← België

Arrest 195255 - Individuele akten (fiscaliteit) - 14/07/2009

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 14 juli 2009 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.195.255 Rolnummer: A. 192311/IX-6335 Zaak: Arrest 195255 - Individuele akten (fiscaliteit) - 14/07/2009 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2009-07-29 Raadplegingen: 56 - laatst gezien 2026-06-30 03:24 Fiche Arrest nr 195.255 van 14 juli 2009 Fiscaliteit - Individuele akten (fiscaliteit) Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 195.255 van 14 juli 2009 in de zaak A. 192.311/IX-

  1. In zake : Aviho NEUMARK, die woonplaats kiest bij advocaten K. LEUS en H. VANDERMEERSCH, kantoor houdende te BRUSSEL, Louizalaan 99 tegen : de Belgische Staat, vertegenwoordigd door de minister van Financiën. --------------------------------------------------------------------------------------------------- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE IXe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat Aviho NEUMARK op 21 april 2009 heeft ingediend om de schorsing te vorderen van de tenuitvoerlegging van de beslissing van 20 februari 2009 van de FOD Financiën, Belastingen en Invorderin- gen, Bijzondere Belastingsinspectie, houdende de weigering tot inzage van het integrale administratieve dossier op grond van artikel 6, § 1, 5/, van de wet betreffende de openbaarheid van bestuur van 11 april 1994; Gezien de nota van de verwerende partij; Gezien het verslag opgemaakt door adjunct-auditeur A. VAN STEENBERGE; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen; Gelet op de beschikking van 29 juni 2009 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 6 juli 2009; Gehoord het verslag van staatsraad D. MOONS; Gehoord de opmerkingen van advocaat H. VANDERMEERSCH, en van advocaat A. BAEYENS, loco advocaat K. LEUS, die verschijnen voor de IX-6335-1/5 verzoeker, en van inspecteur J. DE VLEESCHOUWER, die verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het andersluidend advies van adjunct-auditeur A. VAN STEENBERGE, bij beslissing van 31 oktober 2008 van de auditeur- generaal gemachtigd om ter openbare terechtzitting advies te verlenen; Gelet op de artikelen 17 en 18 en titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, OVERWEEGT WAT VOLGT : Feiten 1.
  2. Op 27 juni 2008 heeft de Duitse overheid inlichtingen omtrent de verzoeker overgemaakt aan de bijzondere belastingsinspectie. Volgens deze inlichtingen zou blijken dat de verzoeker “beneficial owner” is van de Amves Foundation, gevestigd in Liechtenstein. Het blijkt niet dat de Amves Foundation zou zijn vereffend na het inkomstenjaar 2002, waardoor de mogelijkheid bestaat dat de verzoeker inkomsten van buitenlandse oorsprong heeft ontvangen tijdens de inkomstenjaren 2003 en 2004 zonder dat hij die heeft aangegeven. Bij aangetekende brief van 1 oktober 2008 laat de bijzondere belastingsinspectie aan de verzoeker weten dat er conform artikel 333, derde lid, van het Wetboek Inkomstenbelastingen van 1992 (hierna WIB ’92) bijkomende onderzoeksdaden worden verricht. Bij aangetekende brief van dezelfde datum vraagt de bijzondere belastingsinspectie aan de verzoeker op grond van artikel 316 WIB ’92 om binnen één maand na verzending van de aanvraag schriftelijk alle inlichtingen te verstrek- ken die van hem worden gevorderd met het oog op het onderzoek van zijn fiscale toestand. De vragen hebben betrekking op de inkomsten die op buitenlandse rekeningen staan. In de brief wordt gewezen op de mogelijke sancties indien de brief niet wordt beantwoord binnen de voorgeschreven termijn. Er wordt gewezen op mogelijke administratieve boeten, strafrechtelijke sancties en de mogelijkheid voor de belastingsadministratie om ambtshalve een aanslag te vestigen conform de artikelen 351 en 352 WIB ’
  3. IX-6335-2/5 1.
  4. Bij aangetekende brief van 17 november 2008 deelt de bijzondere belastingsinspectie mee dat zij voornemens is om een administratieve boete van 625 euro op te leggen omdat de verzoeker heeft nagelaten te antwoorden op de door haar gestelde vragen. 1.
  5. De raadsman van de verzoeker deelt bij aangetekende brief van 8 januari 2009 mee dat alvorens te kunnen antwoorden op de vraag om inlichtingen, hij inzage van het volledige fiscale dossier wenst te bekomen. 1.
