id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 03 juli 2009 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.195.087 Rolnummer: A. 192203/XII-5786 Zaak: Arrest 195087 - Milieu bescherming - Reglementen - 03/07/2009 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2009-07-15 Raadplegingen: 55 - laatst gezien 2026-06-30 03:23 Fiche Arrest nr 195.087 van 3 juli 2009 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Milieu bescherming - Reglementen Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 195.087 van 3 juli 2009 in de zaak A. 192.203/XII-
- In zake : de VZW RACING CLUB ROESELARE, die woonplaats kiest bij advocaat B. Van Dorpe, kantoor houdende te Kortrijk, Loofstraat 39 tegen :
- de BURGEMEESTER VAN DE STAD ROESELARE,
- de STAD ROESELARE. --------------------------------------------------------------------------------------------------- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE XIIe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat de vzw Racing Club Roeselare op 3 april 2009 heeft ingediend om de schorsing van de tenuitvoerlegging te vorderen van het besluit van 10 maart 2009 van de burgemeester van de stad Roeselare houdende een machtiging tot gebruik van een met verbrandingsmotor aangedreven sport-, speel- of experimenteervoertuig, tot eind juli 2009; Gezien de nota van de verwerende partijen; Gezien het verslag opgesteld door auditeur P. De Somere; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen; Gelet op de beschikking van 2 juni 2009 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 16 juni 2009; Gehoord het verslag van staatsraad J. Lust; Gehoord de opmerkingen van advocaat B. Van Dorpe, die verschijnt voor verzoekster, en van advocaat S. Ronse, die verschijnt voor verwerende partijen; Gehoord het eensluidend advies van auditeur P. De Somere; XII-5786-1/7 Gelet op de artikelen 17 en 18 en titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, OVERWEEGT WAT VOLGT : De gegevens van de zaak
- Bij akte van 12 augustus 2004 geeft de stad Roeselare aan verzoekster, zijnde een club ten behoeve van de liefhebbers van radiobestuurde wagens, een stuk grond gelegen aan de Koning Leopold III-laan te Roeselare in erfpacht voor een periode van 27 jaar vanaf 1 maart 2004, met het oog op de oprichting van een circuit en bijhorende accommodatie. Luidens artikel 2.5.5.1.
- van het op 20 december 2004 gecoördineerd stedelijk algemeen politiereglement is het verboden, zonder schriftelijke en voorafgaande toestemming van de burgemeester, met verbrandings- motor aangedreven sport-, speel- of experimenteervoertuigen te gebruiken in open lucht, op openbare of private terreinen, die gelegen zijn op minder dan 200 meter van een woning. Aansluitend op een onderhoud van 22 november 2007 tussen verzoekster en de burgemeester in verband met “de geluidsproblematiek”, maant de burgemeester verzoekster met een brief van 11 december 2007 aan “om prioritair aan de geluidsproblematiek te verhelpen”. Geschreven wordt onder meer: “De stad is er zich van bewust dat zij in het verleden een delokalisatie van de club naar de Koning Leopold III-laan heeft mee helpen realiseren. Zij kan er evenwel niet mede aansprakelijk voor worden gesteld als u de geldende milieunormen niet kunt behalen en voor onaanvaardbare geluidshinder zorgt door de exploitatie van het racingcircuit”. In een brief van 30 april 2008 merkt de burgemeester op dat concrete initiatieven vanwege verzoekster uitblijven. Tevens wordt vastgesteld dat de exploitatie gebeurt zonder de noodzakelijke, door artikel 2.5.5.1.
- van het stedelijk politiereglement voorgeschreven toestemming, en wordt gevraagd zo snel mogelijk een aanvraag in deze zin te formuleren.
- Een eerste vraag tot machtiging van verzoekster leidt tot een 26 juni 2008 gedateerde machtiging “tot eind augustus 2008”. XII-5786-2/7 Naar verzoekster op 7 juli 2008 aan de burgemeester schrijft, heeft zij “fundamentele bezwaren tegen de voorlopige, beperkte en geconditioneerde toestemming”. Onder weer wordt erop gewezen dat de beperkingen naar uren en dagen het voortbestaan van de club onmogelijk maken, dat leden die op vrijdag en zaterdag werken onmiddellijk worden uitgesloten uit de club, dat het voor beginnende leden onmogelijk wordt om te oefenen op ogenblikken dat de piste weinig bereden wordt, dat het aantal leden drastisch zal verminderen, dat het niet meer mogelijk zal zijn de vzw financieel in stand te houden, dat het onmogelijk is nog in een planning te voorzien voor wedstrijden, dat het zelfs onmogelijk is nog lidgelden te innen en leden te werven voor één jaar, dat verdere investeringen onmogelijk zijn. In haar aanvraag van 19 augustus 2008 voor een nieuwe machtiging dringt verzoekster op een “beperkte uitbreiding” van de voorwaarden aan, als “absoluut minimum” om de vereniging tijdelijk overeind te houden in afwachting van een verdere verruiming. Op 10 september 2008 verleent de burgemeester een tweede machtiging, tot eind
- Een derde machtiging wordt door verzoekster met een brief van 19 december 2008 aangevraagd. Ze wordt verleend met een brief van 10 maart 2009 en “loopt tot eind juli 2009”. Deze derde machtiging is de bestreden beslissing. De schorsingsvoorwaarden
- Krachtens artikel 17, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State kan slechts tot schorsing van de tenuitvoerlegging worden besloten onder de dubbele voorwaarde dat ernstige middelen worden aangevoerd die de nietigverklaring van de aangevochten beslissing kunnen verantwoorden en dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen.
