id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 23 juni 2009 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.194.586 Rolnummer: Zaak: Arrest 194586 - Monumenten en Landschappen - 23/06/2009 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2009-07-06 Raadplegingen: 63 - laatst gezien 2026-06-30 03:19 Fiche Arrest nr 194.586 van 23 juni 2009 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Monumenten en Landschappen Beslissing : Verwerping Samenvoeging Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 194.586 van 23 juni 2009 in de zaken A. 139.093/X-11.504 (I) A. 154.741/X-12.017 (II) In zake : I. en II. Eliana DE BAETS, die woonplaats kiest bij advocaat D. MATTHYS, kantoor houdende te 9000 GENT, Sint-Annaplein 34 tegen : I. en II. het Vlaamse Gewest, vertegenwoordigd door de Vlaamse regering, dat woonplaats kiest bij advocaat V. TOLLENAERE, kantoor houdende te 9000 GENT, Koning Albertlaan
- D E R A A D V A N S T A T E, Xe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat Eliana DE BAETS op 14 juli 2003 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van het besluit van 24 april 2003 van de Vlaamse minister van Binnenlandse Aangelegenheden, Cultuur, Jeugd en Ambtenarenzaken houdende vaststelling van een ontwerp van lijst van voor bescherming vatbare monumenten, stads- en dorpsgezichten, houdende “- onder artikel 1 de opname in de ontwerp van lijst van het aan verzoekster toebehorende woonhuis met aanhorigheden gelegen te 9900 Eeklo, Koning Albertstraat 15, gekend ten kadaster Eeklo, 2de Afdeling, sectie E, perceelnummer 1297 A, wegens de artistieke en historische waarde; - onder artikel 2 de motivering voor de opname van dit burgerhuis met aanhorigheden; - onder artikel 3 de mededeling dat met het oog op de bescherming van toepassing zijn de beschikkingen van het besluit van de Vlaamse regering van 17 november 1993 tot bepaling van de algemene voorschriften inzake instandhouding en onderhoud van monumenten en stads- en dorpsgezichten”; (I) Gezien het verzoekschrift dat Eliana DE BAETS op 13 augustus 2004 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van het besluit van 30 april 2004 van de Vlaamse minister van Binnenlandse Aangelegenheden, Cultuur, Jeugd en Ambtenarenzaken houdende vaststelling van een lijst van voor bescherming X-11.504 en 12.017-1/13 vatbare monumenten, stads- en dorpsgezichten, houdende de bescherming als monument van het burgerhuis met aanhorigheden aan de Koning Albertstraat 15 te Eeklo, kadastraal bekend sectie E, nr. 1297/a “- onder (een weliswaar niet nader genummerd) artikel 2 de motivering voor de bescherming van dit burgerhuis met aanhorigheden. - onder artikel 3 de mededeling dat met het oog op de bescherming van toepassing zijn de beschikkingen van het besluit van de Vlaamse regering van 17 november 1993 tot bepaling van de algemene voorschriften inzake instandhouding en onderhoud van monumenten en stads- en dorpsgezichten”; (II) Gelet op het arrest nr. 126.392 van 15 december 2003 waarbij de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing wordt verworpen in de zaak sub I; Gezien het verzoekschrift tot voortzetting, op 20 januari 2004 ingediend door de verzoekster in de zaak sub I; Gezien het administratief dossier in de zaak sub I; Gezien de toelichtende memorie in de zaak sub I; Gezien de memories van antwoord en van wederantwoord in de zaak sub II; Gezien het verslag opgemaakt door auditeur A. VAN MINGEROET in beide zaken; Gelet op de beschikkingen van 5 maart 2007 die de neerlegging ter griffie van het verslag en van de dossiers gelasten; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen en gezien de laatste memories in beide zaken; Gelet op de beschikkingen van 4 mei 2009 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 5 juni 2009; Gehoord het verslag van staatsraad P. LEFRANC in beide zaken; X-11.504 en 12.017-2/13 Gehoord de opmerkingen van advocaat D. MATTHYS, die verschijnt voor de verzoekster, en van advocaat P. VAN ASSCHE, die loco advocaat V. TOLLENAERE verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van auditeur A. VAN MINGEROET in beide zaken; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; OVERWEEGT WAT VOLGT :
- Rechtspleging De zaak A. 139.093/X-11.504 en de zaak A.154.741/X-12.017 worden wegens verknochtheid gevoegd.
