id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 09 juli 2009 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.195.158 Rolnummer: A. 192113/VII-37339 Zaak: Arrest 195158 - Milieuvergunningen - 09/07/2009 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2009-07-16 Raadplegingen: 63 - laatst gezien 2026-06-30 03:24 Fiche Arrest nr 195.158 van 9 juli 2009 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Milieuvergunningen Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 195.158 van 9 juli 2009 in de zaak A. 192.113/VII-37.
- In zake :
- Dirk DE BEULE,
- Remi DE BEULE, die woonplaats kiezen te DENDERMONDE, Vossenhoek 78 tegen : de deputatie van de provincie Oost-Vlaanderen. --------------------------------------------------------------------------------------------------- DE VOORZITTER VAN DE VIIe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat Dirk DE BEULE en Remi DE BEULE op 6 april 2009 hebben ingediend om de schorsing van de tenuitvoerlegging te vorderen van het besluit van de deputatie van de provincie Oost-Vlaanderen van 29 januari 2009 waarbij het beroep ingesteld tegen de beslissing van het college van burgemeester en schepenen van de stad Dendermonde van 28 juli 2008, houdende weigering aan de BVBA COMAPRO van de milieuvergunning voor het exploiteren van een manege, gelegen aan de Oud Kerkhofstraat 11 te Dendermonde, wordt ingewilligd, de beroepen beslissing wordt opgeheven en de gevraagde vergunning wordt verleend; Gezien de nota van de verwerende partij; Gezien het verslag opgemaakt door eerste auditeur P. PROVOOST; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan de partijen; Gelet op de beschikking van 4 juni 2009 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 25 juni 2009; Gehoord het verslag van kamervoorzitter L. HELLIN; VII-37.339-1/5 Gehoord de opmerkingen van verzoekers, die in persoon verschijnen, en van bestuurssecretaris-jurist H. DIEPENDAELE, die verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van eerste auditeur P. PROVOOST; Gelet op de artikelen 17 en 18 en titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;
- De gegevens van de zaak Overwegende dat de gegevens van de zaak als volgt kunnen worden samengevat : De betwisting betreft een milieuvergunning voor de exploitatie van een nieuwe manege, gelegen aan de Oud Kerkhofstraat 11 te Dendermonde. De terreinen voor die inrichting liggen in een gebied voor dagrecreatie. Verzoekers wonen in de omgeving, in een woongebied. Op 24 april 2008 dient de BVBA COMAPRO een aanvraag in voor de exploitatie van een manege met 40 paarden. Naar aanleiding van het openbaar onderzoek wordt een aantal bezwaarschriften, onder meer door verzoekers, ingediend. Op 28 juli 2008 weigert het college van burgemeester en schepenen van de stad Dendermonde de gevraagde vergunning. De BVBA COMAPRO dient administratief beroep in tegen die beslissing. Hierop worden de volgende adviezen gegeven : - de afdeling Milieuvergunningen adviseert gunstig; - het agentschap Ruimtelijke Ordening adviseert gunstig; - de Vlaamse Milieumaatschappij adviseert ongunstig voor het lozen van huishoudelijk afvalwater; - de provinciale milieudeskundige adviseert ongunstig; hij is van oordeel dat de aanvraag niet ontvankelijk is omdat de aanvrager nog niet het beschikkingsrecht heeft over alle percelen; - de Provinciale Milieuvergunningscommissie adviseert ongunstig; zij meent dat de aanvraag onontvankelijk is omdat de aanvrager nog niet het beschikkings- VII-37.339-2/5 recht heeft over alle percelen; tegelijk meent ze dat indien alsnog het beschikkingsrecht kan worden aangetoond, de vergunning toch nog kan worden verleend. Op 29 januari 2009 wordt de vergunning verleend. Dit is de bestreden beslissing;
- De schorsingsvoorwaarden Overwegende dat luidens artikel 17, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State slechts tot schorsing van de tenuitvoerlegging kan worden besloten onder de dubbele voorwaarde dat ernstige middelen worden aangevoerd die de vernietiging van de bestreden beslissing kunnen verantwoorden en dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de akte of het reglement een moeilijk te herstellen en ernstig nadeel kan berokkenen; 2.
