id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 14 juli 2009 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.195.244 Rolnummer: A. 141381/V-1684 Zaak: Arrêt / Arrest 195244 - Fonction publique fédérale - Recrutement et carrière / Federaal openbaar ambt - Aanwerving en loopbaan - 14/07/2009 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2009-07-29 Raadplegingen: 84 - laatst gezien 2026-06-30 03:24 Versie(s): Versie FR Fiche Arrest nr 195.244 van 14 juli 2009 Openbaar ambt - Federaal openbaar ambt - Aanwerving en loopbaan Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 195.244 van 14 juli 2009 A. 141.381/V-1684 In zake : Roland MARTENS, wonende te Oostende, Europagaanderij 5, bus 104 tegen : de Belgische Staat, vertegenwoordigd door de minister van Binnenlandse Zaken. tussenkomende partij: Michel BOSLY, wonende te Izier, rue de l’ Argoté
- ----------------------------------------------------------------------------------------------------- -- DE RAAD VAN STATE, Ve KAMER, Gezien het verzoekschrift dat Roland MARTENS op 9 september 2003 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van de beslissing van 24 juni 2003 van de Voorzitster van het Directiecomité van de FOD Binnenlandse zaken waarbij Michel BOSLY en Nicole ALPAERTS door een bevordering door weddeverhoging worden benoemd tot bestuurschef weddeschaal 22B; Gezien het op 3 november 2003 ingediende verzoekschrift waarbij Michel BOSLY vraagt om als tussenkomende partij te mogen optreden; Gelet op de beschikking van 22 januari 2004, die de tussenkomende partij tot de debatten toelaat; Gezien de memories van antwoord en van wederantwoord; Gezien het verslag opgemaakt door eerste auditeur-afdelingshoofd M. LEFEVER; V - 1684n - 1/6 Gelet op de kennisgeving van het verslag aan de partijen en gezien de laatste memorie van de verzoeker; Gelet op de beschikking van 26 mei 2009 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 23 juni 2009; Gehoord het verslag van R. ANDERSEN, eerste voorzitter van de Raad van State; Gehoord de opmerkingen van de verzoeker, van attaché B. BALDUYCK, die verschijnt voor de verwerende partij, en van advocaat M. TABET die, loco advocaat M. DETRY, verschijnt voor de tussenkomende partij; Gehoord het eensluidend advies van eerste auditeur-afdelingshoofd M. LEFEVER; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; I. FEITELIJKE TOEDRACHT Overwegende dat de feiten die dienstig zijn voor de oplossing van deze zaak zich als volgt voordoen:
- Bij dienstnota van 17 april 2003 deelt de Voorzitster van het Directiecomité van de FOD Binnenlandse Zaken aan het personeel mee dat het aantal betrekkingen van de afgeschafte graad bestuurschef (oude weddeschaal 22B) voor de FOD Binnenlandse Zaken op 71 is vastgesteld en dat er, vermits reeds 43 ambtenaren in die weddeschaal bezoldigd zijn, 28 betrekkingen van die afgeschafte graad bestuurschef 22B vacant zijn. Met toepassing van artikel 72, § 4, van het koninklijk besluit van 2 oktober 1937 houdende het statuut van het Rijkspersoneel worden alle personeelsleden die de reglementaire voorwaarden voor bevordering vervullen geacht van rechtswege kandidaat te zijn. De Voorzitster deelt de lijst mee van de 28 administratief assistenten CA3 die, rekening houdend met de bezettingstoestand van het taalkader voor wat het centraal bestuur betreft, in volgorde van hun anciënniteit voor de bevordering in aanmerking komen. De twee naar anciënniteit laatst gerangschikte ambtenaren die worden voorgedragen, namelijk Michel BOSLY V - 1684n - 2/6 en Nicole ALPAERTS, hebben een grotere anciënniteit dan de verzoeker maar zijn op het moment van hun voordracht reeds overgegaan naar het Waalse, respectievelijk het Vlaamse Gewest.
