← België

Arrest 194965 - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen - 30/06/2009

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 30 juni 2009 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.194.965 Rolnummer: A. 144266/X-11651 Zaak: Arrest 194965 - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen - 30/06/2009 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2009-07-09 Raadplegingen: 58 - laatst gezien 2026-06-30 03:22 Fiche Arrest nr 194.965 van 30 juni 2009 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen Beslissing : heropening debatten Aanvullend verslag Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 194.965 van 30 juni 2009 in de zaak A.144.266/X-11.

  1. In zake :
  2. de v.z.w. WATERSTRAATSE VELDEN,
  3. Maria VAN DER FLAAS,
  4. Jan VAN GEEL,
  5. Madeleine DE POTTER, die woonplaats kiezen bij advocaat C. COEN, kantoor houdende te 2018 ANTWERPEN, Mechelsesteenweg 210 A tegen :
  6. de gemeente ZOERSEL, die woonplaats kiest bij advocaat S. WENS, kantoor houdende te 2018 ANTWERPEN, Quinten Matsijslei 34,
  7. het Vlaamse Gewest, vertegenwoordigd door de Vlaamse regering, dat woonplaats kiest bij advocaat J. CLAES, kantoor houdende te 2550 KONTICH, Mechelsesteenweg
  8. tussenkomende partij : de n.v. IMVAP, die woonlaats kiest bij advocaat Y. LOIX, kantoor houdende te 2018 ANTWERPEN, Mechelsesteenweg
  9. D E R A A D V A N S T A T E, Xe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat de v.z.w. WATERSTRAATSE VELDEN, Maria VAN DER FLAAS, Jan VAN GEEL en Madeleine DE POTTER op 21 november 2003 hebben ingediend om de nietigverklaring te vorderen van het besluit van 11 augustus 2003 van het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Zoersel waarbij aan de n.v. IMVAP de stedenbouwkundige vergunning wordt verleend tot “het wijzigen van de bouwvergunning i.v.m. aanpassing van de betoncentrale” op een terrein gelegen te Zoersel, Kwikaard, kadastraal bekend sectie I, “nr. 310/a e.v.”; X-11.651-1/8 Gezien het verzoekschrift tot tussenkomst, op 5 februari 2004 ingediend door de n.v. IMVAP; Gelet op de beschikking van 11 februari 2004 die de tussenkomst van de n.v. IMVAP toelaat; Gezien de memories van antwoord en van wederantwoord; Gezien het verslag opgemaakt door auditeur T. DE WAELE; Gelet op de beschikking van 19 september 2006 die de neerlegging ter griffie van het verslag en van het dossier gelast; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen en gezien de laatste memories; Gelet op de beschikking van 9 maart 2009 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 3 april 2009; Gehoord het verslag van kamervoorzitter R. STEVENS; Gehoord de opmerkingen van advocaat C. COEN, die verschijnt voor de verzoekende partijen, van advocaat S. WENS, die verschijnt voor de eerste verwerende partij, van advocaat A. CLAES, die loco advocaat J. CLAES verschijnt voor de tweede verwerende partij, en van advocaat K. BULCKMANS, die loco advocaat Y. LOIX verschijnt voor de tussenkomende partij; Gehoord het advies van auditeur T. DE WAELE; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; X-11.651-2/8 OVERWEEGT WAT VOLGT :
  10. De gegevens van de zaak 1.
  11. De tussenkomende partij is luidens haar statuten een “algemene bouwonderneming”, gevestigd te Zoersel.. 1.
  12. De eerste verzoekende partij is in 1991 opgericht om “op te treden als vertegenwoordiger van de buurtbewoners van de gemeente Schilde voor het gebied zich uitstrekkende ten noorden van het Antitankkanaal (...) met als opzet de algemene belangen van haar leden te behartigen inzake het vrijwaren van het karakter eigen aan het woonparkgebied en de leefbaarheid van de omgeving”. De overige verzoekende partijen wonen in de buurt van het bouwbedrijf van de tussenkomende partij. 1.
