id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 25 juni 2009 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.194.706 Rolnummer: A. 193082/XII-5865 Zaak: Arrest 194706 - Varia (binnenlandse zaken en lokale besturen) - 25/06/2009 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2009-06-29 Raadplegingen: 59 - laatst gezien 2026-06-30 03:20 Fiche Arrest nr 194.706 van 25 juni 2009 Instellingen, Binnenlandse zaken en lokale besturen - Varia (binnenlandse zaken en lokale besturen) Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 194.706 van 25 juni 2009 in de zaak A. 193.082/XII-
- In zake : Ricardo FRANCIS, die woonplaats kiest bij advocaat K. Swennen, kantoor houdende te Lanaken, Koning Albertlaan 73 tegen :
- de BURGEMEESTER VAN DE STAD MAASEIK,
- de STAD MAASEIK. --------------------------------------------------------------------------------------------------- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE XIIe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat Ricardo Francis op 23 juni 2009 heeft ingediend om bij uiterst dringende noodzakelijkheid de schorsing van de tenuitvoerlegging te vorderen van de beslissing van 9 juni 2009 van de burgemeester van de stad Maaseik tot sluiting van de horecazaak ’t Sterfhuys, Oude Kerkstraat 27 te Maaseik, van 13 juni 2009 tot en met 12 juli 2009, evenals van de bekrachtiging van die beslissing bij besluit van 15 juni 2009 van het college van burgemeester en schepenen; Gelet op de beschikking van 23 juni 2009 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 25 juni 2009, om 10.00 uur; Gehoord het verslag van staatsraad J. Lust; Gehoord de opmerkingen van advocaat K. Swennen, die verschijnt voor verzoeker; Gehoord het eensluidend advies van auditeur P. De Somere; Gelet op de artikelen 17 en 18 en titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, XII-5865-1/4 OVERWEEGT WAT VOLGT : De feiten
- Verzoeker baat café ’t Sterfhuys uit te Maaseik, Grote Kerkstraat
- Naar eis van het politiereglement op het sluitingsuur dient de inrichting gesloten te zijn van drie uur ’s nachts tot zes uur ’s morgens, behoudens wanneer de burgemeester een nachtvergunning heeft verleend, in welk geval de inrichting gans de nacht opengehouden mag worden. Nadat verzoeker eerder een nachtvergunning voor 2007 en 2008 kreeg, vraagt hij op 29 januari 2009 ook voor 2009 een nachtvergunning aan. De vergunning wordt hem bij beslissing van 5 mei 2009 van de burgemeester geweigerd op basis van een ongunstig advies van 4 februari 2009 van de hoofdcommissaris- korpschef van de politiezone Maasland. In essentie omdat verzoeker zich niet aan het sluitingsuur houdt, beveelt de burgemeester op 9 juni 2009 de tijdelijke sluiting van verzoekers horecazaak, voor de periode van 13 juni 2009 tot en met 12 juli
- Het college van burgemeester en schepenen bekrachtigt deze beslissing op 15 juni
- De schorsingsvoorwaarden
- Krachtens artikel 17, §§ 1 en 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State kan de Raad slechts tot een schorsing van de tenuitvoerlegging bij uiterst dringende noodzakelijkheid besluiten onder de drievoudige voorwaarde dat een uiterst dringende noodzakelijkheid voorhanden is, dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen en dat ernstige middelen worden aangevoerd die de nietigverklaring van de aangevochten beslissing kunnen verantwoorden.
- In het verzoekschrift wordt met betrekking tot de eerste en de tweede voorwaarde uiteengezet dat ’t Sterfhuys een feestcafé is dat elke vrijdag en zaterdagavond vanaf 21 uur open is, dat de tijdelijke sluiting een belangrijk omzetverlies en aanzienlijke minderinkomsten teweegbrengt, evenals een verlies van XII-5865-2/4 investeringen in personeel en materiaal, dat ook een groot verlies van cliënteel reëel is, dat de komende zomermaanden traditioneel een topperiode zijn, dat afbreuk wordt gedaan aan de naam en faam van de inrichting, en dat door een en ander zelfs het voortbestaan van de handelszaak in het gedrang kan komen
- De bestreden sluitingsmaatregel is verzoeker betekend op 10 juni
- Pas twee weken nadien heeft hij er de onderhavige vordering tegen ingesteld. Op dat moment was al de helft van de duur van de opgelegde sluiting verstreken. In de praktijk, rekening gehouden met het feit dat verzoekers inrichting normaal alleen op vrijdag- en zaterdagavond open is, dient zijn inrichting op grond van de bestreden beslissingen nog zes avonden gesloten te blijven. Een eventuele schorsing, die immers alleen voor de toekomst geldt, zou hem alleen voor het nadeel in verband met die zes avonden kunnen behoeden.
- Daargelaten of het tijdsverloop sinds 10 juni 2009 al dan niet de uiterst dringende noodzakelijkheid tegenspreekt waarop verzoeker zich beroept, kon én moest dit verloop hem in ieder geval in staat hebben gesteld om het moeilijk te herstellen ernstig nadeel waarvoor hij zegt te vrezen, afdoende te detailleren en te documenteren. Hij heeft dat evenwel niet gedaan. Met geen woord, noch enig stuk licht hij toe hoe groot zijn inkomsten, omzet, investeringen, cliënteel, zijn en welk gedeelte daarvan hij door de -nog te ondergane- sluiting dreigt te missen of te verliezen. Evenmin laat hij begrijpen waarom de beweerde aantasting van de naam en faam van zijn inrichting niet door een latere vernietiging kan en zal worden hersteld. Voorts mag het argument dat de komende zomermaanden voor verzoeker traditioneel een topperiode zijn waar zijn, het doet evengoed maar weinig terzake aangezien de sluiting reeds afloopt op 12 juli
- In de gegeven omstandigheden komt verzoekers conclusie dat de -verdere- uitvoering van de bestreden beslissing het voortbestaan van zijn zaak in het gedrang kan brengen, als schromelijk overdreven voor.
- Tenminste de tweede van de cumulatieve schorsingsvoorwaarden is niet vervuld. Deze vaststelling volstaat om de vordering te verwerpen. XII-5865-3/4 OM DIE REDENEN BESLIST DE RAAD VAN STATE : Artikel
- De vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid wordt verworpen. Artikel
- De kosten van de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid, bepaald op 175 euro, komen ten laste van verzoeker. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op vijfentwintig juni 2009, door : de HH. J. LUST, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, F. BONTINCK, griffier. De griffier, De voorzitter, F. BONTINCK. J. LUST. XII-5865-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.194.706 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div