er voldoende elementen zijn die wel ter zake doen. 3/ Met het argument dat de opgeven motieven “ruim onvoldoende zijn om de globale prijs te rechtvaardigen”, verwijst verwerende partij naar de machine om panelen type Leopold II af te breken en te herplaatsen, terwijl verzoekende partijen in de prijsverantwoording louter als voorbeeld heeft verwezen naar machines en technieken om de tunnelpanelen te vervangen en er uiteraard nog andere machines en technieken zijn ontwikkeld voor de uitvoering van deze opdracht. XII-5831-9/21 Verder werd nergens door verzoekende partijen melding gemaakt van een bepaald type van machine of techniek en is ook de berekening van verwerende partij vreemd. Verwerende partij verwijst met de vermelde 0,77 % en 0,96 % wellicht naar de posten 135 “zorgvuldig wegnemen van herbruikbare panelen type Leopold II” en 136 “terugplaatsen van herbruikbare panelen type Leopold II”, maar nog andere posten slaan eveneens op tunnelpanelen, namelijk de posten 102 (“zorgvuldig verwijderen van verschillende typen panelen zonder asbestverwerking plafond”), 103 (“zorgvuldig verwijderen van verschillende typen panelen zonder asbestverwerking wand”), 104 (“terugplaatsen van herbruikbare panelen”), 106 (“plaatsen brandvrije panelen wand”), 107 (“plaatsen brandvrije panelen plafond”) en 110 (“zorgvuldig verwijderen van verschillende typen met 25 % chrysolietasbest”), of voor alle voormelde posten samen een totaalbedrag van 609.000 euro, hetgeen significant is ten opzichte van de globale prijs zoals opgegeven door verzoekende partijen (ongeveer 20 %). Verwerende partij heeft aldus - volgens verzoekende partijen - de materiële motiveringsplicht en het zorgvuldigheidsbeginsel niet nageleefd. Indien verzoekende partijen niet ten onrechte waren geweerd, zouden zij de laagste regelmatige inschrijver zijn geweest. Bijgevolg had verwerende partij overeenkomstig artikel 15 van de voornoemde wet van 24 december 1993, de opdracht aan verzoekende partijen moeten toewijzen. Beoordeling Artikel 110, §3, van het voornoemde koninklijk besluit van 8 januari 1996 luidt als volgt : “Vooraleer de aanbestedende overheid evenwel een offerte afwijst, wegens haar blijkbaar abnormaal hoge of abnormaal lage eenheidsprijzen of totale prijzen, verzoekt zij de betrokken inschrijver per aangetekende brief hierover de nodige schriftelijke verantwoordingen te verstrekken binnen een termijn van twaalf kalenderdagen, tenzij de uitnodiging een langere termijn bepaalt. Het is de inschrijver die het bewijs moet leveren van de verzending van die verantwoordingen. Tijdens het nazicht van blijkbaar abnormaal lage prijzen, kan de aanbestedende overheid motiveringen in aanmerking nemen die zijn gebaseerd op objectieve factoren steunend op de zuinigheid van het bouw- of produktieprocédé of van de dienstverlening, of op de gekozen technische oplossingen, of op uitzonderlijke gunstige omstandigheden waarvan de inschrijver kan profiteren voor de uitvoering van de opdracht of op de originaliteit van het produkt, het ontwerp of het werk dat de inschrijver aanbiedt”. XII-5831-10/21 Voorts bepaalt artikel 110, §4 : “In het geval van een overheidsopdracht voor aanneming van werken, gegund bij openbare of beperkte aanbesteding en voorzover minstens vier offertes werden ingediend, wordt bovendien elke offerte, waarvan het bedrag minstens vijftien pct. onder het gemiddelde bedrag van de door gegadigden ingediende offertes ligt beschouwd als een offerte waarvan het eventueel abnormale karakter van de prijs moet nagezien worden door de aanbestedende overheid. [...] Voor een offerte waarbij het eventueel abnormaal karakter van het bedrag dient nagezien te worden in de zin van deze paragraaf, moet de aanbestedende overheid: 1/ ofwel in de beslissing om de opdracht toe te wijzen, de verwerping van het bezwaar tegen het schijnbaar abnormale bedrag van de offerte formeel motiveren; 2/ ofwel de inschrijver verzoeken de nodige rechtvaardigingen, zoals voorzien in § 3, te bezorgen. Indien na onderzoek van deze rechtvaardigingen blijkt dat het bedrag van de offerte abnormaal is of bij gebrek aan rechtvaardiging binnen de opgelegde termijn, moet de aanbestedende overheid, in afwijking van § 2, de offerte als onregelmatig beschouwen en bijgevolg als van rechtswege nietig”. 