← België

Arrest 194612 - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen - 24/06/2009

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 24 juni 2009 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.194.612 Rolnummer: A. 150335/X-11831 Zaak: Arrest 194612 - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen - 24/06/2009 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2009-07-09 Raadplegingen: 58 - laatst gezien 2026-06-30 03:19 Fiche Arrest nr 194.612 van 24 juni 2009 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen Beslissing : Vernietiging Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 194.612 van 24 juni 2009 in de zaak A. 150.335/X-11.831. In zake : 1. Alfons TORFS, wonende te 2260 WESTERLO, Olenseweg 126, 2. de gemeente WESTERLO. tegen : het Vlaamse Gewest, vertegenwoordigd door de Vlaamse regering, dat woonplaats kiest bij advocaat J. CLAES, kantoor houdende te 2550 KONTICH, Mechelsesteenweg 160. tussenkomende partij : de n.v. BASE, die woonplaats kiest bij advocaten P. EVERAERT en G. L’HEUREUX, kantoor houdende te 1932 ZAVENTEM, Leuvensesteenweg 369. D E R A A D V A N S T A T E, Xe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat Alfons TORFS en de gemeente WESTERLO op 2 april 2004 hebben ingediend om de nietigverklaring te vorderen van het besluit van 2 februari 2004 van de gewestelijk stedenbouwkundig ambtenaar waarbij aan de n.v. BASE de stedenbouwkundige vergunning wordt verleend voor het bouwen van een zendstation voor mobiele communicatie op een terrein gelegen te Westerlo, Olenseweg 125, kadastraal bekend sectie A, nr. 926/p; Gelet op het arrest nr. 132.416 van 15 juni 2004 waarbij de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing wordt verworpen; Gezien de verzoekschriften tot voortzetting, op 16 juli 2004 en 15 juli 2004 ingediend door de verzoekende partijen; Gezien het verzoekschrift tot tussenkomst, op 24 augustus 2004 ingediend door de n.v. BASE; X-11.831-1/11 Gelet op de beschikking van 7 september 2004 die de tussenkomst van de n.v. BASE toelaat; Gezien de memories van antwoord en van wederantwoord; Gezien het verslag opgemaakt door auditeur A. VAN MINGEROET; Gelet op de beschikking van 18 oktober 2006 die de neerlegging ter griffie van het verslag en van het dossier gelast; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen en gezien de laatste memorie van de verwerende partij; Gelet op de beschikking van 16 april 2009 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 15 mei 2009; Gehoord het verslag van staatsraad J. CLEMENT; Gehoord de opmerkingen van schepen R. VRINDTS, die verschijnt voor de tweede verzoekende partij, van advocaat A. CLAES, die loco advocaat J. CLAES verschijnt voor de verwerende partij, en van advocaat G. L’HEUREUX, die verschijnt voor de tussenkomende partij; Gehoord het eensluidend advies van auditeur A. VAN MINGEROET; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; OVERWEEGT WAT VOLGT : 1. Feiten 1.1. Op 24 januari 2003 dient de n.v. BASE bij de gewestelijk stedenbouwkundig ambtenaar een aanvraag in tot het bouwen van een zendstation X-11.831-2/11 voor mobiele communicatie aan de Olenseweg 125 te Westerlo, kadastraal bekend sectie A nr. 926/p. 1.2. Het voornoemde perceel is overeenkomstig het op 28 juli 1978 vastgestelde gewestplan Herentals-Mol gelegen in een gebied voor ambachtelijke bedrijven of gebied voor kleine en middelgrote ondernemingen. Het is niet gelegen binnen het gebied van een goedgekeurd bijzonder plan van aanleg, noch binnen de omschrijving van een behoorlijk vergunde, niet vervallen verkaveling. 