← België

Arrest 194587 - Monumenten en Landschappen - 23/06/2009

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 23 juni 2009 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.194.587 Rolnummer: Zaak: Arrest 194587 - Monumenten en Landschappen - 23/06/2009 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2009-07-06 Raadplegingen: 62 - laatst gezien 2026-06-30 03:19 Fiche Arrest nr 194.587 van 23 juni 2009 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Monumenten en Landschappen Beslissing : Verwerping Samenvoeging Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 194.587 van 23 juni 2009 in de zaken A. 139.094/X-11.505 (I) A. 154.742/X-12.018 (II). In zake : I. + II. Jan BAFORT (overleden), Rechtsgeding hervat door: Michel BAFORT, die woonplaats kiest bij advocaat D. MATTHYS, kantoor houdende te 9000 GENT, Sint-Annaplein 34 tegen : I. + II. het Vlaamse Gewest, vertegenwoordigd door de Vlaamse regering, dat woonplaats kiest bij advocaat V. TOLLENAERE, kantoor houdende te 9000 GENT, Koning Albertlaan

  1. D E R A A D V A N S T A T E, Xe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat Jan BAFORT op 14 juli 2003 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van het besluit van 24 april 2003 van de Vlaamse minister van Binnenlandse Aangelegenheden, Cultuur, Jeugd en Ambtenarenzaken houdende vaststelling van een ontwerp van lijst van voor bescherming vatbare monumenten, stads- en dorpsgezichten houdende “- Onder artikel 1 de opname in de ontwerp van lijst van het aan verzoeker toebehorende woonhuis met aanhorigheden gelegen te 9900 Eeklo, Koning Albertstraat 62, gekend ten kadaster Eeklo, 2de Afdeling, sectie E, perceelnummer 1479G, wegens de artistieke en historische waarde; - Onder artikel 2 de motivering voor de opname van dit woonhuis met aanhorigheden; - Onder artikel 3 de mededeling dat met het oog op de bescherming van toepassing zijn de beschikkingen van het besluit van de Vlaamse regering van 17 november 1993 tot bepaling van de algemene voorschriften inzake instandhouding en onderhoud van monumenten en stads- en dorpsgezichten”; (I) X-11.505 en 12.018-1/16 Gezien het verzoekschrift dat Jan BAFORT op 13 augustus 2004 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van het besluit van 30 april 2004 van de Vlaamse minister van Binnenlandse Aangelegenheden, Cultuur, Jeugd en Ambtenarenzaken houdende “- onder artikel 1 de bescherming van Wegens de artistieke en historische waarde : - al monument : woonhuis met aanhorigheden en tuin gelegen te Eeklo (Eeklo), Koning Albertstraat 62, bekend ten kadaster : Eeklo, 2de afdeling, sectie E, perceelnummer 1479G - onder (een weliswaar niet nader genummerd) artikel 2 de motivering voor de bescherming van dit woonhuis, - onder artikel 3 de mededeling dat met het oog op de bescherming van toepassing zijn de beschikkingen van het besluit van de Vlaamse regering van 17 november 1993 tot bepaling van de algemene voorschriften inzake instandhouding en onderhoud van monumenten en stads- en dorpsgezichten”; (II) Gelet op het arrest nr. 126.393 van 15 december 2003 waarbij de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing wordt verworpen in de zaak sub I; Gezien het verzoekschrift tot voortzetting, op 20 januari 2004 ingediend door de verzoeker in de zaak sub I; Gezien het administratief dossier in de zaak sub I; Gezien de toelichtende memorie in de zaak sub I; Gezien de memories van antwoord en van wederantwoord in de zaak sub II; Gezien het verslag opgemaakt door auditeur A. VAN MINGEROET in beide zaken; Gelet op de beschikkingen van 5 maart 2007 die de neerlegging ter griffie van het verslag en van de dossiers gelasten; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen en gezien de laatste memories in beide zaken; X-11.505 en 12.018-2/16 Gezien het uittreksel uit het register der overlijdensakten van de stad Eeklo waaruit blijkt dat de verzoeker is overleden op 28 juli 2006; Gezien het verzoekschrift tot gedinghervatting, op 13 april 2007 ingediend door Michel BAFORT; Gelet op de beschikkingen van 4 mei 2009 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 5 juni 2009; Gehoord het verslag van staatsraad P. LEFRANC in beide zaken; Gehoord de opmerkingen van advocaat D. MATTHYS, die verschijnt voor de verzoeker, en van advocaat P. VAN ASSCHE, die loco advocaat V. TOLLENAERE verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van auditeur A. VAN MINGEROET in beide zaken; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; OVERWEEGT WAT VOLGT :
  2. Rechtspleging De zaak A.139.094/X-11.505 en de zaak A.154.742/X-12.018 worden wegens verknochtheid gevoegd.
  3. Feiten 2.
  4. De oorspronkelijke verzoeker was eigenaar van een in 1930 gebouwd woonhuis met aanhorigheden aan de Koning Albertstraat 62 te Eeklo. Hij verhuurde de woning aan zijn zoon Michel Bafort, de huidige verzoeker, die het huis samen met zijn echtgenote bewoont en aanwendt voor de uitoefening van hun beider artsenpraktijk. Het huis werd in 1993 verbouwd en aangepast aan de noden van een moderne artsenpraktijk. X-11.505 en 12.018-3/16 2.
