id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 26 juni 2009 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.194.727 Rolnummer: A. 189415/XIV-30546 Zaak: Arrest 194727 - Raad voor Vreemdelingenbetwistingen - 26/06/2009 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2009-07-10 Raadplegingen: 58 - laatst gezien 2026-06-30 03:21 Fiche Arrest nr 194.727 van 26 juni 2009 Vreemdelingen - Raad voor Vreemdelingenbetwistingen Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 194.727 van 26 juni 2009 in de zaak A. 189.415/XIV-30.
- In zake : XXX, die woonplaats kiest bij Advocaat S. MICHOLT, kantoor houdende te 8000 BRUGGE, Maria van Bourgondiëlaan 7B tegen : de Belgische Staat, vertegenwoordigd door de Minister van Migratie- en asielbeleid. ---------------------------------------------------------------------------------------------------------------- -- DE VOORZITTER VAN DE XIVe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat XXX, van Iraakse nationaliteit, op 21 augustus 2008 heeft ingediend om de vernietiging te vorderen van het arrest nr. 14.331 van 23 juli 2008 van de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen; Gelet op de beschikking nr. 3377 van 24 september 2008 waarbij het cassatieberoep toelaatbaar wordt verklaard; Gelet op artikel 16 van het koninklijk besluit van 30 november 2006 tot vaststelling van de cassatie-procedure bij de Raad van State; Gezien de regelmatig gewisselde memories van antwoord en van wederantwoord; Gezien het verslag opgemaakt door Eerste Auditeur-afdelingshoofd R. VANDER ELSTRAETEN, op grond van artikel 16 van voormeld koninklijk besluit; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan de partijen en gelet op het verzoek tot voortzetting teneinde te worden gehoord van de verzoekende partij; Gelet op de beschikking van 16 maart 2009 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 3 juni 2009; Gehoord het verslag van Kamervoorzitter A. BEIRLAEN; XIV-30.546-1/5 Gehoord de opmerkingen van Advocaat H. VAN NIJVERSEEL die, loco Advocaat S. MICHOLT verschijnt voor de verzoekende partij, en van Advocaat E. MATTERNE die, loco Advocaat C. DECORDIER verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van Auditeur M. VAN LIMBERGEN; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;
- Over de gegevens van de zaak. Overwegende dat de gegevens van de zaak als volgt kunnen worden samengevat: 1.
- XXX, van Iraakse nationaliteit, arriveert op 24 december 2007 in België, waar hij op 27 december 2007 een asielverzoek indient. 1.
- Na het nemen van vingerafdrukken blijkt dat verzoeker op 1 augustus 2007 een asielverzoek indiende in Duitsland. 1.
- Op 11 februari 2008 weigert Duitsland het overnameverzoek omdat de verantwoordelijkheid voor de asielaanvraag op Griekenland rust. 1.
- De gemachtigde van de Minister verzoekt daarop de Griekse autoritei- ten om de overname van verzoeker. Dit verzoek wordt door de Griekse autoriteiten op 19 mei 2008 ingewilligd. 1.
- Op 16 juli 2008 wordt door de gemachtigde van de Minister een beslissing tot weigering van verblijf met bevel om het grondgebied te verlaten genomen. 1.
- Op 22 juli 2008 wordt bij de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen een vordering ingediend tot schorsing van de tenuitvoerlegging bij uiterst dringende noodzake- lijkheid van deze beslissing. 1.
- Bij arrest nr. 14.331 van 23 juli 2008 verwerpt de Voorzitter van de IIde Kamer van de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid. XIV-30.546-2/5 Dit is het bestreden arrest : “(...) Overeenkomstig artikel 39/82, § 2 van de Vreemdelingenwet kan slechts tot de schorsing van de tenuitvoerlegging worden besloten indien er ernstige middelen worden aangevoerd die de vernietiging van de aangevochten beslissing kunnen verantwoorden en dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen. Artikel 43, § 1 van het koninklijk besluit van 21 december 2006 houdende de rechtspleging voor de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen bepaalt tevens dat, indien de uiterst dringende noodzakelijkheid wordt aangevoerd, de vordering ook een uiteenzetting van de feiten die deze uiterst dringende noodzakelijkheid rechtvaardigen dient te bevatten. Gelet op het zeer uitzonderlijk en zeer ongewoon karakter van de uiterst dringende procedure tot schorsing van de tenuitvoerlegging van een administratieve rechtshande- ling waarin de wet voorziet, en op de stoornis die zij in het normaal verloop van de rechtspleging voor de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen teweegbrengt, waarbij onder meer de rechten van verdediging van de verwerende partij tot een strikt minimum zijn teruggebracht, moet de uiterst dringende noodzakelijkheid van de schorsing duidelijk worden aangetoond, dit wil zeggen dat ze klaarblijkelijk, en op het eerste gezicht onbetwistbaar, moet zijn. Om te voldoen aan die voorwaarde, moeten feiten en gegevens worden aangebracht die direct aannemelijk maken dat de gevraagde schorsing, wil zij enig nuttig effect