1.3. Tijdens het openbaar onderzoek, van 10 februari 2003 tot 13 maart 2003, worden tien bezwaarschriften ingediend. 1.4. Op 31 maart 2003 verleent het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Westerlo een ongunstig advies omtrent de aanvraag, waarin onder meer het volgende gesteld wordt: “Overwegende dat de bezwaren handelen over het schadelijk zijn voor de gezondheid, visuele hinder, waardevermindering van de eigendommen en de aanwezigheid van woningen en voetbalvelden binnen een straal van 100 m; Overwegende dat het argument met betrekking tot het risico voor de gezondheid, er kan gesteld worden dat dit een gevolg is van het ontbreken van wetenschappelijke bewijsvoering omtrent de al dan niet schadelijke gevolgen voor de volksgezondheid op langere termijn; Overwegende dat met betrekking tot het toepassen van het voorzorgsprincipe, er gesteld wordt dat de plaatselijke autoriteiten alle mogelijke maatregelen moeten treffen om te voorkomen dat er schade wordt berokkend aan personen; Overwegende dat het argument met betrekking tot de volksgezondheid wordt weerhouden; Overwegende dat de inplanting van het slachthuis in deze ambachtelijke zone reeds controversieel is, dat de ruimtelijke en maatschappelijke draagkracht met de inplanting van een GSM-mast niet extra mag belast worden; Overwegende dat het argument met betrekking tot de waardevermindering van de eigendommen geen stedenbouwkundig argument is; dat dit argument niet wordt weerhouden, dat de visuele hinder echter niet kan ontkend worden; Overwegende dat met betrekking tot de aanwezigheid van woningen en voetbalvelden binnen een straal van 100 m er geen afstandsregels zijn bepaald voor de plaatsing van GSM-masten; dat bovendien de voetbalvelden buiten de 100 m straal zijn gelegen en het aantal woningen in deze 100 m straal beperkt blijft tot ca. 25; dat derhalve dit argument niet wordt weerhouden; Overwegende dat voor het plaatsen van een nieuwe pyloon de intentieverklaringen van de andere operatoren moeten bijgevoegd zijn, waaruit blijkt dat zij deze pyloon eveneens zullen gebruiken; Overwegende dat in het dossier melding wordt gemaakt van intentieverklaringen van de andere operatoren; dat deze intentieverklaringen aan het dossier zijn toegevoegd; Overwegende dat het medegebruik één van de basisprincipes van de telecomcode is; dat uit het dossier blijkt dat hieraan is voldaan; X-11.831-3/11 BESLUIT: brengt ongunstig advies uit over de aanvraag van Base NV, Stan Miller: Kolonel Bourgstraat 115 te 1140 Brussel, in toepassing van artikel 127, voor het plaatsen van een pyloon met een hoogte van 42 m, op deze constructie worden er 3 antennes en 3 schotelantennes aangebracht, de technische installatie wordt voorzien aan de voet van de pyloon, het geheel wordt afgesloten door een omheining, op het perceel sectie A nr. 926p, gelegen Olenseweg 125 te 2260 Westerlo”. 1.5. Op 2 februari 2004 verleent de gewestelijk stedenbouwkundig ambtenaar aan de n.v. BASE de gevraagde vergunning. Dit is het bestreden besluit, waarin onder meer het volgende gesteld wordt: “De gewestelijke stedenbouwkundige ambtenaar, neemt omtrent deze bezwaarschriften het volgende standpunt in : De bezwaren handelen over : 1 - het schadelijk zijn voor de gezondheid; 2 - visuele hinder; 3 - waardevermindering van de eigendommen; 4 - de aanwezigheid van woningen en voetbalvelden binnen een straal van 100 m; 1 - Regelmatig wordt de vrees geuit dat een zendmast de gezondheid van de buurt zal aantasten door de uitgezonden straling. Inmiddels heeft de federale overheid terzake het Koninklijk besluit houdende de normering van zendmasten voor elektromagnetische golven