  5. In een niet-gedagtekende nota stelt de dienst monumenten en landschappen van de ROHM Oost-Vlaanderen aan de Vlaamse minister van Cultuur voor om de procedure in te zetten voor de bescherming als monument van een aantal onroerende goederen in Eeklo. Met betrekking tot het bovenvermelde huis van de verzoeker wordt in die nota het volgende gesteld : “Woonhuis Koning Albertstraat 62 Het burgerhuis werd gebouwd in opdracht van notaris Albrecht Schoutteet-Dhuyvetter, kort na zijn aankoop in 1930 van twee bebouwde percelen. Reeds in 1933 werd het huis aangekocht door de dokter Michel Bafort, thans is de woning bewoond door zijn kleinzoon, dokter Michel Bafort, die ze nauwkeurig restaureerde met behoud van de authentieke elementen. De stadswoning heeft een achterliggende tuin met slingerend pad, een grote magnolia en buxusaanplanting in hagen en bolvormen en achteraan een tuinhuis. Het rode bakstenen rijhuis is ontworpen door architect Valère Lievens uit Tielt, zoals vermeld op een plintsteentje. Het huis is een mooi voorbeeld van het betere burgerhuis in art-decostijl, en is vooral bijzonder door zijn intact bewaard interieur. Het enkelhuis telt drie traveeën en drie bouwlagen met links aansluitende lagere travee met poort, onder afgewolfd zadeldak met pannen. De bakstenen lijstgevel op arduinen plint met getralied keldervenstertje is versierd met decoratieve details. De deurtravee uiterst rechts wordt getypeerd door de verdiepte en overluifelde rechthoekige deur, rijk uitgewerkt en deels beglaasd en getralied, geflankeerd door ingebouwde verlichting, en het hoge zeshoekige venster van het trappenhuis met een kleurrijk glas-in-loodraam. Op de verdieping van de brede middentravee is een brede driezijdige erker onder een leien dakje met erboven een licht uitspringende erker met vensters voorzien van leuning met siersmeedwerk. De rechthoekige vensters zijn gevat in een gecementeerde omlijsting met houten kozijnramen en glas-in-lood met geometrische patronen, op de bovenste verdieping met gekleurde driehoekige motieven, afgesloten door rolluiken. De borstwering tussen de vensters wordt versierd met decoratief metselwerk De daklijst wordt belijnd door een brede gecementeerde band. De lagere linkertravee bevat de houten vleugeldeur voorzien van venstertjes met siersmeedwerk en van veelhoekig bovenlicht met glas-in-lood. De deur was in het oorspronkelijk ontwerp de toegang tot het notariskantoor, nu omgebouwd tot dokterspraktijk. De traditionele plattegrond van het enkelhuistype met verzorgde inrichting is een mooi voorbeeld van art-decoarchitectuur. Voor de eclectische aankleding van het interieur volgde men alle heersende trends in de interieurkunst uit het interbellum: hal en trappenhuis in eigentijdse decoratieve stijl, eetkamer in oud-Vlaamse stijl, salon in neorococo, woonkamer in versoberde art deco. Het meubilair in aangepaste stijl naargelang de verschillende kamers bleef eveneens behouden en bepaalt mee de eigen sfeer van de kamers. De eigentijdse decoratieve stijl in de inkomhal en het trappenhuis komt tot uiting in de verzorgde aankleding met hedendaagse materialen en de sierlijke vormgeving in de geest van de art deco. Typisch zijn de keramische vloertegels, het oorspronkelijke en zeldzaam bewaarde zilverkleurig behangpapier met gestileerde florale motieven en cirkels in licht reliëf in de kleine inkomhal, groengeglazuurde keramische wandtegels aan de trappaal en als lambrisering, de houten bordestrap, de wandverlichting. Het trappenhuis is eveneens voorzien X-11.505 en 12.018-4/16 van horizontaal belijnde wandbekleding en een glasraam met geometrische vegetale motieven in de straatgevel. De overladen traditionalistische bouwtrant in de voorkamer was een zeer populaire stijl in Eeklo. Deze interieurstijl liet zich duidelijk inspireren op de woonkamer uit de Vlaamse renaissance en wordt hier gekenmerkt door de verwerking van donker houtwerk, de gesculpteerde eik voor de versierde schouwwangen en bekleding met een geschilderd puttitafereel op de boezem, de balklaag met geschilderde plafondvlakken tussen de balken, imitatielederbehang en lambrisering voor de wandbekleding, gesculpteerde deurstukken van de binnendeuren, glas-in-lood in de straatvensters, radiatoromkasting onder de vensters met fonteinmotief in siersmeedwerk, plankenvloer en meubilair en ijzeren luster. Tussen eetkamer en salon is een doorgang met bovenlicht aangebracht. Bij de inrichting van het salon, tussen de eetkamer en de woonkamer, is geopteerd voor het neorococo als aankledingstijl. De authentieke salonmeubels en vleugelpiano bleven bewaard. De woonkamer aansluitend bij de keuken, aangebracht in de uitbouw voldeed aan de eisen van het moderne comfort en is uitgevoerd in een vereenvoudigde art deco, getypeerd door de kleurrijke tegelvloeren en de glasramen met gestileerde bloemmotieven in het bovenlicht van het brede venster uitziend op de achtertuin. Ook op de bovenverdieping zijn authentieke interieurelementen, bewaard, zoals de gekleurde glasraampjes in de deuren. Achter het huis is een stadstuintje aangelegd passend bij de burgerwoning. Het ommuurd tuintje is voorzien van typische buxushagen aan paadjes, met op de grasperken in bollen gesnoeide buxus, van de bomen valt vooral de grote magnolia in het achterste gedeelte van de tuin op. Een eenvoudig tuinhuisje is opgetrokken tegen de afsluitmuur achteraan”. 2.
