← België

Arrest 195259 - Overheidsopdrachten - 14/07/2009

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 14 juli 2009 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.195.259 Rolnummer: A. 85813/XII-2170 Zaak: Arrest 195259 - Overheidsopdrachten - 14/07/2009 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2009-07-30 Raadplegingen: 59 - laatst gezien 2026-06-30 03:24 Fiche Arrest nr 195.259 van 14 juli 2009 Overheidsopdrachten en openbare werken - Overheidsopdrachten Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 195.259 van 14 juli 2009 in de zaak A. 85.813/XII-

  1. In zake : de NV BMX COMPUTERS, met maatschappelijke zetel te Wemmel, J. De Ridderlaan 55 tegen : het BRUSSELS INSTITUUT VOOR MILIEUBEHEER, instelling van publiek recht. --------------------------------------------------------------------------------------------------- D E R A A D V A N S T A T E, XIIe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat de nv BMx Computers op 29 juli 1999 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van de beslissing van het Brussels Instituut voor Milieubeheer, instelling van publiek recht, “waarbij de inschrijving van de verzoekende partij werd geweerd omdat zij niet zou hebben voldaan aan de kwalitatieve selectiecriteria en de opdracht aldus werd gegund aan respectievelijk Elonex en Getronics en aan de verzoekende partij ter kennis gebracht op 02.06.1999” in een gunningsprocedure betreffende de levering en installatie van informaticamateriaal; Gezien de memories van antwoord en van wederantwoord; Gezien het verslag opgesteld door eerste auditeur J. Stevens; Gelet op de beschikking van 1 oktober 2002 die de neerlegging ter griffie van het verslag en van het dossier gelast; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan de partijen en gezien de laatste memories; Gelet op de beschikking van 11 december 2008 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 27 januari 2009; Gehoord het verslag van kamervoorzitter D. Verbiest; XII-2170-1/5 Gehoord de opmerkingen van advocaat M. Buekens, die verschijnt voor verzoekende partij, en van advocaat J. Zanardi, die verschijnt voor verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van eerste auditeur J. Stevens; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, OVERWEEGT WAT VOLGT : De gegevens van de zaak
  2. De verwerende partij schrijft een openbare aanbesteding uit voor de “levering en installatie van informaticamateriaal ter aanvulling of vervanging van het bestaande materiaal op het Instituut”, bekendgemaakt in het Bulletin der Aanbestedingen van 19 maart
  3. De opdracht bestaat uit zes loten. De loten 1 tot en met 4 omvatten de levering en plaatsing van verschillende aantallen “compatibele PC’s”, lot 5 de levering en plaatsing van “4 compatibele draagbare PC’s” en lot 6 de levering en plaatsing van “5 compatibele PC’s voor grafische toepassingen”. Het bestek bepaalt onder meer het volgende : “C. Andere deelnemingscriteria De inschrijver moet het volgende bij zijn inschrijving voegen: [...]
  4. Een certificaat dat de conformiteit met de ISO-normen aantoont”. In de Franstalige versie van het bestek wordt er vereist: “
  5. Une certification ISO dans les domaines concernés par le présent marché”.
  6. De verzoekende partij dient een offerte in die betrekking heeft op de zes loten. Bij haar offerte voegt zij een stuk dat betrekking heeft op componenten gebruikt in de door haar voorgestelde computers, waarin wordt gesteld : “
  7. Conformiteit ISO XII-2170-2/5 Het materiaal wordt conform de ISO-normen geleverd. Al onze ‘key’-componenten (mainboard MSI, processor Intel, hard disk Seagate, floppy disk en keyboard Mitsumi, CD-ROM BTC, ...) hebben ISO certifiering. (zie bijlage)”.
  8. Op 29 april 1999 worden de offertes geopend. Naast de verzoekende partij hebben zeven andere ondernemingen een offerte ingediend. De verwerende partij onderzoekt de offertes en maakt een verslag op (“rapport d’analyse des offres”). In dit verslag wordt besloten dat de offerte van de verzoekende partij dient te worden geweerd aangezien zij geen ISO-certificaat heeft ingediend dat betrekking heeft op haar activiteiten, doch enkel een certificaat heeft bijgevoegd aangaande de door haar gebruikte moederkaart. De verwerende partij acht dit geen voldoende bewijs van de kwaliteit van het volledige product van de verzoekende partij. In de toewijzingsbeslissing wordt besloten om de offerte van de verzoekende partij te weren aangezien zij niet voldoet aan het geheel van de kwalitatieve selectiecriteria. In het bijzonder wordt verwezen naar het gebrek aan ISO-certificatie van de onderneming. De loten van de opdracht worden aan andere inschrijvers toegewezen. Met een brief van 2 juni 1999 deelt de verwerende partij aan de verzoekende partij mee dat haar “inschrijving [...] niet werd geselecteerd”. Bij deze brief is een kopie van de toewijzingsbeslissing gevoegd. De gegrondheid van het beroep