tussen 10 Mhz en 10 Ghz uitgevaardigd. Dit KB legt gezondheidsnormen vast die vier keer strenger zijn dan die van de wereldgezondheidsorganisatie (WHO) en 200 keer strenger zijn dan de effectieve risicogrens. Op die wijze wordt het voorzorgsprincipe volledig gerespecteerd. Alle nieuwe en bestaande installaties moeten aan de normen van dit KB voldoen. Het BIPT heeft tot taak via metingen toe te zien op de naleving ervan. Het ontvangstbewijs afgeleverd door het BIPT is bijgevoegd. De vergunningverlenende overheid kan er dan ook in alle redelijkheid van uit gaan dat het gezondheidsaspect voldoende onder controle is en het verlenen van deze stedenbouwkundige vergunning niet in de weg staat. 2 - de visuele hinder kan echter niet ontkend worden maar aangezien een KMO-gebied (= industriegebied) impliceer(

  1. t)dat er industrie - gebouwen en industri(...)ële constructies voorkomen is het esthetisch aspect van deze aanvraag niet relevant, de bestaande constructies op het terrein aanwezig maken dat deze inplanting verkiesbaar is tegenover een inplanting in een minder geaccidenteerd gebied. 3 - het bezwaar met betrekking tot de waardevermindering van de eigendommen is geen stedenbouwkundig argument. 4 - met betrekking tot de aanwezigheid van woningen en voetbalvelden binnen een straal van 100 m dient er opgemerkt dat er geen afstandsregels zijn bepaald voor de plaatsing van GSM-masten. En dat bovendien de voetbalvelden buiten de 100 m straal zijn gelegen en het aantal woningen in deze 100 m straal beperkt blijft tot ca. 25. (...) De gewestelijke stedenbouwkundige ambtenaar motiveert zijn standpunt als volgt : X-11.831-4/11 Het goed is gelegen in het gewestplan Herentals - Mol vastgesteld bij Koninklijk besluit van 28 juli 1978. Het goed ligt, volgens dit van kracht zijnde gewestplan, in : Art. 2.1.3 - Gebieden voor ambachtelijke bedrijven en de gebieden voor kleine en middelgrote ondernemingen. Deze gebieden zijn mede bestemd voor kleine opslagplaatsen van goederen, gebruikte voertuigen en schroot, met uitzondering van afvalprodukten van schadelijke aard. Art. 2.0 - Industriegebieden. Deze zijn bestemd voor de vestiging van industriële of ambachtelijke bedrijven. Ze omvatten een bufferzone. Voor zover zulks in verband met de veiligheid en de goede werking van het bedrijf noodzakelijk is, kunnen ze mede de huisvesting(...) van het bewakingspersoneel omvatten. Tevens worden in deze gebieden complementaire dienstverlenende bedrijven ten behoeve van de ander industriële bedrijven toegelaten, namelijk : bankagentschappen, benzinestations, transportbedrijven, collectieve restaants, opslagplaatsen van goederen bestemd voor nationale of internationale verkoop. Het kwestieus terrein situeert zich niet binnen de grenzen van een goedgekeurd plan van aanleg, noch binnen de omschrijving van een behoorlijk vergunde en niet vervallen verkaveling. Wegens het ontbreken van enig gedetailleerd ordeningsplan dient de vergunningverlenende overheid de voorliggende aanvraag te evalueren aan de hand van de gebruikelijke inzichten en noden betreffende een goede ordening der plaats, gebaseerd op de eerder geciteerde voorschriften van het van kracht zijnde plan. De aanvraag is in overeenstemming met het geldende plan, zoals hoger omschreven. De federale overheid heeft terzake het Koninklijk besluit houdende de normering van zendmasten voor elektromagnetische golven tussen 10 Mhz en 10 Ghz uitgevaardigd. Dit KB legt gezondheidsnormen vast die vier keer strenger zijn dan die van de wereldgezondheidsorganisatie (WHO) en 200 keer strenger zijn dan de effectieve risicogrens. Op die wijze wordt