← België

Arrest 194632 - Stedenbouw en ruimtelijke ordening - Reglementen - 24/06/2009

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 24 juni 2009 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.194.632 Rolnummer: A. 191902/X-14119 Zaak: Arrest 194632 - Stedenbouw en ruimtelijke ordening - Reglementen - 24/06/2009 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2009-07-06 Raadplegingen: 61 - laatst gezien 2026-06-30 03:19 Fiche Arrest nr 194.632 van 24 juni 2009 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Stedenbouw en ruimtelijke ordening - Reglementen Beslissing : Verwerping Inwilliging tussenkomst Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 194.632 van 24 juni 2009 in de zaak A. 191.902/X-14.

  1. In zake : de b.v.b.a. SCC DESIGN, die woonplaats kiest bij advocaat K. DEHING, kantoor houdende te 2018 ANTWERPEN, Maria-Henriettalei 6-8 tegen :
  2. de deputatie van de provincieraad van ANTWERPEN, die woonplaats kiest bij advocaat C. SERVAIS, kantoor houdende te 2600 ANTWERPEN, Roderveldlaan 3,
  3. het Vlaamse Gewest, vertegenwoordigd door de Vlaamse regering, dat woonplaats kiest bij advocaat W. SLOSSE, kantoor houdende te 2018 ANTWERPEN, Brusselstraat
  4. tussenkomende partijen : I. 1.de n.v. ANTWERP SOUTH LOGISTICS, 2.de n.v. DE WILLE, II. de Provinciale Ontwikkelingsmaatschappij ANTWERPEN, die woonplaats kiezen bij advocaten P. FLAMEY en G. VERHELST, kantoor houdende te 2018 ANTWERPEN, Jan Van Rijswijcklaan
  5. DE Wnd. VOORZITTER VAN DE Xe KAMER, Gezien het enig verzoekschrift dat de b.v.b.a. SCC DESIGN op 23 maart 2009 heeft ingediend, en waarin zij de schorsing van de tenuitvoerlegging vordert van :
  6. het besluit van 22 december 2008 van de Vlaamse minister van Financiën en Begroting en Ruimtelijke Ordening houdende goedkeuring van de provinciaal ruimtelijk uitvoeringsplan “Willebroek Noord bis” van de provincie Antwerpen bestaande uit een plan van de bestaande feitelijke en juridische toestand, een verordenend grafisch plan en bijhorende stedenbouwkundige voorschriften, gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad van 22 januari 2009, en X-14.119-1/8
  7. het besluit van 22 oktober 2008 van de provincieraad van Antwerpen houdende de definitieve vaststelling van het provinciaal ruimtelijk uitvoeringsplan “Willebroek Noord bis”; Gezien de nota’s van de verwerende partijen; Gezien het verslag opgemaakt door eerste auditeur-afdelingshoofd F. DE BUEL; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen; Gelet op de beschikking van 25 mei 2009 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 5 juni 2009; Gehoord het verslag van staatsraad S. DE TAEYE; Gehoord de opmerkingen van advocaat K. DEHING, die verschijnt voor de verzoekende partij, van advocaat C. SERVAIS, die verschijnt voor de eerste verwerende partij, van advocaat S. CALLENS, die loco advocaat W. SLOSSE verschijnt voor de tweede verwerende partij, en van advocaat M. VALCKENIERS, die loco advocaten P. FLAMEY en G. VERHELST verschijnt voor de tussenkomende partijen; Gehoord het eensluidend advies van eerste auditeur- afdelingshoofd F. DE BUEL; Gelet op de artikelen 17 en 18 en titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; OVERWEEGT WAT VOLGT :
  8. De rechtspleging Met een verzoekschrift van 30 april 2009 heeft de Provinciale Ontwikkelingsmaatschappij Antwerpen gevraagd om in het geding te mogen tussenkomen. Met een verzoekschrift van dezelfde datum hebben de n.v. Antwerp X-14.119-2/8 South Logistics en de n.v. De Wille eveneens gevraagd om in het geding te mogen tussenkomen. Er is grond om de verzoeken in te willigen.
  9. De feiten 2.
  10. De verzoekende partij is eigenaar van een grond met magazijn, gelegen aan de Appeldonkstraat 173 te Willebroek en kadastraal bekend sectie A, nr. 530/x2, met een kadastrale oppervlakte van 17.244 m². Zij beweert aldaar de economische activiteit van productie en opslag van klinkers en aanverwanten te voeren. 2.
  11. Op 22 oktober 2008 stelt de provincieraad van Antwerpen het provinciaal ruimtelijk uitvoeringsplan “Willebroek Noord bis” definitief vast. Dit is het tweede bestreden besluit. 2.2.