18. Het wordt niet betwist dat artikel 110, §4, te dezen van toepassing was nu het gaat om een aanneming van werken gegund bij openbare aanbesteding waarbij minstens vier offertes werden ingediend, noch dat het bedrag van de offerte van verzoekende partijen minstens vijftien percent onder het gemiddelde bedrag van de andere ingediende offertes ligt. De aanbestedende overheid diende de offerte van verzoekende partijen bijgevolg te beschouwen als een offerte waarvan het eventueel abnormale karakter van de prijs moet worden nagezien. Evenmin wordt de beslissing betwist om ter zake een prijsverantwoording te vragen. 19. Te dezen wordt in de voormelde brief van 19 november 2008 van verwerende partij vermeld dat een prijsverantwoording wordt gevraagd omdat het bedrag van de offerte meer dan 15 % onder het gemiddelde bedrag van de andere ingediende offertes ligt. Verzoekende partijen, die in hun antwoord van 27 november 2008 overigens niet opmerken dat deze vraag te vaag zou zijn geformuleerd om de gevraagde verantwoording te kunnen verstrekken, tonen niet met de vereiste prima facie ernst aan waarom die vraag te vaag zou zijn geformuleerd, aangezien hieruit blijkt dat het totaalbedrag van de offerte eventueel abnormaal laag werd geacht, en XII-5831-11/21 zijzelf stellen dat de vraag tot prijsverantwoording “onmiskenbaar de totaalprijs van de offerte” betreft. Op dit punt is het tweede middel dan ook niet ernstig. 20. In de mate dat wordt aangevoerd dat verwerende partij de in het kader van het voornoemde artikel 110, §4, gevraagde en door verzoekende partijen gegeven prijsverantwoording niet afdoende heeft onderzocht en dat de beslissing om die prijsverantwoording niet te aanvaarden en dus de prijs als abnormaal te beschouwen, niet steunt op in feite en in rechte juiste, afdoende en aanvaardbare motieven, dient te worden aangenomen dat de aanbestedende overheid over een grote beoordelingsvrijheid beschikt om de in het kader van artikel 110, §4, gegeven prijsverantwoordingen al dan niet te aanvaarden, dat de Raad van State zich bij dergelijke beoordeling niet in de plaats kan stellen van het bestuur, dat hij wel mag nagaan of de betrokken motieven in rechte ter verantwoording van de bestreden beslissing in aanmerking mogen worden genomen, wat onder meer vereist dat ze naar behoren zijn bewezen, dat een inschrijver zich niet mag beperken tot vaagheden en algemeenheden, dat de in hetzelfde artikel 110, §3, opgesomde objectieve factoren niet limitatief zijn en dat ten slotte het onderzoek moet gebeuren met inachtname van de zorgvuldigheidsverplichting. In de eerste bestreden beslissing wordt, na de vaststelling dat de prijs van de offerte van verzoekende partijen 22,51% lager ligt dan het gemiddelde van de offertes berekend overeenkomstig artikel 110, §4, van het voornoemde koninklijk besluit van 8 januari 1996, en dit duidelijk boven de grens ligt van 15% bepaald in dit besluit en dit dan ook een controle vereist van de eventuele regelmatigheid, met de hierna volgende motivering, beslist deze offerte als onregelmatig te verwerpen. “Overwegende dat de rechtvaardiging van de T.V. lnterplant N.V. - Brufort N.V. elementen omvat die : - haar niets onderscheiden van de andere inschrijvers (eigen signalisatie, werklieden die dichtbij het Brussels Gewest wonen, er werken of het Brussels Gewest goed kennen) ; - naast de kwestie zijn (rekening houden met alle nodige elementen in de berekening van de offerte) ; - ruim onvoldoende zijn om de globale prijs te rechtvaardigen (inzet van een machine voor het afbreken en herplaatsen van de platen type Leopold 11, wat respectievelijk 0,77% en 0,96% van het totaal van de offerte vertegenwoordigt)”. XII-5831-12/21 