id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 01 juli 2009 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.194.983 Rolnummer: A. 192006/X-14129 Zaak: Arrest 194983 - Stedenbouw en ruimtelijke ordening - Reglementen - 01/07/2009 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2009-07-08 Raadplegingen: 63 - laatst gezien 2026-06-30 03:22 Fiche Arrest nr 194.983 van 1 juli 2009 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Stedenbouw en ruimtelijke ordening - Reglementen Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 194.983 van 1 juli 2009 in de zaak A. 192.006/X-14.
(1). Op 3 juni 2005 legde de Vlaamse Regering in die context de methodiek vast voor de beleidsmatige herbevestiging van de bestaande gewestplannen voor deze belangrijke landbouwgebieden. Deze werkwijze laat toe om op een snelle manier tot tussentijdse besluitvorming over deze aaneengesloten landbouwgebieden over te kunnen X-14.129-3/15 gaan, voldoende rechtszekerheid te bieden aan de landbouwsector én het overlegproces met gemeenten, provincies en belangengroepen over de ruimtelijke visie voor deze gebieden af te ronden. 2.
- Inhoud en draagwijdte van de beslissingen In bijlage bij de beslissingen van de Vlaamse Regering over de beleidsmatige herbevestiging van de gewestplannen zijn kaarten gevoegd met daarop de perimeter waarbinnen de uitgangspunten van de beslissing van de Vlaamse Regering van 3 juni 2005 van toepassing zijn (zie 2.2). Binnen de perimeters worden de bestemmingen van de bestaande rechtsgeldige gewestplannen, algemene (APA) en bijzondere plannen van aanleg (BPA), gemeentelijke, provinciale of gewestelijke ruimtelijke uitvoeringsplannen door de Vlaamse Regering beleidsmatig herbevestigd. De beslissing heeft uitsluitend betrekking op de agrarische, natuur-, bos- en overige groengebieden op de bestaande rechtsgeldige plannen van aanleg en ruimtelijke uitvoeringsplannen die liggen binnen de perimeter aangeduid op de kaarten. De beslissing heeft geen betrekking op alle andere bestemmingen (woongebieden, recreatiegebieden, industriegebieden...) op de gewestplannen, de gemeentelijke plannen van aanleg of ruimtelijke uitvoeringsplannen die binnen deze perimeters liggen, tenzij expliciet anders vermeld. Dit impliceert ook dat de rechtsgeldige gemeentelijke plannen van aanleg die een van het gewestplan afwijkende bestemming hebben onverminderd van kracht blijven. Woon-, recreatie- of industriegebieden aan de buitenrand van de perimeters werden maximaal uit de aanduiding gehouden. Woon-, recreatie- of industriegebieden die verspreid binnen de perimeter liggen, werden niet expliciet grafisch uitgesloten (o.a. omwille van de leesbaarheid van de kaarten), maar maken zoals gezegd géén deel uit van de beslissing, tenzij expliciet vermeld. De bestaande gewestplanvoorschriften, de omzendbrieven omtrent de toepassing van de gewestplanvoorschriften en de decretale bepalingen die bepaalde werken, handelingen, voorzieningen en inrichtingen toelaten buiten de geëigende bestemmingszone blijven onverminderd van toepassing. Aanvragen voor stedenbouwkundige vergunningen worden beoordeeld op basis van deze bepalingen. 2.
- Het beleid binnen de aangeduide gebieden Het beleid dat de Vlaamse overheid wenst te voeren in deze gebieden is vastgelegd in de beslissing van 3 juni 2005, zoals in onderstaand kader aangegeven. Het beleid binnen de landbouw-, natuur- en bosgebieden waarvoor het gewestplan beleidsmatig herbevestigd is (Beslissing Vlaamse Regering 3 juni 2005) Het is aangewezen dat alle andere initiatieven binnen deze gebieden getoetst worden aan de ruimtelijke doelstellingen voor samenhangende landbouwgebieden en de hoofdfunctie landbouw van de gebieden met agrarische bestemming en de kwantitatieve opties die hiervoor genomen worden. Zij kunnen geen afbreuk doen aan de ruimtelijk-functionele samenhang van de agrarische macrostructuur. - Binnen de beleidsmatig herbevestigde agrarische bestemmingen worden er geen gewestelijke initiatieven genomen voor het omzetten van agrarisch gebied naar andere bestemmingen, tenzij anders bepaald in de beslissing en dit binnen de beleidsmarge bepaald in punt III. Tevens wordt waar mogelijk een maximale oppervlakte van de beleidsmarge aangegeven. Deze gewestelijke initiatieven mogen absoluut geen aanleiding vormen tot speculatie of het stimuleren van speculatie. Indien binnen het kader van deze beslissing van de Vlaamse Regering toch een gewestelijk initiatief in die zin genomen wordt, moet er steeds een terugkoppeling zijn naar de visie op landbouw, natuur en bos X-14.129-4/15 en de oppervlaktedoelstelling voor landbouw uit het Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen. - Het