id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 14 juli 2009 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.195.232 Rolnummer: A. 176846/VII-36523 Zaak: Arrest 195232 - Milieuvergunningen - 14/07/2009 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2009-07-16 Raadplegingen: 57 - laatst gezien 2026-06-30 03:24 Fiche Arrest nr 195.232 van 14 juli 2009 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Milieuvergunningen Beslissing : heropening debatten Aanvullend verslag Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 195.232 van 14 juli 2009 in de zaak A. 176.846/VII-36.523. In zake : de NV BRUSSELS INTERNATIONAL AIRPORT COMPANY (hierna : BIAC), thans de NV THE BRUSSELS AIRPORT COMPANY, die woonplaats kiest bij advocaten D. RYCKBOST en E. RYCKBOST, kantoor houdende te OOSTENDE, E. Beernaertstraat 80 tegen : het Vlaamse Gewest, vertegenwoordigd door de Vlaamse regering, dat woonplaats kiest bij advocaat J. BERGÉ, kantoor houdende te LEUVEN, Naamsestraat 165. --------------------------------------------------------------------------------------------------- D E R A A D V A N S T A T E, VIIe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat de NV BIAC op 18 september 2006 heeft ingediend om de vernietiging te vorderen van de beslissing van de dienst MER bij het departement Leefmilieu, Natuur en Energie van het ministerie van de Vlaamse Gemeenschap van 20 juli 2006 waarbij het kennisgevingsdossier voor het project-MER "PRO206", ingediend door de NV BIAC met betrekking tot de uitbating van de luchthaven Brussel-Nationaal, onvolledig wordt bevonden en waarbij bijkomende voorwaarden worden gesteld voor de volledigverklaring van het kennisgevingsdossier; Gezien de regelmatig gewisselde memories van antwoord en van wederantwoord; Gezien het verslag opgemaakt door eerste auditeur P. PROVOOST; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan de partijen en gezien de laatste memorie van de verzoekende partij; VII-36.523-1/11 Gelet op de beschikking van 28 mei 2009 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 25 juni 2009; Gehoord het verslag van staatsraad A. VANDENDRIESSCHE; Gehoord de opmerkingen van advocaat D. RYCKBOST, die verschijnt voor de verzoekende partij, en van advocaat P. LOUAGE die, loco advocaat J. BERGÉ verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het advies van eerste auditeur P. PROVOOST; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; OVERWEEGT WAT VOLGT: 1. De feiten 1.1. De verzoekende partij is uitbater van de luchthaven Brussel- Nationaal te Zaventem. Voor de exploitatie van de luchthaven beschikt zij over een milieuvergunning, afgeleverd op 30 december 2004 voor een termijn van 20 jaar. De desbetreffende beslissing maakt het voorwerp uit van annulatieberoepen die op heden nog hangende zijn. 1.2. Op 21 maart 2006 veroordeelt het hof van beroep te Brussel de verwerende partij, onder verbeurte van een dwangsom, om "binnen de twintig dagen Biac uit te nodigen binnen een korte termijn een MER in te dienen betreffende de exploitatie van de luchthaven te Zaventem met inzonderheid aandacht voor het onderzoek naar en beheer van de geluidsover- last veroorzaakt door vliegtuigen die opstijgen of landen en in het licht van de voorschriften uit hoofdstuk 4.5 Vlarem II, en overigens in overeenstemming met de vigerende Vlaamse reglementering inzake milieueffectrapportage". Het hof was van oordeel dat "zonder project-milieueffectenrappor- tage niet rechtsgeldig over de milieuvergunningsaanvraag van Biac kon worden beslist" (overweging 88) en dat het aan de Vlaamse regering het bevel kon opleggen "om een gevolg van een bij het beslissingproces begane onregelmatigheid te neutraliseren" door de in artikel 21 van het decreet van 28 juni 1985 betreffende de milieuvergunning (hierna : milieuvergunningsdecreet) voorziene mogelijkheid om VII-36.523-2/11 milieuvoorwaarden aan te vullen of te wijzigen om te buigen in een verplichting teneinde aldus de "in geding zijnde subjectieve rechten in overeenstemming met het recht behoorlijk te beschermen" (overweging 89). De verzoekende partij heeft tegen het arrest van 21 maart 2006 derdenverzet aangetekend, maar dat is op 27 juni 2007 verworpen. De verzoekende partij heeft op 5 juni 2008 cassatieberoep ingesteld tegen het arrest van 27 juni 2007. 1.3. Op 31 maart 2006 nodigt de verwerende partij de verzoekende partij uit om een milieueffectenrapport (project-MER) bij het bestuur in te dienen. 1.4. Op 18 april 2006 antwoordt de verzoekende partij : "Betreffende het arrest van de 8/ kamer van het Hof van Beroep te Brussel van 21 maart 2006 (2005/KR/298) kunnen wij U meedelen dat B.I.A.C. derdenverzet zal aantekenen aangezien B.I.A.C. hierdoor in haar rechten wordt benadeeld. Dat geldt o.m. m.b.t. de vermelding in verband met het onderzoek en het beheer van de geluidsoverlast veroorzaakt door vliegtuigen die opstijgen of landen". 