← België

Arrest 195245 - Plaatselijk openbaar ambt - Aanwerving en loopbaan - 14/07/2009

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 14 juli 2009 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.195.245 Rolnummer: A. 191929/IX-6279 Zaak: Arrest 195245 - Plaatselijk openbaar ambt - Aanwerving en loopbaan - 14/07/2009 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2009-07-29 Raadplegingen: 57 - laatst gezien 2026-06-30 03:24 Fiche Arrest nr 195.245 van 14 juli 2009 Openbaar ambt - Plaatselijk openbaar ambt - Aanwerving en loopbaan Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 195.245 van 14 juli 2009 in de zaak A. 191.929/IX-

  1. In zake : Serge PRINSEN, die woonplaats kiest bij advocaat I. ROGIERS, kantoor houdende te KALKEN, Kalkendorp 17 A tegen :
  2. het Selectiebureau van de Federale Overheid (SELOR), dat woonplaats kiest bij advocaat E. JACUBOWITZ, kantoor houdende te BRUSSEL, Tedescolaan,
  3. de Brusselse Hoofdstedelijke Dienst voor Brandweer en Dringende Medische Hulp. --------------------------------------------------------------------------------------------------- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE IXe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat Serge PRINSEN op 24 maart 2009 heeft ingediend om de schorsing te vorderen van de tenuitvoerlegging van “de beslissing van 22 januari 2009 van SELOR waarbij [hij] niet geslaagd wordt verklaard in het mondeling gedeelte van het examen voor de selectie van onderluitenant voor de Brusselse Hoofdstedelijke Dienst voor Brandweer en Dringende Medische Hulp”; Gezien de nota van de eerste verwerende partij; Gezien het verslag opgemaakt door eerste auditeur-afdelingshoofd M. LEFEVER; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan de partijen; Gelet op de beschikking van 29 mei 2009 waarbij de terechtzitting wordt bepaald op 15 juni 2009; Gehoord het verslag van staatsraad B. THYS; IX-6279-1/9 Gehoord de opmerkingen van advocaat I. ROGIERS, die verschijnt voor de verzoeker, en van advocaat E. JACUBOWITZ, die verschijnt voor de eerste verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van eerste auditeur- afdelingshoofd M. LEFEVER; Gelet op de artikelen 17 en 18 en titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, OVERWEEGT WAT VOLGT : Feiten 1.
  4. De verzoeker is korporaal bij de Brusselse Hoofdstedelijke Dienst voor Brandweer en Dringende Medische Hulp. 1.
  5. In de loop van 2007 neemt hij deel aan een selectie van onderluitenants voor de genoemde brandweerdienst. Deze selectie heeft gelijktijdig plaats voor Nederlandstalige en Franstalige kandidaten. Luidens het selectiereglement bestaat de selectieprocedure uit drie delen: - fysieke proeven, waarvoor de kandidaten ten minste de helft van de punten moeten behalen op elke proef en 66 /110 punten op het geheel van de proeven; - een schriftelijke en een computergestuurde proef die op één en dezelfde dag worden georganiseerd. De schriftelijke proef betreft vragen over verschillende aangelegenheden (wiskunde, wetenschappen, technische kennis, enz.) en het samenvatten en becommentariëren van een tekst. De kandidaten moeten ten minste de helft van de punten behalen op elk onderdeel en 90/150 punten op het geheel. De computergestuurde proef bestaat uit een persoonlijkheidstest waarvan de verzamelde gegevens dienen als informatie voor de jury bij de mondelinge proef. Deze laatstgenoemde proef wordt niet gequoteerd. - een mondelinge proef tijdens dewelke motivatie, maturiteit, stressbestendigheid en capaciteiten op het gebied van leadership en management worden geëvalueerd. De kandidaten krijgen daarbij ook een “case study” voorgelegd. Op deze proef moeten zij ten minste 30/50 punten behalen. IX-6279-2/9 Na de fysieke proeven en de schriftelijke proef blijft de verzoeker nog als enige Nederlandstalige kandidaat over. Langs Franstalige zijde resten nog vier kandidaten. Volgens de verzoeker krijgt hij, in tegenstelling tot de Franstalige kandidaten, bij de voorbereiding van zijn mondelinge proef niet de beschikking over zijn persoonlijkheidsprofiel, zoals dat blijkt uit de computergestuurde proef. Wanneer hij dat profiel juist voor het binnengaan van de examenzaal toch ontvangt, blijkt het in de Franse taal te zijn gesteld. De verzoeker behaalt op de mondelinge proef slechts 20/50 punten en slaagt daarvoor dus niet. 1.