vastgelegde agrarisch gebied wordt binnen het ruimtelijk beleid niet gedifferentieerd in functie van teelten. Er is ruimte voor structurele bedrijfsveranderingen, voor uitbreiding van bestaande bedrijven en voor nieuwe vestigingen buiten de als bouwvrij gedifferentieerde gebieden. De geldende regelgeving inzake onder meer het afleveren van stedenbouwkundige of milieuvergunningen blijft onverminderd van toepassing. Binnen de vastgelegde gebieden van de agrarische structuur kunnen (op gemeentelijk, provinciaal en gewestelijk niveau) initiatieven genomen worden om het agrarisch gebied te differentiëren in functie van de bebouwing (bv. door het aanduiden van agrarische bedrijvenzones, concentratiegebieden voor glastuinbouw of bouwvrije agrarische gebieden) na een gebiedsgerichte ruimtelijke afweging op basis van de opties vastgelegd in de ruimtelijke structuurplannen. I. Bewarende maatregelen binnen de beleidsmatig herbevestigde agrarische bestemmingen A. Algemene bewarende maatregelen Volgende voorwaarden gelden als algemene bewarende maatregelen in de herbevestigde agrarische gebieden:
- In de herbevestigde agrarische bestemmingen hebben de landbouwers rechtszekerheid (over de herbevestigde agrarische bestemming). Indien in een herbevestigde agrarische bestemming toch een gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan gronden met een agrarische bestemming zou omzetten naar een niet-agrarische bestemming, dan dient hiervoor elders een compensatie te gebeuren indien de afbakening van 750.000 ha agrarisch op Vlaams niveau in het gedrang komt (niet-agrarische bestemming omzetten naar agrarische bestemming) en geldt minstens een algemene compensatieregel : de compensatie neemt de herbevestiging van een agrarische bestemming in een niet-bevestigd gebied aan of kan ook een gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan inhouden voor percelen of gebieden met huidige agrarisch gebruik behorende tot de betreffende regio. In dit laatste geval wordt rekening gehouden met de ruimteboekhouding en de gelijktijdige afbakening van de agrarische en natuurlijke structuur. De compensatie voor het wijzigen naar harde bestemmingen gebeurt bij voorkeur in de harde bestemmingszones van de bestaande plannen van aanleg of ruimtelijke uitvoeringsplannen binnen de betreffende regio en bij voorkeur op gronden in agrarisch gebruik
- Gemeentelijke en provinciale structuurplannen en toekomstige gemeentelijke en provinciale ruimtelijke uitvoeringsplannen dienen de herbevestigde agrarische bestemmingen te respecteren.
- In de herbevestigde agrarische bestemmingen geldt er een vrijheid van teeltkeuze m.u.v. de reeds geldende beperkingen of mogelijkheden met betrekking tot historisch permanente graslanden zoals opgenomen in het decreet natuurbehoud en het decreet landschapszorg en m.u.v. maatregelen in het kader van cross-compliance en erosiebestrijdingsmaatregelen. Het beleid gericht op de instandhouding, het herstel of de ontwikkeling van kleine landschapselementen kan er onverminderd worden verder gezet gezien dit immers geen beperking van de vrijheid van teeltkeuze betekent. Voorts zijn in de herbevestigde agrarische gebieden nieuwe inplantingen (met uitzondering van de bouwvrije zones) en uitbreidingen van bestaande bedrijven binnen het kader van de milieu- en mestwetgeving mogelijk.
- In de herbevestigde agrarische bestemmingen zijn, op basis van gebiedsgerichte ruimtelijke afwegingen, provinciale en gemeentelijke ruimtelijke uitvoeringsplannen voor glastuinbouwconcentratie mogelijk. X-14.129-5/15 Gewestelijke ruimtelijke uitvoeringsplannen zijn mogelijk indien dat zo wordt vermeld in de beslissing van de Vlaamse Regering.
- Gewestelijke ruimtelijke uitvoeringsplannen om in het kader van een ruiloperatie zonevreemde landbouw zone-eigen te maken, zijn overal mogelijk. Hierbij wordt rekening gehouden met de ruimteboekhouding van het RSV. B. Bewarende maatregelen m.b.t. natuur en bos
- In de herbevestigde agrarische bestemmingen worden compensaties voor natuur of bos (dit zijn compensaties in uitvoering van het bosdecreet en het decreet natuurbehoud) beperkt. De volgende richtlijnen gelden : a. compensaties inzake kleine landschapselementen blijven overal mogelijk; b. onverminderd a neemt de Vlaamse Regering het engagement dat compenserende bebossing vanuit de Vlaamse overheid gefinancierd via het Bossencompensatiefonds niet zal plaatsvinden in een herbevestigde agrarische bestemming; c. onverminderd a neemt de Vlaamse Regering het engagement dat natuurcompensaties vanuit de Vlaamse overheid niet zullen plaats vinden in een herbevestigde agrarische bestemming.