1.5. Op 28 juni 2006 bezorgt de verzoekende partij aan de verwerende partij een "kennisgevingsdocument". In de begeleidende brief wordt gesteld : "Verwijzend naar art. 4.3.4. §1 van het MER/VR-decreet van 18 december 2002 hebben wij de eer u als bijlage twee exemplaren te bezorgen van een kennisgevingsdocument. Dit document werd in onze opdracht samengesteld door een team van MER- deskundigen en vormt de aanzet van een volwaardig MER. Het is dus de bedoeling en tevens onze wens dat deze kennisgeving - en het latere MER - worden onderworpen aan de voorziene wettelijke procedure geldend voor project-MER’s. Graag wensen wij hier echter klaar en duidelijk te onderstrepen dat het hier om een volledig vrijwillig project-MER gaat, dat uitsluitend zal worden opgemaakt op grond van een eenzijdige verklaring van BIAC ten aanzien van de Raad van State. De kennisgeving heeft uitsluitend betrekking op infrastructuren, grondge- bonden activiteiten en bevoegdheden van BIAC zoals deze vastgelegd werden (en tevens beperkt worden) in onze exploitatielicentie dd. 21 juni 2004, B.S. 15 juli 2004. Niettemin is BIAC wel degelijk bereid om, met betrekking tot het onderzoek en het beheer van de geluidsproblematiek die verbonden is aan opstijgende of landende vliegtuigen, op grond van artikel 35 van onze exploitatielicentie een bijdrage te leveren in de verzameling van gegevens (bijvoorbeeld geluidscontouren), dit evenwel zonder desbetreffend enige verantwoordelijk- heid te nemen, noch conclusies te aanvaarden met betrekking tot de milieuge- volgen ervan, noch met betrekking tot de eventuele milderende maatregelen die er tegenover zouden moeten geplaatst worden. BIAC heeft immers terzake geen enkele bevoegdheid ten aanzien van de eventuele geluidshinder veroorzaakt door vliegtuigen nadat zij in de luchthaven zijn opgestegen, noch vooraleer zij op de luchthaven geland zijn, noch tot het VII-36.523-3/11 bepalen van vliegroutes en vliegprocedures. Wij verwijzen in dit verband verder naar het voorontwerp van Wet inzake het vastleggen van vliegprocedu- res. In de exploitatielicentie van BIAC is in elk geval geen enkele bevoegdheid ingeschreven voor activiteiten in het luchtruim. Het team van deskundigen is bijgevolg van oordeel dat geen grensoverschrij- dende effecten moeten worden verwacht. Vanzelfsprekend blijven wij steeds ter beschikking om dit standpunt nader toe te lichten". 1.6. Met een brief van 20 juli 2006, die de bestreden akte vormt, antwoordt het afdelingshoofd van de dienst MER : "In antwoord op uw brief met bovenvermeld kenmerk kan ik U meedelen dat ik kennis genomen heb van uw voornemen om voor het in de rand vermelde project een MER te laten opstellen. Uw dossier is onder het nummer PRO206 bij de dienst MER in behandeling. De Dienst Mer heeft ook het aangepaste en aangevulde kennisgevingsdossier op 14 juli 2006 in goede orde ontvangen. Op basis van de bepalingen van artikel 4.3.4 §2 van het decreet betreffende de milieueffect- en veiligheidsrapportage kan ik de kennisgeving niet volledig verklaren. De kennisgeving is onvolledig aangezien uit het document niet blijkt hoe de (vooral cumulatieve) effecten i.v.m. luchtlawaai (beperkt tot 5000 voet, gezien enkel daarvoor de radartracks beschikbaar zijn), samen met het grondlawaai, zullen worden onderzocht en beschreven. Artikel 4.3.7 §1, die de inhoud van een projectMER vastlegt, geeft immers aan dat een projectMER de 'directe, en in voorkomend geval de indirecte, secundaire, cumulatieve en synergetische' milieueffecten dient te beschrijven, zowel de permanente als de tijdelijke, de positieve als de negatieve en dit op korte, middellange en/of lange termijn. Mogelijks betekent dit dat het 'studiegebied', zeker voor de discipline geluid, ruimer dient genomen te worden dan een 500 m contour rond het luchthaventer- rein. Dit houdt dan ook in (dat) de kennisgeving ruimer verspreid dient te worden dan in de 4 gemeenten binnen deze 500m contour (Zaventem, Machelen, Steenokkerzeel en Kortenberg). We denken ook aan Vilvoorde, Grimbergen, Wemmel, Meise, Zemst, Kampenhout, Haacht, Herent, Bertem, Tervuren, Kraainem en Wezembeek-Oppem. Ook zullen dan grensoverschrijdende effecten een rol spelen en is de betrokkenheid van het Brusselse Gewest conform de bepalingen van art. 4.3.4 §5 noodzakelijk. Mag ik u vragen uw kennisgevingdossier met bovenvermelde gegevens te vervolledigen. Na het indienen van het vervolledigde dossier zal uw aanvraag opnieuw op zijn volledigheid onderzocht worden conform de