  6. Met toepassing van het decreet van 3 maart 1976 tot bescherming van monumenten, stads- en dorpsgezichten (hierna : het monumentendecreet) stelt de Vlaamse minister van Cultuur op 24 april 2003 een ontwerp van lijst van voor bescherming vatbare monumenten, stads- en dorpsgezichten vast waarbij onder meer het bovenvermelde huis met aanhorigheden en tuin van de verzoeker wegens de artistieke en historische waarde op die ontwerp van lijst wordt geplaatst. In art. 2 van dat besluit dat door de verzoeker in zaak I wordt bestreden, wordt onder meer het volgende gesteld : “Artikel
  7. De representatieve selectie van het cultuurhistorisch belangrijk patrimonium van Eeklo bevat een diversiteit van bouwkundige monumenten die kenmerkend zijn voor de sociaal-economische geschiedenis en de cultuurhistorische en architecturale ontwikkeling van de gemeente. De te beschermen objecten vertonen intrinsieke historische, architecturale of andere sociaal-culturele kwaliteiten. Aspecten als authenticiteit, representativiteit, zeldzaamheid of gaafheid bepalen mee het waardevolle karakter van dit patrimonium. Het overzicht omvat interessante voorbeelden van burgerlijke stedelijke architectuur met name twee 18de-eeuwse woonhuizen, rijke 19de-eeuwse woningen in neoclassicistische stijl met inbegrip van het stijlvolle interieur en vroeg 20ste-eeuwse architectuur in neostijlen en interbellumarchitectuur. Zowel in de landelijke als in de stedelijke woningbouw als in de gebouwen van openbaar nut, zoals bestuursgebouwen, gebouwen met X-11.505 en 12.018-5/16 dienstverlenende functie, het industriële en het religieuze erfgoed, zijn relevante en fraaie voorbeelden te vinden. Ook de stedelijke begraafplaats is een imponerende getuige van cultuurhistorisch waardevol funerair erfgoed. ( ... ) De artistieke en de historische, meer bepaald de architectuurhistorische waarde van het huis, Koning Albertstraat 62 met aanhorigheden en tuin: Mooi voorbeeld van een gaaf burgerhuis in art decostijl gebouwd in 1930 naar ontwerp van architect Valère Lievens uit Tielt. De bakstenen voorgevel is met bijzonder aandacht voor decoratieve accenten uitgewerkt, met een kleurrijk glasraam in art deco boven de deur. Het deftige burgerhuis illustreert binnenshuis voortreffelijk de interbellumsfeer. Het intact bewaard interieur volgt met zijn eclectische aankleding alle heersende trends in de fantasierijke en decoratieve interieurkunst typisch voor de periode van het interbellum, meer bepaald de art deco en de historiserende stijlbewegingen. Het sober aangelegde stadstuintje met buxusaanplanting in hagen en bolvormen en een opvallende grote magnolia maakt integrerend deel uit van het stijlvolle burgerhuis”. 2.
  8. Een afschrift van dit besluit wordt bij aangetekende brieven van 14 mei 2003 onder meer verstuurd naar de verzoeker, het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Eeklo en de dienst ruimtelijke ordening van de ROHM Oost-Vlaanderen. Het besluit wordt bij uittreksel bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad van 18 juli
  9. 2.
  10. Bij brief van 3 juni 2003 deelt de dienst ruimtelijke ordening van de ROHM Oost-Vlaanderen mee geen bezwaar te hebben tegen de bescherming als monument van het bovenvermeld huis van de verzoeker. 2.
  11. Bij brief van 13 juni 2003 dient de raadsman van de verzoeker een bezwaarschrift in tegen de bescherming van de woning waarin hij onder meer het volgende heeft gesteld : “(...)
  12. Voor cliënt blijft het een onopgeloste vraag waarom uitgerekend zijn eigendom op de ontwerp-lijst werd geplaatst en samen met 8 andere privé-woningen werd geselecteerd uit de overzichtinventaris van het bouwkundig erfgoed van de Stad Eeklo, dat een 330-tal ‘objecten en ensembles’ bevat, waaronder een groot aantal privé-woningen. Een afdoende motivering daaromtrent is niet terug te vinden. Dit wordt als volslagen willekeur ervaren.
