id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 14 juli 2009 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.195.249 Rolnummer: A. 191253/IX-6198 Zaak: Arrest 195249 - Federaal openbaar ambt - Aanwerving en loopbaan - 14/07/2009 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2009-07-28 Raadplegingen: 58 - laatst gezien 2026-06-30 03:24 Fiche Arrest nr 195.249 van 14 juli 2009 Openbaar ambt - Federaal openbaar ambt - Aanwerving en loopbaan Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 195.249 van 14 juli 2009 in de zaak A.191.253/IX-
- In zake : Arnoud VERMOESEN, die woonplaats kiest bij advocaat P. CRISPYN, kantoor houdende te MARIAKERKE, Mazestraat 16 tegen : de Belgische Staat, vertegenwoordigd door de minister van Binnenlandse Zaken, die woonplaats kiest bij advocaten P. LUYPAERS en H.-K. CARÊME, kantoor houdende te HEVERLEE, Industrieweg 4 bus
- --------------------------------------------------------------------------------------------------- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE IXe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat Arnoud VERMOESEN op 29 januari 2009 heeft ingediend om de schorsing te vorderen van de tenuitvoer- legging van “het besluit van de in artikel 7 van het KB van 12 oktober 2006 tot bepaling van het directiebrevet dat vereist is voor de bevordering tot de graad van hoofdcommissaris van politie bedoelde jury dewelke in toepassing van artikel 6 van voormeld KB heeft beslist dat verzoeker niet geslaagd is voor de promotieopleiding tot de graad van hoofdcommissaris van politie”; Gezien de nota van de verwerende partij; Gezien het verslag opgemaakt door adjunct-auditeur J. NEUTS; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan de partijen; Gelet op de beschikking van 16 maart 2009 waarbij de terecht- zitting wordt bepaald op 30 maart 2009; Gehoord het verslag van staatsraad B. THYS; IX-6198-1/9 Gehoord de opmerkingen van advocaat P. CRISPYN, die verschijnt voor de verzoeker, en van advocaat H.-K. CARÊME die, loco advocaat P. LUYPAERS, verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van adjunct-auditeur J. NEUTS, bij beslissing van 31 oktober 2008 van de auditeur-generaal gemachtigd om ter openbare terechtzitting advies te verlenen; Gelet op de artikelen 17 en 18 en titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, OVERWEEGT WAT VOLGT : Feiten 1.
- De verzoeker is commissaris van politie. Op 27 september 2007 wordt hij toegelaten tot de opleiding voor het behalen van het directiebrevet dat krachtens artikel 32, 3/, van de wet van 26 april 2002 houdende de essentiële elementen van het statuut van de personeelsle- den van de politiediensten en houdende diverse andere bepalingen met betrekking tot de politiediensten (hierna: de wet van 26 april 2002), vereist is voor een bevordering tot hoofdcommissaris. 1.
- Luidens het koninklijk besluit van 12 oktober 2006 tot bepaling van het directiebrevet dat vereist is voor de bevordering tot de graad van hoofdcom- missaris van politie (hierna: het koninklijk besluit van 12 oktober 2006), is de bedoelde “promotieopleiding HCP” gespreid over maximum twee academiejaren. Deze opleiding omvat: - lessen aan de nationale school voor officieren met een totale duur van ten minste 150 uren, die betrekking hebben op “leiding en beheer” (de rol van de leider, integratie in de interne en externe politionele omgeving, de ontwikkeling van de strategie) eensdeels en “leiding en coördinatie van politieoperaties inzake gerechtelijke politie en bestuurlijke politie” anderdeels (artikel 29); - drie stages met elk een minimumduur van 100 uren, respectievelijk in de federale politie, de lokale politie en in privé-ondernemingen en/of overheidsinstellingen IX-6198-2/9 (artikel 30). Voor elk van de drie stages stelt de stagiair een activiteitenverslag op en de stagemeester een stageverslag (artikelen 32 en 33). Voor personeelsleden die tot de opleiding zijn toegelaten binnen de twee jaar na de inwerkingtreding van het voormelde koninklijk besluit, omvat de opleiding slechts één stage, namelijk de stage in privé-ondernemingen en/of overheidsinstellingen (artikel 43). Op het einde van de opleiding leggen de cursisten een examen af voor de jury. Dat examen omvat: - een geïntegreerde schriftelijke proef met betrekking tot de twee onderdelen van de lessenreeks; - een mondelinge proef bestaande uit de verdediging van de schriftelijke proef en bijkomende vragen betreffende de materie opgenomen in het opleidingsprogram- ma, de activiteiten- en stageverslagen evenals, eventueel, het verloop van de stage (artikel 35). De nationale school voor officieren staat in voor de verbetering van de schriftelijke proef (artikel 37). Na deliberatie beslist de jury over het al dan niet geslaagd zijn voor de opleiding. De jury baseert zich daarbij op een globale evaluatie van de schriftelijke en mondelinge proef, alsmede op de activiteiten- en stageverslagen (artikel 39). 1.