- Feiten 2.
- De verzoekster is sedert 1978 eigenaar van een huis met aanhorigheden aan de Koning Albertstraat 15 te Eeklo. Het doet dienst als woning en wordt tevens voor professionele doeleinden gebruikt. Aanvankelijk was er een tandarts- en dierenartspraktijk in gevestigd. Thans worden er twee tandartspraktijken in uitgeoefend. 2.
- In een niet-gedagtekende nota stelt de dienst monumenten en landschappen van de ROHM Oost-Vlaanderen aan de Vlaamse minister van Cultuur voor om de procedure in te zetten voor de bescherming als monument van een aantal onroerende goederen in Eeklo. Met betrekking tot het bovenvermelde huis van de verzoekster wordt in die nota het volgende gesteld : “Woonhuis Koning Albertstraat 15 Het herenhuis aan de Koning Albertstraat werd vermoedelijk gebouwd in de 18de eeuw ter vervanging van twee smalle oude panden; de gevel dateert waarschijnlijk uit de 19de eeuw en is een zeldzaam bewaard voorbeeld van een neoclassicistische stijlgevel. Nauwkeurige bouwdata zijn niet bekend. Vanaf 1785 huurde Jacques Aernout, later benoemd tot notaris, dit huis op de Spriet, aan de splitsing van drie straten. Na zijn overlijden in 1841 werd het huis bewoond door zijn zoon Angelus, notaris benoemd in
- Hij kocht het huis X-11.504 en 12.017-3/13 aan in
- Ook zijn zoon Florimond, advocaat, betrok het huis tot zijn overlijden in
- In 1914 werd het huis bij openbare verkoop aangekocht door dokter Louis Van Kerckvoorde, die het in 1935 liet vergroten met een garage, dokterspraktijk en enkele kleinere aanhorigheden. De gevel werd een twintigtal jaar geleden grondig gerestaureerd, vrijwel gereconstrueerd, door Romano Tondat, waarbij alle decoraties in aangepaste cement-kalkmortel werden vernieuwd. Het oorspronkelijke herenhuis telt vijf traveeën en tweeënhalve bouwlaag met een dubbelhuisopstand. De voorgevel is opvallend door zijn uitbundige decoratie met motieven in Lodewijk XVI-stijl. Het huis werd volgens de bouwaanvraag in 1935 aan de rechterzijde uitgebreid met drie traveeën in aangepaste stijl. Het hoofdgebouw wordt afgedekt door een tentdak met leien, de later toegevoegde zijaanbouw heeft een plat dak. De bepleisterde en witgeschilderde lijstgevel van het oude huisgedeelte vertoont een symmetrische opstand en een sterke horizontale geleding. Een hoge arduinen plint reikt tot de vensterdorpels. De zijtraveeën kregen een decoratief accent in de typische stijl van het classicisme. De rechthoekige vensters met T-ramen in vernieuwd houtwerk zijn gevat in een geriemde omlijsting met eenvoudige sluitstenen, behalve in de bovenvensters van de zijtraveeën waar de sluitstenen uitgewerkt zijn als vrouwenhoofdjes. De benedenvensters en het centrale bovenvenster hebben glas-in-loodramen. De arduinen vensterdorpels zijn doorgetrokken tot een kordon. De bovenvensters van de zijtraveeën worden geaccentueerd door een kroonlijst rustend op consoles met guirlandes. De rondboogvormige deur is gevat in een markante gepleisterde omlijsting met sluitsteen en festoenen, bekroond door een rechte kroonlijst met tandlijst rustend op consooltjes in de uitgeholde zwikken van de rechthoekige omlijsting. Het glasraam in het bovenlicht van de deur vertoont gestileerde bloemmotieven in dezelfde stijl als het bovenvenster. De borstwering is verfraaid met