← België

Arrest 195160 - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen - 09/07/2009

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 09 juli 2009 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.195.160 Rolnummer: A. 192248/X-14145 Zaak: Arrest 195160 - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen - 09/07/2009 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2009-07-16 Raadplegingen: 66 - laatst gezien 2026-06-30 03:24 Fiche Arrest nr 195.160 van 9 juli 2009 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen Beslissing : Verwerping Inwilliging tussenkomst Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 195.160 van 9 juli 2009 in de zaak A. 192.248/X-14.145. In zake : 1. Willem VAN GILS, 2. Josephina VAN GESTEL, die woonplaats kiezen bij advocaten P. FLAMEY en G. VERHELST, kantoor houdende te 2018 ANTWERPEN, Jan Van Rijswijcklaan 16 tegen : de gemeente RAVELS. tussenkomende partij : de b.v.b.a. GROETELAERS PLUIMVEE, die woonplaats kiest bij advocaat K. VAN WYNSBERGE, kantoor houdende te 3000 LEUVEN, Diestsevest 113. DE Wnd. VOORZITTER VAN DE Xe KAMER, Gezien het enig verzoekschrift dat Willem VAN GILS en Josephina VAN GESTEL op 17 april 2009 hebben ingediend, en waarin zij de schorsing van de tenuitvoerlegging vorderen van het besluit van 24 februari 2009 van het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Ravels waarbij aan de b.v.b.a. GROETELAERS PLUIMVEE de stedenbouwkundige vergunning wordt verleend voor de uitbreiding van een kippenbedrijf door de bouw van een legkippenstal, de aanleg van een betonverharding en de plaatsing van 3 meelsilo’s, op een perceel gelegen te Ravels, Heesdijk 28/a000, kadastraal bekend sectie D, nr. 281/z2; Gezien de nota van de verwerende partij; Gezien het verslag opgemaakt door eerste auditeur E. LANCKSWEERDT; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen; X-14.145-1/7 Gelet op de beschikking van 5 juni 2009 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 19 juni 2009; Gehoord het verslag van staatsraad P. LEFRANC; Gehoord de opmerkingen van advocaat G. VERHELST, die verschijnt voor de verzoekende partijen, en van advocaat K. VAN WYNSBERGE, die verschijnt voor de tussenkomende partij; Gehoord het eensluidend advies van eerste auditeur E. LANCKSWEERDT; Gelet op de artikelen 17 en 18 en titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; OVERWEEGT WAT VOLGT : 1. Rechtspleging Met een verzoekschrift van 11 mei 2009 heeft de b.v.b.a. GROETELAERS PLUIMVEE gevraagd om in het administratief kort geding te mogen tussenkomen. Er is grond om het verzoek in te willigen. 2. De feiten 2.1. De tussenkomende partij baat te Ravels (Poppel) aan de Heesdijk 28 een pluimveebedrijf uit. De verzoekende partijen wonen in de onmiddellijke nabijheid van het pluimveebedrijf. Uit een door hen bijgebracht plan blijkt dat hun woning ligt op 23 à 24 meter van de dichtstbijzijnde stal, en dat hun perceelgrens ligt op zo’n 3 à 4 meter van de dichtstbijzijnde stal. De woning van de verzoekende partijen en het achtergelegen bedrijf van de tussenkomende partij liggen in agrarisch gebied. De milieuvergunningstoestand van het bedrijf is bepaald door een aantal vergunningen en aktenames die alle vervielen op 4 april 2008. Het bedrijf was vergund voor 25.000 legkippen. X-14.145-2/7 2.2. Op 2 april 2008 dient de tussenkomende partij een aanvraag in strekkende tot het verkrijgen van een milieuvergunning voor het verder in bedrijf houden en veranderen (uitbreiden) van haar inrichting. De aanvraag strekt er in wezen toe dat het aantal stallen wordt verhoogd van twee naar drie, en dat het aantal dieren wordt opgedreven tot 34.900 slachtkippen. Op 28 januari 2009 wordt de milieuvergunning verleend aan de tussenkomende partij. Zij is door de verzoekende partijen bij de Raad van State bestreden met een annulatieberoep en een vordering tot schorsing (zaak A. 192.011/VII-37.337). 2.3. Op 3 juli 2008 (datum van het ontvangstbewijs) dient de tussenkomende partij een aanvraag in strekkende tot het verkrijgen van een stedenbouwkundige vergunning voor de uitbreiding van het bestaande kippenbedrijf door de bouw van een legkippenstal, de aanleg van een betonverharding (456 m²) en het plaatsen van 3 meelsilo’s (20 ton). 