← België

Arrest 194637 - Leger en bijzondere korps - Aanwerving en loopbaan - 25/06/2009

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 25 juni 2009 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.194.637 Rolnummer: Zaak: Arrest 194637 - Leger en bijzondere korps - Aanwerving en loopbaan - 25/06/2009 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2009-07-06 Raadplegingen: 59 - laatst gezien 2026-06-30 03:20 Fiche Arrest nr 194.637 van 25 juni 2009 Openbaar ambt - Leger en bijzondere korps - Aanwerving en loopbaan Beslissing : Vernietiging Samenvoeging Depersonalisatie Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 194.637 van 25 juni 2009 in de zaken A. 180.271/IX-5546 A. 182.708/IX-

  1. In zake : XXXX tegen : I + II : de Belgische Staat, vertegenwoordigd door de minister van Binnenlandse Zaken, die woonplaats kiest bij de Federale politie DGS/DSJ, gevestigd te BRUSSEL, Fritz Toussaintstraat
  2. --------------------------------------------------------------------------------------------------- D E R A A D V A N S T A T E, IXe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat XXXX op 16 januari 2007 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van de beslissing van de Medische Geschiktheidscommissie van de Federale Politie van 21 november 2006, waarbij hij definitief ongeschikt wordt verklaard voor de functie van inspecteur bij de politie (zaak A. 180.271/IX-5546); Gezien het verzoekschrift dat XXXX op 24 april 2007 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van de beslissing van de Medische Geschiktheidscommissie van de Federale Politie van 8 maart 2007, waarbij hij ongeschikt wordt verklaard voor de functie van inspecteur bij de politie (zaak A. 182.708/IX-5632); Gezien de memories van antwoord en van wederantwoord in de beide zaken; Gezien het verslag in de beide zaken opgemaakt door auditeur H. COLIN; IX-5546-1/12 Gelet op de kennisgeving van het verslag aan de partijen en gezien de laatste memories; Gelet op de beschikkingen van 11 mei 2009 waarbij de terechtzitting wordt bepaald op 22 juni 2009; Gehoord het verslag van staatsraad B. THYS; Gehoord de opmerkingen van advocaat I. MARTENS, die verschijnt voor de verzoeker, en van adviseur E. VAN ROSSEM, die verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van auditeur G. DE BLEECKERE; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, OVERWEEGT WAT VOLGT : Gegevens van de zaken 1.
  3. De verzoeker is agent van politie in de politiezone 5339 en neemt in de loop van 2006 deel aan de selectieproeven voor de overgang van het hulpkader naar het basiskader. 1.
  4. Met een brief van 9 augustus 2006 wordt de verzoeker door de Directie van de rekrutering en van de selectie van de Federale Politie uitgenodigd voor het fysiek-medische geschiktheidsonderzoek dat zal plaatshebben op 21 augustus
  5. 1.
  6. Met een brief van 28 augustus 2006 deelt de Medische Dienst van de rekrutering aan de verzoeker mee dat de dienst zich op basis van de beschikbare gegevens in het medische dossier niet kan uitspreken over zijn “medische (on)geschiktheid”, dat de dienst graag een medisch verslag in verband met zijn opname in een psychiatrische instelling zou ontvangen en dat zijn dossier daarna opnieuw zal worden geëvalueerd. IX-5546-2/12 1.
  7. Met een brief van 4 september 2006 antwoordt de verzoeker aan de Medische Dienst dat dokter M., die hem destijds heeft behandeld, weigert een attest te schrijven omdat het elf jaar geleden is dat zij hem nog heeft gezien. De verzoeker stelt dat hem inmiddels door een geneesheer van de Medische Dienst is meegedeeld dat een attest van zijn huisarts volstaat. Als bijlage voegt de verzoeker een attest bij van zijn huisarts, waarin deze verklaart: “10 jaar geleden werd patiënt in Sint-Camillus - Sint-Denijs-Westrem opgenomen in de psychiatrische afdeling wegens een reactieve depressie igv. scheiding ouders, relatieproblematiek en ethylisme. Deze opname duurde één jaar. Nadien stabiliseerde patiënt en heeft hij een normaal sociaal leven hervat. Momenteel is patiënt klachtenvrij en wordt hij voor deze problematiek niet meer behandeld sinds jaren.” 1.
