id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 29 juni 2009 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.194.783 Rolnummer: A. 191944/IX-6280 Zaak: Arrest 194783 - Federaal openbaar ambt - Aanwerving en loopbaan - 29/06/2009 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2009-07-10 Raadplegingen: 64 - laatst gezien 2026-06-30 03:21 Fiche Arrest nr 194.783 van 29 juni 2009 Openbaar ambt - Federaal openbaar ambt - Aanwerving en loopbaan Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 194.783 van 29 juni 2009 in de zaak A. 191.944/IX-6280. In zake : Joseph PEETERS, die woonplaats kiest bij advocaat G. VAN GRIEKEN, kantoor houdende te BRUSSEL, Vossendreef 4/29 tegen : het Selectiebureau van de Federale Overheid (SELOR), dat woonplaats kiest bij advocaat T. DE GENDT, kantoor houdende te HEVERLEE, Industrieweg 4 bus 1. --------------------------------------------------------------------------------------------------- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE IXe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat Joseph PEETERS op 25 maart 2009 heeft ingediend om de schorsing te vorderen van de tenuitvoerlegging van “de deliberatiebeslissingen van SELOR met betrekking tot de selectieprocedure ANG08718-AFG08718 (selectie van administrateur (m/
- v)‘opmetingen en waarderingen’ voor de FOD Financiën)”; Gezien de nota van de verwerende partij; Gezien het verslag opgemaakt door eerste auditeur-afdelingshoofd M. LEFEVER; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan de partijen; Gelet op de beschikking van 4 mei 2009 waarbij de terechtzitting wordt bepaald op 18 mei 2009; Gehoord het verslag van staatsraad B. THYS; IX-6280 -1/8 Gehoord de opmerkingen van advocaat G. VAN GRIEKEN, die verschijnt voor de verzoeker, en van advocaat T. DE GENDT, die verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van eerste auditeur- afdelingshoofd M. LEFEVER; Gelet op de artikelen 17 en 18 en titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, OVERWEEGT WAT VOLGT : Feiten 1.1. In juni 2008 maakt SELOR bekend dat het een selectie zal organiseren voor de functie van administrateur “opmetingen en waarderingen” bij de Federale Overheidsdienst (FOD) Financiën. De verzoeker, die eerstaanwezend inspecteur-dienstchef is bij de FOD Financiën, schrijft zich in voor deze selectie. 1.2. Overeenkomstig artikel 7 van het koninklijk besluit van 29 oktober 2001 betreffende de aanduiding en de uitoefening van de managementfuncties in de federale overheidsdiensten en de programmatorische federale overheidsdiensten, verloopt de selectieprocedure als volgt: - de kandidaten worden onderworpen aan geïnformatiseerde testen die tot doel hebben de management- en organisatorische vaardigheden van de kandidaten, alsook hun persoonlijkheid te testen. De resultaten van deze testen worden meegedeeld aan de selectiecommissie die als enige de resultaten ervan beoordeelt en evalueert. - vervolgens heeft een mondelinge proef plaats, die tot doel heeft om, uitgaande van een praktijkgeval dat verband houdt met de te begeven managementfunctie, zowel de competenties die eigen zijn aan de te begeven functie als de vaardigheden die vereist zijn voor de uitoefening van een managementfunctie te evalueren. IX-6280 -2/8 - na de mondelinge proef en na de vergelijking van hun diploma’s en verdiensten, worden de kandidaten ingedeeld in vier mogelijke groepen: groep A (“zeer geschikt”), groep B (“geschikt”), groep C (“minder geschikt”) of groep D (“niet geschikt”). Deze indeling wordt gemotiveerd. Alleen in de groepen A en B worden de kandidaten gerangschikt. Voor de verzoeker hebben de geïnformatiseerde testen plaats op 15 september 2008 en de mondelinge proef op 21 oktober 2008. 1.3. Met een brief van 10 februari 2009 deelt SELOR aan de verzoeker mee dat de selectiecommissie hem na de geïnformatiseerde testen, de mondelinge proef en de vergelijking van de diploma’s en verdiensten, de eindvermelding C (“minder geschikt”) heeft toegekend en dat overeenkomstig artikel 9 van het voormelde koninklijk besluit van 29 oktober 2001 zijn kandidatuur derhalve niet in aanmerking kan worden genomen. Bij deze brief is onder meer de notuleringsfiche van de selectiecommissie gevoegd, die als “motivatie van de jury” vermeldt: “Dhr. Joseph Peeters getuigt van een goede technische kennis van de materies die betrekking hebben op de beoogde functie. Hij toont zich evenwel niet voldoende concreet in zijn acties die hij voorstelt om te ondernemen in het kader van de beoogde functie en hij ontwikkelt geen echte strategische visie. Zijn vaardigheden in HRM-materies zijn op dit ogenblik onvoldoende ontwikkeld om de uitdagingen die gelinkt zijn aan de functie aan te kunnen.” De beslissing van de selectiecommissie om de verzoeker in te delen in de groep C (“minder geschikt”), maakt het voorwerp uit van de voorliggende vordering tot schorsing. 