← België

Arrest 194705 - Varia (binnenlandse zaken en lokale besturen) - 25/06/2009

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 25 juni 2009 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.194.705 Rolnummer: A. 193080/XII-5864 Zaak: Arrest 194705 - Varia (binnenlandse zaken en lokale besturen) - 25/06/2009 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2009-07-01 Raadplegingen: 60 - laatst gezien 2026-06-30 03:20 Fiche Arrest nr 194.705 van 25 juni 2009 Instellingen, Binnenlandse zaken en lokale besturen - Varia (binnenlandse zaken en lokale besturen) Beslissing : Verwerping Verwerping voorlopige maatregelen Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 194.705 van 25 juni 2009 in de zaak A. 193.080/XII-

  1. In zake : Ricardo FRANCIS, die woonplaats kiest bij advocaat K. Swennen, kantoor houdende te Lanaken, Koning Albertlaan 73 tegen :
  2. de BURGEMEESTER VAN DE STAD MAASEIK,
  3. de STAD MAASEIK. --------------------------------------------------------------------------------------------------- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE XIIe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat Ricardo Francis op 23 juni 2009 heeft ingediend om te vorderen dat de beslissing van 5 mei 2009 van de burgemeester van de stad Maaseik om hem geen nachtvergunning voor 2009 te verlenen voor de uitbating van café ’t Sterfhuys bij uiterst dringende noodzakelijkheid wordt geschorst en dat in afwachting van een uitspraak ten gronde voorlopige maatregelen worden bevolen; Gelet op de beschikking van 23 juni 2009 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 25 juni 2009, om 10.00 uur; Gehoord het verslag van staatsraad J. Lust; Gehoord de opmerkingen van advocaat K. Swennen, die verschijnt voor verzoeker; Gehoord het eensluidend advies van auditeur P. De Somere; Gelet op de artikelen 17 en 18 en titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, XII-5864-1/5 OVERWEEGT WAT VOLGT : De feiten
  4. Verzoeker baat café ’t Sterfhuys uit te Maaseik, Grote Kerkstraat
  5. Naar eis van het politiereglement op het sluitingsuur dient de inrichting gesloten te zijn van drie uur ’s nachts tot zes uur ’s morgens, behoudens wanneer de burgemeester een nachtvergunning heeft verleend, in welk geval de inrichting gans de nacht opengehouden mag worden. Nadat verzoeker eerder een nachtvergunning voor 2007 en 2008 kreeg, vraagt hij op 29 januari 2009 ook voor 2009 een nachtvergunning aan. De vergunning wordt hem bij beslissing van 5 mei 2009 van de burgemeester geweigerd op basis van een ongunstig advies van 4 februari 2009 van de hoofdcommissaris- korpschef van de politiezone Maasland. In essentie omdat verzoeker zich niet aan het sluitingsuur houdt, beveelt de burgemeester op 9 juni 2009 de tijdelijke sluiting van verzoekers horecazaak, voor de periode van 13 juni 2009 tot en met 12 juli
  6. Het college van burgemeester en schepenen bekrachtigt deze beslissing op 15 juni
  7. De vordering tot schorsing
  8. Krachtens artikel 17, §§ 1 en 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State kan de Raad slechts tot een schorsing van de tenuitvoerlegging bij uiterst dringende noodzakelijkheid besluiten onder de drievoudige voorwaarde dat een uiterst dringende noodzakelijkheid voorhanden is, dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen en dat ernstige middelen worden aangevoerd die de nietigverklaring van de aangevochten beslissing kunnen verantwoorden.
  9. In het verzoekschrift wordt met betrekking tot de eerste voorwaarde uiteengezet dat ’t Sterfhuys een feestcafé is dat alleen op vrijdag en zaterdagavond vanaf 21 uur open is, waarbij “het eigen is aan het cliënteel [...] om pas rond 01.00 uur in de zaak aanwezig te zijn”, dat een sluiting om 3 uur een aanzienlijke beperking van de openingsuren inhoudt en een belangrijk cliënteelverlies, omzetverlies en XII-5864-2/5 minderinkomsten tot gevolg zal hebben, dat de zomermaanden traditioneel een topperiode zijn en dat er in die periode in het centrum van Maaseik allerlei avondactiviteiten georganiseerd worden die traditioneel voor een grote toeloop naar ’t Sterfhuys zorgen, en dat door “het vervroegde sluitingsuur”afbreuk wordt gedaan aan de naam en faam van de inrichting.