- De Vlaamse Regering zal de toepassing van artikel 90bis van het bosdecreet optimaliseren door stimuli of maatregelen te voorzien om te voorkomen dat er geen versnipperde bebossing plaats vindt binnen de agrarische structuur, en om compenserende bebossing te groeperen.
- In de herbevestigde agrarische bestemmingen worden de beperkende regels voor de erkenning van reservaten en de aankoopsubsidiëring, ook van toepassing voor de aankopen door de overheid. De subsidiëring van de aankopen van natuur-, bos- en duingebieden worden aanzienlijk beperkt, evenals de oprichting van nieuwe Vlaamse reservaten, en de erkenning van nieuwe reservaten. Het natuurgericht beheer van bestaande Vlaamse reservaten en erkende reservaten, evenals de subsidiëring ervan blijft mogelijk. De beperking volgt de volgende regels: a. de beperking is niet van toepassing op de reeks « agrarische gebieden met ecologisch belang » (i.c. agrarische gebieden met ecologisch belang, valleigebieden, brongebieden en agrarische gebieden met bijzondere waarde); b. de beperking is niet van toepassing voor aankopen van gronden in het kader van een grondenbank of in het kader van het uitruilen van landbouwgronden; c. onverminderd a en b : erkenningen, subsidiëring van de aankopen van nieuwe percelen binnen de uitbreidingsperimeter van erkende reservaten of van percelen waarvoor een erkenningsaanvraag lopende is, evenals het aankopen van percelen ter versterking van bestaande Vlaamse reservaten, zijn in zuiver agrarisch gebied en landschappelijk waardevol agrarisch gebied enkel mogelijk in de volgende situaties: i. ofwel zijn het gronden die een actuele hoge natuurwaarde hebben en weinig geschikt zijn voor normaal landbouwgebruik in de betrokken landbouwstreek en waarvoor de aankoop of erkenning de agrarische structuur niet aantast; ii. ofwel zijn het gebieden met een hoge actuele of potentiële natuurwaarde en lage landbouwwaarde die in het kader van een goedgekeurd richtplan van een landinrichtingsproject hiertoe zijn aangewezen en waarvan de erkenning de agrarische structuur niet aantast. iii.Hierbij wordt de subsidiëring van de aankoop van deze gronden beperkt, zowel in hoogte waarbij de subsidiëring substantieel lager is X-14.129-6/15 dan voor gebieden gelegen in het Vlaams Ecologisch Netwerk (VEN), en de groen- en bosgebieden, als in omvang: maximaal 10 % van de aankoopsubsidies mag betrekking hebben op de aankoop van deze gronden, voor zover deze gronden gedurende de laatste 5 jaar in gebruik waren bij een beroepslandbouwer. iv. De Vlaamse Regering kan een stimulerend beleid blijven voeren voor het behoud van de ecologische basiskwaliteit door middel van vrijwillige beheersovereenkomsten.
- In de herbevestigde agrarische bestemmingen wordt er door de Vlaamse overheid geen bosuitbreiding gerealiseerd tenzij: a. anders bepaald in de beslissing van de Vlaamse Regering; b. binnen de overdruk bosuitbreidingsgebied, of binnen de perimeter van een bosuitbreidingsgebied opgenomen in een goedgekeurd landinrichtings- of ruilverkavelingsplan; II. Relatie met gemeentelijke en provinciale planningstaken Gemeenten en provincies kunnen op basis van goedgekeurde structuurplannen binnen de (beleidsmatig) herbevestigde agrarische bestemmingen zeer beperkte planningsinitiatieven nemen voor zover deze kaderen in goedgekeurde structuurplannen. Bij elk van deze planningsinitiatieven moeten de inhoudelijke uitgangspunten en de kwantitatieve opties van ten aanzien van de hoofdfunctie landbouw in acht genomen worden. De beleidsmarge die kan gegeven worden in het geval van reeds goedgekeurde structuurplannen betreft: - Provinciale ruimtelijke uitvoeringsplannen in uitvoering van het provinciaal structuurplan voor natuurverbindingsgebieden, ecologische infrastructuur van bovenlokaal belang, toeristisch-recreatieve infrastructuur in toeristisch-recreatieve knooppunten of toeristisch-recreatieve netwerken, afbakening van kleinstedelijke gebieden, bedrijventerreinen in economische knooppunten, differentiatie van het agrarisch gebied in functie van de bebouwingsmogelijkheden, provinciale open-ruimte-verbindingen, lijninfrastructuur, openbaar nut of in uitvoering van goedgekeurde planologische attesten. - Gemeentelijk ruimtelijke uitvoeringsplannen in uitvoering van de gemeentelijke structuurplannen voor agrarische bedrijvenzones van lokaal belang, differentiatie van het agrarische gebied in functie van de bebouwingsmogelijkheden, lokale natuur- en