1.4. Met een e-mail van 13 februari 2009 vraagt de verzoeker aan SELOR inzage van “alle stukken die [hem] aanbelangen met betrekking tot [zijn] deelname aan de selectieproeven” en in het bijzonder van “de resultaten van de computertesten en de originele beoordeling die door de jury werd uitgebracht betreffende [zijn] mondelinge proef”. 1.5. Met een e-mail van 23 februari 2009 antwoordt SELOR aan de verzoeker dat hij zijn dossier kan komen inkijken en dat dit de volgende stukken bevat: IX-6280 -3/8 - zijn cv - een kopie van de brieven waarmee hij werd uitgenodigd voor de verschillende proeven en hem de beslissing van de selectiecommissie werd meegedeeld; - het verslag van de computergestuurde testen; - een kopie van zijn motivatiefiche; - een uittreksel uit het eindverslag met enkel de informatie die op de verzoeker van toepassing is, alsook een kopie van de handtekeningen van de jury; - de originele handtekeningen van de jury. 1.6. Op 26 februari 2009 neemt de verzoeker kennis van die stukken. Op de verklaring van kennisname noteert hij dat hem de originele notuleringsfiche niet werd voorgelegd en dat hij “expliciet inzage [wenst] te krijgen van het handgeschreven document van de juryleden”. 1.7. Met een brief van 24 maart 2009 vraagt de raadsman van de verzoeker aan SELOR zijn weigering te heroverwegen om álle stukken van het dossier, “met name, doch niet beperkend [...] de originele, gehandtekende motiveringsfiche van de jury”, openbaar te maken. Met een brief van dezelfde datum vraagt de raadsman dienaangaande het advies van de Commissie voor de toegang tot en het hergebruik van bestuursdocumenten. 1.8. Op 20 april 2009 beslist de voornoemde commissie dat de adviesaanvraag gegrond is en dat SELOR, voor zover het geen motieven weet aan te brengen die een juridische grondslag vormen voor zijn weigering, ertoe gehouden is het gevraagde bestuursdocument openbaar te maken. Voorwaarden voor het bevelen van de schorsing 2. Overeenkomstig artikel 17, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State kan slechts tot de schorsing van de tenuitvoerlegging worden besloten onder de dubbele voorwaarde dat ernstige middelen worden aangevoerd die de vernietiging van de aangevochten beslissing kunnen verantwoorden en dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de beslissing een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen. IX-6280 -4/8 3.1. De verzoeker zet het moeilijk te herstellen ernstig nadeel dat hij ingevolge de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing meent te kunnen lijden, in zijn verzoekschrift als volgt uiteen: “De selectie ANG08718-AFG08718 betreft een mandaatfunctie van de entiteit Patrimoniumdocumentatie. De oproep kadert in een herstructurering van de FOD Financiën en betreft een unieke functie. Op te merken is dat dit kadert in een nieuwe hervorming die de Minister van Financiën heeft aangekondigd: 'Met de oprichting van vier nieuwe entiteiten zou de fiscus beter moeten functioneren' (De Tijd, 20 maart 2009). In de meest recente structuur wordt de entiteit Patrimoniumdocumentatie behouden. [...] Het schrijven van 10 februari 2009 bevestigt dat de einddeliberatie gebeurt op grond van ‘de geïnformatiseerde testen, de mondelinge proef en de vergelijking van diploma's en verdiensten’. De einddeliberatie voor de gehele selectie ANG08718-AFG08718 houdt onder meer in dat verzoekers kandidatuur geweerd wordt. Hij is derhalve in de onmogelijkheid om deel te nemen aan het onderhoud met de ‘bevoegde instantie’ waarvan sprake in het schrijven van 10 februari 2009. Uit de uiteenzetting van de middelen blijkt dat deze einddeliberatie onwettig is en dat vraagtekens mogen geplaatst worden bij het verloop van de eindproef, en derhalve bij de wettigheid van de daarop aansluitende beslissingen. In geval van nietigverklaring zal de overheid (
- i)de procedure moeten hernemen met in acht name van het arrest en (
- ii)de kandidaten erbij betrekken ten aanzien van dewelke de griefhoudende beslissingen niet-definitief zijn, in casu alleszins verzoeker. In geval van loutere vernietiging van de bestreden beslissing zal de inmiddels benoemde laureaat als mandaathouder de facto een belangrijke en unieke beroepservaring opgedaan hebben. Dit alles houdt het risico in dat deze laureaat een onrechtmatig voordeel opstrijkt waarmee de overheid minstens de facto rekening zal houden bij het opnieuw vergelijken van titels en verdiensten. Ten slotte zal de loutere nietigverklaring van de bestreden beslissing naar alle waarschijnlijkheid slechts uitvoering hebben op het moment dat verzoeker (geboren op 1957) de leeftijd van 55 jaar zal overschreden hebben. Dit verergert het besluit van een risico tot MTHEN.” 