bepalingen van artikel 4.3.4. §3 van het decreet. De procedure kan slechts worden verder gezet wanneer de kennisgeving volledig is". VII-36.523-4/11 2. De ontvankelijkheid 2.1. Volgens de verzoekende partij is het beroep ontvankelijk omdat de bestreden beslissing, ondanks haar voorbereidend karakter, toch de eindbeslissing mee determineert. Zij verwijst naar het feit dat krachtens artikel 4.3.4,§ 3, vierde lid, van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid, zoals aangevuld door het decreet van 18 december 2002 (hierna : decreet van 5 april 1995) de procedure slechts kan worden verdergezet wanneer de kennisgeving volledig is, terwijl de bestreden beslissing die voortzetting verhindert. Zij verwijst ook naar het predeterminerend karakter van de beslissing, aangezien zij ertoe verplicht wordt bijkomende voorwaarden te respecteren terwijl die normaal slechts bij de uitvoering van het conformiteitsonderzoek aan de orde staan. 2.2. De verwerende partij wijst erop dat de kennisgeving van een project-MER niet verward mag worden met de afbakening van de inhoud van het project-MER. De volledigverklaring van de kennisgeving houdt in dat er volgens de administratie voldoende informatie meegedeeld is om, na bekendmaking en inspraak, de rapportering inhoudelijk af te bakenen. De beslissing over de volledigheid van de kennisgeving is een belangrijke voorwaarde voor de beslissing over de inhoudsafbakening, maar vormt zelf die beslissing niet en determineert ook de eindbeslissing niet. In casu verplicht de bestreden beslissing de verzoekende partij niet om het luchtlawaai te onderzoeken; er wordt alleen maar vastgesteld dat uit het overgemaakte document niet blijkt hoe effecten aangaande het luchtlawaai onderzocht en beschreven zullen worden. Pas met de beslissing over de inhoudsafba- kening zal het bestuur zich definitief uitspreken over de noodzaak van een onderzoek van het geluid van stijgende en landende vliegtuigen, en tegen die beslissing kan de verzoekende partij dan een verzoek tot heroverweging indienen overeenkomstig de artikelen 4.3.5, § 4, en 4.6.4 van het decreet van 5 april 1995. 2.3. De verzoekende partij benadrukt in haar memorie van wederant- woord dat de ontstentenis van een administratief beroep tegen een beslissing over de kennisgeving niet belet dat de Raad van State controle kan uitoefenen op de beslissing waarbij de administratie haar de bijkomende verplichting oplegt om ook het luchtlawaai te laten onderzoeken en dat het niet opgaat die controle uit te stellen tot na een beslissing over de inhoudsafbakening van het project-MER. Zij voegt daaraan toe dat de bijkomende voorwaarde wel degelijk vervat ligt in het bevel dat zij van de verwerende partij gekregen heeft, dat zij die voorwaarde niet kan naleven omdat zij geen bevoegdheid bezit inzake de problematiek van de hinder van VII-36.523-5/11 vliegtuigen in de lucht en dat de bestreden beslissing tot gevolg heeft dat de procedure voor het opstellen van het project-MER geblokkeerd is. In haar laatste memorie herinnert de verzoekende partij er opnieuw aan dat zij zich nooit bereid verklaard heeft om een project-MER uit te voeren aangaande het verkeer in de lucht en het luchtlawaai rondom de luchthaven omdat noch de wet, noch haar statuten, noch haar beheersovereenkomst of exploitatielicentie haar enige bevoegdheid gegeven heeft op het vlak van het luchtverkeer en de daarmee verband houdende geluidshinder. Om die reden heeft het project-MER dat zij vrijwillig aan de verwerende partij aangeboden heeft, geen betrekking op "de luchtzijdige kant" van de luchthaven en kan dat stuk ook niet gezien worden als de uitvoering van het arrest van het hof van beroep. De onbevoegdheid van de verzoekende partij om in de genoemde aangelegenheden een beslissing te nemen betekent dat zij daarvoor ook geen project-MER kan indienen. Luchtlawaai en vliegprocedures moeten worden onderzocht in het kader van een plan-MER. Het bestreden besluit miskent volgens haar aldus de artikelen 4.3.4, § 3, en 4.3.4, § 2, van het decreet van 5 april 1995. 2.4. Voor de behandeling van de onderhavige zaak zijn volgende bepalingen van het decreet van 5 april 1995 van belang : - artikel 4.1.1, § 1, waarin de begrippen gedefinieerd worden : "Tenzij uitdrukkelijk anders bepaald, wordt verstaan onder : 1/ milieueffectrapportage : de procedure die al dan niet leidt tot het opstellen en goedkeuren van een milieueffectrapport over een voorgenomen actie en in voorkomend geval tot het gebruik ervan als hulpmiddel bij de besluitvorming omtrent deze actie, hierna MER te noemen; (...) 3/ actie : een plan, programma en/of project; (...) 5/ project :
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.