Verzoekende partijen, die niet de schending van de formele motiveringsplicht opwerpen en dus aannemen dat de geformuleerde motivering hen in staat stelden zich ter zake in rechte te verweren, tonen in de huidige stand van het geding om de volgende redenen niet prima facie aan dat verwerende partij in de eerste bestreden beslissing niet wettig van oordeel kon zijn dat de gegeven verantwoordingen het prijsverschil niet rechtvaardigden en dat de prijs van verzoekende partijen, die 22,51 % onder het gemiddelde bedrag ligt en 21,58 % lager was dan de prijs van de tweede laagste inschrijver, de nv Nutons, dus abnormaal laag was, noch dat die beslissing steunt op een onzorgvuldig onderzoek. In de eerste plaats lijkt met verwerende partij te moeten worden aangenomen dat geen rekening kan worden gehouden met verantwoordingen die pas in het verzoekschrift tot nietigverklaring worden aangebracht, maar enkel met de elementen opgenomen in de prijsverantwoording zelf, en dat een inschrijver die een verzoek tot prijsverantwoording ontvangt, overeenkomstig artikel 110, §3, van het voornoemde koninklijk besluit van 8 januari 1996 moet weten dat dit een ernstige aangelegenheid is en hij zich ervan bewust dient te zijn dat hij zijn prijzen concreet en onderbouwd dient te verantwoorden aangezien hij het risico loopt dat zijn offerte onregelmatig wordt verklaard. In hun prijsverantwoording stellen verzoekende partijen in de eerste plaats dat zij zich onderscheiden van de overige inschrijvers doordat zij er in geslaagd zijn de rendementen te verhogen en de kosten zeer laag te houden. Zij verduidelijken dit als volgt : “Zoals U weet, voert lnterplant NV reeds 6 jaar de onderhouds- en modernisatiewerken in de Brusselse tunnels uit (bestek nr. Bl/MPC/2005.0025) en dit tot grote voldoening van het bestuur. Gedurende deze lange periode werd een zeer groot expertise opgedaan en werden er speciale machines en technieken ontwikkeld, bijvoorbeeld om de tunnelpanelen te vervangen. De werfsignalisatie werd volledig op punt gezet en het nodige materieel en gereedschap werd aangekocht, specifiek gericht op deze werken. Dit alles heeft ertoe geleid dat we erin geslaagd zijn het rendement van de werken aanzienlijk te verhogen. Brufort NV, van haar kant, kan er voor garant staan om het gespecialiseerd personeel van lnterplant nv te ondersteunen en dit met personeel woonachtig in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. Dit betekent een aanzienlijke besparing op dure verplaatsingskosten, in het bijzonder op het gebied van interventies. Op dit punt heeft Brufort NV reeds genoegzaam haar bekwaamheid aangetoond in het kader van de onderhoudswerken op de Ring RO en de autosnelwegen Al 2, E41 1 en E40. Voor beide bedrijven geldt dat zij gedurende vele jaren dagdagelijks met meerdere ploegen werkzaam zijn in het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest. XII-5831-13/21 Zowel het uitvoerend als ondersteunend personeel van beide firma's kent de Brusselse regio zeer goed. Dit betekent dat wij zowel ons personeel als ons materieel optimaal kunnen benutten (dag en nacht) en erin slagen hierdoor de kosten zeer laag te houden. Aangezien deze activiteiten zich reeds meerdere jaren voordoen, heeft zowel lnterplant NV als Brufort NV haar infrastructuur hierop afgestemd. We verwijzen hierbij naar de modern uitgeruste werkplaats op onze zetel te Londerzeel, op de talrijke stockageplaatsen in het Brusselse en op de (bestaande) werfinrichting te Anderlecht”. Verzoekende partijen tonen, in het licht van het verweer in de nota, echter niet prima facie aan dat verwerende partij onzorgvuldig handelde of de grenzen van haar beoordelingsvrijheid om de gegeven prijsverantwoordingen al dan niet te aanvaarden heeft overschreden door te oordelen dat deze elementen- waarbij verwezen wordt naar eigen signalisatie, werklieden die dichtbij het Brussels Gewest wonen, er werken of het Brussels Gewest goed kennen, haar niet onderscheiden van de andere