id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 14 juli 2009 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.195.254 Rolnummer: A. 192501/XIV-33059 Zaak: Arrest 195254 - Leger en bijzondere korps - Aanwerving en loopbaan - 14/07/2009 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2009-07-30 Raadplegingen: 70 - laatst gezien 2026-06-30 03:24 Fiche Arrest nr 195.254 van 14 juli 2009 Openbaar ambt - Leger en bijzondere korps - Aanwerving en loopbaan Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 195.254 van 14 juli 2009 in de zaak A. 192.501/IX-
- In zake : Herman ROGGEMAN, die woonplaats kiest bij advocaat C. FLAMEND, kantoor houdende te MEISE, Vilvoordsesteenweg 101 tegen : de stad AALST, die woonplaats kiest bij advocaat T. DE SUTTER, kantoor houdende te GENT, Koning Albertlaan
- --------------------------------------------------------------------------------------------------- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE IXe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat Herman ROGGEMAN op 4 mei 2009 heeft ingediend om de schorsing te vorderen van de tenuitvoerlegging van de beslissing van de burgemeester van de stad Aalst van 4 maart 2009 waarbij hem bij ordemaatregel een voorlopige schorsing wordt opgelegd gedurende vier maanden met ingang van 24 februari 2009; Gezien de nota van de verwerende partij; Gezien het verslag opgemaakt door auditeur G. DE BLEECKERE; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan de partijen; Gelet op de beschikking van 17 juni 2009 waarbij de terechtzitting wordt bepaald op 29 juni 2009; Gehoord het verslag van staatsraad B. THYS; IX-6352 -1/8 Gehoord de opmerkingen van advocaat V. BECKERS die, loco advocaat C. FLAMEND, verschijnt voor de verzoeker, en van advocaat W. LAMMENS die, loco advocaat T. DE SUTTER, verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van auditeur G. DE BLEECKERE; Gelet op de artikelen 17 en 18 en titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, OVERWEEGT WAT VOLGT : Feiten 1.
- De verzoeker is op het ogenblik van de bestreden beslissing inspecteur bij de lokale politie te Aalst. 1.
- Op 13 februari 2009 wordt de verzoeker gedagvaard om te verschijnen voor de Correctionele Rechtbank te Dendermonde wegens onder meer feiten van belaging. 1.
- Met verwijzing naar deze dagvaarding neemt de plaatsvervangend korpschef van de lokale politie te Aalst op 20 februari 2009 een “maatregel van inwendige orde” ten aanzien van de verzoeker, waarbij hem onder meer zijn dienstwapen wordt ontnomen en hem binnendienst wordt opgelegd. 1.
- Op dezelfde datum geeft de plaatsvervangend korpschef aan de verzoeker het bevel om op 23 februari 2009 de arbeidsgeneesheer te consulteren. De verzoeker geeft hieraan geen gevolg. 1.
- Op 24 februari 2009 beslist de korpschef de verzoeker bij hoogdringendheid voorlopig te schorsen met ingang van 24 februari 2009 om 12.00u, zonder inhouding van wedde. IX-6352 -2/8 De korpschef steunt zijn beslissing op de volgende feitelijke gegevens: “In voornoemd gerechtelijk dossier bent u door het parket gedagvaard om te verschijnen ter zitting van de correctionele rechtbank d.d. 3 maart 2009 voor feiten van stalking. Naar aanleiding van voornoemd gerechtelijk dossier heb ik als korpschef van de lokale politie Aalst kennis gekregen van bepaalde elementen waaruit blijkt dat u een gevaar zou kunnen betekenen voor uzelf, uw collega’s en derden. Op 20 februari 2009 werden u twee documenten overhandigd, die u tekende voor ontvangst. Het betrof enerzijds een maatregel van inwendige orde (MIO-6) waarbij uw dienstwapen voorlopig werd ingehouden, de individuele dienstbewapening werd verwijderd uit uw individuele wapenkast, u het verbod werd opgelegd te beschikken over de collectieve bewapening van het korps en u binnendienst werd opgelegd en anderzijds het bevel tot consultatie van de arbeidsgeneesheer op 23 februari 2009 om 12.45 uur. U weigerde het bevel om u aan te bieden bij de arbeidsgeneesheer op te volgen. Dit medisch onderzoek had kunnen aantonen dat mijn bezorgdheid onterecht was. Doordat u zich aan dit onderzoek onttrokken heeft, zie ik mij genoodzaakt bijkomende maatregelen te treffen om zowel uw veiligheid als die van uw collega’s en derden, evenals de goede werking van de dienst te kunnen vrijwaren.” 1.
- Op 26 februari 2009 wordt de verzoeker door de plaatsvervangend korpschef over deze feiten gehoord. Ter gelegenheid van dat verhoor legt hij een schriftelijke verklaring neer. 1.