het voorzorgsprincipe volledig gerespecteerd. Alle nieuwe en bestaande installaties moeten aan de normen van dit KB voldoen. Het BIPT heeft tot taak via metingen toe te zien op de naleving ervan. Het ontvangstbewijs afgeleverd door het BIPT is bijgevoegd. De vergunningverlenende overheid kan er dan ook in alle redelijkheid van uit gaan dat het gezondheidsaspect voldoende onder controle is en het verlenen van deze stedenbouwkundige vergunning niet in de weg staat. Gelet op de schaal, de bestemming, inplanting en algemeen karakter en uitzicht van het ontwerp. Gezien de ordening van betrokken reeds volledig uitgebouwd gebied vastligt door goed gekende feitelijke toestanden en de stedenbouwkundige karakteristieken van de omgeving. Dat de huidige aanvraag ten overstaan van de bestaande toestand slechts een logische en uit oogpunt van ruimtelijke ordening beperkte verdere uitbouw inhoudt, die zich geheel situeert binnen de omschrijving van de gegeven configuratie en dat de aanvraag verenigbaar is met de goede plaatselijke ordening. Rekening houdende met de configuratie en de aanwezige bebouwing van de omliggende percelen, en aangezien dat de ruimtelijke draagkracht door dit ontwerp niet wordt overschreden en aanvaardbaar is in deze omgeving omdat er onder andere een duurzaam gebruik van de ruimte is nagestreefd en het gebied de mogelijkheid biedt om bijkomende functies op te nemen zonder dat dit tot conflicten leidt. Gelet op het akkoord van de eigenaar(s). X-11.831-5/11 Overwegende dat de aanvraag voldoet aan de vereisten van een goede perceelsordening en zich op aanvaardbare wijze in de omgeving integreert. Overwegende dat de weg voldoende is uitgerust en dat het dossier volledig is”. 2. Ontvankelijkheid De tweede verzoekende partij stelt in het verzoekschrift het volgende omtrent haar belang: “De gemeente Westerlo heeft een persoonlijk belang aangezien de bestreden beslissing het gemeentelijk belang raakt. De bestreden beslissing stemt immers niet overeen met het gemeentelijk stedenbouwkundige beleid. Dit blijkt uit het advies van de gemeente Westerlo gegeven in het kader van deze procedure. De gemeente Westerlo heeft de taak om op te treden voor de behartiging van het collectief belang ten behoeve van de inwoners van de gemeenten. Het gemeentelijk belang vereist dat het ruimtelijke beleid in de gemeente Westerlo verloopt volgens de bepalingen opgenomen in het gewestplan Herentals - Mol”. 2.1. De aangevoerde exceptie De tussenkomende partij voert de volgende exceptie van gemis aan belang in hoofde van de tweede verzoekende partij aan: “1. Verzoekster tot tussenkomst werpt bij wijze van exceptie de onontvankelijkheid van het annulatieberoep op wegens het ontbreken van het rechtens vereiste belang in hoofde van de tweede verzoekende partij. De tweede verzoekende partij toont immers niet afdoende aan dat zij over het rechtens vereist belang beschikt. 2. De tweede verzoekende partij beweert een persoonlijk belang te hebben, nu het bestreden besluit het gemeentelijk belang zou raken. Volgens de tweede verzoekende partij zou het bestreden besluit niet overeenstemmen met het gemeentelijk stedenbouwkundig beleid, hetgeen zou blijken uit haar advies in het kader van de procedure. Verder voert zij aan dat zij tot taak zou hebben om het collectief belang ten behoeve van haar inwoners te behartigen. Nog volgens de tweede verzoekende partij zou het gemeentelijk belang vereisen dat het ruimtelijk beleid in de gemeente zou verlopen volgens de voorschriften van het gewestplan Herentals-Mol. De tweede verzoekende partij toont niet, alleszins niet afdoende, aan hoe het bestreden