- Verzoekster zet met betrekking tot de tweede schorsingsvoorwaarde uiteen : “dat door de beperkingen van uren en dagen die thans eenzijdig worden opgelegd elk normaal clubleven is uitgesloten; dat de werking van de club en het clubleven grondig is verstoord en de club niet meer kan voorzien in de mogelijkheden voor de leden om hun hobby te beoefenen; dat de leden die het lidgeld per jaar betalen, door deze eenzijdige wijzigingen hun hobby (in XII-5786-3/7 hoofdzaak verbrandingsmotoren) veelal niet meer kunnen beoefenen op de dagen en uren waarop zij vrij zijn; dat er onvoldoende tijd is om wedstrijden voor te bereiden en ook om te trainen, gezien slechts enkele personen gelijktijdig de race-piste mogen gebruiken en rekening houdend met het feit dat beginners moeten kunnen oefenen afzonderlijk van de anderen om de oefeningen niet te verstoren en de schade door aanrijdingen te beperken; dat op de dagen en uren waarop nog mag gereden worden een toeloop ontstaat, waardoor het onzeker is of kan gereden worden; dat bij wedstrijden de bezoekers uit de andere landsgedeelten, Nederland of Luxemburg door de middagonderbreking van 2,5 uur nodeloos tijd verliezen en ofwel pas twee en een half uur later dan voorzien terug kunnen rijden ofwel niet meer afkomen; dat door de korte termijn van de vergunning de VZW niet in de mogelijkheid is verdere investeringen te doen, zodat ook de thans uiteindelijk vergunde geluidspanelen niet kunnen worden aangebracht; dat leden afhaken; dat het Belgisch Kampioenschap voor 4-5 april 2009 moest worden afgelast omdat er op zondag slechts één wedstrijd wordt toegelaten per maand; dat geen wedstrijden kunnen worden georganiseerd in een verdere toekomst, wat voor Belgische en Europese wedstrijden ruim op voorhand moet worden vastgelegd; dat de inkomsten van de bar dalen en de kosten van verdediging stijgen, waardoor de VZW financieel dreigt te worden doodgeknepen terwijl zij nog een openstaande lening moet terugbetalen, zodat de financiële problematiek het verder bestaan van de club in gevaar brengt; dat de korte duur van de bestreden vergunning en de discontinuïteit als gevolg van de tijd die verloopt voor het bekomen van een nieuwe vergunning een feitelijke sluiting van de club meebrengt voor de verbrandingsmotoren, zonder dat op voorhand bekend is wanneer daaraan een einde zal komen”. Samengevat benadeelt de bestreden beslissing verzoekster, eensdeels, door de beperking van uren en dagen en, anderdeels, door de korte duur van de vergunning.
- Wat de beperking van uren en dagen betreft, merkt verwerende partij in de nota op dat “de bestreden beslissing in grote mate correspondeert met de desiderata van verzoekster in haar schrijven van 19 augustus 2008”. Deze bewering is niet van elke grond ontbloot.
- Voorts is op het eerste gezicht eveneens vast te stellen dat de aangevochten machtiging niet zeer afwijkt van de tweede machtiging. De voornaamste bijkomende restrictie lijkt te zijn dat op zaterdagnamiddag niet meer vanaf 14 u, maar nog slechts vanaf 16 u met voertuigen met een verbrandingsmotor mag worden geoefend, en dat in de plaats daarvan nu zulke oefeningen worden toegelaten op woensdag van 14 tot 16 u. Waar op haar beurt de tweede machtiging niet danig afweek van de eerste machtiging, lijkt er dan ook reden toe om aan te nemen dat verzoekster in feite reeds sedert eind juni 2008 onderworpen is aan vergelijkbare beperkingen qua dagen en uren als degene die de bestreden beslissing oplegt. XII-5786-4/7 Dit is van aard het nadeel dat verzoekster aanvoert, te doen relativeren. Ook al in haar brief van 7 juli 2008 deed verzoekster gelden, zoals zij thans negen maanden later in het voorliggende verzoekschrift weer doet, dat de situatie onhoudbaar is, zelfs op korte termijn: het aantal leden zal drastisch verminderen, de club zal in financiële moeilijkheden komen, het voortbestaan van de club komt in het gedrang. Het is een doembeeld, evenwel, waarvan de praktijk intussen heeft uitgewezen dat het overtrokken is. Zo niet, dan zou verzoekster haar nadeel wel met aanzienlijk meer concrete gegevens en stukken hebben gestaafd dan zij heeft gedaan.