  8. Met een brief van 20 september 2006 deelt de Medische Dienst aan de verzoeker mee dat hij “na analyse van de resultaten van het klinisch onderzoek, de technische onderzoekingen en de potentialiteitstest [...] medisch ongeschikt [werd] verklaard voor de dienst bij de politie”. Ter “motivatie van de ongeschiktheid” wordt verwezen naar “de psychosen”. Op de brief is genoteerd dat aan de verzoeker telefonisch reeds een uitgebreid verslag van zijn antecedenten werd gevraagd. De brief vermeldt voorts dat iedere verbetering van de fysiek- medische gezondheid of elke vervollediging van het medische dossier aanleiding kan geven tot een beroep bij de Medische Geschiktheidscommissie. 1.
  9. Op 18 oktober 2006 verleent de verzoeker de toestemming aan dokter M. om zijn medisch dossier over te maken aan de Medische Geschiktheidscommissie. 1.
  10. Met een brief van 23 november 2006 deelt de Medische Geschiktheidscommissie aan de verzoeker mee: “Betreft : Kandidatuur functie bij de politie - Aantekening beroep tegen beslissing van medische (on)geschiktheid [...] Gevolg gevend aan het beroep dat u instelde tegen de beslissing van medische ongeschiktheid voor een functie als inspecteur (beslissing genomen IX-5546-3/12 op 24/08/2006), heeft de Medische Geschiktheidscommissie van de Federale Politie in haar zitting op datum van 21/11/2006 besloten: % na analyse van de resultaten van het klinisch onderzoek; % na analyse van de technische onderzoeken; % rekening houdend met de resultaten van de potentialiteitstest; % en na studie van de resultaten van uw onderzoek/behandeling door [dokter M.], u definitief ongeschikt te verklaren voor bovenvermelde functie bij de politie. Motivatie van de beslissing : antecedenten ethylisme” De beslissing van de Medische Geschiktheidscommissie van 21 november 2006 om de verzoeker “definitief ongeschikt” te verklaren voor de functie van inspecteur bij de politie, maakt het voorwerp uit van het beroep tot nietigverklaring in de zaak A. 180.271/IX-
  11. 1.
  12. Met een brief van 13 februari 2007 wordt de verzoeker door de Medische Geschiktheidscommissie verzocht zich op 8 maart 2007 aan te bieden op de Medische Dienst van de rekrutering “in het kader van [zijn] kandidatuur voor een functie bij de politie”. 1.
  13. Met een brief van 16 maart 2007 wordt aan de verzoeker meegedeeld: “Betreft : Kandidatuur functie bij de politie - Mededeling van beslissing van medische ongeschiktheid [...] In het kader van uw kandidatuur voor een functie als inspecteur bij de politie heb ik, ondergetekende, arts van de Medische Dienst van de Federale Politie op datum van 08/03/2007 besloten: % na analyse van de resultaten van het klinisch onderzoek; % na analyse van de technische onderzoeken; % rekening houdend met de resultaten van de potentialiteitstest; % en na het medisch-psychologisch gesprek, u ongeschikt te verklaren voor bovenvermelde functie bij de politie.” Deze brief is ondertekend door drie geneesheren van de Medische Geschiktheidscommissie. De beslissing van de Medische Geschiktheidscommissie van 8 maart 2007 om de verzoeker “ongeschikt” te verklaren voor de functie van inspecteur bij de politie, maakt het voorwerp uit van het beroep tot nietigverklaring in de zaak A. 182.708/IX-