  10. De bestreden beslissing van 5 mei 2009 deelt verzoeker mee dat hij voor het jaar 2009 geen vergunning krijgt om zijn inrichting na 3 uur te mogen openhouden. Niettegenstaande verzoeker door dit “vervroegde sluitingsuur” beweerdelijk een zodanig ernstig en moeilijk herstelbaar nadeel dreigt te lijden dat het zijns inziens alleen passend kan worden gekeerd door een schorsing die bij uiterst dringende noodzakelijkheid wordt uitgesproken, duurt het toch nog anderhalve maand vooraleer hij die schorsing effectief vordert. Deze laattijdigheid houdt in principe de negatie van de uiterst dringende noodzakelijkheid in.
  11. Ter verantwoording van de laattijdigheid verwijst verzoeker naar een bespreking met verwerende partij op 15 mei 2009 en naar het besef dat “[s]lechts begin juni” bij hem gerezen is “dat hem onmogelijke eisen zouden worden gesteld, die een belangrijke investering zouden vereisen waaraan verzoeker toch niet zou kunnen voldoen”. Tevens wijst hij er op dat de verwerende partij zelf “weinig bekwame spoed aan de dag heeft gelegd”, aangezien haar beslissing van 5 mei 2009 alleen gebaseerd is op een verslag van drie maanden tevoren. Naar verzoeker zelf verklaart, werd hem tijdens de bespreking van 15 mei 2009 te kennen gegeven dat hij overleg moest plegen met de politie omtrent bijkomende beveiligingsmaatregelen, waarna hij “eventueel zijn nachtvergunning opnieuw zou kunnen aanvragen”. Met andere woorden was er blijkbaar geen sprake van -en dat bewijst tevens zijn stuk 4- dat de bestreden beslissing zou worden ongedaan gemaakt; ten hoogste deed de burgemeester kennen dat verzoeker -na een termijn van twee maanden- opnieuw zijn kans kon wagen en een aanvraag indienen nadat “bijkomende beveiligingsmaatregelen” waren uitgevoerd. Zelfs als het verzoeker, alweer naar eigen zeggen, begin juni duidelijk is dat onmogelijke inspanningen worden verwacht, blíjft hij traineren met het instellen van de besproken vordering. XII-5864-3/5 Uiteindelijk kan verzoeker er slechts toe komen de vordering in te stellen twee weken nadat de burgemeester op 9 juni 2009 ondertussen ook al besliste om zijn café gedurende een maand te sluiten, omdat hij zich niet naar het sluitingsuur schikte. Verzoeker doet aldus allerminst blijken van de diligentie en voortvarendheid die mag worden verwacht van wie zich bedreigd weet door een nadeel dat voor hem reeds op zo’n korte termijn ernstig en moeilijk herstelbaar riskeert te zijn dat alleen een schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid soelaas kan bieden. Verzoekers eigen houding spreekt het voorhanden zijn van een uiterst dringende noodzakelijkheid tegen. Dat mogelijk de verwerende partij bij het nemen van de bestreden beslissing zelf niet met de vereiste bekwame spoed zou zijn opgetreden, doet daar niets aan af.
  12. Uit wat voorafgaat, wordt geconcludeerd dat de eerste van de drie cumulatieve grondvoorwaarden voor een schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid niet vervuld is. Deze vaststelling volstaat om de vordering tot schorsing te verwerpen. De vordering tot oplegging van voorlopige maatregelen
  13. De verwerping van de vordering tot schorsing heeft de verwerping van de vordering tot het opleggen van voorlopige middelen tot gevolg. OM DIE REDENEN BESLIST DE RAAD VAN STATE : Artikel
  14. De vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid en de vordering tot het opleggen van voorlopige maatregelen worden verworpen. Artikel
  15. De kosten van de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid, bepaald op 175 euro, komen ten laste van verzoeker. XII-5864-4/5 Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op vijfentwintig juni 2009, door : de HH. J. LUST, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, F. BONTINCK, griffier. De griffier, De voorzitter, F. BONTINCK. J. LUST. XII-5864-5/5 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.194.705 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.197.666 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.