← België

Arrest 194640 - Milieuvergunningen - 25/06/2009

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 25 juni 2009 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.194.640 Rolnummer: A. 192217/VII-37346 Zaak: Arrest 194640 - Milieuvergunningen - 25/06/2009 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2009-07-09 Raadplegingen: 70 - laatst gezien 2026-06-30 03:20 Fiche Arrest nr 194.640 van 25 juni 2009 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Milieuvergunningen Beslissing : Vernietiging bekendmaking Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 194.640 van 25 juni 2009 in de zaak A. 192.217/VII-37.346. In zake : Sabine COOL, die woonplaats kiest bij advocaat V. VEKEMAN, kantoor houdende te GERAARDSBERGEN, Pastorijstraat 4 tegen : het Vlaamse Gewest, vertegenwoordigd door de Vlaamse regering. --------------------------------------------------------------------------------------------------- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE VIIe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat Sabine COOL op 15 april 2009 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van het besluit van de Vlaamse minister van Openbare Werken, Energie, Leefmilieu en Natuur van 3 maart 2009 waarbij de beroepen, ingesteld tegen de beslissing van de deputatie van de provincie West-Vlaanderen van 2 oktober 2008 houdende het verlenen aan verzoekster van de vergunning om een nertsenbedrijf, gelegen aan de Klein-Harelbekestraat 43A te Harelbeke (Hulste), te veranderen door wijziging, uitbreiding en toevoeging, gedeeltelijk gegrond worden verklaard en de beroepen beslissing in dier voege wordt gewijzigd dat de vergunning wordt aangevuld met bijzondere exploitatievoor- waarden en de einddatum van de verleende vergunning wordt teruggebracht van 23 februari 2026 tot 23 februari 2016; Gezien het verslag opgemaakt door eerste auditeur P. SOURBRON, op grond van artikel 93 van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (hierna : algemeen procedurereglement); Gelet op de beschikking van 26 mei 2009, houdende oproeping van de partijen om te verschijnen op 18 juni 2009; Gelet op de mededeling van het verslag aan de partijen; VII-37.346-1/5 Gehoord het verslag van staatsraad E. BREWAEYS; Gehoord de opmerkingen van advocaat F. OFFERMANS die, loco advocaat V. VEKEMAN verschijnt voor verzoekster; Gehoord het eensluidend advies van eerste auditeur P. SOURBRON; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; OVERWEEGT WAT VOLGT : 1. De feiten 1.1. Verzoekster exploiteert een nertsenfokkerij aan de Klein- Harelbekestraat 43A te Harelbeke. 1.2. De actueel geldende basisvergunning voor de inrichting werd op 23 februari 2006 verleend door de deputatie van de provincie West-Vlaanderen. De geldigheidstermijn van die vergunning verstrijkt op 23 februari 2026. 1.3. Op 26 mei 2008 dient verzoekster bij de deputatie van de provincie West-Vlaanderen een aanvraag in om het vergunde nertsenbedrijf te veranderen door uitbreiding, wijziging en toevoeging. In wezen beoogt verzoekster het aantal vergunde nertsen te verhogen tot in totaal 18.000 stuks, waarvan 3.000 moederdieren. 1.4. Bij beslissing van 2 oktober 2008 verleent de deputatie van de provincie West-Vlaanderen de gevraagde vergunning voor een termijn die samenvalt met de geldigheidsduur van de basisvergunning, dus tot 23 februari 2026. 1.5. Na beroep van derden-belanghebbenden en de VZW GAIA, neemt de Vlaamse minister van Openbare Werken, Energie, Leefmilieu en Natuur op 3 maart 2009 het thans bestreden besluit. De beroepen worden gedeeltelijk gegrond verklaard. De in eerste aanleg verleende milieuvergunning wordt door artikel 2 van het ministerieel besluit van 3 maart 2009 als volgt gewijzigd : VII-37.346-2/5 "