2.4. Tijdens het openbaar onderzoek van 16 juli tot 15 augustus 2008 worden twee bezwaarschriften ingediend, waaronder ook door de verzoekende partijen. 2.5. Het departement Landbouw en Visserij, afdeling Duurzame Landbouwontwikkeling Antwerpen adviseert gunstig op 8 augustus 2008. 2.6. De stedelijke brandweer adviseert gunstig op 9 januari 2009 maar maakt enkele opmerkingen. 2.7. Op 24 februari 2009 wordt de thans bestreden beslissing genomen door het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Ravels. 3. De voorwaarden voor de schorsing Krachtens artikel 17, § 2 van de gecoördineerde wetten op de Raad van State kan slechts tot schorsing van de tenuitvoerlegging worden besloten onder de dubbele voorwaarde dat ernstige middelen worden aangevoerd die de vernietiging van de aangevochten beslissing kunnen verantwoorden en dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen. X-14.145-3/7 3.1. Wat de tweede voorwaarde betreft, wijzen de verzoekende partijen op het feit dat hun woning onmiddellijk paalt aan de vergunde inrichting, hun tuin onmiddellijk aansluit op de bedrijfsterreinen “zonder noemenswaardige afscherming”, de exploitant nooit het groenscherm, opgelegd door de stedenbouw- kundige vergunningen voor de bestaande stallen, aangelegd heeft, hun woning “op ca. 20m van de voorste perceelsgrens van het pluimveebedrijf” is gelegen en “op maximaal 25m van de stallen”, “de woning van verzoekers (...) ongunstig geöriënteerd zijn ten aanzien van het pluimveebedrijf gelet op de overheersende windrichting”, “het nadeel voortvloeiend uit de thans verleende stedenbouwkundige vergunning (...) in cumulo (dient) te worden genomen met de nadelen voortvloeiend uit de uitvoerbaar geworden milieuvergunning”. Zij houden voor dat zij “gelet op de ligging van hun woning t.a.v. het pluimveebedrijf (...) ingevolge de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing de hiernavolgende gecumuleerde nadelen” waardoor hun rustig woongenot wordt aangetast, moeten ondergaan: - “een belangrijke toename in de” visuele hinder “gelet op het gebrek aan enige afscherming tussen de bedrijfsgebouwen (...) en de woning en tuin van verzoekers” door “de bouw van 3 enorme silo’s met een hoogte van 8,7m (

  1. en)van nog maar eens een bijkomende stal met een oppervlakte van ca. 1.050m² en een nokhoogte van 4,48m”; - geurhinder: pluimveehouderijen zijn bedrijven die uit hun aard geurhinder veroorzaken. Hier gaat het om drie stallen met ongeveer 35.000 moederdieren voor slachtkuikens die een aanzienlijke hoeveelheid mest produceren en ammoniak verspreiden. Volgens het besluit van de Vlaamse regering van 1 juni 1995 houdende algemene en sectorale bepalingen inzake milieuhygiëne (Vlarem II) mag een pluimveehouderij niet ingeplant worden op minder dan 300 meter van een woongebied, en daarmee geeft de regelgever aan dat dergelijk bedrijf op een geringere afstand ontoelaatbare hinder veroorzaakt. Hun woning ligt op drieëntwintig meter van de stallen in een nadelige windrichting en zij zullen derhalve flink te lijden hebben van de voorgenomen uitbreiding van 25.000 naar 35.000 dieren; - vliegenplagen: tijdens het openbaar onderzoek hebben zij verwezen naar de gebeurtenissen in 2004 en in 2007. Vooral in warmere maanden hebben zij last van ontzettend veel ongedierte, inzonderheid nu de exploitant dikwijls de mest op het erf loost; - verkeershinder en geluidsoverlast: de verluchtingsventilatoren op het bedrijf draaien dag en nacht en zorgen voor lawaai. De toegang tot het bedrijf gebeurt door X-14.145-4/7 een smalle toegangsweg tussen de huizen. Er wordt een noodstroomgenerator gebruikt die wekelijks proefdraait en tot ’s avonds laat rijden er tractoren en vrachtwagens af en aan en worden kippen en voer geladen en gelost. 