← België

Arrest 195034 - Milieuvergunningen - 02/07/2009

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 02 juli 2009 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.195.034 Rolnummer: A. 96682/VII-37328 Zaak: Arrest 195034 - Milieuvergunningen - 02/07/2009 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2009-07-09 Raadplegingen: 56 - laatst gezien 2026-06-30 03:22 Fiche Arrest nr 195.034 van 2 juli 2009 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Milieuvergunningen Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 195.034 van 2 juli 2009 in de zaak A. 96.682/VII-37.

  1. In zake : de NV MANEGE TER HOLST, thans de NV TER HOLST PAARDENHOUDERIJ, die woonplaats kiest bij advocaat P. FLAMEY, kantoor houdende te ANTWERPEN, Jan Van Rijswijcklaan 16 tegen : de deputatie van de provincie Vlaams-Brabant, die woonplaats kiest bij advocaat K. VAN ALSENOY, kantoor houdende te BRUSSEL, A. Dansaertstraat
  2. tussenkomende partij : Jonny DE HERTOGH, wonende te OVERIJSE, Hof ter Holst
  3. --------------------------------------------------------------------------------------------------- D E R A A D V A N S T A T E, VIIe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat de NV MANEGE TER HOLST op 20 oktober 2000 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van het besluit van de bestendige deputatie van de provincieraad van Vlaams-Brabant van 3 augustus 2000 waarbij haar een milieuvergunning wordt verleend voor de uitbating van een paardenfokkerij (rubriek 9.4.3, c), 1/, van de lijst der ingedeelde inrich-tingen), in de mate die beslissing haar vergunningsaanvraag voor de uitbating van een paardenrijschool (2 binnenpistes en 1 buitenpiste, rubriek 32.4 van de indelingslijst) niet inwilligt; Gezien het verzoekschrift tot tussenkomst van 2 februari 2001 ingediend door Jonny DE HERTOGH; Gelet op de beschikking van 11 april 2001 die de tussenkomst van Jonny DE HERTOGH toelaat; VII-37.328-1/7 Gezien de regelmatig gewisselde memories van antwoord en van wederantwoord; Gezien het verslag opgemaakt door eerste auditeur-afdelingshoofd M. LEFEVER; Gelet op de beschikking van 18 april 2006 die de neerlegging ter griffie van het verslag en van het dossier gelast; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan de partijen en gezien de regelmatig gewisselde laatste memories; Gelet op de beschikking van 2 februari 2009 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 27 februari 2009 en op de beschikking van 23 februari 2009 waarbij voornoemde beschikking wordt ingetrokken en de zaak voor onbepaalde tijd wordt uitgesteld; Gelet op de beschikking van 15 mei 2009 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 18 juni 2009; Gehoord het verslag van staatsraad A. VANDENDRIESSCHE; Gehoord de opmerkingen van advocaat M. VALKENIERS die, loco advocaat P. FLAMEY verschijnt voor de verzoekende partij, van advocaat K. LEFEVER die, loco advocaat K. VAN ALSENOY verschijnt voor de ver- werende partij, en van advocaat D. VANDENPUT, die verschijnt voor de tussenkomende partij; Gehoord het eensluidend advies van eerste auditeur-afdelings- hoofd M. LEFEVER; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; VII-37.328-2/7 OVERWEEGT WAT VOLGT :
  4. De feiten 1.
  5. Het Hof Ter Holst is een herenboerderij die reeds sinds verscheidene generaties eigendom is van dezelfde familie. Het gewestplan Halle- Vilvoorde-Asse heeft de hoeve gesitueerd in landschappelijk waardevol agrarisch gebied. De vierkantshoeve dateert van vóór de stedenbouwwet van 29 maart
  6. In 1973 en 1980 wordt een bouwvergunning verleend voor de bouw van een landbouwschuur en een landbouwloods. In 1978 wordt in toepassing van de ARAB-reglementering aangifte gedaan voor een uitbating met 15 kippen, 75 runderen en 11 paarden. In de loop der jaren is de rundveeteelt en de kippen- houderij volledig verdwenen. In de jaren '90 wordt de hoeve omgebouwd tot een grote manege met nieuwe paardenboxen en een grote cafetaria. De schuur en de loods worden omgebouwd tot overdekte rijpistes en er worden ook een buitenpiste en een ruime parking aangelegd. 1.
