← België

Arrest 194779 - Federaal openbaar ambt - Aanwerving en loopbaan - 29/06/2009

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 29 juni 2009 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.194.779 Rolnummer: A. 174921/IX-5373 Zaak: Arrest 194779 - Federaal openbaar ambt - Aanwerving en loopbaan - 29/06/2009 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2009-07-23 Raadplegingen: 61 - laatst gezien 2026-06-30 03:21 Fiche Arrest nr 194.779 van 29 juni 2009 Openbaar ambt - Federaal openbaar ambt - Aanwerving en loopbaan Beslissing : Afstand Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 194.779 van 29 juni 2009 in de zaak A. 174.921/IX-

  1. In zake : Marc VANDOUSSELAERE, die woonplaats kiest bij advocaat K. CRAUWELS, kantoor houdende te ANTWERPEN, Mechelsesteenweg 210 a tegen :
  2. de Politiezone HAACHT, die woonplaats kiest bij advocaat C. GYSEN, kantoor houdende te MECHELEN, Antwerpsesteenweg 18
  3. de Belgische Staat, vertegenwoordigd door de minister van Binnenlandse Zaken, die woonplaats kiest bij de Federale Politie DGP/DPS, gevestigd te BRUSSEL, Fritz Toussaintstraat
  4. --------------------------------------------------------------------------------------------------- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE IXe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat Marc VANDOUSSELAERE op 14 juli 2006 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van “het ‘Advies evaluatie overgang schaal O4bis-GPI11 en 11bis’ van hoofdcommissaris Ivo Pelgrims d.d. 24/10/2005 waarbij aan verzoeker de eindvermelding ‘onvoldoende’ werd gegeven in het kader van zijn aanvraag tot baremische verhoging in de loonschaal O4bis, [...] alsook de navolgende beslissing van de Raad van Beroep bij de Algemene Inspectie van de Federale en van de Lokale Politie van 7 maart 2006 (kenmerk RvB/2005/017) waarbij het beroep van verzoeker tegen de eindvermelding onvoldoende toegekend op 25 oktober 2005 door korpschef Hoofdcommissaris van Politie Ivo Pelgrims, wordt bevestigd [...]”; Gezien de memories van antwoord en de memorie van wederantwoord; Gezien het verslag opgesteld door auditeur H. COLIN; IX-5373-1/3 Gelet op de kennisgeving van dat verslag aan de verzoekende partij op 30 januari 2009; Gezien de laatste memorie van de eerste verwerende partij; Gelet op de kennisgeving door de hoofdgriffier, op 23 april 2009, van de mededeling bedoeld in artikel 14quater van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, OVERWEEGT WAT VOLGT: Naar luid van artikel 21, zesde lid, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State geldt ten aanzien van de verzoekende partij een vermoeden van afstand van geding wanneer zij, na de kennisneming van het verslag van de auditeur waarin de verwerping of de onontvankelijkheid van het beroep wordt voorgesteld, geen verzoek tot voortzetting van de procedure indient binnen een termijn van dertig dagen die ingaat met de betekening van het verslag. In het auditoraatsverslag is te dezen deels de onontvankelijkheid, deels de verwerping van het beroep voorgesteld. De verzoekende partij heeft geen verzoek tot voortzetting van de procedure ingediend. De hoofdgriffier heeft de verzoekende partij medegedeeld, met toepassing van artikel 14quater van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, dat de kamer de afstand van het geding zou uitspreken, tenzij de verzoekende partij binnen een termijn van vijftien dagen zou vragen om te worden gehoord. De verzoekende partij heeft niet gevraagd om te worden gehoord. IX-5373-2/3 Het vermoeden van afstand van geding is te dezen van toepassing. OM DIE REDENEN BESLIST DE Wnd. VOORZITTER : Artikel
  5. De afstand van het geding wordt vastgesteld. Artikel
  6. De kosten van het beroep, bepaald op 175 euro, komen ten laste van de verzoekende partij. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op 29 juni 2009, door : de HH. B. THYS, staatsraad, wnd. kamervoorzitter, W. GEURTS, griffier. De griffier, De voorzitter, W. GEURTS. B. THYS. IX-5373-3/3 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.194.779 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.