  14. IX-5546-4/12 1.
  15. Op 4 oktober 2007 richt de auditeur-verslaggever de volgende brief met betrekking tot de zaak A. 180.271/IX-5546 aan de Federale Politie DGS/DSJ: “[...] In de bovenvermelde zaak vordert de verzoekende partij [de nietigverklaring van] de beslissing van 23 november 2006 van de Medische Geschiktheidscommissie waarbij hij ‘na studie van de resultaten van [zijn] onderzoek/behandeling door [dokter M.]’ definitief ongeschikt wordt verklaard voor een functie als inspecteur bij de politie; als motivatie van de beslissing wordt opgegeven: ‘antecedenten ethylisme’. Uit de neergelegde stukken blijkt dat verzoeker aan [dokter M.] de toestemming gaf om zijn medisch dossier aan de Medische Geschiktheidscommissie over te maken. Op blz. 4 van de memorie van antwoord die U in naam van de verwerende partij ondertekende, wordt gesteld: ‘De antecedenten van de verzoeker (ethylisme) kunnen een psychose uitlokken wat blijkt uit het medische dossier van betrokkene.’ Vermits het medische dossier niet bij het administratief dossier werd gevoegd, moge ik U, teneinde mij toe te laten te gepasten tijde mijn verslag op te stellen, nu reeds verzoeken mij niet het volledige medische dossier, maar enkel de passus(sen) waaruit blijkt dat de antecedenten van verzoeker een psychose kunnen uitlokken, te bezorgen. [...]” 1.
  16. In een brief van 23 november 2007 aan de auditeur-verslaggever schetst de adjunct-directeur van de Medische Dienst de historiek van verzoekers dossier in essentie als volgt: - op de vragenlijst die elke kandidaat moest invullen, verklaarde de verzoeker met betrekking tot zijn antecedenten dat hij opgenomen is geweest in een psychiatrische instelling; - in antwoord op de vraag naar een medisch verslag dienaangaande, bezorgde de verzoeker een attest van zijn huisarts, waarin melding werd gemaakt van een reactieve depressie, relatieproblemen en ethylisme waarvoor een opname gedurende één jaar in een psychiatrische instelling nodig is geweest; - gezien deze “niet bevestigde diagnosen en blijvende onduidelijkheid” werd de verzoeker ongeschikt verklaard voor “de algemene diagnose ‘psychosen’”; onder deze categorie van aandoeningen vallen onder meer “de ziektebeelden die het gevolg kunnen zijn van ethylisme, drugsmisbruik en andere psychiatrische stoornissen”; - de verzoeker heeft tegen deze beslissing beroep ingesteld en staafde dit beroep met het medische verslag van dokter M. betreffende zijn opname in een psychiatrische instelling; in dat verslag werden meerdere diagnosen aangehaald IX-5546-5/12 en werd tevens gesteld dat psychotische opstoten niet konden worden uitgesloten en dat naar behandeling toe de prognose weinig positief was; - de verzoeker is tegen deze beslissing opnieuw in beroep gegaan en werd dan uitgenodigd om te verschijnen voor een geschiktheidscommissie samengesteld uit een psycholoog en een geneesheer; deze commissie heeft na interview van de kandidaat een uitgebreid advies overgemaakt aan de Medische Dienst van de politie en adviseerde hierin de definitieve ongeschiktheid van de kandidaat te handhaven. Bij deze brief is het medische verslag van dokter M. gevoegd, betreffende verzoekers opname in een psychiatrische instelling, alsook een op 8 maart 2007 gedateerd en door een psycholoog en een arts opgesteld medisch verslag, waarin dezen, op grond van hun onderzoek van dezelfde datum, de Medische Geschiktheidscommissie adviseren om de verzoeker “ongeschikt” te verklaren voor het ambt van inspecteur bij de politie wegens de aanwezigheid van een persoonlijkheidsstoornis. 1.