  6. Hij dient tegen de beslissing van SELOR van 20 december 2007 om hem niet geslaagd te verklaren voor de mondelinge proef een vordering tot schorsing en een beroep tot nietigverklaring in bij de Raad van State. Daarin voert hij onder meer een schending aan van de gecoördineerde wetten op het gebruik van de talen in bestuurszaken (zaak A.187.089/IX-5842). 1.
  7. Met een brief van 7 maart 2008 deelt SELOR aan de verzoeker mee dat het zijn stelling betreffende de voormelde onwettigheid van de beslissing van 20 december 2007 bijvalt en dienvolgens die beslissing intrekt. De vordering tot schorsing en het beroep tot nietigverklaring, die de verzoeker tegen die beslissing bij de Raad van State heeft ingediend, worden bij arrest nr. 183.418 van 27 mei 2008 verworpen wegens het teloorgaan van hun voorwerp. 1.
  8. Met een brief van 6 juni 2008 nodigt SELOR de verzoeker uit om op 23 juni 2008 opnieuw de computergestuurde proef en de mondelinge proef af te leggen. Ingevolge een brandalarm heeft op 23 juni 2008 evenwel alleen de computergestuurde proef plaats. 1.
  9. De mondelinge proef heeft plaats op 14 januari
  10. Vóór het afleggen van deze proef wordt aan de verzoeker zijn persoonlijkheidsprofiel IX-6279-3/9 overhandigd, zoals het is geresulteerd uit de computergestuurde proef van 23 juni
  11. De eindconclusie van de selectiecommissie luidt als volgt: “De selectiecommissie is van oordeel dat de motivatie voor de functie onvoldoende was. De drijfveer van de kandidaat is om hogerop te geraken, en deze staat gedeeltelijk los van de functie-inhoud en de taken die betrokkene zal dienen uit te voeren. De case was volgens de selectiecommissie zwak uitgewerkt. Betrokkene zag een aantal heel elementaire veiligheidsmaatregelen over het hoofd, en kon heel moeilijk tot een duidelijk en éénduidig antwoord komen. De competentie probleemoplossen is voldoende ontwikkeld bij de kandidaat. De competenties resultaatgerichtheid, stressbestendigheid, teams aansturen en samenwerken zijn nog leerpunten voor de kandidaat.” Op grond van deze conclusie geeft de selectiecommissie aan de verzoeker 20/50 punten, zodat hij niet geslaagd is. Dit is de bestreden beslissing. Met een brief van 22 januari 2009, dewelke door de verzoeker naar eigen zeggen op 26 januari 2009 wordt ontvangen, deelt SELOR deze beslissing aan de verzoeker mee. 1.
  12. Met een e-mail van 5 februari 2009 vraagt de verzoeker aan SELOR feedback over zijn resultaat. Dezelfde dag nog deelt SELOR de motivering van de selectiecommissie aan de verzoeker mee. Grondvoorwaarden voor het bevelen van de schorsing
  13. Overeenkomstig artikel 17, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State kan slechts tot de schorsing van de tenuitvoerlegging worden besloten onder de dubbele voorwaarde dat ernstige middelen worden aangevoerd die de vernietiging van de aangevochten beslissing kunnen verantwoorden en dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de beslissing een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen. IX-6279-4/9 2.
  14. De verzoeker zet het moeilijk te herstellen ernstig nadeel dat hij ingevolge de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing meent te kunnen lijden, in zijn verzoekschrift als volgt uiteen: “[...]
  15. Het is zo dat verzoeker zeer veel tijd in de voorbereiding van dit examen heeft gestopt. Verzoeker volgt reeds sedert 2003 cursussen van het niveau onderluitenant (met examens binnen de 5 jaar) en heeft ook het kwestieuze examen dat heeft geleid tot de bestreden beslissing minutieus voorbereid.
  16. Eén en ander blijkt ook uit het feit dat van de meer dan honderd kandidaten enkel verzoeker geslaagd was in de eerste twee proeven en dus als enige toegelaten werd om deel te nemen aan de derde en laatste proef. Er moet in dit verband op worden gewezen dat verzoeker, bij het slagen van de laatste proef, als enige geselecteerd is en dan ook noodzakelijk wordt aangesteld als onderluitenant. Dergelijke mogelijkheid zal zich hoogstwaarschijnlijk nooit meer voordoen. Uit het selectiereglement blijkt dat verzoeker, als enige geselecteerde, automatisch zal worden aangeworven of aangesteld als onderluitenant met bijbehorende weddeschaal (nadien, voor de vaste benoeming, start een opleiding en cursussen die reeds grotendeels door verzoeker werden volbracht [...]). Het examen betekent dus een unieke kans om aangesteld te worden als onderluitenant.