  12. Het plan van de bestaande toestand geeft voor het voormelde perceel nr. 530/x2 een gebouw met de vermelding “Artstone” weer, gelegen aan een verharde weg. 2.2.
  13. Het verordenend grafisch plan situeert het voornoemde magazijn in de zone E (art. 10 - zone voor representatieve bedrijvigheid). Rechts daarvan situeert zich de zone B (art. 7 - zone voor bedrijvigheid 2), waarin door twee pijlen indicatief wordt aangegeven hoe in die zone een openbare wegenis zal worden voorzien tussen de Appeldonkstraat en de Veer. 2.2.
  14. Artikel 10, § 2 van de stedenbouwkundige voorschriften bepaalt onder meer wat volgt : “§
  15. Inrichting (...) Ontsluiting (....) Elk bedrijfsperceel heeft een rechtstreekse ontsluiting tot de interne wegennis. Tussen de Appeldonkstraat en De Veert wordt een openbare wegenis voorzien. De aansluitpunten worden symbolisch weergegeven (zone B). Bestaande activiteiten die momenteel niet gelegen zijn aan een voldoende uitgeruste en openbare weg dienen -na aanleg van de interne wegenis- verplicht ontsloten te worden via deze nieuwe wegenis. In de zones voor bedrijvigheid mogen lokale ontsluitingswegen worden aangelegd. X-14.119-3/8 Nabij de plaats van de verknoping op het bestemmingsplan wordt de mogelijkheid voorzien voor een ontsluitingspunt, aangelegd en ingericht volgens de vigerende wetgeving en de regels van de burgerlijke bouwkunst. Het betreft het creëren van een aansluiting tussen enerzijds de A12 en anderzijds de Appeldonkstraat, Hoeikenstraat en zone voor openbare wegenis. Het symbool op het bestemmingsplan is indicatief voor de lokalisatie van de voorziene aansluiting. (...) Beheersmaatregelen De stedenbouwkundige vergunning voor het bouwen van nieuwe bedrijven mag pas verleend worden nadat een stedenbouwkundige vergunning werd verleend voor de ontsluitingsinfrastructuur in het verlengde van de Hoeikensstraat ten zuiden van de Appeldonkstraat. De nodige vergunningen voor het bouwrijp maken van het terrein (kapvergunning, stedenbouwkundige vergunning voor de uitvoering van infrastructuurwerken, waterbeheersingswerken en reliëfwijzigingen en voor de afbraak van bestaande gebouwen en constructies, ...) zijn wel onmiddellijk uitvoerbaar”. 2.2.
  16. Artikel 4 (zone voor openbare wegenis) van de stedenbouwkundige voorschriften bepaalt onder meer het volgende : “§
  17. Inrichting Het profiel van de weg omvat minstens een 2x1 profiel (minimale rijstrookbreedte: 6,25m). Voor het langzaam verkeer kan geopteerd worden voor hetzij een enkelrichtingsfietspad van 1,75m breed aan weerszijde van de weg of voor een dubbelrichtingsfietspad van 2,50m aan één zijde van de weg. Het fietspad wordt gescheiden van de weg door een onverharde scheidingszone van 1.00m (bv. onverharde zone met beplanting). De fietspaden worden aangelegd in beton of asfalt. (...) Tussen de Appeldonkstraat en De Veert enerzijds en tussen de Hoeikensstraat en de Boomsesteenweg anderzijds dienen bijkomende wegennissen voorzien te worden. Deze wegennissen voldoen aan bovenstaande omschrijving en vangen aan ter hoogte van het symbool. Deze wegennissen worden dusdanig aangelegd dat ze de mogelijkheid voorzien om eveneens de bestaande bedrijven -die niet gelegen zijn langs een voldoende uitgeruste en openbare weg- te ontsluiten. Op het kruispunt tussen de Hoeikenstraat en de Appeldonkstraat wordt de mogelijkheid voorzien voor een ontsluitingspunt, aangelegd en ingericht volgens de vigerende wetgeving en de regels van de burgerlijke bouwkunst. Het betreft het creëren van een aansluiting tussen enerzijds de A12 en anderzijds de Appeldonkstraat, Hoeikenstraat en zone voor openbare wegenis”. 2.
  18. Op 22 december 2008 keurt de Vlaamse minister van Financiën en Begroting en Ruimtelijke Ordening het voormeld provinciaal ruimtelijk uitvoeringsplan ‘Willebroek Noord bis’ van de provincie Antwerpen, bestaande uit een plan van de bestaande feitelijke en juridische toestand, een verordenend grafisch plan en bijhorende stedenbouwkundige voorschriften goed. Dit is het eerste bestreden besluit. X-14.119-4/8
  19. De grondvoorwaarden tot schorsing Krachtens artikel 17, § 2 van de gecoördineerde wetten op de Raad van State kan slechts tot de schorsing van de tenuitvoerlegging worden besloten onder de dubbele voorwaarde dat ernstige middelen worden aangevoerd die de nietigverklaring van de aangevochten beslissing kunnen verantwoorden en dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen.