  17. Op 27 november 2007 richt de auditeur-verslaggever de hiernavolgende brief met betrekking tot de zaak A. 182.708/IX-5632 aan de adjunct- directeur van de Medische Dienst: “[...] Met een brief van 23 november 2007 [...] bezorgt U mij onder meer een verslag van 8 maart 2007 van de psycho-medische commissie met betrekking tot het onderzoek van de verzoekende partij in de bovenvermelde zaak. Gelieve mij mee te delen of de verzoekende partij op enigerlei wijze van de inhoud van dat verslag in kennis werd gesteld vooraleer hij op 24 april 2007 zijn beroep tot nietigverklaring indiende. [...]” Deze brief bleef tot op heden onbeantwoord. Samenvoeging
  18. Het beroep in de zaak A. 180.271/IX-5546 is gericht tegen de beslissing van de Medische Geschiktheidscommissie om de verzoeker “definitief ongeschikt” te verklaren voor de functie van inspecteur bij de politie. Het beroep in de zaak A. 182.708/IX-5632 is gericht tegen de beslissing van de Medische Geschiktheidscommissie om de verzoeker “ongeschikt” te verklaren voor de functie van inspecteur bij de politie. IX-5546-6/12 Uit de hiervóór uiteengezette gegevens van de zaken blijkt dat ze een sterke samenhang vertonen. In het belang van een goede rechtsbedeling worden de beide zaken dan ook samengevoegd. Teloorgaan van het materiële voorwerp van het beroep in de zaak A. 180.271/IX- 5546
  19. Het beroep in de zaak A. 180.271/IX-5546 beoogt de nietigverklaring van de beslissing van de Medische Geschiktheidscommissie van 21 november 2006, waarbij de verzoeker “definitief ongeschikt” wordt verklaard voor de functie van inspecteur bij de politie. Uit de gegevens van de zaken blijkt dat de Medische Geschiktheidscommissie, naar aanleiding van een door de verzoeker ingesteld beroep tegen haar beslissing van 21 november 2006 en na een medisch- psychologisch gesprek dat plaats had tussen de verzoeker enerzijds en een psycholoog en een geneesheer anderzijds, op 8 maart 2007 heeft beslist de verzoeker “ongeschikt” te verklaren. Deze nieuwe beslissing van de Medische Geschiktheidscommissie over verzoekers fysiek-medische geschiktheid, die het voorwerp uitmaakt van het beroep in de zaak A. 182.708/IX-5632 en die is genomen nadat de verzoeker zijn beroep in de zaak A. 180.271/IX-5546 reeds had ingediend, is geen loutere bevestiging van de beslissing van deze commissie van 21 november 2006, vermits ze vooreerst niet gesteund is op “antecedenten ethylisme”, zoals die blijken uit het medische verslag van dokter M., maar op de resultaten van een “medisch- psychologisch gesprek” en ze voorts de verzoeker niet meer “definitief ongeschikt” verklaart, maar “ongeschikt”. Wanneer de overheid, ingevolge een tot haar gericht verzoek, na een nieuw onderzoek van de zaak en op grond van nieuwe gegevens, een nieuwe beslissing neemt, moet zij geacht worden haar eerste beslissing impliciet te hebben ingetrokken en te hebben vervangen door die nieuwe beslissing, die een nieuwe uiting van de wil van de overheid uitmaakt. IX-5546-7/12 Vermits de beslissing van de Medische Geschiktheidscommissie van 21 november 2006 geacht moet worden impliciet te zijn ingetrokken en te zijn vervangen door de beslissing van de voornoemde commissie van 8 maart 2007, heeft ze in de loop van het geding haar materiële rechtskracht verloren. Ze kan geen rechtsgevolgen meer teweegbrengen. Een vernietiging van de beslissing van 8 maart 2007 verandert daar niets aan. De bestreden beslissing in de zaak A. 180.271/IX-5546 heeft derhalve nog slechts een louter formeel bestaan. Indien uit de bespreking van de grond van de zaak A. 182.708/IX-5632 blijkt dat de beslissing van de Medische Geschiktheidscommissie van 8 maart 2007 moet worden vernietigd, is er dienvolgens reden om ter wille van de duidelijkheid in het rechtsverkeer en de rechtszekerheid, ook de beslissing van 21 november 2006 te vernietigen. Gegrondheid van het beroep in de zaak A. 182.708/IX-5632 4.