besluit haar planologisch en stedenbouwkundige beleid van het betrokken gebied zou doorkruisen ((...) waarin werd geoordeeld met betrekking tot het ingeroepen moeilijk te herstellen ernstig nadeel in hoofde van een gemeente dat de gemeente dient aan te geven wat het planologisch en stedenbouwkundig beleid van de gemeente inhoudt). Welnu, in het advies dd. 31 maart 2003 van het College van Burgemeester en Schepenen van de tweede verzoekende partij, waaruit volgens het gemeentelijk stedenbouwkundig beleid zou blijken, wordt op geen enkele wijze ingegaan op het gemeentelijk stedenbouwkundig beleid. Het College van Burgemeester en Schepenen beperkt zich in dit advies grotendeels tot het bespreken van de ingediende bezwaren. De enige overweging in dit advies dat enigszins betrekking heeft op planologische en X-11.831-6/11 stedenbouwkundige aspecten, betreft de overweging dat de ruimtelijke en maatschappelijke draagkracht niet extra mag worden belast met de inplanting van een GSM-mast. Uit deze overweging kan bezwaarlijk enig stedenbouwkundig beleid afgeleid worden. Deze overweging dient trouwens gezien te worden in het licht van de bezwaren met betrekking tot de visuele hinder. Opvallend genoeg heeft het College van Burgemeester en Schepenen in haar advies op geen enkele wijze opgeworpen, zoals thans in het tweede middel wel het geval is, dat de installatie niet bestaanbaar zou zijn met de gewestplanbestemming gebied voor ambachtelijke bedrijven en voor kleine en middelgrote ondernemingen, zoals vastgesteld in het gewestplan Herentals-Mol. Het College van Burgemeester en Schepenen heeft in haar advies immers enkel vastgesteld dat het perceel volgens het gewestplan Herentals-Mol gelegen is in het gebied voor ambachtelijke bedrijven en/of KMO’s. De tweede verzoekende partij kan thans dan ook niet meer aanvoeren dat het gemeentelijk belang zou vereisen dat het ruimtelijk beleid in de gemeente zou verlopen volgens de voorschriften van het gewestplan Herentals-Mol. De aanvraag tot het bekomen van een stedenbouwkundige vergunning voor werken van algemeen belang, zoals de voorliggende aanvraag, dient immers overeenkomstig artikel 127, § 1 van het Decreet van 18 mei 1999 houdende de organisatie van de ruimtelijke ordening voor advies aan het College van Burgemeester en Schepenen voorgelegd te worden. Deze verplichting strekt er juist toe het College van Burgemeester en Schepenen de mogelijkheid te geven de aanvraag te beoordelen vanuit gemeentelijk (planologisch en stedenbouwkundig) oogpunt. Volledig ten onrechte voert de tweede verzoekende partij aan dat zij als gemeente tot taak zou hebben om op te treden voor de behartiging van het collectief belang ten behoeve van haar inwoners. De tweede verzoekende partij laat na aan te geven waaruit dit collectief belang zou bestaan. In zoverre het belang van de individuele inwoners geraakt zou worden door een stedenbouwkundige vergunning omwille van bijv. de visuele hinder die met de tenuitvoerlegging van deze vergunning gepaard zou gaan, dienen zij zelf hun belangen te behartigen via het indienen van bezwaren tijdens het openbaar onderzoek en/of het indienen van een beroep tegen de betrokken stedenbouwkundige vergunning. De gemeente heeft als openbaar bestuur geen taak om de individuele belangen van haar inwoners te verdedigen, ook al heeft zij onder meer tot taak (...) om te voorzien ten behoeve van haar inwoners, in een goede politie. Het annulatieberoep van de tweede verzoekende partij is onontvankelijk wegens het ontbreken van het vereiste belang. 