landschapselementen, wonen, werken, openbaar nut, toerisme en recreatie op lokaal niveau, lokale wegen of in uitvoering van goedgekeurde planologische attesten. Bij de beoordeling en goedkeuring van gemeentelijke en provinciale (ontwerp)structuur- en uitvoeringsplannen (in kader van de goedkeuringsbevoegdheid van de minister bevoegd voor ruimtelijke ordening of het administratief toezicht) zal in het kader van de goede ruimtelijke ordening, voldoende terughoudend beoordeeld worden ten aanzien van elke mogelijke planologische aanpassing van de (beleidsmatig) herbevestigde agrarische bestemmingen. De minister bevoegd voor ruimtelijke ordening zal terzake richtlijnen aan zijn administratie geven. III. Relatie met andere gewestelijke planningsinitiatieven Bij de beleidsmarge inzake planningsinitiatieven op Vlaams niveau binnen de (beleidsmatig) herbevestigde agrarische bestemmingen wordt onderscheid gemaakt tussen:
- beslissingen die reeds genomen zijn door de Vlaamse Regering (onder meer Lange Termijnvisie Schelde, geactualiseerd Sigma-plan...);
- planningsinitiatieven (ruimtelijke uitvoeringsplannen) inzake de overdruk natuurverweving. De overdruk natuurverweving kan voor een herbevestigde agrarische bestemming, naast de algemene beschermingsmaatregelen, slechts stimulerende maatregelen ten aanzien X-14.129-7/15 van eigenaars en grondgebruikers omvatten (zie artikel 28, § 2 van het decreet natuurbehoud);
- planningsinitiatieven inzake de agrarische en de natuurlijke structuur mits toepassing van de algemene compensatieregel;
- planningsinitiatieven met betrekking tot historisch gegroeide bedrijventerreinen, afbakening van groot- en regionaalstedelijke gebieden, poorten op Vlaams niveau en lijninfrastructuren mits toepassing van de algemene compensatieregel;
- planninginitiatieven die enkel mogelijk zijn nadat de decretaal voorziene goedkeuringsprocedure doorlopen is : aanduiding van overstromingsgebieden, oeverzones of bouwvrije gebieden op basis van de bekkenbeheersplannen en het decreet integraal waterbeleid, aanduiding van erfgoedlandschappen op basis van het decreet landschapszorg en winning van oppervlaktedelfstoffen op basis van bijzondere oppervlaktedelfstoffenplannen en het oppervlaktedelfstoffendecreet. Deze planningsinitiatieven vinden plaats met respect voor de ruimteboekhouding en de bindende bepalingen van RSV. IV. Geen impact op de uitvoering van bestaande regelgeving Het op deze wijze principieel toekennen van gebieden aan de agrarische structuur doet geen afbreuk aan de ruimtelijke kwaliteitseisen die aan het agrarische landgebruik gesteld worden. De bestaande landschapsecologische, cultuurhistorische en toeristisch-recreatieve kwaliteiten van deze gebieden mag niet in het gedrang gebracht worden en de landbouwbedrijfsvoering moet afgestemd blijven op de kenmerken van het fysisch systeem. Bestaande regelgeving ten aanzien van het agrarisch gebruik wijzigt niet door het vastleggen van deze afbakeningsoptie.
- Binnen het agrarisch gebied wordt zuinig ruimtegebruik en hergebruik nagestreefd. Nieuwe agrarische bebouwing sluit bij voorkeur aan bij bestaande bebouwing. Wanneer om milieuredenen dit niet aanvaard wordt, is er mogelijkheid in het resterende agrarische gebied, met uitzondering van in bouwvrije zones. Reconversie van verouderde glastuinbouwsites moet vanuit het ruimtelijk beleid de voorkeur krijgen op het aansnijden van nieuwe onbebouwde gebieden. Vrijgekomen landbouwbebouwing moet een zinvolle herbestemming kunnen krijgen op maat van het agrarisch gebied (wonen, gemeenschapsvoorzieningen, laagdynamische toeristisch-recreatieve activiteiten...), zonder de landbouwbedrijfsvoering in het gebied verder in het gedrang te brengen.
- Binnen het vastgelegde agrarisch gebied kunnen op Vlaams niveau initiatieven genomen worden om inrichtingsprojecten voor het verbeteren van de landbouwstructuur op te starten (ruilverkaveling, landinrichting...).
- Initiatieven gericht op de instandhouding, het herstel en de ontwikkeling van de kleine landschapselementen, de landschapswaarden en cultuurhistorische waarde van het agrarische gebied moeten mogelijk blijven.
- Binnen de vastgelegde gebieden van de agrarische structuur moet de natuurlijke waterbergingscapaciteit van de valleigebieden behouden blijven en moet de hydraulische ruwheid van het landschap behouden en hersteld worden zodat water langer vastgehouden wordt en verdroging of wateroverlast vermeden worden.