  17. Bemerk ook dat de selectie slechts 3 jaren geldt en een vernietigingsarrest wellicht pas later zal volgen.
  18. Wanneer een volgend selectie-examen zal worden ingericht, is niet bekend. Dit kan en zal wellicht vele jaren duren. Er is immers amper of misschien zelfs geen nood aan Nederlandstalige onderluitenants wat wellicht de onderliggende reden is voor de houding van SELOR en [de Brusselse Hoofdstedelijke Dienst voor Brandweer en Dringende Medische Hulp]. Bemerk dat verzoeker ouder wordt. De fysieke proeven zullen voor hem alleen maar lastiger worden. Verzoeker heeft zich onderscheiden in deze proeven. Niet alleen zal de leeftijd er normaliter voor zorgen dat verzoeker slechtere resultaten behaalt bij de fysieke proeven, ook zijn beroepsuitoefening bij de [de Brusselse Hoofdstedelijke Dienst voor Brandweer en Dringende Medische Hulp] zorgt voor kwetsuren. Verzoeker werd reeds slachtoffer van een steekpartij, werd verbrand op de benen en in het aangezicht [...], enz. ... Zo diende hij recentelijk een polsoperatie te ondergaan wegens o.a. het afscheuren van ligamenten en gewrichten aan de pols als gevolg van een arbeidsongeval bij de [de Brusselse Hoofdstedelijke Dienst voor Brandweer en Dringende Medische Hulp] [...]. Zijn leeftijd en beroep spelen dan ook parten voor de fysieke proef. Het belang van de fysieke proeven wordt ook beklemtoond in het selectiereglement.
  19. Ten slotte is er ook een moreel aspect. De uitslag en de concrete omstandigheden van de proef zijn bijzonder kwetsend voor verzoeker als persoon én als lid van het korps en een bepaalde dienst. IX-6279-5/9 De niet-selectie wordt ook gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad [...]. Dit moreel nadeel kan niet afdoende worden hersteld door een vernietigings-arrest dat vermoedelijk pas over jaren zal worden geveld. Om al deze moeilijk te herstellen ernstige nadelen te vermijden dient de schorsing van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing te worden bevolen.” 2.
  20. De eerste verwerende partij repliceert in haar nota dat uit de omstandigheid dat een kandidaat veel tijd en energie heeft gestoken in de voorbereiding van examens niet voortvloeit dat hij een moeilijk te herstellen ernstig nadeel lijdt wanneer hij niet slaagt voor die examens. Voorts laat de eerste verwerende partij gelden dat de verzoeker weliswaar in een bijzonder gunstige positie zou verkeren, indien hij als enige geslaagde tot dan toe, ook voor de mondelinge proef was geslaagd, maar dat dit niet ipso facto met zich brengt dat hij ingevolge zijn niet-slagen een moeilijk te herstellen ernstig nadeel lijdt. Zij betoogt dat iedere selectie uit haar aard het risico inhoudt niet in aanmerking te worden genomen. Volgens de eerste verwerende partij kan ook de bewering van de verzoeker dat een nieuwe selectie allicht nog jaren op zich zal laten wachten, niet overtuigen. Aangezien er geen geslaagden zijn voor de voorbije selectieprocedure, valt het integendeel te verwachten dat een nieuwe selectie spoedig -mogelijk zelfs nog dit jaar- wordt aangevat. Wat de fysieke kwetsuren betreft waarvan de verzoeker vreest dat ze hem parten zullen spelen bij het opnieuw afleggen van de fysieke proeven, stelt de eerste verwerende partij dat niet kan worden ingezien hoe dit nadeel zou kunnen voortvloeien uit de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing. Met betrekking tot het door de verzoeker aangevoerde morele nadeel betoogt de eerste verwerende partij ten slotte dat volgens vaste rechtspraak van de Raad van State een dergelijk nadeel dat voortvloeit uit het niet geslaagd zijn voor een examen, inherent is aan het deelnemen aan een proef waarvan de uitslag niet op voorhand vaststaat. 2.