inschrijvers. In de mate verwerende partij in de nota het belang en dus het onderscheidend karakter nuanceert van de specifieke ervaring inzake renovatie- en moderniseringswerken in tunnels, wordt dit, op het eerste gezicht, bevestigd door het feit dat geen specifieke referenties werden gevraagd. Deze ervaring, in de mate deze toch relevant is, lijkt verder niet beperkt tot de nv Interplant aangezien tussen 1995 en 2003 de nv Nutons blijkbaar gelijkaardige werken uitvoerde. Anderzijds lijkt het niet dat nv Brufort, die toch 24 personeelsleden ter beschikking stelt, vergelijkbare ervaring heeft, nu in de verantwoording enkel wordt verwezen naar onderhoudswerken op de Ring en de autosnelwegen A12, E411 en E40, maar niet in tunnels. In de mate verwezen wordt naar de besparing op verplaatsingskosten doordat nv Brufort werkt met personeel woonachtig in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, wordt, nog los van de vraag of dit ook niet geheel of gedeeltelijk kan gelden voor andere inschrijvers, dit niet alleen niet cijfermatig geconcretiseerd, maar lijkt verwerende partij in de nota niet zonder grond op te merken dat dergelijke besparing geneutraliseerd wordt door het feit dat deze personeelsleden geen ervaring hebben met tunnelwerken, ervaring die verzoekende partijen zelf zien als grondslag voor een aanzienlijke verhoging van het rendement van de werken. XII-5831-14/21 In de mate wordt verwezen naar het feit dat beide bedrijven gedurende vele jaren dagdagelijks met meerdere ploegen werkzaam zijn in het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest en dat zowel het uitvoerend als ondersteunend personeel van beide bedrijven de Brusselse regio zeer goed kent, hetgeen betekent dat zij zowel hun personeel als hun materieel optimaal kunnen benutten (dag en nacht) en erin slagen hierdoor de kosten zeer laag te houden, wordt in de prijsverantwoording niet verder concreet en specifiek toegelicht hoe dit hen onderscheidt van andere inschrijvers en dus hun lagere prijs verantwoordt, tenzij met verwijzing naar een werkplaats in Londerzeel, talrijke stockageplaatsen in het Brusselse en een werfinrichting te Anderlecht. Nu blijkens de nota ook de nv Nutons beschikt over een permanent werfbureau in Anderlecht en een stockagezone nabij Cora, lijkt niet aangetoond dat verwerende partij niet van oordeel mocht zijn dat dit geen onderscheidend element is Verzoekende partijen gaan aan dit permanent werfbureau en deze stockagezone van de nv Nutons voorbij in de mate ze in het verzoekschrift, om aan te tonen dat het motief dat de opgegeven verantwoordingselementen hen in niets onderscheiden, inhoudelijk onjuist is, benadrukken dat Gembloux, de zetel van nv Nutons, op 44 km gelegen is en Londerzeel, werkplaats en zetel van nv Interplant, slechts op 22 km. In de mate verzoekende partijen verwijzen naar de gedurende zes jaar opgedane expertise en vermelden dat speciale machines en technieken werden ontwikkeld bijvoorbeeld om tunnelpanelen te vervangen, en dat de voorbij jaren speciaal materiaal en gereedschap werd aangekocht die specifiek gericht zijn op de uitvoering van de werken, hetgeen ertoe leidde dat zij erin geslaagd zijn het rendement van de werken aanzienlijk te verhogen, wordt in de prijsverantwoording niet concreet en specifiek toegelicht om welke machines, materiaal, gereedschap en technieken het gaat -tenzij met de nog steeds vage verwijzing naar de ontwikkelde machine en technieken voor de vervanging van tunnelpanelen- of waaruit hun specificiteit bestaat, noch hoe dit leidde tot een rendementsverhoging en waarom deze het vastgestelde prijsverschil verantwoordt. In de eerste bestreden beslissing gaat verwerende partij bovendien afzonderlijk in op het voorbeeld “materiaal om de tunnelpanelen te vervangen”. Ervan uitgaande dat de machine bedoeld is voor het “afbreken en herplaatsen platen type Leopold II”, overweegt zij, met het derde motief, dat dit ruim onvoldoende is om de globale prijs te rechtvaardigen