  13. De wijze waarop de afgevaardigde ambtenaren van de dienst Monumenten en Landschappen zich toegang hebben verschaft tot de woning, beschrijvingen hebben opgemaakt en fotografisch materiaal hebben verzameld, is volstrekt onaanvaardbaar. Het bezoek gebeurde niet alleen onaangekondigd, maar daarenboven werd de reden van het bezoek niet medegedeeld en werd op de gestelde vragen niet op een correcte wijze geantwoord, waardoor cliënt zich terecht bedrogen voelt: er werd alleen over inventarisatie gesproken. De gehanteerde methodes hebben inmiddels trouwens reeds het voorwerp X-11.505 en 12.018-6/16 uitgemaakt van een interpellatie in het Vlaams parlement, en het antwoord van de bevoegde minister laat duidelijk aanvoelen dat aangaande de toe te passen methodes en de te voeren procedure niets bestaat en nog heel veel te doen staat. Inmiddels is cliënt echter wel het slachtoffer geworden van methodes die heel wat vragen oproepen vanuit de Grondwettelijk gewaarborgde grondrechten, de privacy-bescherming, het recht op bescherming van de privé-eigendom e.d.m. (...)”. In een bijlage bij dit bezwaarschrift worden door de verzoeker onder meer nog de volgende bezwaren geuit: “(...) De woning werd bruikbaar gemaakt voor een moderne artsenpraktijk: Dit betekent dat het gehele kabinet, welke nog de sfeer van het oude notarissenkantoor uitstraalde volledig werd afgebroken, structureel werden muren verplaatst en werd dit kabinet voorzien van een nieuwe toegang tot de woning (eetkamer). De oude toegang werd een ingebouwde kast. De inkleding en afwerking van het kabinet is hedendaags en modern (moderne groene deuren, witte granieten vloer en verlaagd plafond in metaallamellen). (...) De tuin werd volledig heraangelegd door Groenkreaties Meetjesland omstreeks
  14. De magnolia welke dateert van na de tweede wereldoorlog werd behouden. De magnolia is dus minstens 20 jaar jonger dan de woning. Alle bomen werden vervangen waarbij in deze nieuwe tuin een luchtig aspect werd gecreëerd in de stijl van vroeger (...) Zonder in extenso hier het gehele interieur te beschrijven lijkt mij dit sterk overdreven! Vooreerst kan de mevrouw die de inventaris opmaakte onmogelijk beweren dat het interieur intact bewaart werd, daar ze gewoon weg niet alle kamers bezocht ... De slaapkamers bevatten moderne nieuwe meubels, de badkamer werd vernieuwd, het bezemhok werd doucheruimte... De keuken is uitgeleefd en aan vernieuwing toe nadat ze 20 jaar geleden volledig werd vernieuwd met uitbraak van tussenmuur en plaatsing van een modern groot raam met zicht op tuin. De ‘tussenplaats’ tussen het trappenhuis en de eetkamer werd sterk verbouwd in verschillende stappen. Het plafond werd verlaagd in de jaren ’
  15. De ‘meidentrap’ werd gesupprimeerd en maakte plaatst voor een lift welke gebouwd werd in die jaren nadat mijn grootmoeder om medische redenen niet meer de trap op kon. Deze lift geeft beneden uit naast de trap en heeft een ‘moderne’deur. Op het verdiep verdween hiervoor een inbouwkast met glas in lood. Ook hier vindt men een liftdeur uit de jaren zestig terug. De lift zelf werd gemoderniseerd en aangepast aan de moderne eisen ongeveer 5 jaar geleden door Cosmo-liften welke deze lift ook verder onderhoudt. De laatste aanpassing in deze tussenplaats dateert van ongeveer 10 jaar geleden wanneer een nieuwe deur geplaatst werd naar de garage welke zich bevindt in het aanpalende huis (nummer 60). De mevrouw die de inventaris opmaakte kan onmogelijk beweren dat het meubilair in aangepaste stijl bewaard bleef naar gelang de verschillende kamers en mede de eigen sfeer bepaalt in de kamers, daar ze niet alle kamers met mij bezocht .. De slaapkamers bevatten moderne nieuwe meubels, badkamer werd vernieuwd, het bezemhok werd doucheruimte... Zelfs de zolder werd heringedeeld... De keuken is uitgeleefd en aan vernieuwing toe nadat ze 20 jaar X-11.505 en 12.018-7/16 geleden volledig werd vernieuwd met uitbraak van tussenmuur en plaatsing van een modern groot raam met zicht op tuin. De ‘tussenplaats’ tussen het trappenhuis en de eetkamer werd sterk verbouwd in verschillende stappen. Het plafond werd verlaagd in de jaren ’60, De ‘meidentrap’ werd gesupprimeerd en maakte plaatst voor een lift welke gebouwd werd in die jaren nadat mijn grootmoeder om medische redenen niet meer de trap op kon. Deze lift geeft beneden uit naast de trap en heeft een ‘moderne’ deur. Op het verdiep verdween hiervoor een inbouwkast met glas in lood. Ook hier vindt men een liftdeur uit de jaren zestig terug. De lift zelf werd gemoderniseerd en aangepast aan de moderne eisen ongeveer 5 jaar geleden door Cosmo-liften welke deze lift ook verder onderhoudt. De laatste aanpassing in deze tussenplaats dateert van ongeveer 10 jaar geleden wanneer een nieuwe deur geplaatst werd naar de garage welke zich bevindt in het aanpalende huis (nummer 60). (...)”. Ook de oorspronkelijke verzoeker dient op 12 juni 2003 een bezwaarschrift in waarin hij de bezwaren van de huidige verzoeker tot de zijne maakt. 2.
  16. Tijdens zijn vergadering van 30 juni 2003 sluit het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Eeklo het openbaar onderzoek en stelt het proces-verbaal vast van de ingediende bezwaren. Op 7 juli 2003 “aanvaardt” het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Eeklo “het principe van bescherming van monumenten, stads- en dorpsgezichten” maar vraagt begrip op te brengen voor de standpunten van de betrokken eigenaars en hun argumenten grondig te onderzoeken. Het college vraagt tevens dat de eigenaars voorafgaandelijk voldoende geïnformeerd worden over de gevolgen van dergelijke bescherming. 2.
