id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 24 juni 2009 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.194.626 Rolnummer: A. 79319/X-8269 Zaak: Arrest 194626 - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen - 24/06/2009 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2009-07-06 Raadplegingen: 58 - laatst gezien 2026-06-30 03:19 Fiche Arrest nr 194.626 van 24 juni 2009 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 194.626 van 24 juni 2009 in de zaak A. 79.319/X-
- In zake : de gemeente LILLE tegen : het Vlaamse Gewest, vertegenwoordigd door de Vlaamse regering, dat woonplaats kiest bij advocaat S. STEVENS, kantoor houdende te 2800 MECHELEN, Schuttersstraat 15-
- tussenkomende partij : Prosper VAN HOVE, die woonplaats kiest bij advocaat C. SERVAIS, kantoor houdende te 2600 BERCHEM, Roderveldlaan
- DE VOORZITTER VAN DE Xe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat de gemeente LILLE op 11 juli 1998 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van het besluit van 4 mei 1998 van de Vlaamse minister van Openbare Werken, Vervoer en Ruimtelijke Ordening houdende inwilliging van het beroep dat Prosper VAN HOVE heeft ingediend tegen het besluit van 16 oktober 1997 van de bestendige deputatie van de provincieraad van Antwerpen waarbij de vergunning wordt geweigerd voor het regulariseren van een weekendverblijf te Lille, Beerseheide, kadastraal bekend sectie A, nr. 6/d/20; Gezien het verzoekschrift tot tussenkomst, op 29 december 1998 ingediend door Prosper VAN HOVE; Gelet op de beschikking van 24 februari 1999 die de tussenkomst van Prosper VAN HOVE toelaat; Gezien de toelichtende memorie; Gezien de memorie van de tussenkomende partij; X-8269-1/4 Gezien het verslag opgemaakt door auditeur T. DE WAELE; Gelet op de beschikking van 12 mei 2003 die de neerlegging ter griffie van het verslag en van het dossier gelast; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen en gezien het verzoek tot voortzetting en de laatste memorie van de verzoekende partij; Gelet op de beschikking van 12 mei 2009 waarbij wordt bepaald dat de zaak met toepassing van artikel 90, § 1, derde lid van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, door één lid van de kamer wordt behandeld; Gelet op de beschikking van 12 mei 2009 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 12 juni 2009; Gehoord het verslag van kamervoorzitter R. STEVENS; Gehoord de opmerkingen van advocaat A. WILLEMS, die verschijnt voor de verzoekende partij, van advocaat B. CLAES, die loco verschijnt voor advocaat S. STEVENS verschijnt voor de verwerende partij, en van advocaat P. VAN WESEMAEL, die loco advocaat C. SERVAIS verschijnt voor de tussenkomende partij; Gehoord adjunct-auditeur S. DE DONCKER, daartoe gemachtigd bij besluit van 31 oktober 2008 van de adjunct-auditeur-generaal, in haar eensluidend advies; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; X-8269-2/4 OVERWEEGT WAT VOLGT :
- De rechtspleging De memorie van antwoord van de verwerende partij is laattijdig en dient uit de debatten te worden geweerd. Met een ter post aangetekende brief van 13 augustus 1999 dient de verzoekende partij een “tweede memorie van toelichting” in. Het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State voorziet niet in de mogelijkheid tot het indienen van een dergelijk stuk. Het wordt om deze reden uit de debatten geweerd.
- De ontvankelijkheid De verzoekende partij heeft geen antwoord gegeven op de vraag naar haar belang die haar namens de kamervoorzitter is gesteld bij brief van 22 januari
- Door deze brief onbeantwoord te laten en aldus de rechter haar medewerking te onthouden, geeft de verzoekende partij blijk van een gebrek aan belangstelling voor en belang bij het door haar ingediende beroep. Ter terechtzitting stelt de verzoekende partij dat zij wel degelijk op de voormelde brief heeft geantwoord, doch dit stuk zit noch in het dossier noch wordt het ter terechtzitting naar voor gebracht. Er dient ambtshalve te worden vastgesteld dat de verzoekende partij niet doet blijken van het door de wet vereiste actueel belang en dat het beroep niet ontvankelijk is. OM DIE REDENEN BESLIST DE RAAD VAN STATE : Artikel
- Het beroep wordt verworpen. X-8269-3/4 Artikel
- De kosten van het beroep, bepaald op 173,53 euro, komen ten laste van de verzoekende partij. De kosten van de tussenkomst, bepaald op 123,95 euro, komen ten laste van de tussenkomende partij. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op vierentwintig juni 2009, door : de H. R. STEVENS, kamervoorzitter, Mevr. S. DE CLERCQ, staatsraad. De griffier, De voorzitter, S. DE CLERCQ. R. STEVENS. X-8269-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.194.626 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div