panelen, in de zijtraveeën verrijkt met een sierlijke guirlande. De lijstgevel wordt bekroond door een hoofdgestel en een attiek uitgewerkt als mezzanino. Boven op het dak vormt een platform met ijzeren leuningen een belvedere. De voorgevelbehandeling van het in 1935 toegevoegde deel is nagenoeg identiek aan het hoofdgebouw. Een opvallend element in de gevel wordt gevormd door een inrijpoort met een beglaasde ijzeren vleugeldeur voorzien van een omlijsting en kroonlijst in dezelfde stijl als de voordeuromlijsting. De boogtrommel is voorzien van een reliëf in pleisterwerk. De verdieping is gemarkeerd door een gemetste uitbouw rustend op consoles. De achterzijde van het huis ziet uit op een diepe achtertuin en is opvallend door het speelse volumespel van hoofdgebouw met erkers, aanhorigheden en aanbouwsels in art-decostijl. Een houten driezijdige loggia op de bovenverdieping trekt de aandacht. Bij de verkoop van 1914 wordt de indeling en het interieur van het huis als volgt beschreven: ‘twee salons suite, spreekplaats, eetplaats en zaal in vlaamsche stijl, ruime keuken en achterkeuken, twee kelders, op de verdiepen verscheidene ruime slaapkamers’. De ruimte-indeling en de weelderige stoffering zijn nagenoeg intact bewaard gebleven. Aan de rechterzijde van de centrale gang lagen de toenmalige salons-en-suite, nu ingericht als tandartspraktijk en wachtkamer en uitgebreid met een erker met glas-in-lood met florale motieven. De huidige wachtkamer aan de straatkant is ingericht in rococostijl met veelkleurig stucwerk in Lodewijk XV-stijl aan wanden en schouw, deels daterend van de recente renovatiewerken. Naar verluidt bevinden zich onder de huidige stoffering nog schilderingen op doek met dorpsgezichten. Aan de andere kant van de gang bevond zich aan de voorzijde de spreekplaats, nu eveneens een tandartspraktijk. Deze kamer is voorzien van een stucschouw in classicistische stijl geflankeerd door wandtapijten met herbergtaferelen. Ook het centraal motief van de glasramen stellen herbergtaferelen voor. De andere X-11.504 en 12.017-4/13 wand is bekleed met imitatiegoudleer. De opmerkelijkste kamer van het huis is de centraal gelegen zitkamer-trappenhuis. De centrale open hal is een fenomeen dat rond de eeuwwisseling onder invloed van de Engelse cottagestijl vaak in het bouwplan van landhuizen werd opgenomen. De kamer is voorzien van twee wit betegelde wanden met paarse randtegels in ruitmotief en vier tegeltableaus met veelvoorkomende taferelen uit de 18de eeuw, namelijk een klok met een wijzer en zandloper getekend JVDWolk Rotterdam, een herdertafereel met opschrift ‘Ik hoedt mijn schapen’, een kanarie in een kooi, een hond en een kat. Ook schouwmantel, stookplaats en schoorstenen zijn betegeld en verrijkt met tableaus voorstellende een kat, een hond, een ruiterfiguur met opschrift Markus Curtius en een calvarie; op de schoorstenen zijn tegeltableaus, voorstellende met door ranken omwonden getorste zuilen, aangebracht. De houten bordestrap met balusterleuning wordt verlicht door een groot raam. De wand van het trappenhuis is op de bovenverdieping bekleed met imitatiegoudleder. De in 1935 aangebouwde garage en dokterspraktijk vertoont ook nog zijn authentieke aankleding met onder andere granitovloeren uitgevoerd door Santo Tondat”. 2.