  20. Het moeilijk te herstellen ernstig nadeel 4.
  21. Het aangevoerde moeilijk te herstellen ernstig nadeel De verzoekende partij voert als moeilijk te herstellen ernstig nadeel aan wat volgt: “
  22. Luidens artikel 17, §2 van de gecoördineerde wetten op de Raad van State kan de schorsing van de tenuitvoerlegging van een administratieve rechtshandeling worden bevolen indien ernstige middelen aanwezig zijn én indien tevens blijkt dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden akte een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen aan de verzoekende partijen.
  23. Het is vaste rechtspraak van Uw Raad dat de uitvoering van een RUP kan geschorst worden aangezien een RUP de noodzakelijke rechtsgrond vormt voor de nog te nemen beslissingen ter realisatie ervan, zoals stedenbouwkundige en milieuvergunningen. Het bestreden PRUP is zodoende principieel vatbaar voor schorsing.
  24. Verzoeker meent dat er in onderhavig dossier om twee redenen sprake is van een moeilijk te herstellen ernstig nadeel. Verzoeker ondergaat in de eerste plaats als eigenaar en exploitant rechtstreeks een ernstig en moeilijk te herstellen nadeel op basis van de verordenende voorschriften van het bestreden PRUP. Het perceel van verzoeker is gelegen in ‘zone E’ van het bestreden PRUP. De voorschriften voor deze zone staan beschreven in ‘artikel 10: zone voor representatieve bedrijfsgebouwen’. Het ernstig nadeel vloeit in casu voort uit de kennelijke onduidelijkheid van het inrichtingsvoorschrift, i.h.b. ‘artikel 10: zone voor representatieve bedrijfsgebouwen, §2, ontsluiting’. Krachtens dit voorschrift wordt in deze zone een openbare wegenis voorzien ‘tussen de Appeldonkstraat en de De Veert’. Waar deze wegenis precies dient te lopen wordt in het PRUP allerminst verduidelijkt. De wegenis wordt op het bestemmingsplan niet aangeduid. Er zijn op het plan voorts enkel ‘indicatieve’ aanduidingen terug te vinden voor de lokalisatie van de voorziene aansluiting. Hoe de voorziene openbare wegenis door zone ‘E’ zal lopen wordt door het PRUP geheel niet bepaald. Bovendien is niet duidelijk wat onder ‘indicatieve’ aanduiding precies dient te worden begrepen. De onduidelijkheid omtrent de openbare wegenis geeft aanleiding tot belangrijke rechtsonzekerheid. Dit wordt verder toegelicht bij de bespreking van de middelen. Deze onzekerheid vormt voor verzoeker een moeilijk te herstellen ernstig nadeel. Een aantal voorschriften voorzien in artikel 10 voormeld staan immers in rechtstreeks X-14.119-5/8 verband met de zone voor openbare wegenis. Artikel 10 voorziet o.a.

(1)in de verplichte voorziening van groenstroken i.f.v. de openbare weg,
(2)in de mogelijkheid tot verharding van stroken langs openbare wegen, ... Aangezien de openbare wegenis nog niet is bepaald, blijven de toekomstige ontwikkelings- en vergunningsmogelijkheden op basis van het RUP vooralsnog volstrekt onduidelijk. Hoe kan verzoeker heden vergunningsaanvragen indienen nu het PRUP niet eens bepaalt waar de openbare wegenis zal komen te liggen. De rechtsonzekerheid die voor verzoeker voortvloeit uit het PRUP vormt in zijnen hoofde een moeilijk te herstellen ernstig nadeel.
  1. Verzoekende partij is verplicht tot het instellen van een schorsingsvordering tegen het PRUP. Immers Uw Raad overwoog in een arrest van 7 februari 2005: “Dat de verzoekende partijen het nadeel dat zij thans aanwezig achten reeds toen hadden kunnen trachten te voorkomen door de schorsing te vorderen van de tenuitvoerlegging van beide, of minstens van één van beide, akten; dat de schorsingsprocedure - en zeker de uitzonderlijke procedure van de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging wegens uiterst dringende noodzakelijkheid - niet bedoeld is om nadelen te verijdelen die de betrokken zelf gemakkelijk zouden kunnen ongedaan hebben gemaakt; dat deze vaststelling volstaat om de vordering tot schorsing te verwerpen’.