  13. Op 12 januari 1998 (datum van het ontvangstbewijs) dient de tussenkomende partij bij het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Zoersel een aanvraag in tot het bekomen van een vergunning voor het bouwen van opslagplaatsen en magazijnen voor bouwmaterialen op terreinen gelegen te Zoersel, Kwikaard, kadastraal bekend sectie I, nrs. 310/a, 309/b, 308, 304/g, 277/a2, 309/c2 en 305/s. In een bij de aanvraag gevoegde begeleidende brief van 11 februari 1998 van de architect, gericht aan het college van burgemeester en schepenen, staat het volgende vermeld : “De plannen vermelden ‘bouwen van opslagplaats voor bouwmaterialen’, deze omschrijving dient uitgebreid te worden met volgende aanvragen : - bouwen van magazijnen voor opslag bouwmaterialen. - bouwen van betoncentrale, opslagplaatsen voor minerale stoffen, weegbrug. - verharding terreinen :
  14. voor aanleg parking.
  15. voor aanleg opslagplaats bouwmaterialen.
  16. voor aanleg van toegangswegen, brandwegen. - bouwen van afvoersystemen voor sanitair- en hemelwater. - bouwen van tank voor 10.000 l brandstof voor voertuigen, tank voor 10.000 l brandstof voor verwarming cv en 1 verdeelpomp voor brandstof voertuigen. - bouwen van 1 zendmast voor mobilofonie”. Op 6 april 1998 beslist het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Zoersel de gevraagde bouwvergunning te verlenen. X-11.651-3/8 1.
  17. Deze vergunning wordt voor de Raad van State aangevochten met een annulatieberoep door twee buurtbewoners, evenwel niet zijnde één van de huidige verzoekende partijen. Met de arresten nrs. 160.443 en 160.444 van 22 juni 2006 worden deze annulatieberoepen door de Raad van State afgewezen als niet ontvankelijk, omdat de beide verzoekende partijen in deze zaken elk hun eigendom verkocht blijken te hebben, en ook niet meer ter plaatse wonen. 1.
  18. Op 13 maart 1998 dient de n.v. BOUWMATERIALEN VAN PELT bij het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Zoersel een milieuvergunningsaanvraag in voor het exploiteren van een nieuwe inrichting voor het bewerken van marmer en natuursteen in de ambachtelijke zone te Zoersel, Kwikaard. Zij vraagt ook een vergunning voor het exploiteren van een betoncentrale, maar doet daarvan afstand op 2 juni
  19. 1.
  20. Op 19 april 2000 (datum van het ontvangstbewijs) dient de tussenkomende partij bij het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Zoersel een aanvraag in om de op 6 april 1998 bekomen bouwvergunning op een aantal punten te wijzigen. De aanpassingen worden opgesomd in een aan de aanvraag toegevoegd document. Het gaat onder meer over het gebruik van een aantal percelen voor het stockeren van bouwmaterialen en als parking voor vrachtwagens, het voorzien van putten om regenwater te kunnen gebruiken voor de aanmaak van beton, het verhogen van het aantal opslagboxen voor minerale produkten van 12 naar 20, het verplaatsen van een dieselpomp, een weegbrug en een toegangspoort, het voorzien van trappen, een berglokaal en nieuwe toegangsdeuren in een magazijn, het isoleren van citernes voor antivries, afvalolie en vetten, en het verplaatsen van een scheidingsmuur, een compressor en een zaagmachine binnenin dit magazijn, en het aanpassen van de eerder vergunde betoncentrale (met onder meer slechts 2 cementsilo’s in plaats van de vroegere 3, een reductie van de hoogte van die silo’s van 20 tot 15 m, en compactere voorraadbunkers voor zand, grind en andere aanmaakmaterialen). In dit begeleidende document wordt verder nog het volgende gesteld : “c. Verantwoording m.b.t. betoncentrale en opslag minerale producten A. Betoncentrale X-11.651-4/8 Zoals u bekend is, hebben wij met schrijven van 2.06.1998 afstand gedaan tot het bekomen van een milieuvergunning voor de bouw van een betoncentrale. Immers de leveranciers van deze betoncentrale hadden een te grote capaciteit ontworpen voor de functies, waaraan deze betoncentrale moest voldoen. (...) De aangepaste betoncentrale, waarvoor nu een bouw- en milieuvergunning wordt aangevraagd, verschilt o.a. op volgende punten met de vorige betoncentrale. a. er worden nu maar 2 cementsilo’s i.p.v. 3 vroeger geïnstalleerd. De silo’s hebben een hoogte van 15m i.p.v. 20m vroeger. (...) b. de voorraadbunkers voor zand, grind en andere toeslagmaterialen hebben een kleinere inhoud bekomen met als gevolg een compactere installatie. Bovendien is de hoogte van deze voorraadbunkers ook verlaagd en is het dak boven deze voorraadbunkers ook veel kleiner geworden. (....) c. de wasplaats voor betonmixers is nu aangepast aan de recentste gegevens (...) B. opslag van minerale producten - in het vroeger ontwerp waren er 12 opslagplaatsen, elk met een nuttige breedte van 5,7 m (in totaal 72m lang) voorzien - in het aangepaste ontwerp zijn er 20 opslagplaatsen voorzien waarvan 1 met een nuttige breedte van 9 m, 2 met een nuttige breedte van 5,5 m en 17 met een nuttige breedte van 4 m (in totaal 92,4 m lang) - (...) - alhoewel de totale lengte van deze opslagplaatsen 92,4 i.p.v. 72 m bedraagt, is er hier geen ingrijpende verandering t.o.v. het vroegere ontwerp”. 1.