  9. De verzoekende partij steunt een eerste middel op de schending van “artikel 110 van het K.B. van 08.01.1996 dat bepaalt dat de gunning plaatsvindt op basis van ... de gunningscriteria, nadat de geschiktheid van de inschrijvers of de kandidaten die niet zijn uitgesloten, door de aanbestedende overheid is nagegaan overeenkomstig de regels in verband met de kwalitatieve selectie”. In dit middel bekritiseert de verzoekende partij haar niet-selectie, zoals ze is gesteund op het feit dat zij niet over het vereiste ISO-certificaat beschikt. De verzoekende partij stelt dat de verwerende partij ten onrechte de vereiste ISO- certificering heeft toegepast op de inschrijver zelf, waar deze certificering volgens XII-2170-3/5 de verzoekende partij betrekking heeft op de gebruikte componenten, die alle de ISO-certificering bezitten.
  10. Het onderzoek naar de geschiktheid van de deelnemers aan de hand van de selectiecriteria en het beoordelen van hetgeen zij voorstellen aan de hand van de gunningscriteria vormen twee onderscheiden verrichtingen. De verzoekende partij stelt in haar laatste memorie ondubbelzinnig dat zij met dit middel beoogt de “de kwalitatieve selectie aan [te] vechten”. Het bestek eiste een ISO-certificaat “dans les domaines concernés” (letterlijk vertaald “in de bewuste domeinen”). Aldus wordt niet het materiaal maar de werkmethodes en dus de inschrijver zelf bedoeld. De verzoekende partij ontkent niet dat zij niet over een dergelijk certificaat beschikt, laat staan nog dat zij ontkent dat zij het niet bij haar offerte heeft gevoegd. Aldus is de verzoekende partij terecht niet geselecteerd zonder dat de in het middel ingeroepen bepaling is geschonden. Het middel is ongegrond.
  11. In een tweede middel voert de verzoekende partij de schending aan van “de artikelen 2 en 3 van de wet van 29.07.1991 dat bepaalt dat bestuurs- handelingen uitdrukkelijk moeten gemotiveerd zijn en de juridische en feitelijke overwegingen moeten vermelden die aan de beslissing ten grondslag liggen”. Zij betoogt hiertoe : “de door de aanbestedende overheid [...] gegeven motivering om de inschrijving van de verzoekende partij na een kwalitatieve selectie te weigeren is tegenstrijdig en onduidelijk”. In haar memorie van wederantwoord voegt de verzoekende partij daaraan nog toe dat “totaal onduidelijk is hoe verwerende partij precies tot haar besluit is gekomen om de inschrijving van verzoekster te weren”.
  12. Krachtens de artikelen 2 en 3 van de wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshandelingen, moeten individuele bestuurshandelingen uitdrukkelijk worden gemotiveerd en moet de motivering in de akte de juridische en de feitelijke overwegingen vermelden die aan de beslissing ten grondslag liggen. XII-2170-4/5 Het blijkt dat de bestreden beslissing te dezen wel degelijk de bedoelde overwegingen vermeldt waarop ze is gesteund : het gebrek aan bewijs van ISO-certificering van de onderneming. Het middel is bijgevolg ongegrond aangezien het gestoeld is op een onjuist feitelijk uitgangspunt. Overigens is te dezen het doel van de voornoemde formele-motiveringswet bereikt nu de verzoekende partij in het eerste middel het materieel motief aanvocht, het dus bleek te kennen en er zich tegen kon verweren, zodat zelfs het belang van de verzoekende partij bij het middel niet is aangetoond. OM DIE REDENEN BESLIST DE RAAD VAN STATE : Artikel
  13. Het beroep wordt verworpen. Artikel
  14. De kosten van het beroep tot nietigverklaring, bepaald op 173,53 euro, komen ten laste van de verzoekende partij. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op veertien juli 2009, door de XIIe kamer, die was samengesteld uit : de HH. D. VERBIEST, kamervoorzitter, J. LUST, staatsraad, G. VAN HAEGENDOREN, staatsraad, F. BONTINCK, griffier. De griffier, De voorzitter, F. BONTINCK. D. VERBIEST. XII-2170-5/5 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.195.259 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.