  6. Bij aangetekende brief van 12 januari 2009 deelt de bijzondere belastingsinspectie mee dat de inzage in het fiscaal dossier wordt geweigerd. Deze weigering steunt op de volgende redengeving : “De inzage in het verdere fiscaal dossier wordt u geweigerd op grond van artikel 6, § 1, 5/, van de wet betreffende de openbaarheid van bestuur d.d. 11 april 1994 dat stelt dat het belang van de openbaarheid niet opweegt tegen de bescherming van het belang van de opsporing of vervolging van strafbare feiten. Gezien het dossier zich in de opsporingsfase bevindt waaruit strafbare feiten blijken, is de Administratie van mening dat het belang van de openbaarheid van de inlichtingen niet opweegt tegen het belang van de bescherming van de opsporing of vervolging van de strafbare feiten.” De verzoeker dient op 19 januari 2009 een verzoek tot heroverwe- ging in bij de bijzondere belastingsinspectie. 1.
  7. De bijzondere belastingsinspectie maakt op 30 januari 2009 nogmaals haar voornemen bekend om een administratieve geldboete op te leggen van 625 euro. 1.
  8. De bijzondere belastingsinspectie deelt bij aangetekende brief van 20 februari 2009 mee dat zij niet wenst in te gaan op het verzoek tot heroverweging. Deze weigeringsbeslissing is onder meer gesteund op de volgende overwegingen : “De Administratie blijft bij haar standpunt zijnde dat de inzage in het fiscaal dossier wordt geweigerd op grond van artikel 6, § 1, 5/, van de wet betreffende de openbaarheid van bestuur d.d. 11 april
  9. Dit artikel stelt immers dat het belang van de openbaarheid niet opweegt tegen de bescherming van het belang van de opsporing of vervolging van strafbare feiten. IX-6335-3/5 Gezien het dossier zich in de opsporingsfase bevindt waaruit strafbare feiten blijken, is de Administratie van mening dat het belang van de openbaarheid van inlichtingen niet opweegt tegen het belang van de bescherming van de opsporing of vervolging van de strafbare feiten.” 1.
  10. Dit is de bestreden beslissing. Onderzoek van de vordering tot schorsing
  11. Overeenkomstig artikel 17, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State kan slechts tot de schorsing van de tenuitvoerlegging worden besloten onder de dubbele voorwaarde dat ernstige middelen worden aangevoerd die de vernietiging van de aangevochten beslissing kunnen verantwoorden en dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de beslissing een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen. 2.
  12. Wat de tweede voorwaarde betreft, met name het moeilijk te herstellen ernstig nadeel, blijkt uit het verzoekschrift tot schorsing samengelezen met de nota van de verwerende partij dat de verzoeker enkel een hypothetisch financieel nadeel inroept dat geen steun vindt in het administratief dossier en dat op het tijdstip van uitspraak van huidig arrest niet bestaat. Volgens een vaste rechtspraak van de Raad van State is een financieel nadeel niet moeilijk te herstellen en dient een fundamenteel onderscheid te worden gemaakt tussen het middel dat ernstig wordt bevonden en een onbestaand nadeel, wat concreet betekent dat pas tot schorsing kan worden overgegaan als beide voorwaarden cumulatief zijn vervuld, wat te dezen niet het geval is. In de huidige stand van de procedure, die door een zekere “mistigheid” en onduidelijkheid wordt gekenmerkt, wat ook is gebleken uit de debatten, toont de verzoeker geen moreel nadeel aan dat moeilijk te herstellen is, vermits hem op dit ogenblik niets ten laste wordt gelegd dat betrekking heeft op zijn persoonlijk gedrag. 2.
  13. Bijgevolg is niet voldaan aan de tweede cumulatieve voorwaarde van voornoemd artikel 17, §
  14. Deze vaststelling volstaat om de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing te verwerpen. IX-6335-4/5 OM DIE REDENEN BESLIST DE Wnd. VOORZITTER : Artikel
  15. De vordering tot schorsing wordt verworpen. Artikel
  16. De uitspraak over de bijdrage in de betaling van de kosten van de vordering tot schorsing wordt uitgesteld. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op 14 juli 2009, door : de HH. D. MOONS, staatsraad, wnd. kamervoorzitter, W. GEURTS, griffier. De griffier, De voorzitter, W. GEURTS. D. MOONS. IX-6335-5/5 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.195.255 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.208.390 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.