  2. Verzoekende partij wil expliciet voorkomen dat zij in een latere procedure tegen een gunnings- of weigeringsbeslissing afgeleverd op basis van het PRUP (bv. voor de wegenis of voor werken op het eigen terrein) geen schorsing meer zou kunnen vorderen wegens het niet vragen van een schorsing van het PRUP. Ook om deze reden meent verzoekende partij een schorsingsvordering bij Uw Raad te moeten instellen”. 4.
  3. Beoordeling 4.2.
  4. Overeenkomstig artikel 8, 3/ van het koninklijk besluit van 5 december 1991 tot bepaling van de rechtspleging in kort geding voor de Raad van State dient het enig verzoekschrift een uiteenzetting van de feiten te bevatten die van aard zijn aan te tonen dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden akte de verzoeker een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen, waarbij alle stukken worden gevoegd die het risico op dergelijk nadeel aantonen. Die bepaling dient zo te worden opgevat dat de verzoekende partij zich niet mag beperken tot vaagheden en algemeenheden, maar integendeel zeer concrete gegevens moet aanvoeren die erop wijzen dat zij persoonlijk een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan ondergaan. Het moet voor de Raad van State immers mogelijk zijn met voldoende precisie in te schatten of er al dan niet een moeilijk te herstellen ernstig nadeel voorhanden is, en het moet voor de verwerende partij mogelijk zijn zich tegen de door de verzoekende partij aangevoerde feiten en argumenten te verdedigen. De verzoekende partij dient gegevens aan te voeren die enerzijds wijzen op de ernst van het nadeel dat zij ondergaat of kan ondergaan, hetgeen X-14.119-6/8 betekent dat zij aanduidingen zal moeten geven omtrent de aard en de omvang van het te verwachten nadeel, en anderzijds wijzen op de moeilijke herstelbaarheid van het nadeel. 4.2.
  5. Met haar betoog dat de wegenis tussen de Appeldonkstraat en de Veert slechts op indicatieve wijze op het kwestieuze plan is aangeduid, zodat het tracé van die weg nog niet vastligt en de toekomstige ontwikkelings- en vergunningsmogelijkheden op basis van het bestreden plan vooralsnog volstrekt onduidelijk zijn, toont de verzoekende partij geen concreet moeilijk te herstellen ernstig nadeel aan. De verwijzing naar een “belangrijke rechtsonzekerheid” ingevolge de onduidelijkheid omtrent de openbare wegenis, volstaat daartoe niet. Het perceel van de verzoekende partij is thans vanuit de Zavelweg via een verharde ontsluitingsweg bereikbaar. De verzoekende partij toont niet concreet aan dat zij haar activiteit in een bepaalde zin wenst uit te breiden. De stedenbouwkundige voorschriften bepalen weliswaar dat “de stedenbouwkundige vergunning voor het bouwen van nieuwe bedrijven pas mag verleend worden nadat een stedenbouwkundige vergunning werd verleend voor de ontsluitingsinfrastructuur in het verlengde van de Hoeikensstraat ten zuiden van de Appeldonkstraat”, doch de verzoekende partij toont niet aan, en betoogt zelfs niet, een bepaalde nieuwe bedrijvigheid op haar perceel te willen ontwikkelen. 4.2.
  6. Het betoog van de verzoekende partij dat zij met de huidige vordering “expliciet (wil) voorkomen dat zij in een latere procedure tegen een gunnings- of weigeringsbeslissing afgeleverd op basis van het PRUP (bv. voor de wegenis of werken op het eigen terrein) geen schorsing meer zou kunnen vorderen wegens het niet vragen van een schorsing van het PRUP”, toont evenmin een moeilijk te herstellen ernstig nadeel in haren hoofde aan. 4.
  7. De tweede constitutieve schorsingsvoorwaarde is derhalve niet vervuld. X-14.119-7/8 OM DIE REDENEN BESLIST DE RAAD VAN STATE : Artikel
  8. De verzoeken tot tussenkomst van de n.v. ANTWERP SOUTH LOGISTICS, de n.v. DE WILLE en de Provinciale Ontwikkelingsmaatschappij Antwerpen in het administratief kort geding worden ingewilligd. Artikel
  9. De vordering tot schorsing wordt verworpen. Artikel
  10. De uitspraak over de bijdrage in de betaling van de kosten van de vordering tot schorsing wordt uitgesteld. De uitspraak over de bijdrage in de betaling van de kosten van de tussenkomsten wordt uitgesteld. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op vierentwintig juni 2009, door : de H. S. DE TAEYE, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, Mevr. A. TRUYENS, griffier. De griffier, De voorzitter, A. TRUYENS. S. DE TAEYE. X-14.119-8/8 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.194.632 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2011:ARR.212.934 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.