  21. Het feit dat de verzoeker veel tijd heeft besteed aan de voorbereiding van de selectieprocedure voor onderluitenant bij de Brusselse Hoofdstedelijke Dienst voor Brandweer en Dringende Medische Hulp is - IX-6279-6/9 daargelaten of al van een nadeel, laat staan van een ernstig nadeel, kan worden gewaagd- geen gevolg van de bestreden beslissing. De moeite is gedaan, de tijd is besteed. Een schorsing van de bestreden beslissing verandert daar niets aan. Overigens is er geen reden om aan te nemen dat de gedane moeite, de bestede tijd en de cursussen en opleidingen die de verzoeker reeds heeft gevolgd, hem voor de toekomstige uitbouw van zijn loopbaan niet meer van dienst kunnen zijn. Verzoekers bewering dat, indien hij geslaagd was geweest, hij noodzakelijk tot onderluitenant zou zijn aangesteld, vermits hij de enige laureaat zou zijn geweest, lijkt door hemzelf te worden ontkracht waar hij tevens stelt dat er amper of misschien zelfs helemaal geen nood is aan Nederlandstalige onderluitenants bij de Brusselse Hoofdstedelijke Dienst voor Brandweer en Dringende Medische Hulp. Hoe dan ook is hetgeen de verzoeker te dezen als nadeel aanvoert, niet meer dan dat hij een kans op een benoeming mist. Het loutere feit een benoeming te mislopen, maakt echter in beginsel geen moeilijk te herstellen ernstig nadeel uit. Elke deelname aan een selectie houdt immers het risico in niet gekozen te worden en alzo niet te worden benoemd in de geambieerde functie. Het door de verzoeker aangevoerde gegeven dat luidens het selectiereglement een lijst van geslaagden wordt aangelegd die slechts drie jaar geldig blijft, is niet dienstig om een moeilijk te herstellen ernstig nadeel aan te tonen, vermits te dezen bij ontstentenis van geslaagde kandidaten geen dergelijke lijst is opgesteld. Dat het nog vele jaren zal duren vooraleer een volgende selectieprocedure zal worden georganiseerd, is een loutere bewering van de verzoeker die met geen enkel concreet gegeven wordt onderbouwd. De verzoeker laat voorts gelden dat zowel zijn leeftijd als de kwetsuren die hij heeft opgelopen bij zijn beroepsuitoefening hem parten zullen spelen wanneer hij in de toekomst fysieke proeven moet afleggen. Ook al is het mogelijk dat naarmate de verzoeker ouder wordt de fysieke proeven voor hem lastiger worden, impliceert dit nog niet dat de bestreden beslissing geacht moet worden hem een laatste kans op een benoeming tot onderluitenant te ontnemen. Vermits de selectieprocedure die tot de bestreden beslissing heeft geleid, geen laureaat heeft opgeleverd, lijkt het voorzeker mogelijk dat de eerste verwerende partij, zoals zij in haar nota stelt, binnen afzienbare tijd een nieuwe selectie zal organiseren. IX-6279-7/9 Het morele nadeel dat de verzoeker aanvoert kan evenmin als een moeilijk te herstellen ernstig nadeel worden beschouwd. Een moreel nadeel is in beginsel herstelbaar door de morele genoegdoening die door een vernietigingsarrest wordt verschaft. Het komt aan de verzoeker toe om aan de hand van concrete en precieze gegevens aan te tonen dat er in zijn geval uitzonderlijke omstandigheden zijn die ertoe nopen anders te oordelen. De verzoeker voert geen dergelijke omstandigheden aan. 2.
  22. Uit wat voorafgaat moet worden besloten dat de verzoeker niet aantoont ingevolge de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing een moeilijk te herstellen ernstig nadeel te kunnen lijden. Derhalve is niet voldaan aan alvast één van de twee cumulatieve grondvoorwaarden voor het bevelen van de schorsing, bepaald in artikel 17, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State. OM DIE REDENEN BESLIST DE Wnd. VOORZITTER: Artikel
  23. De vordering tot schorsing wordt verworpen. Artikel
  24. De uitspraak over de bijdrage in de betaling van de kosten van de vordering tot schorsing wordt uitgesteld. IX-6279-8/9 Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op 14 juli 2009, door: de HH. B. THYS, staatsraad, wnd. kamervoorzitter, W. GEURTS, griffier. De griffier, De voorzitter, W. GEURTS. B. THYS. IX-6279-9/9 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.195.245 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2011:ARR.211.559 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.