  21. Het college van burgemeester en schepenen verleent een gunstig advies, doch op 6 november 2000 laat de gemachtigde ambtenaar weten dat hij onmogelijk over de aanvraag kan oordelen “daar er bij de Raad van State een procedure lopende is” over de basisvergunning van 6 april
  22. 1.
  23. Op 19 februari 2001 weigert het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Zoersel de gevraagde wijziging. 1.
  24. De tussenkomende partij tekent tegen dit weigeringsbesluit administratief beroep aan bij de bestendige deputatie van de provincieraad van Antwerpen. Met een besluit van 7 februari 2002 willigt de bestendige deputatie het beroep in, en wordt de gevraagde vergunning verleend onder de voorwaarde dat het advies van de brandweer wordt nageleefd. 1.
  25. De huidige verzoekende partijen vechten deze vergunningsbeslissing aan middels een annulatieberoep bij de Raad van State, ingeleid op 24 februari 2003 (procedure gekend onder A. 133.347/X-11.318). Deze zaak is nog hangende. X-11.651-5/8 1.
  26. Op 29 januari 2003 (datum van het ontvangstbewijs) dient de tussenkomende partij bij het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Zoersel andermaal een aanvraag in tot het verkrijgen van een stedenbouwkundige vergunning voor het “wijzigen van de bouwvergunning i.v.m. aanpassing van de betoncentrale”. De aanvraag betreft aldus een wijziging van de stedenbouwkundige vergunning van 7 februari
  27. Meer bepaald wordt geopteerd voor een ander soort van voorraadtrechters en een ander type menger en aangepaste cementsilo’s. Daarnaast wordt de betoncentrale 1,90 m langer, wordt ook de transportband 1 m langer, wordt de constructie voor de menger 11,84 in plaats van 10,60 m hoog, wordt 40.000 l watervoorraad voorzien in plaats van 30.000 l, en worden de voorraadtrechters 5,10 in plaats van 10 m breed. 1.
  28. Na gunstig advies van de gemachtigde ambtenaar, vergunt het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Zoersel deze wijzigingen met een besluit van 11 augustus
  29. Dit is het thans bestreden besluit. 1.
  30. Voor de volledigheid zij nog vermeld dat voor de exploitatie van de inrichting ook milieuvergunningen werden aangevraagd en verkregen, die bij de Raad van State werden bestreden. De beroepen werden afgewezen bij ’s Raads arrest nr. 190.641, van 19 februari
  31. De ontvankelijkheid 2.1.
  32. De eerste verwerende partij werpt in haar memorie van antwoord de volgende exceptie op : “De vordering tot nietigverklaring is gericht tegen een bouwvergunning, die voorziet in een aantal kleine wijzigingen ten aanzien van twee voorgaande bouwvergunningen, dewelke niet door deze verzoekende partijen werden aangevochten. Met betrekking tot de oorspronkelijke stedenbouwkundige vergunning van 6 april 1998 dient ten andere te worden opgemerkt dat de partijen dewelke hiertegen een beroep tot nietigverklaring aantekenden, hun persoonlijk en rechtstreeks belang hebben verloren, zodat deze bouwvergunning als definitief verkregen dient te worden beschouwd. Men dient zich dan ook de vraag te stellen in hoeverre verzoekende partijen überhaupt nog een belang kunnen hebben bij de vernietiging van de stedenbouwkundige vergunning van 11 augustus 2003, vermits deze laatste slechts een kleine wijziging inhoudt ten aanzien van de oorspronkelijke X-11.651-6/8 stedenbouwkundige vergunning, en deze wijziging dan nog enkel betrekking heeft op de voorziene betoncentrale, dewelke kleiner en minder hoog zal zijn”. 2.1.