  20. De verzoeker roept een eerste middel in, afgeleid uit de schending van de artikelen 2 en 3 van de wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshandelingen. Hij voert aan dat de motivering van de bestreden beslissing een standaardformule betreft, aangezien de bewoordingen ervan vaag zijn en op verschillende gevallen kunnen worden toegepast. De verzoeker stelt dat hij slechts kan gissen op grond van welke argumenten hij ongeschikt wordt verklaard. 4.
  21. De verwerende partij antwoordt dat de verzoeker te dezen de motieven van de bestreden beslissing kent en dat het doel van de formele motiveringswet dan ook bereikt is. Zij wijst erop dat de verzoeker een annulatieberoep heeft ingediend tegen de beslissing van de Medische Geschiktheidscommissie van 21 november 2006 waarbij werd geoordeeld dat hij definitief ongeschikt is, en dat hij zelf op de bestreden beslissing heeft genoteerd dat de commissie bij haar beslissing is gebleven. Zij leidt hieruit af dat de verzoeker op de hoogte was van de formele motivering van die beslissing. IX-5546-8/12 De verwerende partij merkt ten slotte nog op dat de verzoeker nadere toelichting heeft kunnen vragen, maar dat hij verzuimd heeft dat te doen. 4.
  22. De verzoeker repliceert dat het niet is omdat hij tegen de beslissing van 21 november 2006 om hem “definitief ongeschikt” te verklaren, bij de Raad van State beroep heeft ingediend, dat hij weet welke de motieven zijn van de beslissing van 8 maart 2007 om hem “ongeschikt” te verklaren. Hij wijst erop dat het om twee verschillende beslissingen gaat en dat hij niet kon weten dat de beslissing van 8 maart 2007 op dezelfde motieven zou steunen als de beslissing van 21 november
  23. 4.4.
  24. De artikelen 2 en 3 van de wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshandelingen verplichten de overheid in de akte de juridische en feitelijke overwegingen op te nemen die aan de beslissing ten grondslag liggen, en dat op een “afdoende” wijze. Het afdoende karakter van de motivering betekent dat de motivering pertinent moet zijn, dit wil zeggen dat ze duidelijk met de beslissing te maken moet hebben, en dat ze draagkrachtig moet zijn, dit wil zeggen dat de aangehaalde redenen moeten volstaan om de beslissing te dragen. De belangrijkste bestaansreden van de motiveringsplicht, zoals die wordt opgelegd door de voormelde wet van 29 juli 1991, bestaat erin dat de betrokkene in de hem aanbelangende beslissing zelf de motieven moet kunnen aantreffen op grond waarvan ze werd genomen, derwijze dat blijkt, of minstens kan worden nagegaan of de overheid is uitgegaan van gegevens die in rechte en in feite juist zijn, of zij die gegevens correct heeft beoordeeld, en of zij op grond daarvan in redelijkheid tot haar beslissing is kunnen komen, zodat de betrokkene met kennis van zaken zou kunnen uitmaken of het aangewezen is de beslissing met een annulatieberoep te bestrijden. 4.4.