  17. De bestendige deputatie van de provincie Oost-Vlaanderen brengt een gunstig advies uit over de bescherming van het bovenvermelde huis van de verzoeker. De bestendige deputatie vraagt eveneens aandacht voor de standpunten van de betrokken eigenaars en een grondig onderzoek. 2.
  18. De aangehaalde bezwaren van de oorspronkelijke en huidige verzoeker en zijn raadsman worden als volgt weerlegd: “- Het oude notariskantoor, nu aangepast tot artsenpraktijk, wordt in het beschermingsdossier niet beschreven. Enkel de toegangspoort, als het enig authentiek element, wordt in de beschrijving opgenomen. - De huidige tuinaanleg is het resultaat van bepaalde aanpassingswerken, meer bepaald de heraanleg van
  19. De beschrijving van het tuintje zal in het inhoudelijk dossier als dusdanig aangevuld worden. Deze werken doen echter X-11.505 en 12.018-8/16 geen afbreuk aan de in het bestreden besluit vermelde waarden. De magnolia blijft in het bescheiden tuinarchitecturaal ensemble een beeldbepalende plaats innemen. De erfgoedwaarde van het stadstuintje blijft een typisch en waardevol element dat integrerend deel uitmaakt van het monument. - Het beschermen van een onroerend goed als monument houdt automatisch ook de bescherming in van de zich erin bevindende roerende zaken, onroerend door bestemming. Daarom is een beschrijving van het interieur met de waardevolle onroerende zaken en het meubilair ook belangrijk, en is het aangewezen om er melding van te maken in het beschermingsbesluit. De beschermingsgrond en de monumentwaarde van het onroerend goed moet van algemeen belang zijn omwille van minstens één van de waarden zoals vermeld in het decreet van 3 maart 1976 tot bescherming van monumenten, stads- en dorpsgezichten, namelijk de artistieke, wetenschappelijke, historische, volkskundige, industrieel-archeologische of andere sociaal-culturele waarde. Een waardevolle interieurinrichting bevestigt de monumentwaarde van het gebouw maar is niet strikt noodzakelijk. In de beschrijving horend bij het betreffende huis wordt het accent gelegd op de behouden interieurelementen. De in het bezwaarschrift vermelde verbouwingen of toegevoegde elementen zijn niet in de beschrijving vermeld omdat ze geen authenticiteit vertonen. Zij doen echter ook geen afbreuk aan de monumentwaarde van het geheel. Waar nodig zal het inhoudelijk dossier aangevuld worden met nieuwe gegevens aangebracht in het bezwaarschrift. De vermelding ‘intact bewaard’ interieur zal uit de motivering in het beschermingsbesluit gelicht worden. Daar er nog voldoende authentieke elementen aanwezig zijn blijven de beschermingsgronden van kracht. (...) - In verband met de toegang tot het monument om de nodige opsporingen en vaststellingen te kunnen doen, richt de kritiek zich op het decreet van 3 maart 1976 en niet op de bestreden beslissing. Het decreet vermeldt ook dat wanneer deze verrichtingen de kenmerken van een huiszoeking dragen zij enkel mogen worden uitgevoerd indien er aanwijzingen bestaan voor een misdrijf en op voorwaarde dat de politierechter hen daartoe heeft gemachtigd. (...) - De ambtenaren vragen steeds de toestemming van de eigenaar om het huis te bezoeken en te fotograferen ten behoeve van de opmaak van de systematische inventaris van het bouwkundig erfgoed. Het is de bevoegdheid van de overheid om de keuze te maken welke goederen beschermd worden. De werkwijze om tot een selectie van beschermenswaard patrimonium te komen is niet wettelijk bepaald. Het decreet van 3 maart 1976 tot bescherming van monumenten, stads- en dorpsgezichten voorziet niet in een akkoord van de eigenaar om het onroerend goed te kunnen beschermen. De overzichtsinventaris kan als basisinstrument voor het beschermingsbeleid beschouwd worden. In een brief aan het college van burgemeester en schepenen van Eeklo d.d. 21 september 2001 werd het college op de hoogte gesteld van de opmaak van de systematische inventaris van het bouwkundig erfgoed in Eeklo en onmiddellijk er opvolgend de opmaak van een selectie van voor bescherming vatbare monumenten op basis van deze inventaris. (...) De huurder gaf, na afspraak, toestemming aan de ambtenaar van de cel Monumenten en Landschappen om het huis te bezoeken en te fotograferen ten behoeve van de opmaak van de systematische inventaris van het bouwkundig erfgoed in Eeklo. De werkwijze om tot een selectie van beschermenswaard patrimonium te komen is niet wettelijk bepaald, doch de overzichtsinventaris kan als basisinstrument voor het beschermingsbeleid beschouwd worden. Het behoort tot de bevoegdheid van de overheid, het Vlaamse Gewest, om de keuze te maken welke goederen beschermd worden. Het decreet van 3 maart 1976 tot X-11.505 en 12.018-9/16 bescherming van monumenten, stads- en dorpsgezichten voorziet niet in een akkoord van de eigenaar om het onroerend goed te kunnen beschermen. De bescherming mag enkel vanuit het algemeen belang zijn ingegeven, een belang dat in het beschermingsbesluit gemotiveerd wordt volgens de criteria voorgesteld in het decreet. Het volstaat dat het besluit de redenen van artistieke, wetenschappelijke, historische, volkskundige, industrieel-archeologische of andere sociaal-culturele waarde opgeeft en motiveert om de bescherming omwille van het algemeen belang te verantwoorden. De ambtenaar nam eveneens contact voor verdere inlichtingen met de echtgenote van de eigenaar, ook in verband met de bescherming”. 2.