- Op 23 april 2003 dient de verzoeker een bezwaarschrift in bij de Voorzitster van het Directiecomité. Hij argumenteert dat de twee voornoemde ambtenaren niet meer konden worden voorgedragen voor bevordering bij Binnenlandse Zaken omdat zij sinds 1 oktober 2002 niet meer tot het personeelsbestand van de FOD behoren. Op 24 juni 2003 antwoordt de Voorzitster dat de bevorderingen terugwerken tot 1 juni 2002 en dat de twee betrokken personen op dat ogenblik nog wel deel uitmaakten van het personeelsbestand van de FOD. Op 11 juli 2003 repliceert de verzoeker op het antwoord van 24 juni
- Hij argumenteert dat de beide betrokken ambtenaren door hun vrijwillige overplaatsing naar de Waalse en de Vlaamse regering bij koninklijk besluit van 29 september 2002 (en niet 2003 zoals verkeerdelijk in verzoekers brief vermeld wordt) hun rechten op bevordering in hun dienst van herkomst hebben verloren en aldaar niet langer kunnen worden bevorderd. Het is volgens hem evident dat de persoon die het voorwerp uitmaakt van een bevorderingsbesluit met terugwerkende kracht niet enkel aan de bevorderingsvoorwaarden moet voldoen op de datum van de terugwerking maar ook en vooral op de datum van het benoemingsbesluit zelf. Op 15 september 2003 antwoordt de Voorzitster dat zij slechts kan bevestigen wat zij reeds eerder antwoordde, namelijk dat het koninklijk besluit van 5 september 2002 houdende hervorming van de loopbaan van sommige ambtenaren in de rijksbesturen de terugwerkende kracht van de bevorderingen van niveau C vastlegde op 1 juni
- Zij stelt dat het dan ook normaal was bij de bevorderingen uit te gaan van de toestand zoals die was op 1 juni
- Bij besluiten van 24 juni 2003 worden Michel BOSLY en Nicole ALPAERTS, administratief assistenten CA3, met ingang van 1 juni 2002 bevorderd tot de graad van bestuurschef 22B (afgeschafte graad). De verzoeker wordt met een brief van 23 juli 2003 op de hoogte gebracht van de benoemingen. V - 1684n - 3/6 Met een brief van 28 juli 2003 vraagt de verzoeker een afschrift van de benoemingsbesluiten van Michel BOSLY en van Nicole ALPAERTS.
- Op 4 augustus 2003 dient de verzoeker een "hiërarchisch beroep" in bij de minister waarin hij vraagt de kwestieuze benoemingen in te trekken en de beide betrekkingen toe te wijzen aan personeelsleden van de FOD Binnenlandse Zaken. Op die vraag blijkt niet te zijn ingegaan. II. TEN GRONDE Overwegende dat de verzoeker in het enig middel stelt dat de benoemingen van Nicole ALPAERTS en van Michel BOSLY onregelmatig zijn omdat zij bij koninklijk besluit van 29 september 2002 met ingang van 1 oktober 2002 waren overgedragen naar de gewesten en daardoor niet langer door de Voorzitster van de FOD Binnenlandse Zaken konden worden bevorderd omdat zij hun rechten op bevordering in hun oude administratie hadden verloren; dat hij in zijn memorie van wederantwoord benadrukt dat éénieder die het voorwerp uitmaakt van een bevorderingsbesluit met terugwerkende kracht niet enkel aan de bevorderingsvoorwaarden moet voldoen op de datum van terugwerking maar ook op de datum waarop het besluit wordt genomen; Overwegende dat artikel 223, § 7, van het koninklijk besluit van 5 september 2002 houdende hervorming van de loopbaan van sommige ambtenaren in de rijksbesturen, op grond waarvan de bestreden bevorderingen gebeurden, als volgt luidt: " De ambtenaren titularis van de afgeschafte graad van bestuurschef of van hoofdtechnicus die, overeenkomstig de bijlage 6 van dit besluit, ingeschaald zijn in de weddeschaal CA3 of CT3 bekomen na 6 jaar de weddeschaal 22B opgenomen in de bijlage 7 bij dit besluit voorzover er betrekkingen in deze schaal