- Met toepassing van het decreet van 3 maart 1976 tot bescherming van monumenten, stads- en dorpsgezichten (hierna : het monumentendecreet) stelt de Vlaamse minister van Cultuur op 24 april 2003 een ontwerp van lijst van voor bescherming vatbare monumenten, stads- en dorpsgezichten vast waarbij onder meer het bovenvermelde huis van de verzoekster wegens de artistieke en historische waarde op die ontwerp van lijst wordt geplaatst. In art. 2 van dat besluit dat door de verzoekster in zaak I wordt bestreden, wordt onder meer het volgende gesteld : “Artikel
- De representatieve selectie van het cultuurhistorisch belangrijk patrimonium van Eeklo bevat een diversiteit van bouwkundige monumenten die kenmerkend zijn voor de sociaal-economische geschiedenis en de cultuurhistorische en architecturale ontwikkeling van de gemeente. De te beschermen objecten vertonen intrinsieke historische, architecturale of andere sociaal-culturele kwaliteiten. Aspecten als authenticiteit, representativiteit, zeldzaamheid of gaafheid bepalen mee het waardevolle karakter van dit patrimonium. Het overzicht omvat interessante voorbeelden van burgerlijke stedelijke architectuur met name twee 18de-eeuwse woonhuizen, rijke 19de-eeuwse woningen in neoclassicistische stijl met inbegrip van het stijlvolle interieur en vroeg 20 ste-eeuwse architectuur in neostijlen en interbellumarchitectuur. Zowel in de landelijke als in de stedelijke woningbouw als in de gebouwen van openbaar nut, zoals bestuursgebouwen, gebouwen met dienstverlenende functie, het industriële en het religieuze erfgoed, zijn relevante en fraaie voorbeelden te vinden. Ook de stedelijke begraafplaats is een imponerende getuige van cultuurhistorisch waardevol funerair erfgoed. ( ... ) De artistieke en de historische, ondermeer de architectuurhistorische waarde, van het woonhuis, Koning Albertstraat 15 met aanhorigheden: De vanouds bekende voorname bewoners en eigenaars spelen een rol in de lokale geschiedenis als notaris of arts. Het statige en stijlvolle herenhuis is een uitzonderlijk voorbeeld van stedelijke privé-architectuur in neoclassicistische X-11.504 en 12.017-5/13 stijl uit de 19de eeuw, in 1935 uitgebreid in aangepaste stijl en is ongetwijfeld beeldbepalend in het straatbeeld. Het witgepleisterd symmetrische geveltype en de overvloedig gedecoreerde gevelopstand zijn geïnspireerd op de Lodewijk XVI-stijl. In de achtergevel trekken een driezijdige loggia een aanbouwsels in art decostijl de aandacht. De vrijwel intact behouden aankledingen van het interieur getuigen van twee eeuwen burgerlijke wooncultuur, met waardevolle elementen uit 18de, 19de en 20ste eeuw ofwel authentiek aan het huis ofwel op passende wijze geïntegreerd met als hoogtepunt de zogenaamde ‘zaal in Vlaamse stijl’ voorzien van een belangrijke verzameling wandtegels, en met een opmerkelijk ruim aanbod aan glasramen in diverse stijlen. (...)”. 2.
- Een afschrift van dit besluit wordt bij aangetekende brieven van 14 mei 2003 onder meer verstuurd naar de verzoekster, het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Eeklo en de dienst ruimtelijke ordening van de ROHM Oost-Vlaanderen. Het besluit wordt bij uittreksel bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad van 18 juli
- 2.
- Bij brief van 3 juni 2003 deelt de dienst ruimtelijke ordening van de ROHM Oost-Vlaanderen mee geen bezwaar te hebben tegen de bescherming als monument van het bovenvermelde huis van de verzoekster. 2.