- De verzoeker volgt de voormelde opleiding, die één stage omvat. De verzoeker stelt over de stage een activiteitenverslag op. Zijn stagemeester stelt een stageverslag op. 1.
- Op het einde van de opleiding neemt de verzoeker deel aan het examen. Voor de schriftelijke proef verkrijgt de verzoeker vanwege de nationale school voor officieren de beoordeling “geschikt”. IX-6198-3/9 Deze beoordeling wordt voorafgegaan door de volgende overwegingen: “De probleemafbakening die de kandidaat hanteert is niet volledig conform de opdracht. Hij/zij schetst in de beeldvorming een aantal veronderstellingen, waar dan in de tekst niet verder wordt op ingegaan. Beperkte algemene SWOT- analyse met ook een luik van ontbrekende informatie. Daarna worden per organisatiedomein een aantal thema’s en aandachtspunten behandeld die leiden tot een argumentatiemodel, waarin aangestipt wordt wat prioritair (timing) is en wat belangrijk (impact op organisatie) is. Kritieke succesfactoren en omgaan met weerstanden wordt minder aan bod gebracht. Een communicatiestrategie wordt weergegeven. Weinig aanzetten over hoe capaciteitswinst kan geboekt worden en hoe dit aangewend zal worden voor de invulling van de basisfunctionaliteiten. Goede aanbreng in het laten functioneren van proceseigenaars, maar niet verder concreet ingevuld.” De mondelinge proef heeft plaats op 3 december
- Op dezelfde datum beslist de jury dat de verzoeker niet geslaagd is voor de promotieopleiding HCP. Deze beslissing steunt, benevens op de aanhaling van de toepasselijke wettelijke en reglementaire bepalingen, op de volgende motieven: “Gelet op het positieve verslag van de stagemeester; Gelet op de beoordeling ‘geschikt’ van de correctoren over zijn schriftelijke proef, maar waarbij dient benadrukt te worden dat de kandidaat een problee- mafbakening hanteert die niet conform de opdracht is, dat hij een te beperkte SWOT-analyse gebruikt, dat hij onvoldoende aandacht heeft voor de kritieke succesfactoren en voor het omgaan met weerstanden van het personeel en dat hij geen aanzet weet te geven hoe de capaciteitswinst bij de basisfunctionaliteit kan ingevuld worden; Gelet op de onvoldoende prestatie van de kandidaat VERMOESEN Arnoud tijdens de mondelinge proef van 03 december 2008, waarbij dient opgemerkt te worden dat de kandidaat oppervlakkig antwoordde en de leemtes van de schriftelijke proef niet volledig kon invullen.” Dit is de bestreden beslissing. De verzoeker ondertekent ze op 5 december 2008 voor ontvangst. Ontvankelijkheid 2.
- De verwerende partij werpt in haar nota een exceptie van onontvankelijkheid op. Zij voert aan dat de vordering niet ontvankelijk is omdat de IX-6198-4/9 verzoeker heeft nagelaten om overeenkomstig artikel 2, § 2, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, melding te maken van de taalrol waartoe hij behoort. 2.
- Vermits hierna zal blijken dat alvast één van de grondvoorwaar- den voor het bevelen van de schorsing niet is vervuld, dient deze exceptie in de huidige stand van de rechtspleging niet nader te worden onderzocht. Grondvoorwaarden voor het bevelen van de schorsing 3.
- Overeenkomstig artikel 17, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State kan slechts tot de schorsing van de tenuitvoerlegging worden besloten onder de dubbele voorwaarde dat ernstige middelen worden aangevoerd die de vernietiging van de aangevochten beslissing kunnen verantwoorden en dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de beslissing een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen. 3.