- Er worden geen gewestelijke ruimtelijke uitvoeringsplannen opgemaakt om bestaande groen-, bos-, park- of natuurgebieden op de gewestplannen, in plannen van aanleg en ruimtelijke uitvoeringsplannen om te vormen, tenzij anders opgenomen in de beslissing van de Vlaamse Regering en kaderend binnen de uitvoering van de bindende bepalingen en de X-14.129-8/15 ruimteboekhouding van het RSV I en met uitzondering van de ruiloperaties zoals hoger omschreven in punt A.
- Bij de beoordeling van gemeentelijke en provinciale planningsinitiatieven in die zin wordt voldoende terughoudend opgetreden. Wat betreft de beoordeling van gemeentelijke en provinciale planningsinitiatieven binnen de beleidsmatig herbevestigde agrarische, natuur-, bos- en overige groengebieden wordt dit beleidskader uit de beslissing van de Vlaamse Regering van 3 juni 2005 in deze omzendbrief verder verduidelijkt voor wat betreft de gemeentelijke en provinciale ruimtelijke structuurplannen of uitvoeringsplannen/plannen van aanleg. Binnen de beleidsmatig herbevestigde agrarische gebieden mogen gemeentelijke en provinciale planningsinitatieven geen betekenisvolle afbreuk doen aan de ruimtelijk-functionele samenhang van de agrarische macrostructuur. De Vlaamse overheid zal gemeentelijke en provinciale initiatieven die een planologische aanpassing van de beleidsmatig herbevestigde agrarische gebieden inhouden « voldoende terughoudend » beoordelen. Dit betekent dat de gemeentelijke of provinciale opties steeds getoetst zullen worden aan de ruimtelijke doelstellingen voor samenhangende landbouwgebieden op Vlaams niveau. Deze afweging ten aanzien van de agrarische structuur zal een belangrijk inhoudelijk element zijn bij de beoordeling van deze plannen. Een degelijk onderbouwde verantwoording of motivering in die zin zal bijgevolg steeds een wezenlijk deel uit moeten maken van de (toelichting bij) deze plannen. In haar advisering zullen de betrokken Vlaamse administraties beoordelen in hoeverre deze verantwoording afdoende is en hoeverre de voorgenomen optie verenigbaar is met de opties voor de agrarische structuur op Vlaams niveau. Binnen dit kader wordt volgend onderscheid gemaakt tussen de verschillende types van plannen : Gemeentelijke ruimtelijke structuurplannen Opties in gemeentelijke ruimtelijke structuurplannen in opmaak of in herziening binnen de herbevestigde agrarische gebieden zullen voldoende terughoudend beoordeeld worden ten aanzien van elke mogelijke planologische aanpassing van de beleidsmatig herbevestigde agrarische bestemmingen, zoals hierboven aangegeven. Voor (herzieningen van) gemeentelijke ruimtelijke structuurplannen zal in alle redelijkheid rekening gehouden worden met het reeds afgelegde planningsproces op gemeentelijk niveau op het ogenblik van de beslissing van de Vlaamse Regering over de herbevestiging van de gebieden van de agrarische structuur. Gemeentelijke plannen van aanleg Gemeenten die nog geen goedgekeurd gemeentelijk ruimtelijk structuurplan hebben, kunnen binnen deze gebieden enkel en uitsluitend bijzondere plannen van aanleg (BPA)
(2)opmaken voor : a. agrarische bedrijvenzones van lokaal belang zoals gebieden voor het bundelen van glastuinbouw b. natuur- en landschapselementen van lokaal niveau die geen deel uitmaken of kunnen uitmaken van de natuurlijke structuur op provinciaal (natuurverbindingen) of gewestelijk niveau (natuurverwevingsgebieden, grote eenheden natuur (in ontwikkeling)). Het gaat daarbij vb. om initiatieven voor soortenbescherming en voor bescherming, instandhouding, herstel en/of ontwikkeling van: i. lijnvormige elementen van de ecologische infrastructuur (kleine landschapselementen), lijnvormige elementen van de cultuurhistorische of landschappelijke structuur binnen het agrarisch gebied, (complexen van) holle wegen, bermen, oevervegetaties van kleine beken, graften, houtwallen, hagen en houtkanten, voetwegen, oude spoorbeddingen, kanalen, dreven en laanbeplantingen, dijken... X-14.129-9/15 ii. punt- of vlakvormige elementen van de ecologische infrastructuur cultuurhistorische of landschappelijke structuur binnen het agrarische gebied zoals (complexen van) verspreide kleine bosfragmenten, hoogstamboomgaarden, mergelzomen, vennen, poelen, grafheuvels, waardevolle gebouwen... iii. natuur in de bebouwde omgeving, bestaande natuur-, bos- en groengebieden, natuurelementen (waaronder beekvalleien) met een beperkte oppervlakte van lokaal niveau zoals lokale speel- of dorpsbossen, groen- en parkgebieden op niveau van de kernen, kasteelparken... iv. open-ruimte-verbindingen van lokaal