- Niettegenstaande zij ruim de tijd heeft gehad om haar nadeel ten gevolge van de beperking van dagen en uren -te weten, in essentie, de ontwrichting van de normale clubwerking en een “financiële problematiek”- precies te detailleren en te documenteren, blijft haar uiteenzetting terzake beperkt tot een algemeen betoog, zonder harde, concrete, toetsbare gegevens die in staat stellen de werkelijke impact op de bestaande werking en de financiën in te schatten. Eén stavingsstuk wordt in verband met het nadeel bijgevoegd. Aldus krijgt verzoekster bijvoorbeeld niet gezegd hoe groot de club eigenlijk is, hoe groot de belangstelling van de leden op de verschillende dagen vóór de beperking was, hoe groot de toeloop tijdens de vergunde uren op vandaag is en hoeveel leden er dan gedwongen zijn passief toe te kijken, hoeveel leden er hebben afgehaakt en hun lidmaatschap (in maart/april) niet hebben verlengd. Nochtans is het antwoord op die vragen nuttig én nodig om zich een voldoende voorstelling te kunnen maken van de weerslag van de bestreden beslissing op het daadwerkelijke clubleven en om die effecten als ernstig en moeilijk herstelbaar te kunnen inschatten. Het gebrek aan deze informatie wordt niet goedgemaakt door het appel, ter terechtzitting, aan het inlevingsvermogen van de Raad van State. Ook wat het risico betreft om financieel “doodgeknepen” te worden, blijft verzoekster opvallend vaag. Zij deelt alleen mee, in haar stuk 27, dat zij in de eerste negen maanden van 2007 45.000 euro meer inkomsten had dan in de eerste negen maanden van
- Welke de exacte band is tussen dat bedrag en de gewraakte beperkingen die -pas- voor het eerst sedert eind juni 2008 golden, wordt niet toegelicht. Overigens blijkt uit het stuk dat verzoekster in de eerste negen maanden van 2008 dan toch hoe dan ook 23.700 euro heeft geïncasseerd. Nu verzoekster geen enkele bijzonderheid verstrekt over de “openstaande lening” die zij zou moeten terugbetalen of over enige andere uitgave die zij te verrichten heeft, kan de Raad van XII-5786-5/7 State niet bijvallen dat “de financiële problematiek het verder bestaan van de club in gevaar brengt”.
- Het nadeel in verband met de korte duur van de machtiging -nu al voor de derde keer- heeft betrekking op het geringe perspectief dat daardoor aan verzoekster wordt gelaten, waardoor bijvoorbeeld het plannen van Belgische en Europese kampioenschappen en het uitvoeren van investeringen, zoals het plaatsen van de vergunde geluidswerende panelen, een onmogelijke, minstens heikele, zaak worden. Ten onrechte meent verwerende partij dit nadeel te ontkrachten door erop te wijzen dat de club “tot nu toe” steeds een toestemming van de burgemeester heeft verkregen. Dat verzoekster tot nog een machtiging kreeg, spreekt niet de verlammende onzekerheid met betrekking tot de toekomst tegen. De bestreden beslissing past binnen een praktijk van herhaalde, zeer kortlopende machtigingen. Gecombineerd met “de discontinuïteit als gevolg van de tijd die verloopt voor het bekomen van een nieuwe vergunning”, maakt die handelwijze voor verzoekster een handicap uit die in principe van aard is om haar op termijn, na nog eens anderhalf tot twee jaar, een ernstig en moeilijk herstelbaar nadeel te doen lopen. Weliswaar zal daartoe deze praktijk in volgende machtigingen moeten worden voortgezet, maar gelet op de houding van verwerende partij tot op heden is dit -zonder de nietigverklaring van de aangevochten beslissing of althans de schorsing ervan,- een realistische mogelijkheid en een reëel risico. Uit een en ander volgt dat het besproken nadeel een schorsing van de bestreden beslissing zou kunnen verantwoorden indien een uitspraak ten gronde in deze zaak langer dan anderhalf à twee jaar zou uitblijven. Dat dit het geval zal zijn, is evenwel onvoldoende aannemelijk.
- Samenvattend, staat niet naar behoren vast dat verzoekster ten gevolge van de bestreden beslissing een moeilijk te herstellen ernstig nadeel dreigt te lijden. Aldus is alvast de tweede van de cumulatieve grondvoorwaarden voor een schorsing niet vervuld. Deze vaststelling volstaat om de vordering te verwerpen. XII-5786-6/7 OM DIE REDENEN BESLIST DE RAAD VAN STATE : Artikel
- De vordering tot schorsing wordt verworpen. Artikel
- De uitspraak over de bijdrage in de betaling van de kosten van de vordering tot schorsing wordt uitgesteld. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op drie juli 2009, door : de HH. J. LUST, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, F. BONTINCK, griffier. De griffier, De voorzitter, F. BONTINCK. J. LUST. XII-5786-7/7 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.195.087 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div