- Bij brief van 10 juni 2003 dient de verzoekster een bezwaarschrift in tegen de bescherming van haar woning waarin zij o.m. het volgende heeft gesteld : “
- De gevolgde methode om mijn woning op de ontwerplijst te plaatsen : Ik werd niet op de hoogte gebracht van de bedoelingen van de ambtenaren van de dienst Monumenten en Landschappen. Op een leugenachtige manier werd ik en de parlementaire medewerkster van mijn echtgenoot benaderd. De dames van de dienst AROHM vertelden dat zij met de groeten van dokter Kempeneers gezonden waren, die zou gezegd hebben dat zij bij ons moesten komen kijken omdat dit huis een prachtige woning is. Dokter Kempeneers is een zeer goede kennis van onze familie. De dames wilden enkele foto’s nemen van het interieur van onze woning voor de ‘inventaris’. Over bescherming van de woning werd met geen woord gerept. Men heeft mij noch mijn echtgenoot ingelicht over de ware bedoelingen van het bezoek en de fotoreportage. Dezelfde dag deed ik navraag bij dokter Kempeneers, waaruit bleek dat hij niemand had doorgestuurd ‘met zijn groeten’. De werkwijze van de dienst werd bevestigd door dokter Bafort, die een huis huurt (dat) op de ontwerplijst staat. Ook bij hem werd enkel over inventariseren gesproken. Deze leugenachtige werkwijze van de Vlaamse overheid is onwaardig. Minister Van Grembergen heeft deze werkwijze toegegeven in het parlement en gezegd dat er een werkgroep zal opgericht worden om te onderzoeken hoe X-11.504 en 12.017-6/13 in de toekomst de communicatie met de betrokkenen beter kan georganiseerd worden, wat betreft het op de hoogte brengen van de eigenaar, huurder, de gebruiken, enz. Mocht de bedoeling ons duidelijk was meegedeeld, hadden wij de toegang tot onze woning resoluut geweigerd, ik citeer minister Van Grembergen: ‘niemand is verplicht het team binnen te laten’. (...)
- In het volgnummer 47913 Huis Matthijs-De Baets staats geschreven: - Oorspronkelijke bestemming: wonen - Huidige bestemming: wonen Dit is manifest onjuist en moet vervangen worden door: - Oorspronkelijke bestemming:
- uitoefening vrije beroepen
- Wonen - Huidige bestemming
- Uitoefening van tandartspraktijk (groepspraktijk)
- Wonen”. 2.
- Tijdens zijn vergadering van 30 juni 2003 sluit het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Eeklo het openbaar onderzoek en stelt het proces-verbaal vast van de ingediende bezwaren. Op 7 juli 2003 “aanvaardt” het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Eeklo “het principe van bescherming van monumenten, stads- en dorpsgezichten” maar vraagt begrip op te brengen voor de standpunten van de betrokken eigenaars en hun argumenten grondig te onderzoeken. Het college vraagt tevens dat de eigenaars voorafgaandelijk voldoende geïnformeerd worden over de gevolgen van dergelijke bescherming. 2.
- De bestendige deputatie van de provincie Oost-Vlaanderen brengt een gunstig advies uit over de bescherming van het bovenvermelde huis van de verzoekster. De bestendige deputatie vraagt eveneens aandacht voor de standpunten van de betrokken eigenaars en een grondig onderzoek. 2.