  20. Op 5 februari 2004 verleent de Koninklijke Commissie voor Monumenten en Landschappen (hierna: KCML) na beraadslaging eenparig gunstig advies mits volgende motieven : “De artistieke en de historische, meer bepaald architectuurhistorische waarde van het huis, Koning Albertstraat 62 niet aanhorigheden en tuin: Mooi voorbeeld van een gaaf burgerhuis in art-decostijl gebouwd in 1930 naar ontwerp van architect Valère Lievens uit Tielt. De bakstenen voorgevel is met bijzondere aandacht voor decoratieve accenten uitgewerkt, met een kleurrijk glasraam in art deco boven de deur. Het deftige burgerhuis illustreert binnenshuis voortreffelijk de interbellumsfeer. Het interieur volgt met zijn eclectische aankleding alle heersende trends in de fantasierijke en decoratieve interieurkunst typisch voor de periode van het interbellum, meer bepaald de art deco en de historiserende stijlbewegingen. Het sober aangelegde stadstuintje met een opvallende grote magnolia maakt integrerend deel uit van het stijlvolle burgerhuis”. 2.
  21. Met het in zaak II bestreden besluit van 30 april 2004 van de Vlaamse minister van Binnenlandse Aangelegenheden, Cultuur, Jeugd en Ambtenarenzaken wordt ondermeer de woning met aanhorigheden en tuin van de verzoeker wegens de artistieke en historische waarde en met de motieven van de KCML beschermd als monument.
  22. De ontvankelijkheid van het beroep in zaak I 3.
  23. Door het definitieve beschermingsbesluit (het bestreden besluit in de zaak sub II) heeft het in deze zaak bestreden besluit geen rechtsgevolgen meer. Zelfs indien het definitieve beschermingsbesluit zou worden vernietigd, hetgeen, zoals hierna zal blijken, niet het geval is, kan het voorlopig beschermingsbesluit overeenkomstig artikel 5, § 7 van het monumentendecreet geen uitwerking meer hebben. De verzoeker heeft bijgevolg geen actueel belang meer bij de nietigverklaring van het bestreden besluit. X-11.505 en 12.018-10/16 3.
  24. Het beroep tot nietigverklaring is onontvankelijk.
  25. Ten gronde in de zaak II 4.1.
  26. Het eerste middel is afgeleid uit de schending van artikel 15 van de Grondwet, artikel 8 van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM), artikel 1 van het Eerste Aanvullend Protocol bij het EVRM, en artikel 17 van het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten. De verzoeker betoogt dat het monumentendecreet “geen enkele bepaling bevat die aan welbepaalde ambtenaren de bevoegdheid zouden toekennen om zich in de privé-eigendommen te begeven of zich aldaar toegang te verschaffen met het oog op het verzamelen van inlichtingen en documentatie ter samenstelling en fundering van de ontwerp-lijst en de definitieve lijst der beschermde monumenten en stads- en dorpsgezichten, “een daarbij te volgen procedure (niet) bestaat”, “desalniettemin (...) ambtenaren van ROHM zich onaangekondigd (melden) bij de eigenaars en (...) onder aanvoering van onjuiste redenen (vragen) de woning te mogen betreden; (...) zich daarbij in wezen van ongeoorloofde methodes (bedienen), vermits zij de ware toedracht van hun bezoek verborgen houden en met vleiende bewoordingen de kwaliteiten van de te bezoeken woning prijzen in de overtuiging dat ze aldus de eigenaars gemakkelijker tot gewilligheid zullen kunnen bewegen”, en dat “deze handelswijze (...) manifest bedoeld is om gegevens te kunnen verzamelen die mogelijks tot de bescherming van het gebouw zullen leiden, met een onmiskenbare zware negatieve patrimoniale impact voor de betrokken eigenaar(s) en derhalve strijdig met de aangevoerde bepalingen”. 4.1.
  27. Het voormelde besluit van 24 april 2003 en het bestreden besluit zijn genomen na een voorafgaand bezoek aan het woonhuis door ambtenaren van de cel Monumenten en Landschappen. Dat bezoek heeft plaatsgevonden vooraleer aan de bevoegde ambtenaren voor het onderzoek naar de beschermingswaarden, een bevoegdheid tot toegang tot de monumenten die op een ontwerp van lijst voorkomen, werd gegeven door het decreet van 21 november 2003 houdende wijziging van het decreet van 3 maart 1976 tot bescherming van monumenten en stads- en dorpsgezichten, dat in werking is getreden op 4 maart
  28. Deze nieuwe bevoegdheid geldt evenwel niet voor “de woningen en beroeps- en bedrijfslokalen”. X-11.505 en 12.018-11/16 4.1.