  1. a)in artikel 3, 2/ vergunningstermijn wordt '2026' geschrapt en vervangen door '2016';
  2. b)artikel 4 van het beroepen besluit wordt aangevuld met de volgende bijzondere voorwaarden : - in functie van de noodzaak wordt de bestrijding van ongedierte opgevoerd, zeker in de zomer en in de perioden dat er potentieel meer ongedierte op de inrichting kan voorkomen; - ter voorkoming van ongedierte worden overtollige etensresten uit de kooien verwijderd; - ten oosten van de nieuw te bouwen stal moet er een groenscherm bestaande uit streekeigen groen van 15 meter breed worden aangelegd; - betreffende het centraal meldpunt, zal de gemeente fungeren als communicatiepersoon tussen het bedrijf en de omwonenden". 2. Beoordeling 2.1. Als enig middel voert verzoekster de schending aan van artikel 18, § 2, van het decreet van 28 juni 1985 betreffende de milieuvergunning, de artikelen 2 en 3 van de wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshandelingen (hierna : motiveringswet) en de beginselen van behoorlijk bestuur, inzonderheid het vertrouwensbeginsel : "doordat het bestreden besluit, zonder enige motivering ter zake (en nota bene zonder dat de beroepsindieners enig bezwaar dienaangaande lieten gelden), de vergunningstermijn beperkt tot 23 februari 2016, terwijl uit artikel 18, § 2 Milieuvergunningsdecreet volgt dat wanneer de vergunningverlenende overheid de vergunningstermijn beperkt, deze beslissing moet steunen op een rechtens aanvaardbaar motief (zie R.v.St. nr. 178.634, 17 januari 2008), en terwijl artikel 2 van de wet van 29 juli 1991 bepaalt dat bestuurshandelingen uitdrukkelijk moeten worden gemotiveerd, wat impliceert dat de beslissing niet enkel het dictum moet omvatten, maar tevens de redenen moet weergeven op grond waarvan de beslissing werd genomen (...), en terwijl artikel 3 van de wet van 29 juli 1991 voorschrijft dat de opgelegde motivering in de akte de juridische en feitelijke overwegingen moet vermelden die aan de beslissing ten grondslag liggen (...), en terwijl mevrouw COOL, gezien de eerdere milieuvergunningen één voor één voor 20 jaar werden verleend, er rechtmatig kon op vertrouwen dat dit bij het bestreden besluit eveneens het geval zou zijn, zodat het bestreden besluit de toets aan de motiveringsplicht, vooropgesteld in de artikelen 2 en 3 van de wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motivering van bestuurshandelingen, niet doorstaat, en zodat het bestreden besluit een schending inhoudt van het vertrouwensbeginsel". 2.2. Met het thans bestreden besluit wordt de termijn voor de vergunde wijziging, uitbreiding en toevoeging beperkt tot 23 februari 2016 terwijl die vergunning in eerste aanleg was verleend tot 23 februari 2026, dus samenvallend VII-37.346-3/5 met de lopende basisvergunning, waarop de veranderingsaanvraag van verzoekster is geënt. Artikel 30, § 5, van het besluit van de Vlaamse regering van 6 februari 1991 houdende vaststelling van het Vlaams reglement betreffende de milieuvergunning bepaalt dat de vergunning voor de verandering van een inrichting wordt verleend voor een bepaalde duur waarvan de einddatum deze van de lopende vergunning niet mag overschrijden. Deze regel sluit in beginsel niet uit dat de vergunning voor de verandering van een vergunde inrichting wordt verleend voor een geldigheidsduur die korter is dan deze van de lopende (basis)vergunning. Deze bepaling legt enkel een maximumtermijn op. Indien de vergunningverlenende overheid er evenwel voor kiest om de milieuvergunning voor een kortere dan de wettelijk toegelaten termijn te verlenen, moet zij haar beslissing daarover met rechtens aanvaardbare redenen omkleden. Die redenen moeten op grond van de motiveringswet uitdrukkelijk worden opgegeven in de beslissing waarbij uitspraak wordt gedaan over de milieuvergunningsaanvraag. Verzoekster merkt terecht op dat het bestreden besluit geen motivering bevat voor de inkorting van de vergunningstermijn tot 2016 in plaats van de in eerste aanleg toegestane termijn tot 2026. Het middel is gegrond. De zaak kan op grond van artikel 93 van het algemeen procedurereglement bijgevolg met korte debatten definitief worden beslecht, OM DIE REDENEN BESLIST DE RAAD VAN STATE : Artikel 1. Vernietigd wordt het besluit van de Vlaamse minister van Openbare Werken, Energie, Leefmilieu en Natuur van 3 maart 2009 waarbij de beroepen, ingesteld tegen de beslissing van de deputatie van de provincie West-Vlaanderen van 2 oktober 2008 houdende het verlenen aan Sabine COOL van de vergunning om een nertsenbedrijf, gelegen aan de Klein-Harelbekestraat 43A te Harelbeke (Hulste), te veranderen door wijziging, uitbreiding en toevoeging, VII-37.346-4/5 gedeeltelijk gegrond worden verklaard en de beroepen beslissing in dier voege wordt gewijzigd dat de vergunning wordt aangevuld met bijzondere exploitatievoor- waarden en de einddatum van de verleende vergunning wordt teruggebracht van 23 februari 2026 tot 23 februari 2016. Artikel 2. Dit arrest zal worden bekendgemaakt op dezelfde wijze als het vernietigde besluit. Artikel 3. De kosten van het beroep, bepaald op 175 euro, komen ten laste van de verwerende partij. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op vijfentwintig juni tweeduizend en negen, door : de HH. E. BREWAEYS, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, D. DECOCK, griffier. De griffier, De voorzitter, D. DECOCK. E. BREWAEYS. VII-37.346-5/5 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.194.640 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.