- De bezwaren van de verzoekster worden als volgt weerlegd: “
- De ambtenaren van de cel Monumenten en Landschappen kregen toestemming van de eigenaar om het huis te bezoeken en te fotograferen ten behoeve van de opmaak van de systematische inventaris van het bouwkundig erfgoed in Eeklo. De werkwijze om tot een selectie van beschermenswaard patrimonium te komen is niet wettelijk bepaald, doch de overzichtsinventaris kan als basisinstrument voor het beschermingsbeleid beschouwd worden. Het behoort tot de bevoegdheid van de overheid, het Vlaamse Gewest, om de keuze te maken welke goederen beschermd worden. Het decreet van 3 maart 1976 tot bescherming van monumenten, stads- en dorpsgezichten voorziet niet in een akkoord van de eigenaar om het onroerend goed te kunnen beschermen. De bescherming mag enkel vanuit het algemeen belang zijn ingegeven, een belang X-11.504 en 12.017-7/13 dat in het beschermingsbesluit gemotiveerd wordt volgens de criteria voorgesteld in het decreet. Het volstaat dat het besluit de redenen van artistieke, wetenschappelijke, historische, volkskundige, industrieel-archeologische of andere sociaal-culturele waarde opgeeft om de bescherming omwille van het algemeen belang te verantwoorden. In een brief aan het college van burgemeester en schepenen van Eeklo d.d. 21 september 2001 werd het college op de hoogte gesteld van de opmaak van de systematische inventaris van het bouwkundig erfgoed in Eeklo en onmiddellijk er opvolgend de opmaak van een selectie van voor bescherming vatbare monumenten op basis van deze inventaris. Dat de keuze op de eigendom van de bezwaarde is gevallen doordat zij toegang heeft verleend aan de ambtenaren en dit in andere gevallen niet het geval zou geweest zijn is een loze bewering. (...)
- De inventarisgegevens in de databank maken geen deel uit van het beschermingsdossier. Deze gegevens kunnen desgewenst aangepast worden maar doen geen afbreuk aan de monumentwaarde van het huis. (...)”. 2.
- Op 5 februari 2004 verleent de Koninklijke Commissie voor Monumenten en Landschappen (hierna: KCML) na beraadslaging eenparig gunstig advies. Zij neemt de hiervoor aangehaalde motieven van het bestreden besluit van 24 april 2003 over. 2.
- Met het bestreden besluit van 30 april 2004 van de Vlaamse minister van Binnenlandse Aangelegenheden, Cultuur, Jeugd en Ambtenarenzaken wordt ondermeer de woning van de verzoekster wegens de artistieke en historische waarde en met de motieven van de KCML beschermd als monument.
- De ontvankelijkheid van het beroep in zaak I 3.
- Door het definitieve beschermingsbesluit (het bestreden besluit in de zaak sub II) heeft het in deze zaak bestreden besluit geen rechtsgevolgen meer. Zelfs indien het definitieve beschermingsbesluit zou worden vernietigd, hetgeen, zoals hierna zal blijken, niet het geval is, kan het voorlopig beschermingsbesluit overeenkomstig artikel 5, § 7 van het monumentendecreet geen uitwerking meer hebben. De verzoekster heeft bijgevolg geen actueel belang meer bij de nietigverklaring van het bestreden besluit. 3.
- Het beroep tot nietigverklaring is onontvankelijk. X-11.504 en 12.017-8/13
- Ten gronde in de zaak II 4.1.
- Het eerste middel is afgeleid uit de schending van artikel 15 van de Grondwet, artikel 8 van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM), artikel 1 van het Eerste Aanvullend Protocol bij het EVRM, en artikel 17 van het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten. De verzoekster betoogt dat het monumentendecreet “geen enkele bepaling bevat die aan welbepaalde ambtenaren de bevoegdheid zouden toekennen om zich in de privé-eigendommen te begeven of zich aldaar toegang te verschaffen met het oog op het verzamelen van inlichtingen en documentatie ter samenstelling en fundering van de ontwerp-lijst en de definitieve lijst der beschermde monumenten en stads- en dorpsgezichten, “een daarbij te volgen procedure (niet) bestaat”, “desalniettemin (...) ambtenaren van ROHM zich onaangekondigd (melden) bij de eigenaars en (...) onder aanvoering van onjuiste redenen (vragen) de woning te mogen betreden; (...) zich daarbij in wezen van ongeoorloofde methodes (bedienen), vermits zij de ware toedracht van hun bezoek verborgen houden en met vleiende bewoordingen de kwaliteiten van de te bezoeken woning prijzen in de overtuiging dat ze aldus de eigenaars gemakkelijker tot gewilligheid zullen kunnen bewegen”, en dat “deze handelswijze (...) manifest bedoeld is om gegevens te kunnen verzamelen die mogelijks tot de bescherming van het gebouw zullen leiden, met een onmiskenbare zware negatieve patrimoniale impact voor de betrokken eigenaar(s) en derhalve strijdig met de aangevoerde bepalingen”. 4.1.