  29. Er valt niet in te zien hoe het onaangekondigd karakter van het plaatsbezoek van de betrokken ambtenaren de door de verzoeker ingeroepen rechten zou kunnen schenden. De “onjuiste redenen” die deze ambtenaren volgens de verzoeker zouden hebben ingeroepen om met zijn instemming de woning te kunnen betreden worden tegengesproken door de aangehaalde bezwaarschriften waaruit blijkt dat hij op de hoogte was van het feit dat het om ambtenaren van de cel Monumenten en Landschappen ging die zich in het kader van de opmaak van een “inventaris” van het bouwkundig erfgoed in Eeklo hebben aangeboden. Dit werd bovendien bevestigd door de cel Monumenten en Landschappen in het kader van de bespreking van de bezwaren van de verzoeker. 4.1.
  30. Uit wat voorafgaat volgt dat de bedoelde ambtenaren van de verzoeker de instemming hebben gekregen om de woning te betreden en foto’s van het interieur te nemen met het oog op de opmaak van de voormelde inventaris. Er is zodoende geen sprake van een huiszoeking, schending van het recht op eerbiediging van de woning, schending van het ongestoord genot van het eigendomsrecht of een willekeurige inmenging in het huis of privéleven van de verzoeker. Er valt evenmin in te zien hoe in deze omstandigheden het bestreden besluit deze rechten van de verzoeker zou kunnen schenden louter door het feit dat voor de bescherming van de woning van de verzoeker werd geput uit de voormelde inventaris van het bouwkundig erfgoed in Eeklo. 4.1.
  31. Het middel is niet gegrond. 4.2.
  32. Het tweede middel is afgeleid uit de schending van “de motiveringsplicht, voorgeschreven door art. 2 en 3 van de uitdrukkelijke motiveringswet van 29 juli 1991” en “van het gelijkheids- en non- discriminatiebeginsel der artikelen 10 en 11 van de gecoördineerde Grondwet”. In een eerste onderdeel betoogt de verzoeker dat in het bestreden besluit “een hele reeks affirmaties (worden) aangevoerd die de toets van de feitelijke juistheid niet doorstaan: “- de uitleg die destijds werd gegeven over de tuin, met ‘slingerend pad, een grote magnolia en buxusaanplanting in hagen en bolvormen en achteraan een tuinhuis’ heeft weinig te maken met de historische waarde ervan vermits, zoals hoger reeds uiteengezet, de tuin het resultaat is van een volledige heraanleg in de jaren
  33. Het feit van daar de woorden ‘buxus aanplanting in hagen en bolvormen’ in de motivering van de thans aangevochten beslissing werden uit weggelaten, verandert niets X-11.505 en 12.018-12/16 aan de hierboven ontwikkelde redenering, die het heeft over een ‘volledige heraanleg in de jaren 1993’: verzoeker beklemtoont dat het enige wat toen werd overgehouden een magnolia was, geplant in
  34. - Gesteld werd dat de woning een mooi voorbeeld is van het betere burgershuis in art decostijl, met als toelichting : ‘... en is vooral bijzonder door zijn intact bewaard interieur’. In de thans aangevochten beslissing werden de woorden ‘intact bewaard’ inderdaad weggelaten, maar voor het overige blijft de beschrijving zeer ver van de realiteit staan. Zo wordt ten onrechte gesproken van een voortreffelijke illustratie van de interbellumsfeer binnenshuis, vermits de ganse tweede verdieping, bevattende vier kamers en een zolder, volledig werd vernieuwd. De benedenverdieping kan al evenmin veel van die sfeer uitstralen wanneer men weet dat daarin sedert 1995 een volledig nieuw artsenkabinet werd ingericht, gaande van de straat tot aan de tuin. De ambtenaren die die woning hebben betreden hebben deze kennelijk niet volledig bezocht. Minstens zijn ze tijdens hun bezoek niet voldoende aandachtig geweest : anders zouden zij zonder twijfel hebben kunnen vaststellen dat de slaapkamers moderne nieuwe meubels bevatten, dat de badkamer werd vernieuwd, dat het bezemhok werd omgebouwd tot een doucheruimte. De keuken is uitgeleefd en aan vernieuwing toe nadat ze 20 jaar geleden volledig werd vernieuwd met uitbraak van tussenmuur en plaatsing van een modern groot raam met zicht op de tuin. De ‘tussenplaats’ tussen het trappenhuis en de eetkamer werd sterk verbouwd in verschillende stappen. Het plafond werd verlaagd in de jaren ’
  35. De ‘diensttrap’ werd gesupprimeerd en maakte plaats voor een lift die gebouwd werd in de jaren nadat de moeder van verzoeker om medische redenen niet meer de trap op kon. Deze lift geeft beneden uit naast de trap en heeft een ‘moderne’ deur. Op de verdieping verdween hiervoor een inbouwkast met glas in lood. Ook hier vindt men een deur uit de jaren zestig terug, en inmiddels werd de lift nog gemoderniseerd en aan de moderne jaren aangepast. - In zeer uitvoerige bewoordingen wordt door verwerende partij gesteld dat het interieur met zijn eclectische aankleding in aangepaste stijl bewaard bleef naar gelang de verschillende kamers en mede de eigen sfeer in de kamers bepaalt. De kamers werden door de ambtenaar niet eens bezocht. Zoals reeds uiteengezet, bevatten de slaapkamers nieuwe moderne meubels, en zelfs de zolder werd opnieuw ingedeeld. - De bakstenen voorgevel werd in 1985 herschilderd in andere kleuren dan de kleuren van voordien”. In een tweede onderdeel acht de verzoeker het gelijkheidsbeginsel geschonden “in de mate waarin van de circa 330 ‘objecten’ er zonder opgave van een reden tot het maken van een welbepaalde keuze voor nog geen 20 gebouwen of monumenten werd geopteerd”, “(om)dat zich bij de circa 330 ‘objecten’ nog heel wat andere gebouwen bevinden die qua cultuurhistorische en artistieke waarde beduidend interessanter zijn dan dit van verzoeker, maar dat voor deze gebouwen niet werd geopteerd omdat de ambtenaren geen toegang kregen tot deze gebouwen en er dus geen illustratieve beelden en gegevens hebben kunnen van opnemen”. X-11.505 en 12.018-13/16 4.2.