niveau c. toerisme en recreatie op lokaal niveau, zoals hoeve- en plattelandstoerisme, herbestemming van markante gebouwen... d. dringende openbare nutsvoorzieningen van lokaal niveau waarvoor een plan noodzakelijk is voordat het gemeentelijk ruimtelijk structuurplan wordt goedgekeurd e. zonevreemde woningen, bedrijven en recreatie (m.i.v. sport- en jeugdinfrastructuur) op basis van de uitgangspunten in de omzendbrieven en decretale bepalingen terzake f. specifieke uitbreidingsvragen van bedrijven op basis van goedgekeurde planologische attesten Gemeentelijke ruimtelijke uitvoeringsplannen Gemeenten die een goedgekeurd gemeentelijk ruimtelijk structuurplan hebben, kunnen gemeentelijke ruimtelijke uitvoeringsplannen opmaken in uitvoering van dit gemeentelijk ruimtelijk structuurplan voor o.a. agrarische bedrijvenzones van lokaal belang, differentiatie van het agrarische gebied in functie van de bebouwingsmogelijkheden, natuur- en landschapselementen van lokaal niveau, natuur in de bebouwde omgeving, wonen, werken, openbaar nut, toerisme en recreatie op lokaal niveau, lokale wegen of gemeentelijke ruimtelijke uitvoeringsplannen in uitvoering van goedgekeurde planologische attesten. Provinciale ruimtelijke structuurplannen Bij de herziening van de provinciale ruimtelijke structuurplannen zullen de planningsopties binnen de herbevestigde agrarische gebieden voldoende terughoudend beoordeeld worden ten aanzien van elke mogelijke planologische aanpassing van de beleidsmatig herbevestigde agrarische bestemmingen, zoals hierboven aangegeven. Provinciale ruimtelijke uitvoeringsplannen Provincies kunnen provinciale ruimtelijke uitvoeringsplannen opmaken in uitvoering van het provinciaal structuurplan voor natuurverbindingsgebieden, ecologische infrastructuur van bovenlokaal belang, toerisme en recreatie op provinciaal niveau, toeristisch-recreatieve infrastructuur in toeristisch-recreatieve knooppunten of toeristisch-recreatieve netwerken, afbakening van kleinstedelijke gebieden, bedrijventerreinen in economische knooppunten, differentiatie van het agrarisch gebied in functie van de bebouwingsmogelijkheden, provinciale open-ruimte-verbindingen, lijninfrastructuur, openbaar nut of provinciale ruimtelijke uitvoeringsplannen in uitvoering van goedgekeurde planologische attesten”. 1.
- Na de bekendmaking van de voornoemde omzendbrief wordt het overlegproces gestart voor de afbakening van de gebieden van de natuurlijke en agrarische structuur in de regio Schelde-Dender, waaronder de gemeente Hamme. X-14.129-10/15 1.
- Op 8 mei 2008 geeft de verzoekende partij een advies aan de verwerende partij over “de gewenste ruimtelijke structuur en programma voor uitvoering”, waarin onder meer het volgende wordt gesteld: “Momenteel wordt door de hogere overheid onderzocht of Hamme kan evolueren van buitengebied naar ‘specifiek economisch knooppunt’. Na wijziging van dit statuut wil de gemeente zo vlug mogelijk bijkomende bedrijventerreinen voorzien, dit in de buurt van het bestaande bedrijventerrein Zwaarveld. (...) Dit eerder geformuleerd advies wordt behouden, aangezien we ondervinden dat de gewestelijk stedenbouwkundig ambtenaar wel degelijk bij de beoordeling van dossiers, onder meer planologische attesten, in de afweging met deze visievorming rekening houdt”. 1.
- Op 28 november 2008 beslist de Vlaamse regering goedkeuring te hechten aan het definitief voorstel voor de te herbevestigen agrarische gebieden, natuur- en reservaatgebieden, de bosgebieden en overige groengebieden binnen de regio Schelde-Dender en waarbinnen de beleidsmatige uitgangspunten zoals bepaald in de beslissing van 3 juni 2005 van de Vlaamse regering gelden, en aan het operationeel uitvoeringsprogramma voor wat betreft de acties categorie I en II. Dit is de bestreden akte.
- Ontvankelijkheid De verwerende partij voert een exceptie van onontvankelijkheid aan. Er bestaat vooralsnog geen noodzaak om over de opgeworpen exceptie uitspraak te doen. Een onderzoek van en een uitspraak over deze exceptie dringt zich immers slechts op indien zou blijken dat de grondvoorwaarden voor schorsing vervuld zijn, hetgeen te dezen, zoals hierna zal blijken, niet het geval is.
- De grondvoorwaarden tot schorsing Krachtens artikel 17, § 2 van de gecoördineerde wetten op de Raad van State kan slechts tot schorsing van de tenuitvoerlegging worden besloten onder de dubbele voorwaarde dat ernstige middelen worden aangevoerd die de vernietiging van de aangevochten beslissing kunnen verantwoorden en dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen. X-14.129-11/15 3.