- Het voormelde besluit van 24 april 2003 en het bestreden besluit zijn genomen na een voorafgaand bezoek aan het woonhuis door ambtenaren van de cel Monumenten en Landschappen. Dat bezoek heeft plaatsgevonden vooraleer aan de bevoegde ambtenaren voor het onderzoek naar de beschermingswaarden, een bevoegdheid tot toegang tot de monumenten die op een ontwerp van lijst voorkomen, werd gegeven door het decreet van 21 november 2003 houdende wijziging van het decreet van 3 maart 1976 tot bescherming van monumenten en stads- en dorpsgezichten, dat in werking is getreden op 4 maart
- Deze nieuwe bevoegdheid geldt evenwel niet voor “de woningen en beroeps- en bedrijfslokalen”. 4.1.
- Er valt niet in te zien hoe het onaangekondigd karakter van het plaatsbezoek van de betrokken ambtenaren de door de verzoekster ingeroepen rechten zou kunnen schenden. De vaststelling dat de “onjuiste redenen” die deze X-11.504 en 12.017-9/13 ambtenaren volgens de verzoekster zouden hebben ingeroepen om met haar instemming de woning te kunnen betreden worden tegengesproken door haar bezwaarschrift waaruit blijkt dat zij op de hoogte was van het feit dat het om ambtenaren van de cel Monumenten en Landschappen ging die zich in het kader van de opmaak van een “inventaris” van het bouwkundig erfgoed in Eeklo hebben aangeboden. Dit werd bovendien bevestigd door de cel Monumenten en Landschappen in het kader van de bespreking van de bezwaren van de verzoekster. 4.1.
- Uit wat voorafgaat volgt dat de bedoelde ambtenaren van de verzoekster de instemming hebben gekregen om de woning te betreden en foto’s van het interieur te nemen met het oog op de opmaak van de voormelde inventaris. Er is zodoende geen sprake van een huiszoeking, schending van het recht op eerbiediging van de woning, schending van het ongestoord genot van het eigendomsrecht of een willekeurige inmenging in het huis of privéleven van de verzoekster. Er valt evenmin in te zien hoe in deze omstandigheden het bestreden besluit deze rechten van de verzoekster zou kunnen schenden louter door het feit dat voor de bescherming van de woning van de verzoekster werd geput uit de voormelde inventaris van het bouwkundig erfgoed in Eeklo. 4.1.
- Het middel is niet gegrond. 4.2.
- Het tweede middel is afgeleid uit de schending van “de motiveringsplicht, voorgeschreven door art. 2 en 3 van de uitdrukkelijke motiveringswet van 29 juli 1991” en “van het gelijkheids- en non- discriminatiebeginsel der artikelen 10 en 11 van de gecoördineerde Grondwet”. In een eerste onderdeel betoogt de verzoekster dat “van de foute premisse (wordt) uitgegaan dat het zou gaan om een gebouw met wonen als oorspronkelijke bestemming en als huidige bestemming, wat evenwel totaal onwaar is, vermits de oorspronkelijke bestemming was
(1)uitoefening van vrije beroepen en
(2)wonen, terwijl de huidige bestemming
(1)de uitoefening van een tandartspraktijk (groepspraktijk) en
(2)wonen is”. In een tweede onderdeel acht de verzoekster het gelijkheidsbeginsel geschonden “in de mate waarin van de circa 330 ‘objecten’ er zonder opgave van een reden tot het maken van een welbepaalde keuze voor nog geen 20 gebouwen of monumenten werd geopteerd”, “(om)dat zich bij de circa 330 ‘objecten’ nog heel wat andere gebouwen bevinden die qua cultuurhistorische en artistieke waarde beduidend interessanter zijn dan dit van verzoekster, maar dat voor X-11.504 en 12.017-10/13 deze gebouwen niet werd geopteerd omdat de ambtenaren geen toegang kregen tot deze gebouwen en er dus geen illustratieve beelden en gegevens hebben kunnen van opnemen”. 4.2.
