id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 03 juli 2009 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.195.099 Rolnummer: A. 186994/XIV-30185 Zaak: Arrest 195099 - Raad voor Vreemdelingenbetwistingen - 03/07/2009 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2009-07-17 Raadplegingen: 55 - laatst gezien 2026-06-30 03:23 Fiche Arrest nr 195.099 van 3 juli 2009 Vreemdelingen - Raad voor Vreemdelingenbetwistingen Beslissing : Vernietiging Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 195.099 van 3 juli 2009 in de zaak A. 186.994/XIV-30.
- In zake : XXX, die woonplaats kiest bij advocaat S. ISHAQUE, kantoor houdende te 8000 BRUGGE, Gerard Davidstraat 46, bus 1 tegen : de commissaris-generaal voor de vluchtelingen en de staatlozen. -------------------------------------------------------------------------------------------------------------- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE XIVe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat XXX, van Egyptische nationaliteit, op 11 februari 2008 heeft ingediend om de vernietiging te vorderen van het arrest nr. 5716 van 14 januari 2008 van de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen; Gelet op de beschikking nr. 2308 van 11 maart 2008 waarbij het cassatieberoep toelaatbaar wordt verklaard; Gelet op artikel 16 van het koninklijk besluit van 30 november 2006 tot vaststelling van de cassatie-procedure bij de Raad van State; Gezien de regelmatig gewisselde memories van antwoord en van wederantwoord; Gezien het verslag opgemaakt door eerste auditeur-afdelingshoofd R. VANDER ELSTRAETEN, op grond van artikel 16 van voormeld koninklijk besluit; Gelet op de kennisgeving van dat verslag aan de partijen; Gelet op de beschikking van 5 augustus 2008 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 22 oktober 2008; Gehoord het verslag van staatsraad C. ADAMS; XIV-30.185-1/5 Gehoord de opmerkingen van advocaat S. ISHAQUE, die verschijnt voor de verzoekende partij en van attaché K. MAES, die verschijnt voor de commissaris- generaal voor de vluchtelingen en de staatlozen; Gehoord het eensluidend advies van auditeur M. VAN LIMBERGEN; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;
- Overwegende dat de verzoekende partij België binnenkomt op 12 februari 2004 en zich op 13 februari 2004 vluchteling verklaart; dat de commissaris- generaal voor de vluchtelingen en de staatlozen op 14 september 2007 beslist dat de verzoekende partij niet als vluchteling in de zin van artikel 48/3 van de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen (Vreemdelingenwet) kan worden erkend en niet voor subsidiaire bescherming in de zin van artikel 48/4 van die wet in aanmerking komt; Overwegende dat de verzoekende partij op 2 oktober 2007 tegen die weigeringsbeslissing beroep bij de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen aantekent; dat de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen het beroep met een arrest van 14 januari 2008 met toepassing van artikel 59/59, § 2, van de Vreemdelingenwet verwerpt omdat de verzoekende partij niet op de terechtzitting van 11 januari 2008 was verschenen en er evenmin vertegenwoordigd was; 2.
- Overwegende dat de verzoekende partij in een eerste middel de schending van de artikelen 39/58, 39/59, § 2 en 39/75 van de Vreemdelingenwet en van artikel 3, § 2, van het koninklijk besluit van 21 december 2006 houdende de rechtspleging voor de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen opwerpt; dat de verzoekende partij aanvoert dat zij niet regelmatig werd opgeroepen om op de zitting van de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen aanwezig te zijn vermits de Post de aangetekende oproeping van 6 december 2007 niet heeft besteld en zij dus onmogelijk op de hoogte van de rechtsdag kon zijn, dat aan de voorschriften van de als geschonden beschouwde bepalingen slechts is voldaan wanneer vaststaat dat de betrokkene de oproepingsbrief tijdig heeft ontvangen of daartoe minstens in de mogelijkheid was, dat dit in casu niet het geval was vermits de oproeping onbesteld terug naar de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen werd gestuurd met de vermelding “onbekend”, dat de Post het ontvangstbewijs met de vermelding “onbekend” heeft teruggestuurd hoewel o.m. uit het uittreksel van het wachtregister en een brief van de XIV-30.185-2/5 dienst Bevolking van de stad Gent van 21 november 2007 blijkt dat de verzoekende partij sedert 29 oktober 2007 op dat adres was ingeschreven, dat de verzoekende partij alle mogelijke maatregelen had genomen door een contract met de Post af te sluiten om haar post van het oude adres naar de Savaanstraat 49 te Gent door te laten sturen, dat zij voor en na de niet-bestelling van de oproeping van 6 december 2007 talrijke brieven op haar adres Savaanstraat 49 heeft ontvangen en dat ook de aangetekende brief met het bestreden arrest haar op dat adres correct door de Post werd aangeboden; Overwegende dat de verzoekende partij in een tweede middel de schending van de rechten van verdediging opwerpt en aanvoert dat zij door de niet-bestelling door de Post in de volstrekte onmogelijkheid was om kennis te nemen van de oproeping van de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen en bijgevolg in de volstrekte onmogelijkheid was om zich voor deze administratieve rechtbank te verdedigen; 2.