nu dit slechts 0,77 % - post 135 “zorgvuldig wegnemen van herbruikbare panelen type Leopold II”- en 0,96 % - post 136 “terugplaatsen van herbruikbare panelen type Leopold II betreft”. XII-5831-15/21 In de mate verzoekende partijen antwoorden dat dit slechts één voorbeeld was en dat er nog andere machines en technieken specifiek zijn ontwikkeld voor de uitvoering van de opdracht, lijkt zij niet aan te tonen dat verwerende partij onzorgvuldig heeft gehandeld door enkel met dit voorbeeld rekening te houden. Zoals reeds gesteld is het immers in eerste instantie aan verzoekende partijen om hun prijzen, die waarschijnlijk abnormaal laag werden geacht, te verantwoorden en dus om specifiek en concreet aan te geven welke technieken en machines werden ontwikkeld voor deze werken (of welk gereedschap en materiaal hiervoor specifiek werd aangekocht), welke voordelen deze bieden en hoe deze het rendement verhogen of de kosten verlagen, en zulks met cijfermatige gegevens, die te dezen in de prijsverantwoording ontbreken. In de mate verzoekende partijen in het verzoekschrift aanvoeren dat nog andere posten betrekking hebben op tunnelpanelen en dus de pertinentie van het derde motief van de eerste bestreden beslissing betwisten, volstaat in de huidige stand van het geding, zo lijkt het, de vaststelling dat verzoekende partijen niet betwisten dat de machine waarnaar in de prijsverantwoording werd verwezen ontwikkeld werd voor de panelen type Leopold II. Verwerende partij zet betreffende de specificiteit van de panelen in deze tunnel (2,5
- km)uiteen dat deze 3,5 m hoog zijn, zeer dik en een gewicht hebben van ongeveer 350 kg maar niet voorkomen in de overige tunnels (8,5 km in totaal zonder de Leopold II tunnel), terwijl voor de andere panelen, die veel dunner zijn en slechts 70 kg wegen geen speciale machine nodig is - zij kunnen gemakkelijk met de hand worden geplaatst en worden bovendien met de camion van de leverancier tot op de plaats van de plaatsing gebracht, afgeladen, voorbereid en vervolgens geplaatst. Aldus lijken verzoekende partijen niet met de vereiste prima facie ernst aan te tonen dat het bestuur in deze veeleer technische kwestie onzorgvuldig handelde en de grenzen van haar beoordelingsbevoegdheid te buiten ging door in dat licht te oordelen dat dit specifiek toestel “ruim onvoldoende [is] om de globale prijs te rechtvaardigen (inzet van een machine voor het afbreken en herplaatsen van de platen type Leopold 11, wat respectievelijk 0,77% en 0,96% van het totaal van de offerte vertegenwoordigt)”, met andere woorden enkel relevant en onderscheidend kan zijn voor de verantwoording van de prijs voor de voornoemde posten 135 en 136 en niet voor andere posten die blijkbaar andere veel dunnere en lichtere panelen betreffen die gemakkelijk met de hand kunnen worden geplaatst, blijkens de nota posten 103, 104, 106 en 107. Ten minste lijkt uit de vaststelling van de verwerende partij, dat het inschakelen van dit toestel op zich niet voldoende is om verzoekende partijen dermate te onderscheiden van de andere offertes, voort te vloeien dat niet meer wettig geoordeeld kon worden XII-5831-16/21 dat de eventueel abnormaal lage prijs niet afdoende verantwoord is. Dat er een verschil is tussen de panelen type Leopold II en andere panelen, lijkt trouwens te worden bevestigd door het opnemen van een aparte post voor het “zorgvuldig wegnemen/terugplaatsen van herbruikbare panelen type Leopold II”. In de mate verzoekende partijen in het verzoekschrift, om aan te tonen dat het motief van hun afwijzing, dat de opgegeven verantwoordingselementen hen in niets onderscheiden, inhoudelijk onjuist is, verwijzen naar een speciaal ontwikkeld botskussen met container op gemonteerd waarin alle sanitaire voorzieningen aanwezig zijn om asbesthoudende tunnelpanelen te verwijderen, meent verwerende partij dat hiermee geen rekening kan worden gehouden nu geenszins uit de prijsverantwoording blijkt dat dit botskussen bedoeld was met de verwijzing in die