← België

Arrest 195248 - Federaal openbaar ambt - Aanwerving en loopbaan - 14/07/2009

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 14 juli 2009 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.195.248 Rolnummer: A. 191810/IX-6266 Zaak: Arrest 195248 - Federaal openbaar ambt - Aanwerving en loopbaan - 14/07/2009 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2009-07-30 Raadplegingen: 56 - laatst gezien 2026-06-30 03:24 Fiche Arrest nr 195.248 van 14 juli 2009 Openbaar ambt - Federaal openbaar ambt - Aanwerving en loopbaan Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 195.248 van 14 juli 2009 in de zaak A. 191.810/IX-

  1. In zake : Kris SMETS, die woonplaats kiest te BEVEREN, Grote Baan 244, bus 202, tegen : de Belgische Staat, vertegenwoordigd door de minister van Ambtenarenzaken. --------------------------------------------------------------------------------------------------- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE IXe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat Kris SMETS op 16 maart 2009 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van “de beslissing tot nietigverklaring van alle beslissingen met betrekking tot het niet-slagen voor de test ter afsluiting van de gecertificeerde opleiding FI03 ‘Toepassing van de algemene principes van het fiscale recht’ en dit in de mate dat deze beslissing de impliciete weigering inhoudt om verzoeker als niet-geslaagd te beschouwen”; Gezien het verslag, opgesteld door adjunct-auditeur M. CELIS, op grond van artikel 93 van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State; Gelet op de beschikking van 22 april 2009, waarbij de terechtzit- ting wordt bepaald op 11 mei 2009; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan de partijen; Gehoord het verslag van staatsraad B. THYS; Gehoord de opmerkingen van de verzoeker, en van adviseur C. DE VRIES, die verschijnt voor de verwerende partij; IX-6266-1/6 Gehoord het eensluidend advies van eerste auditeur-afdelings- hoofd M. LEFEVER; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, OVERWEEGT WAT VOLGT: Feiten 1.
  2. De verzoeker is inspecteur bij de Federale Overheidsdienst (FOD) Financiën. Hij heeft de gecertificeerde opleiding “Toepassing van de algemene principes van het fiscale recht FI03NL” gevolgd, georganiseerd door het Opleidingsinstituut van de Federale Overheid (OFO). Op 15 december 2007 neemt hij deel aan de certifiëringstest ter afsluiting van de voornoemde opleiding. 1.
  3. Met een brief van 7 juli 2008 deelt de directeur-generaal van het OFO aan de verzoeker mee dat hij niet geslaagd is voor die test. De verzoeker behaalde namelijk 53,19%, terwijl hij 60% moest halen om te slagen. Deze brief maakt melding van de beroepsmogelijkheid bij de Raad van State en de daarbij in acht te nemen vormvoorschriften en termijn. De verzoeker maakt geen gebruik van die beroepsmogelijkheid. 1.
  4. Na tal van klachten te hebben ontvangen in verband met de voormelde test, beslist het OFO de volledige test voor te leggen aan twee externe experts, die op 23 december 2008 hun verslag daarover in het Nederlands en het Frans bezorgen. Op 5 januari 2009 wordt dit verslag overgemaakt aan twee interne experts, die ambtenaar zijn bij de FOD Financiën. IX-6266-2/6 Op 16 januari 2009 heeft een overlegvergadering plaats, georganiseerd door het OFO, tussen de interne en de externe experts in aanwezig- heid van de directeur-generaal en een attaché van het OFO, de voorzitter van het directiecomité van de FOD Personeel en Organisatie en een directeur bij de FOD Financiën. Op 15 januari 2009 overhandigen de interne experts een voorbereidend document in het Nederlands. Op 30 januari 2009 overhandigen zij hun tweetalig eindverslag. 1.
  5. Na kennisneming van de twee verslagen en na afloop van de besprekingen tussen de interne en externe experts, wordt besloten dat over slechts 28 van de 50 vragen van de test geen enkele twijfel bestaat en dat een test met 50 vragen die gereduceerd wordt tot 28 vragen, niet langer valide, betrouwbaar of relevant is. 1.
  6. Met een brief van 5 februari 2009 deelt de directeur-generaal van het OFO aan de verzoeker mee: “[...] gelet op het algemeen beginsel van voorzichtigheid, overwegende dat de nietigverklaring van de resultaten van niet-slagen aan geen enkele ambtenaar enig nadeel kan berokkenen, overwegende daarentegen dat de nietigverklaring tot gevolg heeft dat de ambtenaren in staat gesteld worden om van een niet-ingekorte geldigheidsperiode te genieten, indien ze in de toekomst slagen voor een gecertificeerde opleiding, zonder een uitspraak te doen met betrekking tot de tegenstrijdige standpunten geuit door de interne en de externe experts of de bedenkingen geuit door deze laatsten, zonder op welke manier ook te erkennen dat de interne experts een fout zouden begaan hebben, zonder ook te erkennen dat het Instituut enige fout begaan heeft, teneinde een einde te maken aan een zwaarwegend geschil, heeft het Opleidingsinstituut van de Federale Overheid beslist om alle beslissingen m.b.t. het niet-slagen voor de test ter afsluiting van de gecertificeerde opleiding FI03 ‘Toepassing van de algemene principes van het fiscale recht’ nietig te verklaren. Deze beslissing heeft dus betrekking op de beslissing die u werd meegedeeld op 7 juli