sorteren, onmiddellijk bevolen moet worden. Bijgevolg dient te worden benadrukt dat de verzoekende partij dienvolgens de uiterst dringende noodzakelijkheid met concrete gegevens dient aan te tonen. Deze rechtvaardiging is tweeledig, enerzijds, dient te worden aangetoond dat de schorsing van de tenuitvoerlegging volgens de gewone schorsingsprocedure te laat zal komen en, anderzijds, dat zij niet onredelijk lang met het indienen van haar verzoekschrift heeft gewacht. Uit de niet betwiste gegevens van het administratief dossier blijkt, dat de bestreden beslissing aan de verzoekende partij op 16 juli 2008 ter kennis werd gebracht; dat ze tevens op dezelfde dag bij middel van een beslissing tot het vasthouden in een welbepaalde plaats van haar vrijheid werd beroofd; dat de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid pas op 22 juli 2008 is ingesteld, hetzij 6 dagen na de kennisgeving van de bestreden beslissing; dat in het verzoekschrift ter verantwoor- ding voor het laten verstrijken van betreffende termijn alvorens een vordering bij uiterst dringende noodzakelijkheid in te stellen wordt gesteld dat “gezien het arrest van 21 maart 2008 (RVV nr 9107, 23.774/IIde) waarbij werd gesteld dat de hoogdringendheid niet is bewezen wanneer er nog geen vlucht geboekt is, wordt huidig verzoekschrift ingediend nadat de raadsvrouw van de verzoekende partij is te weten gekomen van Bureau C bij de dienst Vreemdelingenzaken dat een vlucht naar Griekenland is vastgelegd”; dat gelet op haar vrijheidsberoving, de verzoekende partij er evenwel vanuit kon gaan dat een eventuele repatriëring imminent kon zijn, temeer daar in de beslissing tot het vasthouden in een welbepaalde plaats uitdrukkelijk werd gestipuleerd dat “het vasthouden van de betrokkene in een welbepaalde plaats noodzakelijk geacht werd om een effectieve verwijdering uit het grondgebied te waarborgen”; dat vanaf dat moment de verzoekende partij op een diligente en alerte wijze diende te reageren (cfr. vaste rechtspraak Raad van State) en niet de kennisgeving van de effectieve repatriëring diende af te wachten; dat de verzoekende partij met deze handelswijze, met name het afwachten van de datum van repatriëring om de voorliggende vordering in te stellen, hierbij verwijzend naar éénmalige rechtspraak, zichzelf een variabele en rekbare termijn toekent om de procedure bij uiterst dringende noodzakelijkheid op te starten; dat deze handelswijze haaks staat op het verplicht alert en diligent optreden verwacht in hoofde van de verzoekende partij bij het instellen van een dusdanige procedure; dat dit gegeven des te meer klemt nu er vanuit moet worden gegaan, zoals voormeld reeds werd XIV-30.546-3/5 opgemerkt, dat voorliggende procedure een zeer uitzonderlijk en zeer ongewoon karakter heeft en een stoornis teweegbrengt in het normaal verloop van de rechtspleging voor de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen, waarbij onder meer de rechten van verdediging van de verwerende partij tot een strikt minimum zijn teruggebracht; dat het gegeven dat de repatriëring is voorzien op 30 juli 2008 geen afbreuk doet aan voorgaande vaststelling. Dienvolgens is niet voldaan aan de door artikel 43, § 1, van het koninklijk besluit van 21 december 2006 houdende de rechtspleging voor de Raad voor Vreemdelingenbe- twistingen opgelegde voorwaarde. Deze vaststelling volstaat om de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid af te wijzen.”.
- Over de ontvankelijkheid van het beroep. Overwegende dat uit een schrijven van de verwerende partij van 16 februari 2009 blijkt dat door de Voorzitter van de Rechtbank van Eerste Aanleg te Brussel, bij beschikking verleend op éénzijdig verzoekschrift op 24 juli 2008, aan de verwerende partij het verbod werd opgelegd om verzoeker naar Griekenland over te brengen tot er door de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen uitspraak was gedaan over het verzoek tot nietigverklaring, dat intussen de maximale overdrachttermijn van 6 maanden werd overschreden waardoor werd beslist de asielaanvraag van de verzoekende partij in België in behandeling te nemen, dat het huidige cassatieberoep dan ook zonder voorwerp zou zijn geworden; dat de verzoekende partij deze elementen tijdens de terechtzitting niet betwist; dat een eventuele vernietiging van het bestreden arrest bijgevolg geen nuttig effect meer bijbrengt; dat derhalve het belang in hoofde van de verzoekende partij niet aanwezig is; dat wordt vastgesteld dat het beroep niet ontvankelijk is, BESLUIT: Artikel
- Het beroep wordt verworpen. Artikel
- De kosten van het beroep, bepaald op 175 euro, komen ten laste van de verzoekende partij. XIV-30.546-4/5 Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op zesentwin- tig juni tweeduizend en negen, door : de HH. A. BEIRLAEN, kamervoorzitter, B. TETTELIN, griffier. De griffier, De voorzitter, B. TETTELIN. A. BEIRLAEN. XIV-30.546-5/5 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.194.727 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.