verantwoording naar “de werfsignalisatie werd volledig op punt gezet”. Het standpunt van verwerende partij lijkt te moeten worden bijgevallen aangezien het, in eerste instantie aan verzoekende partijen was om hun prijzen te verantwoorden en dit concreet en specifiek. Indien voormeld botskussen dermate specifiek was dat het de lage prijs zou verantwoorden, mocht verwerende partij redelijkerwijze verwachten dat dit dan uitdrukkelijk zou worden vermeld en niet enkel besloten in een vagere en zo lijkt het ruimere term “werfsignalisatie”. Nu verwerende partij in de nota aanvoert dat deze machine in ieder geval slechts betrekking heeft op post 110 “verwijderen van verschillende typen met 25 % chrysolietasbest”, lijkt ook niet prima facie aangetoond dat de impact van deze machine van die aard is om het prijsverschil te verantwoorden en aan te tonen dat de totaalprijs niet abnormaal laag kon worden bevonden. In de mate verzoekende partijen in dit verband in het verzoekschrift, om aan te tonen dat het motief dat de opgegeven verantwoordingselementen hen in niets onderscheiden, inhoudelijk onjuist is, nog benadrukken dat het gaat om nachtwerk en niet iedereen bereid is om jarenlang iedere nacht in doffe en kille tunnels te werken, tonen zij niet aan hoe dit hen onderscheidt van andere inschrijvers nu dit voor elke inschrijver lijkt te gelden maar vooral en opnieuw hoe dit hun lage prijs verantwoordt. Vervolgens stellen verzoekende partijen in hun prijsverantwoording : “Bovendien is onze prijsofferte gebaseerd “op de jarenlange ervaring die we hebben en een grondige analyse en nacalculatie van de werken gedurende de XII-5831-17/21 voorbije jaren . We hebben tijdens de opmaak van onze prijsofferte rekening gehouden met alle nodige factoren zoals aankoopprijzen, afschrijvingstermijnen, onderhouds- en herstellingskosten, werfkosten, algemene kosten en winst”. Het lijkt duidelijk dat de eerste bestreden beslissing hiernaar verwijst met het tweede motief, namelijk dat deze gegevens “naast de kwestie zijn (rekening houden met alle nodige elementen in de berekening van de offerte)”. Los van de vraag of dit niet veeleer de niet ingeroepen formele motiveringsplicht betreft, stellen verzoekende partijen, zo lijkt het, dan ook ten onrechte dat dit motief “volkomen onbegrijpelijk” is. Evenmin tonen zij prima facie aan waarom verwerende partij deze vaststelling toch had moeten aanmelden als een voldoende concrete en specifieke verantwoording van hun prijs en bijgevolg hun prijs als niet abnormaal laag had moeten aanvaarden en niet mocht oordelen dat dit alles niet relevant (“naast de kwestie is”), aangezien inderdaad verwacht kan worden dat alle inschrijvers in hun offerte en de geboden prijzen rekening houden met alle nodige factoren, waaronder “nacalculaties” van uitgevoerde werken, maar zulks niet hun eigen prijzen verklaart. Verzoekende partijen bekritiseren in het verzoekschrift ten slotte het derde motief, namelijk dat de aangevoerde elementen, bedoeld is de inzet van een machine voor het afbreken en herplaatsen van de platen type Leopold II, ruim onvoldoende zijn om de globale prijs te rechtvaardigen, aangezien het betrokken werk respectievelijk 0,77% en 0,96% van het totaal van de offerte vertegenwoordigt. Verzoekende partijen stellen dat die machine louter als voorbeeld werd vermeld en er uiteraard nog andere machines en technieken speciaal werden ontwikkeld voor deze werken. Er werd echter hierin reeds vastgesteld dat verwerende partij, zo lijkt het, niet ten onrechte enkel rekening hield met dit voorbeeld nu het aan verzoekende partijen toekwam om een concrete en specifieke prijsverantwoording te geven, en dat ook hun verwijzing naar andere posten dan de hier door verwerende partij bedoelde posten 135 en 136 niet prima facie aantoont dat verwerende partij onzorgvuldig handelde of buiten de grenzen van haar beoordelingsbevoegdheid trad door het gegeven van de betrokken machine niet te aanvaarden als voldoende prijsverantwoording. Uit het voorgaande volgt ten slotte dat verzoekende partijen, zo lijkt het, ten onrechte aanvoeren dat niet alle aangevoerde verantwoordingselementen werden onderzocht. XII-5831-18/21 Geen van de in het middel vermelde bepalingen en beginselen lijken geschonden. Aldus is het tweede middel is dan ook niet ernstig. 