- Op 4 maart 2009 beslist de burgemeester van de stad Aalst om de voorlopige schorsing die aan de verzoeker op 24 februari 2009 bij hoogdringendheid door de korpschef werd opgelegd, te bevestigen. Hij bepaalt de duur van de voorlopige schorsing op vier maanden vanaf 24 februari
- Dit is de bestreden beslissing. Ze steunt op de volgende motieven: “Gelet op de feitelijke elementen vervat in het dossier; Overwegende, enerzijds, het bestaan van een strafrechtelijke vervolging die lastens u werd ingesteld ingevolge het gerechtelijk dossier met notitienummer DE.53.LC.006119/2007; Overwegende, anderzijds, dat uw aanwezigheid in de dienst van de lokale politie Aalst onverenigbaar is met het belang van de dienst, doordat er volgens IX-6352 -3/8 het Parket van de Procureur des Konings elementen bestaan om aan te nemen dat u een gevaar zou kunnen betekenen voor uzelf, uw collega’s en derden; Gelet op de dringende noodzaak, gemotiveerd door de omstandigheid dat uw aanwezigheid op de werkvloer uw eigen veiligheid, die van uw collega’s en derden in het gedrang zou kunnen brengen; Gelet op het feit dat het in de gegeven omstandigheden niet mogelijk is u op een andere dienst te werk te stellen, omdat de veiligheid van personen niet gegarandeerd kan worden; Overwegende dat de dringende voorlopige schorsing geen straf is, maar een middel om de goede werking van de dienst (in dit geval de veiligheid van betrokkene, collega’s en derden) niet in het gedrang te brengen; Overwegende dat aan de wettelijke voorwaarden inzake de voorlopige schorsing is voldaan.” De verzoeker ondertekent deze beslissing op 5 maart 2009 voor kennisneming en ontvangst. 1.
- Op 19 juni 2009 beslist de burgemeester de voorlopige schorsing van de verzoeker met vier maanden te verlengen. Ontvankelijkheid 2.
- De verwerende partij werpt in haar nota een exceptie van onontvankelijkheid van de vordering op, gesteund op een gebrek aan belang in hoofde van de verzoeker. Zij betoogt dat de bestreden beslissing op 24 juni 2009 haar uitwerking verliest, maar dat de verzoeker tot en met 14 juli 2009 in Brazilië verblijft, zodat de uitvoering van de bestreden beslissing hem geen nadeel kan berokkenen dat de schorsing ervan kan verantwoorden. Voorts laat zij gelden dat de bestreden beslissing grotendeels of volledig zal zijn uitgevoerd op het ogenblik dat de Raad van State over de vordering uitspraak doet en dat hieraan niet vreemd is dat de verzoeker tot 30 april 2009 (lees: 4 mei 2009) heeft gewacht om de vordering in te dienen. Zij stelt dat een eventuele verlenging van verzoekers voorlopige schorsing, losstaat van de bestreden beslissing en op het geëigende ogenblik kan worden bestreden. Zij verwijst ten slotte naar haar standpunt met betrekking tot de schorsingsvoorwaarde van het moeilijk te herstellen ernstig nadeel. 2.
- De bestreden beslissing legt aan de verzoeker bij ordemaatregel een voorlopige schorsing op gedurende vier maanden met ingang van 24 februari 2009 om 12.00u. De opgelegde schorsing is derhalve geëindigd op 24 juni
- IX-6352 -4/8 Een schorsingsarrest heeft slechts uitwerking voor de toekomst en kan een nadeel dat door de verzoeker reeds volledig werd ondergaan niet meer goedmaken. Vanuit dat oogpunt kan een schorsing van de bestreden beslissing voor de verzoeker alleen dan nog nuttig zijn wanneer blijkt dat het oorspronkelijke nadeel, waarvan de ernst en het moeilijk te herstellen karakter zou zijn aangetoond, op het ogenblik van de uitspraak over de vordering tot schorsing nog voortduurt. In zoverre hangt de exceptie samen met één van de grondvoorwaarden voor het bevelen van de schorsing, namelijk deze betreffende het moeilijk te herstellen ernstig nadeel. Grondvoorwaarden voor het bevelen van de schorsing
- Overeenkomstig artikel 17, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State kan slechts tot de schorsing van de tenuitvoerlegging worden besloten onder de dubbele voorwaarde dat ernstige middelen worden aangevoerd die de vernietiging van de aangevochten beslissing kunnen verantwoorden en dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de beslissing een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen. 3.