- Daargelaten de vaststelling dat in de bestreden akte enkel aan de bestemming van de woning wordt gerefereerd waar verwezen wordt naar “de vanouds bekende voorname bewoners en eigenaars” die “een rol spelen in de lokale geschiedenis als notaris of arts”, blijkt uit de gegevens van het dossier, meer bepaald de motiveringsnota (randnummer 2.2) en de bespreking van de bezwaren van de verzoekster (randnummer 2.9), dat de verwerende partij op de hoogte was van het feit dat de woning in de achttiende tot begin twintigste eeuw bewoond werd opeenvolgend door notarissen en een advocaat, en later door een dokter die er een dokterspraktijk heeft gevestigd, later een tandartsenpraktijk en wachtkamer en dat er thans twee tandartsenpraktijken zijn gevestigd. 4.2.
- Het eerste onderdeel mist feitelijke grondslag. 4.2.
- In zoverre de verzoekster opwerpt dat haar woning “zonder opgave van reden” uit de inventaris van het bouwkundig erfgoed te Eeklo werd geselecteerd om als monument te worden beschermd, mist het tweede onderdeel van het middel eveneens feitelijke grondslag. Uit de bestreden akte blijkt genoegzaam dat de woning om de daarin uiteengezette artistieke en historische waarde als monument wordt beschermd. 4.2.
- Het gelijkheidsbeginsel kan slechts geschonden zijn indien in rechte en in feite gelijke gevallen ongelijk werden behandeld zonder dat er voor deze ongelijke behandeling een objectieve verantwoording bestaat. Het behoort aan de verzoekster die aanvoert dat het gelijkheidsbeginsel werd geschonden, dit in het verzoekschrift met concrete en precieze gegevens aan te tonen. 4.2.
- In de laatste memorie betwist de verzoekster de vaststelling in het auditoraatsverslag niet dat haar grief “dat andere gebouwen niet beschermd werden om reden dat de ambtenaren in die gebouwen geen toegang kregen” een loutere bewering is. Ook het feit dat zij “weet (heeft) van twee personen” die “geen bezoek van ambtenaren ontvingen en dat hun woning - bijgevolg - niet werd beschermd” is een blote, niet gestaafde en zelfs vage bewering in haar laatste memorie. Daargelaten de vraag of een eventuele ongelijkheid door het niet- beschermen van X-11.504 en 12.017-11/13 de kwestieuze “andere gebouwen” om de voormelde reden tot de door de verzoekster gevorderde nietigverklaring kan leiden van het thans bestreden besluit, faalt de verzoekster in de bewijslast die op haar rust om een schending van het gelijkheidsbeginsel aan te tonen. 4.2.
- Het tweede onderdeel is niet gegrond. OM DIE REDENEN BESLIST DE RAAD VAN STATE : Artikel
- De zaken A. 139.093/X-11.504 en A. 154.741/X-12.017 worden gevoegd. Artikel
- De beroepen worden verworpen Artikel
- De kosten van de vordering tot schorsing en het beroep tot nietigverklaring in de zaak A. 139.093/X-11.504, bepaald op 350 euro, komen ten laste van de verzoekster. De kosten van het beroep in de zaak A. 154.741/X-12.017, bepaald op 175 euro, komen ten laste van de verzoekster. X-11.504 en 12.017-12/13 Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op drieëntwintig juni 2009, door de Xe kamer, die was samengesteld uit : de HH. R. STEVENS, kamervoorzitter, J. BOVIN, staatsraad, P. LEFRANC, staatsraad, Mevr. A. TRUYENS, griffier. De griffier, De voorzitter, A. TRUYENS. R. STEVENS. X-11.504 en 12.017-13/13 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.194.586 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div