21. In een eerste middel, gericht tegen de - hier als tweede bestreden - toewijzingsbeslissing, roepen verzoekende partijen de schending in van “de artikelen 2 en 3 van de wet van 24 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshandelingen, van artikel 32 van de Grondwet en van de artikelen 4 en 5 van de wet van 11 april 1994 betreffende de openbaarheid van bestuur, alsook de schending van de beginselen van behoorlijk bestuur, in het bijzonder het zorgvuldigheidsbeginsel”. In essentie achten de verzoekende partijen deze rechtsregels en beginselen geschonden omdat in de gemotiveerde gunningsbeslissing uitdrukkelijk wordt verwezen naar de gemotiveerde beslissing van kwalitatieve selectie en het verslag van de veiligheids- en gezondheidscoördinator, dat adviseert de offerte van de nv Nutons als conform te klasseren omdat geen niet overeenstemmingen werden gevonden, terwijl geen van deze documenten werden overgemaakt ook niet na uitdrukkelijk verzoek van de raadsman van verzoekende partijen. Het is volgens hen duidelijk dat deze documenten absoluut van belang zijn om te kunnen nagaan of de bestreden beslissingen op wettelijke wijze werden genomen en of hieraan een afdoende motivering ten grondslag ligt. Aangezien uit het hiervoor besproken tweede middel zou blijken dat de offerte van de verzoekende partijen volkomen ten onrechte werd geweerd, hebben verzoekende partijen naar eigen zeggen belang bij dit middel. Beoordeling 22. Een inschrijver van wie de offerte onregelmatig is verklaard, heeft in principe geen belang om een toewijzingsbeslissing aan te vechten tenzij uit de middelen blijkt dat hij ten onrechte onregelmatig werd verklaard dan wel dat de opdracht aan niemand mocht worden toegewezen. Alhoewel verzoekende partijen in dit eerste middel tegelijk aanvoeren dat de betrokken documenten van absoluut belang waren om te kunnen nagaan of de bestreden beslissingen, bedoeld lijkt enkel de toewijzingsbeslissing, op wettelijke wijze werd genomen en of hieraan een afdoende motivering ten grondslag XII-5831-19/21 ligt, stellen zij niet uitdrukkelijk welk belang zij, als onregelmatig verklaarde inschrijver, hierbij hebben, meer bepaald pogen ze niet aan te tonen dat de opdracht rechtens aan geen enkele inschrijver toekwam. Zij koppelen integendeel hun belang bij dit eerste middel uitdrukkelijk aan het feit dat hun offerte ten onrechte werd geweerd, dus aan het tweede middel. Aangezien, zoals hiervoor reeds is gebleken, dit tweede middel niet ernstig is, tonen zij, als inschrijvers die als onregelmatig moeten worden beschouwd, dan ook niet aan welk belang zij nog hebben bij het eerste middel. Het middel is niet ontvankelijk. 23. Geen van de middelen is ernstig. Aldus is niet voldaan aan de tweede van de in het voormelde artikel 17 gestelde voorwaarden, die vervuld moeten zijn om de schorsing toe te wijzen. Deze vaststelling volstaat om de voorliggende vordering te verwerpen. OM DIE REDENEN BESLIST DE RAAD VAN STATE : Artikel 1. De vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid wordt verworpen. Artikel 2. De kosten van de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid, bepaald op 525 euro, komen ten laste van verzoekende partijen, elk voor een derde. XII-5831-20/21 Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op drieëntwintig juni 2009, door : de H. D. VERBIEST, kamervoorzitter, Mevr. S. DOMS, griffier. De griffier, De voorzitter, S. DOMS. D. VERBIEST. XII-5831-21/21 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.194.585 Gerelateerde publicatie(
- s)gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2012:ARR.219.739 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div