  7. In 1999 wordt een milieuvergunningsaanvraag ingediend voor de uitbating van een paardenrijschool (rubriek 32.4 van bijlage 1 bij het besluit van de Vlaamse regering van 6 februari 1991 houdende vaststelling van het Vlaams reglement betreffende de milieuvergunning (Vlarem I), hierna : indelingslijst) en voor het houden van 55 paarden (rubriek 9.4.3, c), 1/, van de indelingslijst). Voorts voor 4 tractoren en een laadschop, voor de opslag van 1.000 liter mazout in een bovengronds reservoir, voor een overdekte opslagplaats voor stro en hooi, voor een opslagplaats voor paardenmest en voor het lozen van huishoudelijk afvalwater via een bezinkput. Op 6 maart 2000 verleent het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Overijse de gevraagde milieuvergunning tot 6 april
  8. 1.
  9. Op 10 april 2000 dienen drie omwonenden, waaronder de tussenkomende partij, tegen deze milieuvergunning beroep in bij de bestendige deputatie van de provincieraad van Vlaams-Brabant. 1.
  10. De bestendige deputatie van de provincieraad van Vlaams-Brabant beslist op 3 augustus 2000 de aanvraag toe te staan voor het houden van 55 paarden, VII-37.328-3/7 voor 4 tractoren en een laadschop, voor de opslag van 1.000 liter mazout in een bovengronds reservoir, voor een overdekte opslagplaats voor stro en hooi en voor een opslagplaats voor paardenmest, maar ze te weigeren voor zover ze betrekking heeft op de regularisatie van een paardenrijschool en op het lozen van huishoudelijk afvalwater via een bezinkput. De weigering is gesteund op de overweging dat een manege in een landschappelijk waardevol agrarisch gebied een zonevreemde, niet landgebonden activiteit is, dat de bestaande gebouwen vergund werden voor landbouwdoeleinden en dat een bouwvergunning werd geweigerd voor een niet-overdekte rijpiste en het heraanleggen van een graasweide voor paarden, die occasioneel als parking zou worden gebruikt. Deze beslissing wordt op 18 augustus 2000 betekend aan de verzoekende partij. Zij wordt hier bestreden in zoverre de vergunning geweigerd wordt voor de uitbating van een paardenrijschool (rubriek 32.4 van de indelingslijst). 1.
  11. Uit de door de verzoekende partij nagezonden stukken blijkt dat zij op 7 augustus 2006 van het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Overijse een hernieuwing heeft verkregen, voor twintig jaar, van haar vergunning voor het stallen van 55 paarden.
  12. De ontvankelijkheid 2.
  13. De verzoekende partij heeft het onderhavige beroep, dat ertoe strekt de gedeeltelijke nietigverklaring te verkrijgen van de beslissing van de bestendige deputatie van de provincieraad van Vlaams-Brabant van 3 augustus 2000 -met name in de mate haar de vergunning wordt geweigerd om een paardenrijschool uit te baten-, ingediend in haar hoedanigheid van een naamloze vennootschap met het volgende maatschappelijk doel : "- de uitbating van een rijschool; - de aankoop, de verkoop, de verhuring, de uitvoer en de invoer van paarden, het materiaal en de nodige uitrusting voor de gezegde uitbating; - de uitbating van restaurants, snack-bars, cafés-brouwerijen en private clubs". 2.