  36. Krachtens de materiële motiveringsplicht moet elke administratieve beslissing berusten op rechtens aanvaardbare motieven met een voldoende feitelijke grondslag. De motieven moeten in beginsel steunen op feiten die met de werkelijkheid overeenstemmen. Als annulatierechter is de Raad van State belast met een wettigheidstoezicht. Het komt de Raad van State niet toe het feitenonderzoek in de behandelde zaak over te doen en in plaats van het bestuur te appreciëren of een goed wel beschermingswaard is. De Raad vermag wel na te gaan of de administratieve overheid rechtmatig tot haar voorstelling van de feiten is kunnen komen. Hij kan dus nagaan of de feiten die de overheid als uitgangspunt heeft genomen, vaststaan in het licht van de bewijselementen die beschikbaar waren. Te dezen vinden de hiervoor aangehaalde motieven voor de artistieke en historische waarde van het huis met aanhorigheden en tuin steun in de motiveringsnota van het bestuur monumenten en landschappen, dat zelf gebaseerd is op een aantal historische gegevens en een beschrijving van het betrokken woonhuis bijeengebracht uit literatuur, documentatie en een plaatsbezoek, en in de hiervoor aangehaalde gemotiveerde weerlegging door hetzelfde bestuur van de bezwaren van de verzoeker. Deze bezwaren werden daadwerkelijk ontmoet en uitvoerig weerlegd. De verzoeker, die zich in dit eerste onderdeel, in essentie beperkt tot een louter hernemen van de tijdens het openbaar onderzoek geformuleerde bezwaren die door het bestuur werden weerlegd, toont niet aan dat deze concrete gegevens onjuist of onvolledig zouden zijn. 4.2.
  37. Het eerste onderdeel is niet gegrond. 4.2.
  38. In zoverre de verzoeker opwerpt dat zijn woning “zonder opgave van reden” uit de inventaris van het bouwkundig erfgoed te Eeklo werd geselecteerd om als monument te worden beschermd, mist het tweede onderdeel van het middel feitelijke grondslag. Uit de bestreden akte blijkt genoegzaam dat de woning om de daarin uiteengezette artistieke en historische waarde als monument wordt beschermd. 4.2.
  39. Het gelijkheidsbeginsel kan slechts geschonden zijn indien in rechte en in feite gelijke gevallen ongelijk werden behandeld zonder dat er voor deze ongelijke behandeling een objectieve verantwoording bestaat. Het behoort aan de verzoeker die aanvoert dat het gelijkheidsbeginsel werd geschonden, dit in het verzoekschrift met concrete en precieze gegevens aan te tonen. X-11.505 en 12.018-14/16 4.2.
  40. In de laatste memorie betwist de verzoeker de vaststelling in het auditoraatsverslag niet dat zijn grief “dat andere gebouwen niet beschermd werden om reden dat de ambtenaren in die gebouwen geen toegang kregen” een loutere bewering is. Ook het feit dat hij “weet (heeft) van twee personen” die “geen bezoek van ambtenaren ontvingen en dat hun woning - bijgevolg - niet werd beschermd” is een blote, niet gestaafde en zelfs vage bewering in zijn laatste memorie. Daargelaten de vraag of een eventuele ongelijkheid door het niet-beschermen van de kwestieuze “andere gebouwen” om de voormelde reden tot de door de verzoeker gevorderde nietigverklaring kan leiden van het thans bestreden besluit, faalt de verzoeker in de bewijslast die op hem rust om een schending van het gelijkheidsbeginsel aan te tonen. 4.2.
  41. Het tweede onderdeel is niet gegrond. OM DIE REDENEN BESLIST DE RAAD VAN STATE : Artikel
  42. De zaken A. 139.094/X-11.505 en A. 154.742/X-12.018 worden gevoegd. Artikel
  43. De beroepen worden verworpen. Artikel
  44. De kosten van de vordering tot schorsing en het beroep tot nietigverklaring in de zaak A. 139.094/X-11.505, bepaald op 350 euro, komen ten laste van de nalatenschap van de verzoeker. De kosten van het beroep in de zaak A. 154.742/X-12.018, bepaald op 175 euro, komen ten laste van de nalatenschap van de verzoeker. X-11.505 en 12.018-15/16 Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op drieëntwintig juni 2009, door de Xe kamer, die was samengesteld uit : de HH. R. STEVENS, kamervoorzitter, J. BOVIN, staatsraad, P. LEFRANC, staatsraad, Mevr. A. TRUYENS, griffier. De griffier, De voorzitter, A. TRUYENS. R. STEVENS. X-11.505 en 12.018-16/16 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.194.587 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.