- Het aangevoerde moeilijk te herstellen ernstig nadeel De verzoekende partij voert volgend moeilijk te herstellen ernstig nadeel aan: “Bij de bespreking van het belang van verzoekende partij werd reeds uiteengezet dat verzoekster als gevolg van het bestreden besluit binnen de herbevestigde gebieden niet langer beschikt over de planologische mogelijkheden waarover zij tevoren beschikte om op haar grondgebied via ruimtelijke uitvoeringsplannen het in haar ruimtelijk structuurplan uitgestippelde beleid uit te voeren. De bestreden beslissing doorkruist ook inhoudelijk het door verzoekster uitgestippelde beleid. Verzoekster verwijst in eerste instantie naar de voorbeelden die zij bij de bespreking van het belang hieromtrent heeft aangehaald.
- Als voorbeeld kan ten eerste opnieuw de uitbreiding van het industriegebied Zwaarveld aangehaald worden. Het gebied tussen het bestaande industriegebied Zwaarveld en de Neerstraat, momenteel ingekleurd op het gewestplan als agrarisch gebied, wordt in het structuurplan van verzoekster naar voor geschoven als uitbreidingsgebied van het Zwaarveld (via ‘lokaal bedrijventerrein, K.M.O.-zone’). (...) Het bestreden besluit herbevestigt echter de bestaande (agrarische) bestemming volgens het gewestplan. Conform het besluit van de Vlaamse Regering van 03.06.2005 kan de gemeente als gevolg van het bestreden besluit deze zone onmogelijk wijzigen naar een andere bestemming dan agrarisch gebied, zoals bijvoorbeeld K.M.O.-zone. Zulks heeft ingrijpende gevolgen voor de uitoefening van het beleid van verzoekende partij en de vervulling van haar taken en berokkent onmiskenbaar een ernstig nadeel aan verzoekster. Het al dan niet ter beschikking hebben van nieuwe bedrijventerreinen is cruciaal voor de economische aantrekkingskracht van verzoekende partij en de werkgelegenheid op haar grondgebied. Bovendien loopt verzoekende partij op deze wijze belangrijke inkomsten mis (bedrijfsbelastingen) waardoor zij op korte termijn beperkt wordt in haar middelen om haar gemeentelijk beleid uit te voeren. Verzoekende partij heeft een nijpend tekort aan bedrijventerreinen. Dit blijkt onder andere uit het feit dat verzoekende partij aan de hogere overheid verzocht heeft om te evolueren van buitengebied naar ‘specifiek economisch knooppunt’ . De Vlaamse overheid is in haar huidig ontwerp van actualisatie van het Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen hierop ingegaan en heeft in dit ontwerp nota bene zelf de uitbreiding van het industriegebied Zwaarveld ten oosten van de N 41 geselecteerd als DRINGEND knelpunt (één van de slechts 16 in Vlaanderen). (...) In bijlage wordt tevens een aanzienlijke lijst gevoegd met aanvragen van bedrijven voor bedrijfs- en KMO-gronden te Hamme. (...) Verzoekster kan met de uitvoering van haar beleid en een dergelijke essentiële noodzaak (bedrijfsruimte) ter zake onmogelijk wachten op een eventuele nietigverklaring van het bestreden besluit zodat dit nadeel ook moeilijk te herstellen is.
- Als tweede voorbeeld kunnen de zonevreemde woningen en zonevreemde bedrijven aangehaald worden. X-14.129-12/15 Het ruimtelijk structuurplan van verzoekster voorziet in de opmaak van ruimtelijke uitvoeringsplannen met betrekking tot zonevreemde woningen en zonevreemde bedrijven (...). Een aanzienlijk aantal zonevreemde woningen en bedrijven is gelegen binnen de perimeter van de via het bestreden besluit herbevestigde gebieden. Uit de bewoordingen van het besluit van de Vlaamse Regering van 3 juni 2005 en de Ministeriële Omzendbrief RO/2005/01 van 23 december 2005, moet afgeleid worden dat geen RUP’s kunnen worden opgemaakt door verzoekster in afwijking van de herbevestigde agrarische bestemming en dus evenmin voor zonevreemde bedrijven of woningen. Ook deze beperking brengt een ernstig nadeel met zich mee voor verzoekster. Het bieden van rechtszekerheid voor particulieren of handelaars wiens woningen of bedrijven zonevreemd gesitueerd zijn, vormt een essentiële beleidstaak van de gemeente. De essentiële vertraging in de uitvoering van deze beleidstaak in afwachting van een uitspraak omtrent de nietigverklaring vormt een moeilijk te herstellen nadeel. Ook het imago van de gemeente loopt hierdoor onherstelbare schade op, hetgeen evenzeer geldt voor het niet kunnen realiseren van noodzakelijke bedrijfsruimte op haar grondgebied. De aanwezigheid van het moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan dan ook niet betwist worden”. 3.