2.2. Beoordeling van de exceptie Zoals blijkt uit haar verzoekschrift komt de tweede verzoekende partij op ter vrijwaring van haar planologisch en stedenbouwkundig beleid. Bovendien heeft ze een ongunstig advies over de aanvraag verstrekt, waarin zij haar stedenbouwkundige bezwaren tegen de aanvraag heeft uiteengezet. Zij heeft het rechtens vereiste belang om de vernietiging te vorderen van het bestreden besluit. De exceptie wordt verworpen. X-11.831-7/11 3. Eerste middel 3.1. Het aangevoerde eerste middel Het middel is geput uit “de schending, minstens de verkeerde toepassing” van de artikelen 7 en 8 van het koninklijk besluit van 28 december 1972 betreffende de inrichting en de toepassing van de ontwerp-gewestplannen en de gewestplannen (hierna: het inrichtingsbesluit). In het verzoekschrift wordt het middel als volgt toegelicht: “Doordat de Gewestelijk Stedenbouwkundig ambtenaar bij zijn besluitvorming er van uitgaat dat een zendstation voor mobiele communicatie vergund mag worden in een bestemmingsgebied voor ambachtelijke bedrijven en de gebieden voor kleine en middelgrote ondernemingen. Terwijl een zendstation voor mobiele communicatie niet thuishoort in een bestemmingsgebied voor ambachtelijke bedrijven en voor kleine en middelgrote ondernemingen. Dit blijkt uit het recente arrest van de Raad van State, afdeling administratie (...). In dit arrest stelt de Raad van State dat een zendstation voor mobiele communicatie geen industrieel of ambachtelijk bedrijf of een van de limitatief opgesomde complementaire dienstverlenende bedrijven betreft die in het betrokken gebied kunnen worden toegelaten. Zodat de bestreden beslissing de in het middel aangehaalde wetsbepaling schendt. Toelichting Artikel 7 van het Koninklijk Besluit van 28 december 1972 betreffende de inrichting en de toepassing van de ontwerp-gewestplannen en gewestplannen, bepaalt onder punt 2.0. dat industriegebieden bestemd zijn voor de vestiging van industriële of ambachtelijke bedrijven. In deze gebieden worden tevens complementaire dienstverlenende bedrijven ten behoeve van de andere industriële bedrijven toegelaten, namelijk: bankagentschappen, benzinestations, transportbedrijven, collectieve restaurants, opslagplaatsen van goederen bestemd voor nationale of internationale verkoop. In artikel 8 van hetzelfde Koninklijke Besluit worden nadere aanwijzing gegeven van industriegebieden. Zo onder meer de gebieden voor ambachtelijke bedrijven en de gebieden voor kleine en middelgrote ondernemingen. Deze gebieden zijn mede bestemd voor kleine opslagplaatsen van goederen, gebruikte voertuigen en schroot, met uitzondering van afvalproducten van schadelijke aard. Een zendstation voor mobiele communicatie betreft geen industrieel of ambachtelijk bedrijf. Volgens de Omzendbrief van 8 juli 1997 betreffende de inrichting en de toepassing van de ontwerp-gewestplannen en gewestplannen, gewijzigd via omzendbrief dd. 25 januari 2002 en 25 oktober 2002, worden deze begrippen in hun spraakgebruikelijke betekenis begrepen. Onder industriële bedrijven verstaat men met name bedrijven waar grondstoffen worden verwerkt of productief-technische bedrijven. Daar valt een zendstation voor mobiele communicatie niet onder. Ook kan een zendstation niet als een ambachtelijk bedrijf worden begrepen omdat dit, in overeenstemming met de gebruikelijke betekenis van het woord, een bedrijf is waarin handwerk primeert, wat het gebruik van machines evenwel niet uitsluit. De Gewestelijk Stedenbouwkundig ambtenaar heeft zijn beslissing dus gesteund op een verkeerde toepassing van de geldende wetgeving. X-11.831-8/11 Bijgevolg is het middel gegrond”. 