3.2. De verwerende partij repliceert in haar nota dat het nadeel dat voortvloeit uit het niet slagen voor een examen, volgens de rechtspraak van de Raad van State inherent is aan de deelname aan een proef waarvan de uitslag niet vooraf vaststaat. IX-6280 -5/8 Voorts laat zij gelden dat een vertraging van de professionele loopbaan en een uitstel van de carrièremogelijkheden geen moeilijk te herstellen ernstig nadeel vormen. Wat de door de verzoeker aangevoerde gemiste ervaring betreft, stelt de verwerende partij dat de verzoeker niet aantoont dat de functie van administrateur “opmetingen en waarderingen” uniek is, noch dat de overheid steeds rekening zal houden met de ervaring die de benoemde kandidaat in die functie zal hebben verworven. Dit klemt volgens haar des te meer, vermits de thans bestreden beslissing zelfs geen benoemingsbesluit is, zodat het desbetreffende nadeel niet rechtstreeks uit de bestreden beslissing voortvloeit. Ten slotte is volgens de verwerende partij de leeftijd van de verzoeker niet van aard het bestaan van een risico op een moeilijk te herstellen ernstig nadeel aan te tonen. 3.3. Uit verzoekers uiteenzetting van het moeilijk te herstellen ernstig nadeel dat hij ingevolge de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing meent te kunnen lijden, blijkt dat hij dat nadeel op twee vlakken situeert. Vooreerst zal de aangestelde laureaat als mandaathouder, in het geval van een vernietiging van de bestreden beslissing, reeds een belangrijke beroepservaring hebben opgedaan in een unieke functie, waarmee de overheid de facto rekening zal houden bij het opnieuw vergelijken van de titels en verdiensten van de kandidaten. Voorts zal de nietigverklaring van de bestreden beslissing naar alle waarschijnlijkheid pas uitvoering krijgen op een ogenblik dat de verzoeker de leeftijd van 55 jaar zal hebben overschreden. 3.3.1. Een schorsing van de bestreden beslissing kan slechts worden verantwoord doordat de verzoeker een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan lijden dat uit de bestreden beslissing zelf voortvloeit. Het door de verzoeker aangevoerde nadeel dat de aangestelde laureaat van de selectieprocedure in afwachting van het vernietigingsarrest een unieke ervaring zal verwerven, waarmee de overheid na het vernietigingsarrest rekening zal houden bij een nieuwe vergelijking van de diploma’s en verdiensten van de kandidaten, komt niet rechtstreeks voort uit de bestreden beslissing, maar uit de beslissing tot aanstelling IX-6280 -6/8 van de laureaat van de selectieprocedure in de managementfunctie. Die aanstelling, die desgevallend nog moet gebeuren, maakt niet mede het voorwerp uit van de voorliggende vordering, zodat de schorsing van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing op zich niet met zich zou brengen dat ook de aanstelling van de laureaat wordt geschorst en het nadeel dat voor de verzoeker uit die aanstelling voortvloeit wordt ondervangen. Bovendien moet worden opgemerkt dat de verzoeker weliswaar stelt, maar niet aantoont dat de betrokken functie uniek is en dat de overheid na een vernietigingsarrest niet anders zal kunnen dan met de ervaring verworven in die functie rekening te houden. De verzoeker brengt daaromtrent geen enkel concreet gegeven aan. Zijn betoog is te dezen beperkt tot algemene, niet onderbouwde beweringen. 3.3.2. Voorts kan de verzoeker niet ervan overtuigen dat hij omwille van zijn leeftijd -hij is geboren op 26 oktober 1957- een moeilijk te herstellen ernstig nadeel dreigt te lijden indien de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing niet wordt geschorst. Het koninklijk besluit van 29 oktober 2001 betreffende de aanduiding en de uitoefening van de managementfuncties in de federale overheidsdiensten en de programmatorische federale overheidsdiensten, bepaalt geen leeftijdsgrens voor de toekenning van een mandaat. Krachtens de artikelen 10, § 1, en 20 van dat koninklijk besluit wordt een mandaat toegekend voor zes jaar. Het mandaat eindigt van rechtswege na afloop van die termijn en in elk geval wanneer de mandaathouder de leeftijd van 65 jaar bereikt. Het kan worden verlengd met maximum zes maanden tot de aanvang van het mandaat van de opvolger. Zelfs indien, zoals de verzoeker beweert, een vernietigingsarrest pas zou tussenkomen wanneer hij reeds 55 jaar oud is, dan nog zou zijn leeftijd er derhalve niet aan in de weg staan dat hem nog een mandaat wordt toegekend. 3.4. Uit wat voorafgaat moet worden besloten dat de verzoeker niet aantoont ingevolge de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing een moeilijk te herstellen ernstig nadeel te kunnen lijden. De vordering wordt om die reden verworpen. IX-6280 -7/8 OM DIE REDENEN BESLIST DE Wnd. VOORZITTER: Artikel 1. De vordering tot schorsing wordt verworpen. Artikel 2. De uitspraak over de bijdrage in de betaling van de kosten van de vordering tot schorsing wordt uitgesteld. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op 29 juni 2009, door: de HH. B THYS, staatsraad, wnd. kamervoorzitter, W. GEURTS, griffier. De griffier, De voorzitter, W. GEURTS. B. THYS. IX-6280 -8/8 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.194.783 Gerelateerde publicatie(
- s)gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.200.109 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div