← België

Arrêt / Arrest 195242 - Médias / Media - 14/07/2009

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 14 juli 2009 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.195.242 Rolnummer: A. 66738/V-1416 Zaak: Arrêt / Arrest 195242 - Médias / Media - 14/07/2009 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2009-07-31 Raadplegingen: 86 - laatst gezien 2026-06-30 03:24 Versie(s): Versie FR Fiche Arrest nr 195.242 van 14 juli 2009 Onderwijs en cultuur - Media Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 195.242 van 14 juli 2009 in de zaak A. 66.738/V-1416 In zake : de VLAAMSE GEMEENSCHAP, die woonplaats kiest bij advocaat B. Staelens, kantoor houdende te Brugge, Stockhouderskasteel, Gerard Davidstraat 46, bus 1 tegen : de FRANSE GEMEENSCHAP, die woonplaats kiest bij advocaten M. Uyttendaele en E. Maron, kantoor houdende te Brussel, Bronstraat

  1. tussenkomende partijen :
  2. de VZW RADIO VIELSALM, die woonplaats kiest bij advocaat C. Doutrelepont, kantoor houdende te Brussel, Vergote square 20,
  3. de VZW DIFFUSION NEUFCHATEAU, die woonplaats kiest bij advocaten J.-J. Evrard en M. Van Der Woude, kantoor houdende te Brussel, Terhulpsesteenweg 177, bus 6,
  4. de VZW RADIO CAMPUS, die woonplaats kiest bij advocaat C. Doutrelepont, kantoor houdende te Brussel, Vergote square
  5. --------------------------------------------------------------------------------------------------- D E R A A D V A N S T A T E, Ve K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat de Vlaamse Gemeenschap op 6 december 1995 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van de besluiten van de Franse Gemeenschapsregering van 6 februari 1995, 10 april 1995 en 15 mei 1995 houdende erkenningen van private radiostations, die in het Belgisch Staatsblad van 7 oktober 1995 bij uittreksel zijn bekendgemaakt; V-1416n-1/5 Gelet op het arrest nr. 130.472 van 20 april 2004 waarbij de debatten worden heropend en het door de auditeur-generaal aangestelde lid van het auditoraat wordt belast met een aanvullend onderzoek; Gezien het aanvullend verslag opgemaakt door eerste auditeur E. Haesbrouck; Gelet op de beschikking van 23 oktober 2006 die de neerlegging ter griffie van het verslag en van het dossier gelast; Gelet op de kennisgeving van dat verslag aan partijen en gezien de laatste memorie van de verwerende partij; Gelet op de beschikking van 29 mei 2009 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 23 juni 2009; Gehoord het verslag van staatsraad G. Van Haegendoren; Gehoord de opmerkingen van advocaat B. Staelens, die verschijnt voor verzoekster, van advocaat Q. Peiffer die, loco advocaat M. Uyttendaele, verschijnt voor de verwerende partij, van advocaat V. Chapoulaud die, loco advocaat C. Doutrelepont, verschijnt voor de eerste en derde tussenkomende partij, en van advocaat N. Van Der Maren die, loco advocaten J.J. Evrard, M. Van Der Woude, O. Lemaire en F. Tulkens, verschijnt voor de tweede tussenkomende partij; Gehoord het eensluidend advies van eerste auditeur W. Weymeersch; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, OVERWEEGT WAT VOLGT :
  6. Met het oog op de ingereedheidbrenging van de voorliggende zaak is verzoekster bij brief van 29 januari 2009 door de staatsraad-verslaggever gewezen op de evolutie die de regelgeving in de Franse Gemeenschap sedert de indiening van het beroep heeft gekend met betrekking tot de erkenning van private V-1416n-2/5 radio-omroepen. Meer in het bijzonder werd gewezen op het decreet van 20 december 2001 “fixant le cadastre initial de référence de la Communauté française pour la radiodiffusion sonore en modulation de fréquence dans la bande 87.5-108 MHz et modifiant le décret