- Overwegende dat de verwerende partij in de memorie van antwoord stelt dat uit het administratieve dossier blijkt dat de beschikking van 6 december 2007 met een aangetekende brief naar de laatst gekende woonplaats van de verzoekende partij werd gestuurd, dat de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen de oproeping dus correct ter kennis van de verzoekende partij heeft gebracht en dat de verzoekende partij geen enkel stuk voorlegt waaruit blijkt dat de Post een fout erkent; 2.
- Overwegende dat de verzoekende partij in de memorie van wederantwoord de middelen herhaalt en in essentie de concrete onmogelijkheid benadrukt om van de oproepingsbrief kennis te nemen; 2.
- Overwegende dat de aangetekend en met een bewijs van ontvangst verstuurde oproepingsbrief voor de terechtzitting van 11 januari 2008 door de Post terug naar de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen werd gestuurd met de vermelding “onbekend”; dat de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen zich op die informatie heeft gesteund om aan te nemen dat de verzoekende partij regelmatig was uitgenodigd voor de terechtzitting; Overwegende dat de verzending van een oproepingsbrief op zichzelf niet volstaat; dat de betrokkene er ook kennis van moet kunnen nemen, hetgeen niet het geval is wanneer hij de oproepingsbrief door een vergissing van de Post niet in ontvangst kan nemen; XIV-30.185-3/5 Overwegende dat de verzoekende partij met brieven van haar raadsman van 5 en 24 oktober 2007 de wijziging van de gekozen woonplaats naar het adres Savaanstraat 49 te 9000 Gent heeft meegedeeld, hetgeen uit het rechtsplegingsdossier blijkt; dat uit de stukken 13 tot en met 17 van de verzoekende partij blijkt dat zij zeker al sedert het einde van de maand november 2007 haar briefwisseling op dat adres ontving; dat de verzoekende partij als stuk 11 de overeenkomst met de Post overlegt, waarbij deze er zich toe verbindt de briefwisseling van 8 oktober 2007 tot 29 februari 2008 door te sturen van het oude naar het nieuwe adres Savaanstraat 49; dat uit deze elementen blijkt dat de verzoekende partij wel degelijk op het adres Savaanstraat 49 te 9000 Gent was gekend en dat de vermelding “onbekend” op de oproepingsbrief in strijd is met de uitreiking van de post voordien en nadien op dat adres; dat het om een vergissing van de Post blijkt te gaan en zeker niet om een tekortkoming van de verzoekende partij zelf; dat, anders dan de verwerende partij voorhoudt, geen erkenning door de Post van een fout noodzakelijk is; Overwegende dat de verzoekende partij aldus geen kennis heeft kunnen nemen van de oproeping voor de terechtzitting van de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen van 11 januari 2008; dat de afwezigheid van de verzoekende partij het bestreden arrest op determinerende wijze heeft beïnvloed; dat het bestreden arrest aldus met schending van artikel 39/59, § 2, van de Vreemdelingenwet en van de rechten van verdediging is genomen; dat de middelen in die mate gegrond zijn, BESLUIT: Artikel
- Vernietigd wordt het arrest nr. 5716 van 14 januari 2008 van de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen. Artikel
- Dit arrest zal in de registers van voormelde Raad worden overschreven, en melding ervan zal worden gemaakt op de kant van het vernietigde arrest. Artikel
- XIV-30.185-4/5 De zaak wordt verwezen naar een anders samengestelde kamer van de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen. Artikel
- De kosten van het beroep, bepaald op 175 euro, komen ten laste van de verwerende partij. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op drie juli tweeduizend en negen, door : de HH. C. ADAMS, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, J. CASNEUF, griffier. De griffier, De voorzitter, J. CASNEUF. C. ADAMS. XIV-30.185-5/5 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.195.099 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.