- Beoordeling van het aangevoerde moeilijk te herstellen ernstig nadeel 3.2.
- In hoofde van een gemeentelijke overheid kan er slechts sprake zijn van een persoonlijk moeilijk te herstellen ernstig nadeel indien de bestreden beslissing de uitoefening van de overheidstaak of de bestuursopdracht waarmee die overheid belast is, verhindert of in ernstige mate bemoeilijkt en indien de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing de werking van haar diensten dermate in het gedrang zou brengen dat zij haar taken als gemeente niet meer zou kunnen uitoefenen. Het nadeel van een gemeentelijke overheid kan dan ook niet worden gelijkgesteld met het nadeel dat haar inwoners lijden. In het administratief kort geding komt het een verzoekende partij toe om op concrete wijze, en met de nodige precisie en overtuigingskracht uiteen te zetten welke de aard en de omvang is van het nadeel dat zij dreigt te zullen lijden indien het voor de Raad bestreden besluit zou worden ten uitvoer gelegd. Er moet een rechtstreeks causaal verband bestaan tussen het aangevoerde nadeel en het bestreden besluit. 3.2.
- Als moeilijk te herstellen ernstig nadeel voert de verzoekende partij het verlies aan van de planologische mogelijkheden om het in het structuurplan uitgestippelde beleid via ruimtelijke uitvoeringsplannen te realiseren. Het blijkt daarbij te gaan om een beleid tot afwijking van de X-14.129-13/15 gewestplanbestemmingen agrarisch gebied, natuur- en reservaatgebied, bosgebied en overig groengebied. Het aangevoerde nadeel is niet evident, al was het maar omdat de mogelijkheden voor een van de gewestplannen afwijkend planologisch beleid decretaal beperkt zijn. In het verzoekschrift wijst de verzoekende partij op de uitbreiding van het industriegebied Zwaarveld en op de zonevreemde woningen en zonevreemde bedrijven. De verzoekende partij gaat er blijkbaar van uit dat indien de bestreden beslissing niet zou zijn tussengekomen, zij op korte termijn haar van de gewestplanbestemmingen afwijkend beleid had kunnen ten uitvoer leggen. 3.2.
- Het blijkt evenwel dat de deputatie van de provincieraad van Oost-Vlaanderen op 16 december 2004 “de ontwikkelingsperspectieven voor de zonevreemde woningen” en “de categorisering en ontwikkelingsperspectieven voor de zonevreemde bedrijven en de uitbreiding van het Regionaal Bedrijventerrein Zwaarveld” uit de goedkeuring van het door de verzoekende partij vastgestelde gemeentelijk ruimtelijk structuurplan Hamme heeft uitgesloten. De gedeeltelijke goedkeuring door de deputatie van de provincieraad van Oost-Vlaanderen blijkt door de verzoekende partij niet te zijn aangevochten. Daarenboven stelt de verzoekende partij in haar advies van 8 mei 2008 dat “de hogere overheid” onderzoekt of de gemeente Hamme kan evolueren van buitengebied naar “specifiek economisch knooppunt” en dat zij “na wijziging van dit statuut (...) zo vlug mogelijk bijkomende bedrijventerreinen (wil) voorzien”. De voorstaande gegevens leiden tot de vaststelling dat in het verzoekschrift niet op afdoende wijze het vereiste causaal verband wordt aangetoond tussen de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing en het aangevoerde nadeel. 3.2.
- Op de terechtzitting beroept de verzoekende partij zich met betrekking tot het industriegebied Zwaarveld op overwegingen uit het besluit van de deputatie van de provincieraad van Oost-Vlaanderen van 16 december 2004, waarvan zij nu de tekst neerlegt. Met ter terechtzitting gegeven aanvullende feiten en verklaringen kan evenwel geen rekening worden gehouden. 3.2.
- Er is niet voldaan aan één van de door artikel 17, § 2 van de gecoördineerde wetten op de Raad van State opgelegde voorwaarden om de X-14.129-14/15 schorsing van de tenuitvoerlegging van het bestreden besluit te bevelen. Deze vaststelling volstaat om de vordering af te wijzen. OM DIE REDENEN BESLIST DE RAAD VAN STATE : Artikel
- De vordering tot schorsing wordt verworpen. Artikel
- De uitspraak over de bijdrage in de betaling van de kosten van de vordering tot schorsing wordt uitgesteld. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op een juli 2009, door de Xe kamer, die was samengesteld uit : de HH. R. STEVENS, kamervoorzitter, J. CLEMENT, staatsraad, S. DE TAEYE, staatsraad, Mevr. S. DE CLERCQ, griffier. De griffier, De voorzitter, S. DE CLERCQ. R. STEVENS. X-14.129-15/15 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.194.983 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2011:ARR.214.328 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div