id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 06 juli 2009 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.195.106 Rolnummer: A. 184485/IX-5709 Zaak: Arrest 195106 - Penitentiair recht - 06/07/2009 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2009-07-13 Raadplegingen: 57 - laatst gezien 2026-06-30 03:23 Fiche Arrest nr 195.106 van 6 juli 2009 Justitie - Penitentiair recht Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 195.106 van 6 juli 2009 in de zaak A. 184.485/IX-
- In zake : Patrick VAN PAEMELE, die woonplaats kiest bij advocaat M. DECLOEDT, kantoor houdende te LOPPEM, Rijselsestraat 3 tegen : de Belgische Staat, vertegenwoordigd door de minister van Justitie. --------------------------------------------------------------------------------------------------- D E R A A D V A N S T A T E, IXe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat Patrick VAN PAEMELE op 11 juli 2007 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van de beslissing van 27 mei 2007 van de attaché-directeur van de strafinrichting te Brugge waarbij hem bij wijze van tuchtsanctie één maand individueel regime wordt opgelegd, veilig- heidsmaatregel inbegrepen, van 25 mei 2007 om 20 uur tot en met 24 juni 2007, met behoud van telefoon en van bezoekregime en zonder deelname aan de eredienst; Gelet op de beschikking van 28 augustus 2007 waarbij aan de verzoekende partij het voordeel van de kosteloze rechtspleging wordt verleend; Gezien de memories van antwoord en van wederantwoord; Gezien het verslag opgemaakt door adjunct-auditeur A. VAN STEENBERGE; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen en gezien de laatste memorie van de verzoekende partij; Gelet op de beschikking van 2 juni 2009 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 29 juni 2009; Gehoord het verslag van staatsraad D. MOONS; IX-5709-1/4 Gehoord de opmerkingen van advocaat T. DEBEN die, loco advocaat M. DECLOEDT, verschijnt voor de verzoeker; Gehoord het eensluidend advies van adjunct-auditeur A. VAN STEENBERGE, bij beslissing van 31 oktober 2008 van de auditeur- generaal gemachtigd om ter openbare terechtzitting advies te verlenen; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, OVERWEEGT WAT VOLGT : Feiten 1.
- Op het tijdstip van de bestreden beslissing verblijft de verzoeker in het penitentiair complex te Brugge. 1.
- Op 25 mei 2007 stelt een penitentiair beambte een rapport aan de directeur op. Hieruit blijkt dat de verzoeker weigerde om binnen te komen na de wandeling, zelfs nadat de eerste groep terug binnen was omstreeks 18.45 u., en dat hij pas om 19.45 u. terug binnengekomen is. 1.
- Diezelfde dag legt de attaché-directeur van de strafinrichting aan de verzoeker de voorlopige maatregel op van het verplicht verblijf op cel met aanvang op diezelfde datum om 20 u. 1.
- Na de verzoeker, die de feiten niet ontkent, te hebben gehoord, beslist de attaché-directeur van de strafinrichting op 27 mei 2007 om de verzoeker bij wijze van tuchtsanctie één maand individueel regime op te leggen, veiligheids- maatregel inbegrepen, van 25 mei 2007 om 20 u. tot en met 24 juni 2007, met behoud van telefoon en van bezoekregime en zonder deelname aan de eredienst. Dit is de bestreden beslissing, die op 27 mei 2007 aan de verzoeker werd ter kennis gebracht. IX-5709-2/4 Ontvankelijkheid van het beroep 2.
- De verwerende partij werpt als exceptie op, dat de verzoeker blijk moet geven van een benadeling of een belang bij zijn annulatieberoep. Zij stelt dat hij in zijn verzoekschrift dit belang slechts afleidt uit het gegeven dat de bestreden beslissing hem wezenlijk raakt. De eventuele vernietiging van de bestreden tuchtsanctie kan volgens haar echter geen enkel nuttig gevolg meer hebben voor de verzoeker, nu die sanctie reeds volledig ondergaan is en hij bovendien op 24 november 2007 zijn gevangenisstraf beëindigd zal hebben. Zij is dan ook van mening dat de verzoeker niet over een rechtstreeks en actueel belang beschikt bij het onderhavige beroep. 2.
- De verzoeker antwoordt dat hij wel degelijk belang heeft bij de onderhavige procedure, aangezien hem ten onrechte een sanctie werd opgelegd waarbij hij in zijn vrijheid werd beknot en waarbij zijn mogelijkheid om te werken en om iets bij te verdienen tijdelijk werd beperkt. Hij meent er alle belang bij te hebben om deze sanctie, die hem ten onrechte werd opgelegd, nietig te horen verklaren, als eerste stap tot het verkrijgen van een schadevergoeding voor het hem ten onrechte opgelegde leed. Het feit dat de straf reeds werd ondergaan, heeft volgens hem niet tot gevolg dat hij geen schadevergoeding meer zou kunnen verkrijgen voor de hem ten onrechte opgelegde straf. Hij benadrukt dat hij niet enkel de genoegdoening van de nietigverklaring wenst te verkrijgen, maar ook een schade- vergoeding voor het hem ten onrechte opgelegde leed. Ook bij het met terugwerken- de kracht verdwijnen uit de rechtsorde van de onwettige rechtshandeling meent hij alle belang te hebben. 2.
- Artikel 19 van de gecoördineerde wetten op de Raad van State bepaalt dat de beroepen tot nietigverklaring voor de afdeling bestuursrechtspraak kunnen worden gebracht door elke partij die doet blijken van een benadeling of een belang. Het belang moet bestaan, niet alleen op het ogenblik van het instellen van het beroep, maar ook bij de uitspraak daarover. Uit zijn memories blijkt dat de verzoeker zijn belang bij het onderhavige beroep situeert in het verkrijgen van een schadevergoeding voor de justitiële rechter. Een dergelijk belang is evenwel geen belang dat verbonden is met het doen verdwijnen van de bestreden handeling uit het rechtsverkeer, maar enkel met het gegrond horen verklaren van één of meer middelen. Een dergelijk belang is een onrechtstreeks belang, dat niet volstaat voor de ontvankelijkheid van het beroep. IX-5709-3/4 Voorts beweert de verzoeker er belang bij te hebben dat de bestreden tuchtsanctie met terugwerkende kracht uit de rechtsorde verdwijnt, maar laat hij na te verduidelijken waarin dat belang precies bestaat. De verzoeker beroept zich verder niet op het bestaan van een ander belang, met name een moreel belang. Aldus geeft de verzoeker geen blijk van een actueel en recht- streeks belang bij de nietigverklaring van de bestreden beslissing. De exceptie van onontvankelijkheid van het beroep is gegrond. OM DIE REDENEN BESLIST DE RAAD VAN STATE : Artikel
- Het beroep wordt verworpen. Artikel
- De kosten van het beroep tot nietigverklaring, bepaald op 175 euro, komen ten laste van de verzoekende partij. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op 6 juli 2009, door de IXe kamer, die was samengesteld uit : de HH. P. LEMMENS, kamervoorzitter, D. MOONS, staatsraad, B. THYS, staatsraad, W. GEURTS, griffier. De griffier, De voorzitter, W. GEURTS. P. LEMMENS. IX-5709-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.195.106 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.