  7. Voor zover u zich inschrijft of zich ondertussen ingeschreven heeft voor een gecertificeerde opleiding, zal de geldigheidsdatum voor de berekening van de premie blijven vastliggen op de oorspronkelijke datum. [....]”. IX-6266-3/6 Dit betreft de bestreden beslissing. Ook de voormelde brief maakt melding van de beroepsmogelijkheid bij de Raad van State en de daarbij in acht te nemen vormvoorschriften en termijn. Ontvankelijkheid 2.
  8. De verzoeker betoogt in zijn verzoekschrift dat hij belang heeft bij de vernietiging van de bestreden beslissing, omdat deze betrekking heeft op de beslissing van het OFO van 7 juli 2008 waarbij hij niet geslaagd is verklaard voor de certifiëringstest over de opleiding “Toepassing van de algemene principes van het fiscale recht FI03NL”, en hij “hierdoor” opnieuw dient deel te nemen aan een dergelijke test. Hij stelt dat de bestreden beslissing een rechtstreeks gevolg heeft voor zijn loopbaan en dat hij dan ook rechtstreeks wordt geraakt in zijn morele en materiële belangen. Beoordeling 2.
  9. De verzoeker vordert de nietigverklaring van “de beslissing tot nietigverklaring van alle beslissingen met betrekking tot het niet-slagen voor de test ter afsluiting van de gecertificeerde opleiding FI03 ‘Toepassing van de algemene principes van het fiscale recht’ en dit in de mate dat deze beslissing de impliciete weigering inhoudt om verzoeker als niet-geslaagd te beschouwen”. Vooreerst valt niet in te zien welk belang de verzoeker zou hebben bij de vernietiging van de impliciete weigering, die hij in de bestreden beslissing meent te kunnen onderkennen, om hem als niet-geslaagd te beschouwen voor de voormelde certifiëringstest. De verzoeker heeft er kennelijk geen belang bij als niet- geslaagd te worden beschouwd. Voorts kan slechts worden vastgesteld dat het de beslissing van het OFO van 7 juli 2008 is, waarbij hij niet-geslaagd wordt verklaard voor de certifiëringstest, die aan de verzoeker nadeel berokkent. Niettemin heeft de verzoeker deze beslissing niet aangevochten met een beroep tot nietigverklaring bij de Raad van State. IX-6266-4/6 Wat de bestreden beslissing van het OFO van 5 februari 2009 betreft, blijkt niet dat deze de verzoeker enig nadeel berokkent. Ze beoogt immers de “nietigverklaring” van “alle beslissingen m.b.t. het niet-slagen voor de test ter afsluiting van de gecertificeerde opleiding FI03 ‘Toepassing van de algemene principes van het fiscale recht’”, wat niet anders kan worden begrepen dan dat de bedoelde beslissingen worden ingetrokken. Ook de beslissing van het OFO van 7 juli 2008 met betrekking tot het niet-slagen van de verzoeker, die hem wél een nadeel berokkent, is aldus ingetrokken. De intrekking van een beslissing heeft tot gevolg dat die beslissing ab initio uit het rechtsverkeer verdwijnt. Ze wordt geacht nooit te zijn genomen. Te dezen betekent dit dat de beslissing van het OFO van 7 juli 2008, waarbij de verzoeker niet-geslaagd wordt verklaard voor de certifiëringstest, omwille van de intrekkingsbeslissing van 5 februari 2009 ab initio uit het rechtsverkeer verdwijnt. De verzoeker wordt aldus teruggeplaatst in de toestand vóórdat de certifiëringstest plaatsvond, vermits in de intrekkingsbeslissing wordt vastgesteld dat de test die nog slechts op 28 van de 50 vragen steunt, niet valide, betrouwbaar of relevant kan zijn. De bestreden beslissing overweegt zelf dat de nietigverklaring (lees: de intrekking) tot gevolg heeft dat de betrokken ambtenaren in staat worden gesteld om “een niet-ingekorte geldigheidsperiode” te genieten, indien ze in de toekomst slagen voor een gecertificeerde opleiding. Met betrekking tot de verzoeker stelt de bestreden beslissing in het bijzonder dat “voor zover [hij] zich inschrijft of zich ondertussen ingeschreven heeft voor een gecertificeerde opleiding, [...] de geldigheidsdatum voor de berekening van de premie [zal] blijven vastliggen op de oorspronkelijke datum”. Ingevolge de bestreden beslissing krijgt de verzoeker derhalve alsnog de kans om te slagen voor een gecertificeerde opleiding en dit met behoud van “een niet-ingekorte geldigheidsperiode”. Het valt dan ook niet in te zien dat de bestreden beslissing een nadelige invloed zou hebben op de loopbaan van de verzoeker en zijn materiële en morele belangen zou schaden. Bij een eventuele vernietiging van de bestreden beslissing zou de beslissing van het OFO van 7 juli 2008, waarbij de verzoeker niet-geslaagd wordt verklaard voor de certifiëringstest en die hij niet met een beroep tot nietigverklaring bij de Raad van State heeft aangevochten, blijven bestaan. Hij zou dan géén kans meer krijgen om alsnog deel te nemen aan een nieuwe certifiëringstest met behoud, althans in het geval van een gunstig resultaat, van “een niet-ingekorte geldigheidsperiode”. IX-6266-5/6 De verzoeker heeft dan ook geen belang bij de vernietiging van de bestreden beslissing en zijn beroep is dienvolgens niet ontvankelijk. 2.
  10. De zaak wordt definitief beslecht met toepassing van artikel 93, derde lid, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. OM DIE REDENEN BESLIST DE Wnd. VOORZITTER : Artikel
  11. Het beroep tot nietigverklaring wordt verworpen. Artikel
  12. De kosten van het beroep tot nietigverklaring, bepaald op 175 euro, komen ten laste van de verzoeker. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op 14 juli juli 2009, door : de HH. B. THYS, staatsraad, wnd. kamervoorzitter, W. GEURTS, griffier. De griffier, De voorzitter, W. GEURTS. B. THYS. IX-6266-6/6 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.195.248 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.