  33. De tweede verwerende partij formuleert de exceptie als volgt : “Verzoekende partijen houden voor de stedenbouwkundige vergunning d.d. 11 augustus 2003 te willen aanvechten; Deze vergunning houdt echter slechts een aantal kleinere wijzigingen in t.a.v. de oorspronkelijke vergunning die op 6 april 1998 verleend werd i.v.m. de opslagplaats van de bouwmaterialen e.d. op het terrein van de N.V. IMVAP; Geen van de verzoekende partijen heeft echter de oorspronkelijk vergunning van 6 april 1998 aangevochten; zij hebben bijgevolg allen deze vergunning aanvaard en zij is m.a.w. definitief geworden t.o.v. alle verzoekende partijen; Waar de aangevochten vergunning slechts enkele beperkte wijzigingen inhoudt van de vergunning van 6 april 1998 hebben de verzoekende partijen geen enkel belang bij het aanvechten van de voorliggende vergunning”. 2.1.
  34. De tussenkomende partij werpt dezelfde exceptie op. 2.2.
  35. De eerste verzoekende partij situeert haar statutair belang in het feit dat door “het zware vrachtverkeer naar het bedrijf (...) afbreuk (wordt) gedaan aan de verkeersveiligheid van het gebied” en doordat ook “het groene karakter van de residentiële omgeving” wordt aangetast. De overige verzoekende partijen situeren hun belang als naburige bewoner in het toenemen van de hinder die gepaard gaat met de inplanting van een opslagplaats en een betoncentrale. Meer bepaald stellen zij daardoor last te hebben van geluidsoverlast van zware vrachtwagens die de bouwmaterialen en minerale producten lossen en laden, van stofemissie en van de geluidsproducerende betoncentrale. Ook stellen zij dat de visuele hinder zal toenemen. 2.2.
  36. Uit de feitelijke gegevens van de zaak blijkt dat met de oorspronkelijke bouwvergunning van 6 april 1998 een vergunning werd bekomen voor onder meer een betoncentrale. Tijdens de procedure tot het verkrijgen van een milieuvergunning voor de betreffende betoncentrale, werd evenwel uitdrukkelijk afstand gedaan van de aanvraag tot het bekomen van de vergunning voor die betoncentrale. Bijgevolg werd de bouwvergunning van 6 april 1998, althans voor wat de betoncentrale betreft, nooit uitgevoerd zoals oorspronkelijk vergund, wat overigens blijkt uit het document gevoegd bij de aanvraag tot het bekomen van de wijzigende vergunning van 7 februari 2002, en uit de memorie van antwoord van de eerste verwerende partij, waar zij stelt dat de tussenkomende partij op 10 april 2000 een aanvraag indiende tot het bekomen van een stedenbouwkundige X-11.651-7/8 vergunning voor het wijzigen van de bouwvergunning van 6 april 1998 “met bijkomend het bouwen van een betoncentrale”. Het argument dat de bestreden beslissing wat de betoncentrale betreft gunstig is voor de verzoekende partijen, snijdt dus geen hout. Uit het loutere feit dat de huidige verzoekende partijen de bouwvergunning van 6 april 1998 niet hebben bestreden kan dan ook geenszins worden afgeleid dat zij in de thans bestreden beslissing hebben berust. Bovendien houdt het bestreden besluit een wijziging in van de stedenbouwkundige vergunning van 7 februari 2002, die wel werd aangevochten door de huidige verzoekende partijen. De excepties zijn ongegrond. OM DIE REDENEN BESLIST DE RAAD VAN STATE : Artikel
  37. De debatten worden heropend. Artikel
  38. Het door de auditeur-generaal aangewezen lid van het auditoraat wordt gelast met het aanvullend onderzoek. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op dertig juni 2009, door de Xe kamer, die was samengesteld uit : de HH. R. STEVENS, kamervoorzitter, J. BOVIN, staatsraad, P. LEFRANC, staatsraad, Mevr. A. TRUYENS, griffier. De griffier, De voorzitter, A. TRUYENS. R. STEVENS. X-11.651-8/8 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.194.965 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.207.945 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.