- De verzoeker zet het moeilijk te herstellen ernstig nadeel dat hij ingevolge de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing meent te kunnen lijden, in zijn verzoekschrift als volgt uiteen: “[...] Sedert de roemruchte politiehervorming betreft dit de eerste opleidingscy- clus tot het behalen van het directiebrevet zoals bedoeld in artikel 32, 3/, van de wet van 26 april
- Een nieuwe opleidingscyclus is nog niet aangekondigd en zal mogelijks nog een groot aantal jaren aanslepen. Het blijkt immers dat deze opleiding grondig geëvalueerd dient te worden en de vaste commissie lokale politie acht een volledige herziening en een herwerkt KB tegen het jaar 2010 noodzakelijk. [...] Het is evident dat de start van een nieuwe selectie en opleiding dan nog later zal plaatsvinden. De facto komt het er dan op neer dat statistisch gezien de selectie en opleiding één maal om de 10 jaar (ten vroegste) zal zijn georganiseerd. Hier komt bij dat vele lokale politiezones en diensten hebben gewacht tot het afstuderen van de eerste lichting promotie directiebrevet om plaatsen als hoofdcommissaris vacant te verklaren. In de mobiliteitscyclus van december 2008 werden 23 plaatsen vacant verklaard waarvoor Nederlandstalige kandidaten HCP met directiebrevet in aanmerking komen. Hetzelfde wordt verwacht voor de mobiliteitscyclus van
- Hierbuiten zijn er amper of geen opportuniteiten. Door de bestreden beslissing ontbeert verzoeker het noodzakelijk instru- mentarium teneinde zijn carrière uit te bouwen, waardoor deze in het slop dreigt te geraken. IX-6198-5/9 De tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing leidt ertoe dat verzoeker niet kan kandideren voor opengestelde plaatsen als hoofdcommissaris en gelet op de verwachte bijsturingen in het opleidingssysteem valt te verwachten dat zulks minstens voor vele jaren zo zal zijn. Dit nadeel is op zichzelf ernstig. Het is bovendien moeilijk te herstellen. Een geldelijke genoegdoening, achteraf, kan nooit een volledige compensatie bieden voor de samengestelde schade die wordt opgelopen, en die van persoonlijke, morele en materiële aard is. Hierbij mag niet uit het oog worden verloren dat het in casu de eerste opleidingscyclus is terzake het bekomen van het directiebrevet en dat dienovereenkomstig alle ogen binnen het politielandschap gericht zijn op diegenen die het brevet bekomen en diegenen die het niet bekomen. In acht genomen de totale miskenning van de opleiding, de procedure en de wijze van examineren opzichtens zoals het zou moeten, is de stigmatisering van verzoeker als ‘gebuisde’ in deze eerste cyclus van een dergelijke orde dat het moreel en persoonlijk nadeel dat eraan verbonden is -benevens de derving van carrièremogelijkheden- onmogelijk kan worden hersteld middels een eventueel latere vernietiging. Het kwaad zal dan immers zijn geschied, de stigmatisering een feit.” 3.
- De verwerende partij repliceert in haar nota dat volgens vaste rechtspraak van de Raad van State het risico op het niet-slagen voor een selectie of een examen inherent is aan iedere selectie en examen. Voorts laat zij gelden dat de verzoeker zwijgt over zijn leeftijd en nog vele jaren van zijn pensioen verwijderd lijkt. Volgens de verwerende partij maakt de verzoeker alleszins niet aannemelijk dat indien hij moet wachten op een vernietiging van de bestreden beslissing, hij geen enkele kans meer heeft om nog tijdens zijn loopbaan een promotie te verkrijgen. De verwerende partij wijst erop dat voor de aanwijzing in een mandaatfunctie, krachtens artikel 71, eerste lid, 5/, van de wet van 26 april 2002, een leeftijdsgrens van 60 jaar geldt en dat voor de bevordering van een commissaris van politie tot hoofdcommissaris in artikel 32 van die wet geen leeftijdsgrens is bepaald. De verwerende partij betoogt dat het bovendien niet volstaat houder te zijn van een directiebrevet zoals bedoeld in het koninklijk besluit van12 oktober 2006 om toegang tot de voormelde functies te verkrijgen. Zij wijst erop dat er een vacante betrekking moet zijn en dat de titularissen van de mandaten overeenkomstig artikel 73 van de wet van 26 april 2002 worden aangewezen onder de kandidaten die door een selectiecommissie geschikt worden bevonden. Ten slotte stelt de verwerende partij dat het door de verzoeker aangevoerde morele nadeel, dat slechts voortvloeit uit de teleurstelling één van de IX-6198-6/9 zeven studenten te zijn die niet geslaagd zijn voor de promotieopleiding, kan worden hersteld door de morele genoegdoening die een vernietigingsarrest verleent. 3.4.
- De verzoeker ziet het moeilijk te herstellen ernstig nadeel dat hij ingevolge de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing lijdt, vooreerst hierin gelegen dat een nieuwe opleiding voor het behalen van het directiebrevet bedoeld in artikel 32, 3/, van de wet van 26 april 2002 nog niet is aangekondigd en mogelijk nog vele jaren op zich zal laten wachten, te meer daar de Vaste Commissie van de Lokale Politie een volledige herziening van het koninklijk besluit van 12 oktober 2006 noodzakelijk acht. Bij ontstentenis van concrete gegevens die verzoekers vrees op een langdurig uitblijven van een nieuwe promotieopleiding kunnen staven, is het aldus aangevoerde nadeel echter louter hypothetisch. Voor zover het wordt toegeschreven aan een mogelijke herziening van het koninklijk besluit van 12 oktober 2006, komt het bovendien niet rechtstreeks voort uit de bestreden beslissing. 3.4.