vacant zijn. Hun graadanciënniteit telt mee voor de berekening van deze periode van 6 jaar"; dat het niet voorschrijft hoe de keuze onder degenen die aan de bevorderingsvoorwaarden voldoen moet gemaakt worden, dat het alleen bepaalt dat de ambtenaren die voldoen aan de anciënniteitsvoorwaarde de hogere weddeschaal 22B verkrijgen voor zover er betrekkingen in die schaal vacant zijn, dat het er in concreto op neerkomt dat, vermits het bereiken van de 6 jaar anciënniteit in de weddeschaal CA3 mee bepaald wordt door de graadanciënniteit in rang 22, de V - 1684n - 4/6 rangschikking bepaald wordt door de graadanciënniteit; dat bij gelijke graadanciënniteit de algemene regel geldt die is vervat in artikel 63, § 1, van het koninklijk besluit van 2 oktober 1937 houdende het statuut van het Rijkspersoneel dat als volgt luidt: " Voor de toepassing van de verordeningsbepalingen die uitgaan van de anciënniteit, wordt onder de rijksambtenaren wier anciënniteit moet worden vergeleken de voorrang als volgt bepaald : 1/ de ambtenaar met de grootste graadanciënniteit; 2/ bij gelijke graadanciënniteit, de ambtenaar met de grootste dienstanciënniteit; 3/ bij gelijke dienstanciënniteit, de oudste ambtenaar"; dat het aldus om een benoeming gaat die wordt verleend op basis van een volledig gebonden bevoegdheid zodat er voor die ambtenaren die voldoen aan de voorwaarden en zich in gunstige orde rangschikken een recht op benoeming bestaat; dat in een dergelijk geval een bevordering met terugwerkende kracht kan en zelfs moet worden verleend, ook al is de bevorderde op het moment van het bevorderingsbesluit niet meer in dienst of maakt hij geen deel meer uit van het personeel van de FOD vermits die bevordering niets anders doet dan het recht op benoeming dat door de reglementering met terugwerkende kracht is gecreëerd, te honoreren; Overwegende dat in casu artikel 242, 4/, van het voornoemde koninklijk besluit van 5 september 2002 bepaalt dat de bepalingen die de oprichting van het niveau C en de overgang van het niveau 2 naar het niveau C verzekeren, in werking treden op 1 juni 2002; dat hieruit volgt dat vanaf die datum voor de ambtenaren titularis van de afgeschafte graad van bestuurschef die ingeschaald zijn in de weddeschaal CA3 geldt dat zij na 6 jaar de weddeschaal 22B verkrijgen voorzover er betrekkingen in deze schaal vacant zijn; dat hieruit verder volgt dat de verwerende partij zich voor de eerste uitvoering van artikel 223, § 7, van het voornoemde besluit moest plaatsen in de toestand zoals die was op 1 juni 2002, wat inhoudt dat zij wel degelijk kon vaststellen dat Michel BOSLY en Nicole ALPAERTS op die datum recht hadden op de bevordering tot de weddeschaal 22B en ze hen in het kader van een reconstructie van hun loopbaan ook nog na hun overgang naar het Waalse, respectievelijk het Vlaamse Gewest, die bevordering moest verlenen; dat het enig middel niet gegrond is, V - 1684n - 5/6 BESLUIT : Artikel
- Het beroep wordt verworpen. Artikel
- De kosten van het beroep tot nietigverklaring, bepaald op 175 euro, komen ten laste van de verzoeker. De kosten van de tussenkomst, bepaald op 125 euro, komen ten laste van de tussenkomende partij. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting van de e V kamer, op veertien juli 2009, door : de HH. R. ANDERSEN, eerste voorzitter van de Raad van State, P. LEMMENS, kamervoorzitter, D. MOONS, staatsraad, W. GEURTS, griffier. De Griffier, De Eerste Voorzitter van de Raad van State, W. GEURTS. R. ANDERSEN. V - 1684n - 6/6 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.195.244 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div