- De verzoeker situeert het moeilijk te herstellen ernstig nadeel dat hij ingevolge de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing meent te kunnen lijden op drie vlakken. Vooreerst voert hij aan dat hij ingevolge de bestreden beslissing met toepassing van artikel VIII.II.6 van het koninklijk besluit van 30 maart 2001 tot regeling van de rechtspositie van het personeel van de politiediensten in de administratieve stand van non-activiteit is geplaatst. Dit impliceert dat hij geen betrekking meer kan ambiëren in het kader van de mobiliteit, terwijl hij nochtans ‘‘volop bezig’’ is om via selectieproeven in het kader van de mobiliteit een andere functie te verkrijgen binnen de federale politie. Voorts betoogt de verzoeker dat de strafrechtelijke procedure voor de correctionele rechtbank wellicht nog enige tijd zal aanslepen, waardoor het risico zeer groot is dat de verwerende partij de voorlopige schorsing zal verlengen. Ten slotte stelt de verzoeker dat de bestreden beslissing hem een belangrijk moreel nadeel berokkent en zijn reputatie zwaar aantast, zowel ten IX-6352 -5/8 aanzien van zijn gezin, als ten aanzien van zijn collega’s, vrienden, familie en kennissen. 3.
- De verwerende partij repliceert in haar nota dat de verzoeker ingevolge zijn verblijf in het buitenland hoe dan ook geen kandidaat kan zijn voor het verkrijgen van een functie in het kader van de mobiliteit. Zij wijst er ook op dat de verzoeker geen concrete gegevens aanbrengt waaruit zijn deelname aan selectieproeven zou blijken. Volgens de verwerende partij is de verlenging van verzoekers voorlopige schorsing wegens het aanslepen van de strafrechtelijke procedure louter hypothetisch en komt het nadeel dat daarmee samenhangt, niet rechtstreeks voort uit de bestreden beslissing. Een eventuele verlenging van verzoekers voorlopige schorsing staat los van de bestreden beslissing en kan op het geëigende ogenblik nog worden bestreden. Met betrekking tot het aangevoerde morele nadeel, stelt de verwerende partij dat dit kan worden goedgemaakt door een eventueel vernietigingsarrest. Beoordeling 3.3.
- Het aangevoerde nadeel dat de bestreden beslissing de verzoeker verhindert om zich kandidaat te stellen voor het verkrijgen van een andere betrekking bij mobiliteit, is strikt verbonden met de duur van de schorsing, die te dezen is geëindigd op 24 juni
- Weliswaar is de verzoeker ook daarna voorlopig geschorst gebleven en is hij derhalve nog steeds uitgesloten van de mogelijkheid om bij mobiliteit een andere functie te verkrijgen. Die uitsluiting kan echter niet meer aan de bestreden beslissing worden toegeschreven, maar slechts aan de verlenging van verzoekers preventieve schorsing bij beslissing van de burgemeester van 19 juni 2009, die op zich bestaat. Een schorsing van de bestreden beslissing kan dienvolgens niet verhelpen aan dit aangevoerde nadeel, nog daargelaten of het ernstig en moeilijk te herstellen is. IX-6352 -6/8 3.3.
- Het argument van de verzoeker dat de strafrechtelijke procedure kan aanslepen, waardoor het risico zeer groot is dat zijn voorlopige schorsing wordt verlengd, toont geen nadeel aan dat rechtstreeks verband houdt met de uitvoering van de bestreden beslissing, die -het weze herhaald- op 24 juni 2009 is geëindigd. 3.3.
- Een moreel nadeel is in beginsel herstelbaar door de morele genoegdoening die door een eventueel vernietigingsarrest wordt verschaft. Het komt aan de verzoeker toe om aan de hand van precieze en concrete gegevens aan te tonen dat er in zijn geval uitzonderlijke omstandigheden zijn die ertoe nopen anders te oordelen. De verzoeker brengt echter geen dergelijke omstandigheden aan. 3.3.
- Nu de bestreden beslissing volledige uitwerking heeft gehad en de verzoeker niet aantoont dat hij -óók na het verstrijken van de duur van de door de bestreden beslissing opgelegde voorlopige schorsing- nog een nadeel ondergaat dat ernstig én moeilijk te herstellen is en waaraan een schorsing van de bestreden beslissing alsnog zou kunnen verhelpen, moet worden besloten dat hij geen belang meer heeft bij zijn vordering tot schorsing. OM DIE REDENEN BESLIST DE Wnd. VOORZITTER: Artikel
- De vordering tot schorsing wordt verworpen. Artikel
- De uitspraak over de bijdrage in de betaling van de kosten van de vordering tot schorsing wordt uitgesteld. IX-6352 -7/8 Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op 14 juli 2009, door: de HH. B. THYS, staatsraad, wnd. kamervoorzitter, W. GEURTS, griffier. De griffier, De voorzitter, W. GEURTS. B. THYS. IX-6352 -8/8 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.195.254 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.