3.2. Beoordeling van het eerste middel 3.2.1. Artikel 7 van het inrichtingsbesluit stelt: “2. De industriegebieden : 2.0. Deze zijn bestemd voor de vestiging van industriële of ambachtelijke bedrijven. Ze omvatten een bufferzone. Voor zover zulks in verband met de veiligheid en de goede werking van het bedrijf noodzakelijk is, kunnen ze mede de huisvesting van het bewakingspersoneel omvatten. Tevens worden in deze gebieden complementaire dienstverlenende bedrijven ten behoeve van de andere industriële bedrijven toegelaten, namelijk: bankagentschappen, benzinestations, transportbedrijven, collectieve restaurants, opslagplaatsen van goederen bestemd voor nationale of internationale verkoop”. Artikel 8 van het inrichtingsbesluit stelt: “2.1. Voor de industriegebieden kunnen de volgende nadere aanwijzingen worden gegeven: (...) 2.1.3. de gebieden voor ambachtelijke bedrijven en de gebieden voor kleine en middelgrote ondernemingen. Deze gebieden zijn mede bestemd voor kleine opslagplaatsen van goederen, gebruikte voertuigen en schroot, met uitzondering van afvalprodukten van schadelijke aard”. 3.2.2. Het zendstation is geen industrieel of ambachtelijk bedrijf of één van de limitatief opgesomde complementaire dienstverlenende bedrijven die in het betrokken gebied kunnen worden toegelaten. De verleende stedenbouwkundige vergunning is dan ook onverenigbaar met de bestemming “gebied voor ambachtelijke bedrijven en gebied voor kleine en middelgrote ondernemingen”. 3.2.3. De tussenkomende partij verwijst naar artikel 20 van het inrichtingsbesluit, dat als volgt luidt: “Bouwwerken voor openbare diensten en gemeenschapsvoorzieningen kunnen ook buiten de daarvoor speciaal bestemde gebieden worden toegestaan voor zover ze verenigbaar zijn met de algemene bestemming en met het architectonisch karakter van het betrokken gebied”. Met verwijzing naar de geciteerde bepaling stelt de tussenkomende partij dat “de gewestelijke stedenbouwkundige ambtenaar wel degelijk van deze bepaling gebruik heeft gemaakt, ook al wordt dit niet expliciet aangegeven in het bestreden besluit”. X-11.831-9/11 Deze stelling kan niet worden aangenomen. Het bestreden besluit maakt niet alleen nergens uitdrukkelijk melding van een eventuele toepassing van artikel 20 van het inrichtingsbesluit, uit het bestreden besluit blijkt evenmin dat de voorwaarden voor de toepassing van deze bepaling onderzocht zouden geweest zijn of dat aan deze voorwaarden voldaan zou zijn. 3.2.4. Het eerste middel is gegrond. OM DIE REDENEN BESLIST DE RAAD VAN STATE : Artikel 1. Vernietigd wordt het besluit van 2 februari 2004 van de gewestelijk stedenbouwkundig ambtenaar waarbij aan de n.v. BASE de stedenbouwkundige vergunning wordt verleend voor het bouwen van een zendstation voor mobiele communicatie op een terrein gelegen te Westerlo, Olenseweg 125, kadastraal bekend sectie A, nr. 926/p. Artikel 2. De kosten van de vordering tot schorsing en van het beroep tot nietigverklaring, bepaald op 700 euro, komen ten laste van de verwerende partij. De kosten van de tussenkomst, bepaald op 125 euro, komen ten laste van de tussenkomende partij. X-11.831-10/11 Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op vierentwintig juni 2009, door de Xe kamer, die was samengesteld uit : de HH. R. STEVENS, kamervoorzitter, J. CLEMENT, staatsraad, S. DE TAEYE, staatsraad, Mevr. G. SCHEVENEELS, griffier. De griffier, De voorzitter, G. SCHEVENEELS. R. STEVENS. X-11.831-11/11 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.194.612 Gerelateerde publicatie(
  2. s)voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:2004:ARR.132.416 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.