  14. In de loop van het geding heeft de verzoekende partij haar naam gewijzigd in "de NV TER HOLST PAARDENHOUDERIJ" en heeft zij haar maatschappelijk doel heromschreven. Deze beslissing is genomen op 9 januari 2003 VII-37.328-4/7 en is bekendgemaakt in de bijlagen bij het Belgisch Staatsblad van 31 januari
  15. Het maatschappelijk doel is voortaan : "- het houden, fokken, opleiden en verhandelen van paarden; - het uitbaten van stallingen en aanhorigheden die noodzakelijk zijn voor de uitoefening van de bovenvermelde activiteit". Volgens de verzoekende partij is de statutenwijziging enkel doorgevoerd om het accent van de bedrijvigheid te leggen op het fokken van paarden maar heeft zij nog steeds de bedoeling om een manege uit te baten zodra zij daarvoor een vergunning verkrijgt. De aangenomen statutenwijziging is volgens haar het rechtstreekse gevolg van de weigering van het bestuur om een vergunning voor de manege af te leveren, en in ieder geval kan de manege-activiteit gezien worden als een onderdeel van het fokken en houden van paarden, minstens als een "aanhorig- heid" ervan. 2.
  16. De Raad van State onderzoekt ambtshalve de ontvankelijkheid van het beroep. Krachtens het beginsel van de specialiteit kan een rechtspersoon slechts titularis zijn van de rechten die binnen zijn activiteitssfeer vallen en die noodzakelijk zijn voor het bereiken van zijn statutair doel. Een naamloze vennoot- schap is slechts bekwaam om in rechte te treden met het oog op de verwezenlijking van haar statutair doel. Een annulatieberoep is dan ook slechts ontvankelijk wanneer het gericht is op de verwezenlijking van het statutair doel van de vennootschap. 2.
  17. Het staat buiten betwisting dat, in dit geval, de verzoekende partij met het instellen van het onderhavige beroep haar toenmalige statutair doel diende. Zij heeft nadien evenwel dat doel vrijwillig gewijzigd, zonder daartoe door iets of iemand verplicht te zijn geworden, en kan dienovereenkomstig vanuit statutair oogpunt geen manege meer uitbaten. De vraag of het uitbaten van een manege niet gezien kan worden als een aanhorigheid bij een paardenkwekerij kan te dezen buiten beschouwing blijven, gelet op het formeel besluit dat de verzoekende partij daaromtrent genomen heeft. De actuele onmogelijkheid om nog vorderingen in te dienen aangaande een activiteit die niet de hare is, betekent dat zij thans ook juridisch niet meer bekwaam is om de vorderingen aangaande die opgegeven activiteit voort te zetten. Het beroep is niet langer ontvankelijk. VII-37.328-5/7 VII-37.328-6/7 2.
  18. De verzoekende partij verwijst naar de mogelijkheid dat zij de manege-activiteit alsnog wil hernemen en in die zin zou zij toch nog belang hebben bij de vernietiging van de bestreden beslissing. Gelet op haar formele beslissing over de inperking van de maatschappelijke activiteiten zonder dat daartoe enige noodzaak bestond, is dergelijk belang niet meer dan een loutere hypothese en bovendien weegt dit niet op tegen de vaststelling dat de verzoekende partij juridisch de vereiste rechtsbekwaamheid ontbeert om het geding voort te zetten, OM DIE REDENEN BESLIST DE RAAD VAN STATE : Artikel
  19. Het beroep wordt verworpen. Artikel
  20. De kosten van het beroep, bepaald op 173,53 euro, komen ten laste van de verzoekende partij. De kosten van de tussenkomst, bepaald op 123,95 euro, komen ten laste van de tussenkomende partij. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op twee juli tweeduizend en negen, door de VIIe kamer, die was samengesteld uit : de HH. L. HELLIN, kamervoorzitter, A. VANDENDRIESSCHE, staatsraad, E. BREWAEYS, staatsraad, Mevr. E. IMPENS, griffier. De griffier, De voorzitter, E. IMPENS. L. HELLIN. VII-37.328-7/7 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.195.034 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.