id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 03 juli 2009 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.195.053 Rolnummer: A. 192252/IX-6324 Zaak: Arrest 195053 - Penitentiair recht - 03/07/2009 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2009-07-13 Raadplegingen: 54 - laatst gezien 2026-06-30 03:23 Fiche Arrest nr 195.053 van 3 juli 2009 Justitie - Penitentiair recht Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 195.053 van 3 juli 2009 in de zaak A. 192.252/IX-
- In zake : Hubert BERGS, die woonplaats kiest bij advocaten W. VAN BETSBRUGGE en E. VANDEBEMPT, kantoor houdende te TIENEN, Vierde Lansierslaan 70 tegen : de Belgische Staat, vertegenwoordigd door de minister van Justitie. --------------------------------------------------------------------------------------------------- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE IXe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat Hubert BERGS op 17 april 2009 heeft ingediend om de schorsing te vorderen van de tenuitvoerlegging van de beslissing van de directeur van de gevangenis van Leuven-centraal, ter kennis gebracht op 18 februari 2009 houdende het opleggen van een tuchtsanctie van 1 dag afzondering op eigen cel, uit te voeren op 19 februari 2009; Gezien de nota van de verwerende partij; Gezien het verslag opgemaakt door adjunct-auditeur A. VAN STEENBERGE; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen; Gelet op de beschikking van 19 juni 2009 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 29 juni 2009; Gehoord het verslag van staatsraad D. MOONS; Gehoord het eensluidend advies van adjunct-auditeur A. VAN STEENBERGE, bij beslissing van 31 oktober 2008 van de auditeur- generaal gemachtigd om ter openbare terechtzitting advies te verlenen; IX-6324-1/4 Gelet op de artikelen 17 en 18 en titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, OVERWEEGT WAT VOLGT : De feiten 1.
- Op het tijdstip van de bestreden beslissing verblijft de verzoeker in de strafinrichting van Leuven-centraal. 1.
- Het rapport aan de directeur van 13 februari 2009 vermeldt dat de verzoeker een bevel van een penitentiair beambte heeft genegeerd. De verzoeker heeft immers een douche genomen vóór 9u30, zijnde het aangegeven openingsuur, en ging hiermee in, tegen het bevel van de penitentiair beambte om te wachten tot het openingsuur. 1.
- Op 16 februari 2009 deelt de directeur van de strafinrichting Leuven-centraal mee dat tegen verzoeker een tuchtprocedure wordt opgestart. 1.
- Op 17 februari 2009 wordt de verzoeker gehoord. Hij dient een schriftelijke nota in. 1.
- Op 18 februari 2009 legt de gevangenisdirecteur de volgende tuchtsanctie op : “(...) 1 dag afzondering op eigen cel uit te voeren op 19.02 Motivering van de sanctie: Dhr. Berghs dient net als alle andere gedetineerden de openingsuren van de douches te respecteren. Betrokkene beschikt immers over geen expliciete toestemming om hiervan af te wijken. Het volgen van opleiding is geen legitieme reden om hieromtrent een afwijking toe te staan aangezien de openingsuren van de douches voldoende ruim zijn. Betrokkene had naar eigen zeggen niet de intentie om het verbod naast zich neer te leggen en maakt al meer dan één jaar buiten de voorziene openingsuren gebruik van de douches. Wat het onrechtmatig gebruik van de douches betreft krijgt dhr. Berghs het voordeel van de twijfel. Niettegenstaande deze ‘verzach- tende omstandigheden’ dient Dhr. Berghs een legitieme vraag van een personeelslid na te leven. Het niet naleven ervan getuigt van een eigengereide ingesteldheid en een gebrek aan respect voor de persoon en de functie van het penitentiair personeel. Gezien deze houding verdient Dhr. Berghs een effectieve IX-6324-2/4 sanctie, een sanctie die er niet was gekomen mocht betrokkene op een adequate wijze gereageerd hebben tav deze PB.” De rechtspleging en de ontvankelijkheid van de vordering 2.
- De beschikking tot vaststelling van 19 juni 2009 werd aangete- kend, met ontvangstbewijs, verstuurd naar het kantoor van de advocaat van de verzoeker, waar laatstgenoemde keuze van woonplaats deed. Het ontvangstbewijs werd ondertekend. 2.
- Ter zitting van 29 juni 2009 om 12.00 uur verschijnt niemand voor de verzoeker. 2.
- Uit de nota van de verwerende partij blijkt dat zij een exceptie van niet-ontvankelijkheid opwerpt. Zij voert aan dat de tuchtsanctie, bestaande uit één dag afzonde- ring op cel, op 19 februari 2009 werd ondergaan, zodat de vordering tot schorsing geen voorwerp meer heeft. 2.4.
- De Raad van State stelt ambtshalve vast dat de lichte tuchtsanctie werd uitgevoerd, zodat de schorsingsprocedure geen nuttig effect meer heeft en doelloos is geworden. 2.4.
- Verzoeker is, alhoewel behoorlijk opgeroepen, ter terechtzitting niet verschenen en was er ook niet vertegenwoordigd. Luidens artikel 4, derde lid, van het koninklijk besluit van 5 december 1991 tot bepaling van de rechtspleging in kort geding voor de Raad van State moet de vordering tot toekenning van de schorsing worden afgewezen wanneer “de eiser noch verschijnt noch vertegen- woordigd is”. IX-6324-3/4 OM DIE REDENEN BESLIST DE Wnd. VOORZITTER : Artikel
- De vordering tot schorsing wordt verworpen. Artikel
- De uitspraak over de bijdrage in de betaling van de kosten wordt uitgesteld. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op 3 juli 2009, door : de H. D. MOONS, staatsraad, wnd. kamervoorzitter, Mevr. V. WAUTERS, griffier. De griffier, De voorzitter, V. WAUTERS. D. MOONS. IX-6324-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.195.053 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.200.112 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.