- Overwegende dat verzoekers met betrekking tot de tweede voorwaarde aanvoeren dat zij door de bestreden beslissing schade en hinder zullen ondervinden; dat zij hierbij uiteenzetten wat volgt : "- geurhinder van de paarden, de geproduceerde mest, ... - de milieuhinder: de Vlaamse overheid streeft naar een vermindering van de mestproductie. Een nieuwe manège kan terzake geen bijdrage leveren - aanwezigheid van insecten en ander ongedierte inherent aan de uitbating van een manège - de infrastructuur zal veel geluidshinder creëren:
- wegens het af- en aanrijden van (vracht)wagens voor paardenvervoer
- het gestamp en gehinnik van paarden in stallen, vrachtwagens en aanhangwagens
- de technische installaties inherent aan een manège - verkeershinder (toename van verkeer in een doodlopende straat die reeds veel verkeer te verwerken heeft wegens de aanwezigheid van twee voetbalvelden) - parkeeroverlast: zowel de bezoekers van de voetbalpleinen als de manège gebruiken dezelfde parkeerfaciliteiten - verminderen van de leefkwaliteit van de buurt: een manège heeft een bedrijvigheid van 7 dagen op 7, 365 dagen per jaar - visuele hinder van de constructies - veiligheidsrisico: de infrastructuur bevindt zich op het einde van een doodlopende straat (een alternatieve uitweg is niet mogelijk) zodat toegang voor de brandweer niet altijd even evident is - de infrastructuren bevinden zich op drassige gronden met een moeilijke afwateringsproblematiek. Het oprichten van gebouwen kan deze problematiek verergeren met hinder voor de buurtbewoners tot gevolg. - 1 perceel wordt momenteel reeds gebruikt voor het grazen van enkele paarden maar geeft een verwaarloosde indruk (stockage van allerlei oud/afgedankt materiaal zoals vrachtwagen, aanhangwagen, boiler, tank,...) VII-37.339-3/5 zodat de vraag kan gesteld of bij het oprichten van een manège de voorwaarden wel nageleefd zullen worden"; 2.
- Overwegende dat de verwerende partij daarop antwoordt dat niet wordt aangetoond dat de opgesomde hinderaspecten effectief een moeilijk te herstellen en ernstig nadeel zullen teweegbrengen en dat bovendien dezelfde argumenten worden aangevoerd die reeds als bezwaar tijdens het openbaar onderzoek werden ingediend en waarvan zij toen tot de vaststelling kwam dat deze ongegrond waren of konden worden ondervangen door het opleggen van passende voorwaarden; 2.
- Overwegende dat uit de stukken van het administratief dossier blijkt dat de woning van verzoekers op ongeveer 200 meter van de dichtste installaties en gebouwen van de inrichting staat en dat het onbebouwde perceel dat hen ook toebehoort dichter ligt; dat er klaarblijkelijk vanuit die eigendommen geen rechtstreeks zicht is op de inrichting; dat gelet op die afstanden, het zeer onwaarschijnlijk is dat er ter hoogte van de huidige woning betrokken door verzoekers ernstige geurhinder, hinder door de aanwezigheid van insecten en ernstige geluidshinder kan optreden ten gevolge van het houden van 40 paarden; dat verzoekers in hun verzoekschrift ook niet aannemelijk maken dat de constructies een ernstig nadelige, visuele hinder kunnen berokkenen; dat zij ook niet concreet toelichten dat het bijkomende verkeer en de "parkeeroverlast" hinder zouden veroorzaken die een ernstig nadeel berokkent; dat zulks des te meer geldt aangezien de bestreden beslissing zelf vermeldt dat op de plannen van aanvraag van de stedenbouwkundige vergunning in voldoende parkeerruimte is voorzien; dat de aangevoerde "afwateringsproblematiek" een ernstig nadeel zou kunnen berokkenen voor verzoekers' huidige woning, niet waarschijnlijk overkomt en voor de eventuele toekomstige woning dichterbij niet met concrete gegevens is onderbouwd; dat het argument van verzoekers dat een nieuwe manege niet zou bijdragen aan een vermindering van de mestproductie in het Vlaamse Gewest, geen persoonlijk nadeel is dat verzoekers gebeurlijk zouden ondergaan; dat ten slotte verzoekers geen enkel concreet feit aanbrengen waaruit zou kunnen blijken dat zij op korte termijn een woning zullen bouwen en betrekken die dichter bij de inrichting is gelegen, zodat alleen de woning die zij nu betrekken, gelegen op 200 meter van de gebouwen en installaties en in een andere straat, als relevant kan worden beschouwd voor de evaluatie van een moeilijk te hertellen ernstig nadeel; dat verzoekers er aldus niet in slagen het moeilijk te herstellen ernstig nadeel aan te tonen; VII-37.339-4/5 Overwegende dat uit wat voorafgaat volgt dat aan de tweede voorwaarde gesteld door artikel 17, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State niet is voldaan; dat die vaststelling volstaat om de vordering tot schorsing af te wijzen, BESLUIT: Artikel
- De vordering tot schorsing wordt verworpen. Artikel
- De uitspraak over de bijdrage in de betaling van de kosten van de vordering tot schorsing wordt uitgesteld. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op negen juli tweeduizend en negen, door : de H. L. HELLIN, kamervoorzitter, Mevr. E. IMPENS, griffier. De griffier, De voorzitter, E. IMPENS. L. HELLIN. VII-37.339-5/5 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.195.158 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.198.948 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div