- De verzoeker laat voorts gelden dat zijn loopbaan in het slop dreigt te geraken, doordat vele lokale politiezones hebben gewacht op de eerste lichting afgestudeerden van de promotieopleiding HCP om betrekkingen van hoofdcommissaris vacant te verklaren en hij zich daarvoor geen kandidaat kan stellen. De omstandigheid dat de loopbaan van de verzoeker mogelijk een vertraging oploopt, getuigt als zodanig niet van een ernstig nadeel dat na een vernietigingsarrest niet of nog slechts moeilijk kan worden hersteld. Het nadeel dat voortkomt uit een vertraging in de loopbaan, is inherent aan elke gemiste kans op een bevordering en kan in beginsel niet als een moeilijk te herstellen ernstig nadeel worden gekwalificeerd. Met de verwerende partij moet worden vastgesteld dat de verzoeker niet aannemelijk maakt dat indien hij moet wachten op een eventueel vernietigingsarrest, hij geen kans meer heeft om alsnog een bevordering tot hoofdcommissaris te verkrijgen. 3.4.
- De verzoeker voert ten slotte een moreel nadeel aan. Hij stelt dat, vermits de promotieopleiding in het kader waarvan de bestreden beslissing werd genomen de eerste was die tot de toekenning van een directiebrevet kon leiden, alle ogen binnen het politielandschap gericht zijn op diegenen die het brevet hebben IX-6198-7/9 verkregen en diegenen die dat niet hebben verkregen. Hij argumenteert voorts dat “in acht genomen de totale miskenning van de opleiding, de procedure en de wijze van examineren” de stigmatisatie die hij ondergaat van een dergelijke orde is dat ze onmogelijk kan worden hersteld na een eventuele vernietiging. Een moreel nadeel is in beginsel herstelbaar door de morele genoegdoening die door een vernietigingsarrest wordt verschaft. Het komt aan de verzoeker toe om aan de hand van concrete en precieze gegevens aan te tonen dat er in zijn geval uitzonderlijke omstandigheden zijn die ertoe nopen anders te oordelen. Voor zover de verzoeker aanvoert dat “alle ogen binnen het politielandschap gericht zijn op diegenen die het brevet bekomen en diegenen die het niet bekomen”, moet worden opgemerkt dat deze argumentatie niet meer is dan een algemene bewering die geenszins aannemelijk maakt dat hij te dezen, ingevolge de bestreden beslissing, persoonlijk een zodanige stigmatisatie ondergaat dat een eventueel vernietigingsarrest er niet zou kunnen aan verhelpen. Waar de verzoeker ter staving van de beweerde stigmatisatie verwijst naar “de totale miskenning van de opleiding, de procedure en de wijze van examineren”, lijkt de verzoeker het desbetreffende nadeel te verbinden met de ernst van de aangevoerde middelen. Het vereiste dat de verzoeker ernstige middelen moet aanvoeren enerzijds en het vereiste dat de verzoeker moet aantonen ingevolge de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing een moeilijk te herstellen ernstig nadeel te kunnen lijden anderzijds, zijn echter twee van elkaar te onderscheiden schorsingsvoorwaarden, die in beginsel afzonderlijk moeten worden beoordeeld. De door de verzoeker aangevoerde onwettigheid van de bestreden beslissing is niet zo duidelijk vast te stellen dat zij, uitzonderlijk, toch zou kunnen worden betrokken bij de beoordeling van het moeilijk te herstellen ernstig nadeel. 3.4.
- Uit wat voorafgaat moet worden besloten dat de verzoeker niet aantoont ingevolge de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing een moeilijk te herstellen ernstig nadeel te kunnen lijden. Derhalve is niet voldaan aan alvast één van de twee cumulatieve grondvoorwaarden voor het bevelen van de schorsing, bepaald in artikel 17, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State. IX-6198-8/9 OM DIE REDENEN BESLIST DE Wnd. VOORZITTER: Artikel
- De vordering tot schorsing wordt verworpen. Artikel
- De uitspraak over de bijdrage in de betaling van de kosten van de vordering tot schorsing wordt uitgesteld. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op 14 juli 2009, door: de HH. B. THYS, staatsraad, wnd. kamervoorzitter, W. GEURTS, griffier. De griffier, De voorzitter, W. GEURTS. B. THYS. IX-6198-9/9 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.195.249 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2012:ARR.217.904 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.