  25. In de brief van 16 maart 2007 waarbij de beslissing van de Medische Geschiktheidscommissie van 8 maart 2007 om de verzoeker ongeschikt te verklaren aan hem wordt meegedeeld, wordt gesteld dat die beslissing werd genomen “na analyse van de resultaten van het klinisch onderzoek, na analyse van IX-5546-9/12 de technische onderzoeken, rekening houdend met de resultaten van de potentialiteitstest en na het medisch-psychologisch gesprek”. Die vermeldingen zeggen als zodanig niets over de motieven die aan de voormelde beslissing van de Medische Geschiktheidscommissie ten grondslag liggen. Bovendien blijkt uit niets dat de verzoeker langs een andere weg van die motieven kennis zou hebben gehad toen hij het voorliggende beroep bij de Raad van State indiende. In de voormelde brief wordt letterlijk onderstreept dat de beslissing werd genomen “na het medisch-psychologisch gesprek”. De verwerende partij maakt echter niet aannemelijk dat de verzoeker kennis zou hebben gehad van het resultaat van dat gesprek, in het bijzonder van het op 8 maart 2007 gedateerde verslag van de psycho-medische commissie, waarin deze bij de verzoeker de aanwezigheid van een persoonlijkheidsstoornis vaststelde en om die reden de Medische Geschiktheidscommissie adviseerde om de verzoeker ongeschikt te verklaren. Op de brief van de auditeur-verslaggever van 27 november 2007, waarbij aan de Medische Dienst uitdrukkelijk werd gevraagd of de verzoeker op enigerlei wijze van de inhoud van dat verslag in kennis werd gesteld vooraleer hij zijn beroep tot nietigverklaring indiende, werd niet geantwoord. Ook in haar laatste memorie, nadat de auditeur-verslaggever in zijn verslag daarop heeft gewezen, voert de verwerende partij daaromtrent niets aan. Het argument van de verzoeker dat hij, op het ogenblik van het instellen van zijn beroep, enkel kon gissen naar de motieven van de door hem bestreden beslissing, wordt dan ook niet ontkracht. De omstandigheid dat de verzoeker nadere toelichtingen had kunnen vragen, maar dat niet heeft gedaan, doet geen afbreuk aan de vaststelling dat de overheid te kort is geschoten aan de op haar rustende verplichting om haar beslissing formeel te motiveren. Het eerste middel is gegrond. IX-5546-10/12
  26. Zoals hiervóór is gesteld, wordt de beslissing van de Medische Geschiktheidscommissie van 21 november 2006 geacht impliciet te zijn ingetrokken en vervangen door de beslissing van diezelfde commissie van 8 maart
  27. Nu blijkt dat de beslissing van 8 maart 2007 vernietigd dient te worden, is er grond om de beslissing van 21 november 2006, die weliswaar haar materiële rechtskracht heeft verloren maar nog steeds formeel in het rechtsverkeer aanwezig is, uitdrukkelijk te vernietigen ter wille van de duidelijkheid in het rechtsverkeer en de rechtszekerheid. Verzoek tot anonimisering
  28. Ter zitting vraagt de verzoeker de anonimisering van het arrest, bij de publicatie ervan. Luidens artikel 2, eerste lid, van het koninklijk besluit van 7 juli 1997 betreffende de publicatie van de arresten en de beschikkingen van niet- toelaatbaarheid van de Raad van State kan iedere partij bij een geschil dat bij de Raad van State aanhangig wordt gemaakt op elk moment van de rechtspleging en totdat de debatten gesloten zijn, eisen dat bij de publicatie van het arrest of de beschikking de identiteit van de natuurlijke personen niet zou worden bekendgemaakt. Te dezen verzet niets zich tegen het inwilligen van verzoekers vraag. OM DIE REDENEN BESLIST DE RAAD VAN STATE : Artikel
  29. De zaken A. 180.271/IX-5546 en A. 182.708/IX-5632 worden samengevoegd. IX-5546-11/12 Artikel
  30. Vernietigd worden : - de beslissing van de Medische Geschiktheidscommissie van de Federale Politie van 21 november 2006, waarbij XXXX definitief ongeschikt wordt verklaard voor de functie van inspecteur bij de politie; - de beslissing van de Medische Geschiktheidscommissie van de Federale Politie van 8 maart 2007, waarbij XXXX ongeschikt wordt verklaard voor de functie van inspecteur bij de politie. Artikel
  31. De kosten van de beroepen tot nietigverklaring, bepaald op 350 euro, komen ten laste van de verwerende partij. Artikel
  32. Bij de publicatie van dit arrest wordt de identiteit van de verzoeker niet bekendgemaakt. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op 25 juni 2009, door de IXe kamer, die was samengesteld uit : de HH. P. LEMMENS, kamervoorzitter, D. MOONS, staatsraad, B. THYS, staatsraad, Mevr. V. WAUTERS, griffier. De griffier, De voorzitter, V. WAUTERS. P. LEMMENS. IX-5546-12/12 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.194.637 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.