3.2. De verzoekende partijen, wier woning vlak naast het pluimveebedrijf gelegen is en die benadeeld zijn door de overheersende windrichting, ondergaan nu reeds hinder van het bestaande pluimveebedrijf. In het kader van de hier besproken vraag naar het bestaan van een moeilijk te herstellen ernstig nadeel door de bestreden vergunning, zal dan ook nagegaan moeten worden of de bestaande hinder toeneemt en of dit gebeurt in die mate dat het gerechtvaardigd is de verzoekende partijen niet langer dan strikt nodig te laten wachten op een uitspraak ten gronde. 3.3. Het bedrijf van de tussenkomende partij en de woning van de verzoekende partijen liggen in agrarisch gebied. Dit betekent dat van de verzoekende partijen aldus een grotere tolerantie verwacht mag worden ten aanzien van de hinder veroorzaakt door de vestiging van een pluimveebedrijf dat, in beginsel althans, in dergelijk agrarisch gebied thuishoort. Dat de woning van de verzoekende partijen “volledig vergund werd opgericht nog vóór de vaststelling van het gewestplan” en zij in 2002 nog een vergunning verkregen hebben voor de uitbreiding van hun woning, kan geen beoordelingselement zijn om te besluiten dat de hinder van het naastgelegen bedrijf van de tussenkomende partij ernstiger is dan voorheen of dat zij minder hinder moeten dulden. 3.4. De door de verzoekende partijen aangevoerde nadelen met betrekking tot de geurhinder, de vliegenplagen, de verkeershinder en geluidsoverlast houden in de eerste plaats verband met de exploitatie van de inrichting en niet met de stedenbouwkundige vergunning als dusdanig. Dienaangaande blijkt uit de gegevens van het dossier dat op 28 januari 2009 de Vlaamse minister van Openbare Werken, Energie, Leefmilieu en Natuur de vereiste milieuvergunning heeft afgeleverd, na een administratief beroep dat onder meer door de verzoekende partijen was ingesteld. De vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van deze milieuvergunning, waarin de verzoekende partijen deze nadelen hebben opgeworpen, werd met het arrest nr. 194.644 van 25 juni 2009 verworpen. X-14.145-5/7 3.5. Uit de overgelegde plannen blijkt dat de nieuwe stal opgetrokken zal worden achter de loods waarop de verzoekende partijen nu reeds vanuit hun woning uitkijken. Van een grotere visuele hinder is derhalve geen sprake te meer omdat de bestreden vergunning de voorwaarde oplegt van de aanplanting van een groenscherm bestaande uit “drie rijen streekeigen hoogstammige bomen met een tussenafstand van 2m, aangevuld met een dichte onderbegroeiing van streekeigen struiken, zodat een dichte houtkant als zichtscherm kan worden ontwikkeld”. De omstandigheid dat er reeds in het verleden een groenscherm moest worden aangelegd, doet geen afbreuk aan deze vaststellingen. De oprichting van drie meelsilo’s tussen de bestaande stallen van de tussenkomende partij, brengt evenmin een onaanvaardbare bijkomende visuele hinder teweeg. De verzoekende partijen kijken immers nu reeds uit op een silo tussen twee stallen van de tussenkomende partij. 3.6. Uit de uiteenzetting van de verzoekende partijen kan niet opgemaakt worden dat de bestreden vergunning voor hen een nadeel teweegbrengt dat, in het licht van de hinder die zij van de bestaande situatie ondergaan, hun situatie dermate wijzigt dat zij nu kunnen gewagen van een nadeel dat ernstig en moeilijk te herstellen is. Er is te dezen niet voldaan aan de tweede voorwaarde voor de schorsing van het bestreden besluit. OM DIE REDENEN BESLIST DE RAAD VAN STATE : Artikel 1. Het verzoek tot tussenkomst van de b.v.b.a. GROETELAERS PLUIMVEE in het administratief kort geding wordt ingewilligd. Artikel 2. De vordering tot schorsing wordt verworpen. X-14.145-6/7 Artikel 3. De uitspraak over de bijdrage in de betaling van de kosten van de vordering tot schorsing wordt uitgesteld. De uitspraak over de bijdrage in de betaling van de kosten van de tussenkomst wordt uitgesteld. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op negen juli 2009 door : de H. P. LEFRANC, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, Mevr. G. SCHEVENEELS, griffier. De griffier, De voorzitter, G. SCHEVENEELS. P. LEFRANC. X-14.145-7/7 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.195.160 Gerelateerde publicatie(
  2. s)gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2011:ARR.210.447 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.