du 24 juillet 1997 relatif au Conseil supérieur de l'audiovisuel et aux services privés de radiodiffusion sonore de la Communauté française”, op het decreet van 27 februari 2003 “sur la radiodiffusion” en op hun uitvoeringsbesluiten. Met de bedoelde brief werd aan verzoekster gevraagd te verduidelijken welk belang zij nog meent te hebben bij het beroep, in de veronderstelling dat de bestreden erkenningen thans verstreken zijn. Daarbij werd nog opgemerkt dat tegen het decreet van 20 december 2001 een beroep bij het Grondwettelijk Hof is ingesteld, dat verworpen is bij arrest nr. 92/2003 van 24 juni
  7. Het uitblijven van een reactie van verzoekster heeft ertoe geleid dat zij op 20 maart 2009 opnieuw werd aangeschreven, waarbij haar het vorige schrijven in herinnering werd gebracht met verzoek er “onverwijld en concreet” op te antwoorden. Dit verzoek ten spijt is op 24 april 2009 verzoekster een derde keer aangeschreven, waarbij haar werd meegedeeld dat het verzuim om binnen dertig dagen een standpunt mee te delen in verband met haar belang, de Raad van State ertoe gebracht kan worden een gebrek aan belang vast te stellen.
  8. Een verzoekende partij, wil zij haar belang bij het ingestelde beroep bewaren, moet een voortdurende en ononderbroken belangstelling voor haar proces vertonen. Haar houding mag voorts het behoorlijk verloop van het proces, waartoe ook zij moet bijdragen, niet verstoren. Om die redenen is zij verplicht haar medewerking aan de rechter te verlenen wanneer zij daartoe wordt verzocht. Wanneer bovendien haar belang uitdrukkelijk in vraag wordt gesteld, moet zij daarover vrij snel een standpunt innemen en de nodige verduidelijkingen bijbrengen. Verzoekster had evenwel op geen enkele brief ook maar enige reactie, ofschoon zij uitdrukkelijk is gewezen op de mogelijke weerslag van dit stilzitten op de beoordeling van haar volgehouden belangstelling voor het beroep, en dus haar actueel belang. V-1416n-3/5
  9. Het hiervóór beschreven gemis aan belangstelling voor de behandeling van haar beroep wijst uit dat verzoekster zelf van oordeel is dat zij geen belang meer heeft bij de vernietiging van de aangevochten beslissingen. De verschijning van haar raadsman ter terechtzitting kan dit niet meer verhelpen. Aangenomen moet worden dat verzoekster, door de voormelde brieven onbeantwoord te laten en zo doende de Raad van State haar tijdige medewerking te onthouden, niet doet blijken van het door de wet vereiste actueel belang. Ambtshalve dient te worden vastgesteld dat het beroep niet langer ontvankelijk is. OM DIE REDENEN BESLIST DE RAAD VAN STATE : Artikel
  10. Het beroep wordt verworpen. Artikel
  11. De kosten van het beroep tot nietigverklaring, bepaald op 99,16 euro, komen ten laste van verzoekster. De kosten van de tussenkomst, bepaald op 223,11 euro, komen ten laste van de tussenkomende partijen, elk voor een derde. Artikel
  12. De ten onrechte gekweten zegelrechten voor een bedrag van 49,58 euro dienen te worden terugbetaald aan de tweede tussenkomende partij. V-1416n-4/5 Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting van de e V kamer, op veertien juli 2009, door : de HH. R. ANDERSEN, eerste voorzitter van de Raad van State, P. LEMMENS, kamervoorzitter, G. VAN HAEGENDOREN, staatsraad, W. GEURTS, griffier. De Griffier, De Eerste Voorzitter van de Raad van State, W. GEURTS. R. ANDERSEN. V-1416n-5/5 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.195.242 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:1998:ARR.75.844 ECLI:BE:RVSCE:2004:ARR.130.472 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

Explication IA à partir du texte officiel de la loi. Indicatif, ne remplace pas un conseil juridique.