id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 25 juni 2009 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.194.647 Rolnummer: A. 102093/XII-3007 Zaak: Arrest 194647 - Provinciale en lokale reglementen (behalve fiscaal) - 25/06/2009 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2009-07-06 Raadplegingen: 58 - laatst gezien 2026-06-30 03:20 Fiche Arrest nr 194.647 van 25 juni 2009 Instellingen, Binnenlandse zaken en lokale besturen - Provinciale en lokale reglementen (behalve fiscaal) Beslissing : Verwerping Afstand Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 194.647 van 25 juni 2009 in de zaak A. 102.093/XII-
- In zake :
- Eleftherios PAPADATOS,
- Pierre VAN LIEDEKERKE,
- Maurice BUSSCHAERTS, die woonplaats kiezen bij advocaat D. Van Heuven, kantoor houdende te Kortrijk, President Kennedypark 6, bus 24 tegen : de STAD ANTWERPEN, die woonplaats kiest bij advocaat R. Pockele-Dilles, kantoor houdende te Antwerpen, Stoopstraat 1, bus 13, 5e verdieping. --------------------------------------------------------------------------------------------------- D E R A A D V A N S T A T E, XIIe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat Eleftherios Papadatos, Pierre Van Liedekerke en Maurice Busschaerts op 21 maart 2001 hebben ingediend om de nietigverklaring te vorderen van het “besluit van de gemeenteraad van de Stad Antwerpen dd. 19 juni 2000 waarbij ‘bij hoogdringendheid’ wordt besloten om akkoord te gaan met het reglement ‘geschiktheidsverklaring raamprostitutiepand’”; Gelet op het arrest nr. 97.529 van 6 juli 2001 waarbij de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing wordt verworpen; Gezien het verzoekschrift tot voortzetting van het geding van 9 augustus 2001 ingediend door verzoekers; Gezien de memories van antwoord en van wederantwoord; Gezien het verslag opgesteld door eerste auditeur-afdelingshoofd F. De Buel; Gelet op de beschikking van 6 maart 2007 die de neerlegging ter griffie van het verslag en van het dossier gelast; XII-3007-1/4 Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen en gezien de laatste memories; Gelet op de beschikking van 24 februari 2009 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 31 maart 2009; Gehoord het verslag van staatsraad J. Lust; Gehoord de opmerkingen van advocaat T. Vermeir, die verschijnt voor verzoekers, en van advocaat R. Pockele-Dilles, die verschijnt voor verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van eerste auditeur- afdelingshoofd F. De Buel; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, OVERWEEGT WAT VOLGT :
- De memorie van wederantwoord gaat alleen van de eerste en derde verzoeker uit. Er wordt in opgemerkt dat tweede verzoeker “heeft beslist om afstand van geding te doen in onderhavige zaak”. Wat er van die beweerde afstand ook zij, tenminste blijkt dat tweede verzoeker niet de termijn voor het toesturen van een memorie van wederantwoord heeft geëerbiedigd en dat er reden is om jegens hem met toepassing van artikel 21, tweede lid, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State het ontbreken van het vereiste belang vast te stellen.
- In zijn verslag heeft de eerste auditeur-afdelingshoofd de onontvankelijkheid van het beroep voorgesteld. Alleen eerste verzoeker heeft binnen een termijn van dertig dagen vanaf de betekening een verzoek tot voortzetting van de procedure ingediend. XII-3007-2/4 Overeenkomstig artikel 21, zesde lid, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State geldt ten aanzien van derde verzoeker een vermoeden van afstand van het geding.
- In het verzoekschrift verantwoordt eerste verzoeker zijn belang hierdoor dat hij eigenaar is van een raamprostitutiepand (aan de Vingerlingstraat 6) en bijgevolg “het slachtoffer [kan] worden van de sanctie van de administratieve sluiting welke wordt mogelijk gemaakt door de bestreden beslissing”. Verwerende partij betwist dit belang, onder meer omdat eerste verzoeker niet aantoont een persoonlijk en zeker nadeel te lijden nu hij geen enkel stuk voorlegt “van het feit dat [h]ij eigenaar [is] van het bewuste pand”. Getuige de stukken bij de memorie van wederantwoord is het pand aan de Vingerlingstraat 6 inderdaad niet het eigendom van eerste verzoeker, maar van zijn echtgenote. Bovendien kan uit niets worden afgeleid dat er ter uitvoering van het bestreden reglement met betrekking tot het pand ooit daadwerkelijk een sluitingsmaatregel is genomen, en laat eerste verzoeker met een brief van 25 maart 2009 aan de Raad van State weten dat hij “inmiddels zijn pand in het Antwerpse Schipperskwartier heeft verkocht”. Voor zoveel dus de aangevochten beslissing eerste verzoeker ooit al heeft kúnnen benadelen, blijkt niet dat ze dat effectief heeft gedaan, noch dat ze dit in de toekomst alsnog kan doen. Het is dan ook onduidelijk op welke schade eerste verzoeker alludeert wanneer hij in de vermelde brief van 25 maart 2009 poneert niettemin belang bij het beroep te behouden “in het licht van zijn schadeaanspraken tegen de stad Antwerpen, dit te meer in het licht van de nieuwe verjaringsregeling inzake burgerlijke vorderingen na vernietigingsarrest van de Raad van State”. Deze onduidelijkheid, die ook niet ter terechtzitting wordt opgehelderd, is op zich al voldoende om de verwijzing naar de schadeaanspraken en burgerlijke vorderingen ter verantwoording van het belang van eerste verzoeker te verwerpen. XII-3007-3/4 De exceptie van gebrek aan belang in hoofde van eerste verzoeker is gegrond. OM DIE REDENEN BESLIST DE RAAD VAN STATE : Artikel
- De afstand van het beroep wordt vastgesteld wat de derde verzoeker betreft. Artikel
- Het beroep wordt verworpen wat de eerste en tweede verzoeker betreft. Artikel
- De kosten van de vordering tot schorsing en van het beroep tot nietigverklaring, bepaald op 1041,15 euro, komen ten laste van verzoekers, elk voor een derde. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op vijfentwintig juni 2009, door de XIIe kamer, die was samengesteld uit : de HH. D. VERBIEST, kamervoorzitter, J. LUST, staatsraad, G. VAN HAEGENDOREN, staatsraad, Mevr. S. DOMS, griffier. De griffier, De voorzitter, S. DOMS. D. VERBIEST. XII-3007-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.194.647 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:2001:ARR.97.529 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div