← België

Arrest 195263 - Overheidsopdrachten - 14/07/2009

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 14 juli 2009 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.195.263 Rolnummer: A. 90110/XII-2528 Zaak: Arrest 195263 - Overheidsopdrachten - 14/07/2009 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2009-07-29 Raadplegingen: 59 - laatst gezien 2026-06-30 03:24 Fiche Arrest nr 195.263 van 14 juli 2009 Overheidsopdrachten en openbare werken - Overheidsopdrachten Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 195.263 van 14 juli 2009 in de zaak A. 90.110/XII-

  1. In zake : de NV IBO, die woonplaats kiest bij advocaat H. Van Gompel, kantoor houdende te Hasselt, Herkenrodesingel 4, bus 1, tegen : de CV INTERLEUVEN, die woonplaats kiest bij advocaat D. Socquet, kantoor houdende te Tervuren, Merenstraat
  2. --------------------------------------------------------------------------------------------------- D E R A A D V A N S T A T E, XIIe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat de nv IBO op 9 maart 2000 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van “de beslissing van de Intercommunale Maatschappij Interleuven C.V.B.A. dd. 22 december 1999 houdende onregelmatigverklaring van de inschrijving van verzoekster en toewijzing van de opdracht tot bouw van een overkapping van de GFT-rijping aan de NV Janssen”; Gezien de memories van antwoord en van wederantwoord; Gezien het verslag opgesteld door eerste auditeur J. Stevens; Gelet op de beschikking van 17 juni 2003 die de neerlegging ter griffie van het verslag en van het dossier gelast; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen en gezien de laatste memories; Gelet op de beschikking van 16 januari 2009 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 10 februari 2009; XII-2528-1/11 Gehoord het verslag van kamervoorzitter D. Verbiest; Gehoord de opmerkingen van advocaat W. Goris, die loco advocaat H. Van Gompel verschijnt voor de verzoekende partij, en van advocaat D. Socquet, die verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van eerste auditeur J. Stevens; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, OVERWEEGT WAT VOLGT : De gegevens van de zaak
  3. Verwerende partij schrijft een openbare aanbesteding uit voor de bouw van een overkapping voor narijping van groenten-, fruit- en tuinafval. Punt 08.44 van de technische bepalingen van het bestek luidt onder meer als volgt : “08.
  4. Samengestelde dakplaten in aluminium [...] Materiaal De dakconstructie wordt uitgevoerd in aluminium plaatwerk. [...] Samengestelde bekleding buitenhuid profielstroken, binnenhuid aluminium profielplaten: - buitenhuid profielstroken type K35/200 [...] - binnenhuid aluminium profielplaat type KB 35/200 [...] [...] Uitvoering [...] De dakprofielen worden uitgevoerd volgens felsdaksysteem”. De inschrijvingen worden geopend op 25 oktober
  5. Er zijn zeven offertes ingediend, waaronder deze van verzoekende partij. Met een schrijven van 29 oktober 1999 vraagt verwerende partij aan verzoekende partij een verantwoordingsnota over een aantal eenheidsprijzen, waaronder “post 8.44.01 Dakvlakken (Graag technische omschrijving + staal + garantie-documenten”. XII-2528-2/11 Bij brief van 10 november 1999 deelt verzoekende partij de volgende verantwoording mee aan de verwerende partij : “8.44.01 - Dakvlakken [...] 1) Zowel de gevels als de dakvlakken zullen worden uitgevoerd met het plaatmateriaal en type zoals voorgeschreven in het lastenboek, nl.: [...] - Plaattype: - 35/200 dikte 0,8 mm voor binnen- en buitenplaat van de gevels en de binnenplaat van het dak - 35/200 dikte 0,9 mm voor de buitenplaat van het dak [...] 5) Uitvoering: - Overlappen van hulpstukken zoals nokstukken, dakranden, hoekijzers, kilkepers worden afgedicht met siliconenkit. - T.p.v. nokstukken en lekdorpels worden vulstukken geplaatst in elastisch gesloten cellig kunststofschuim. De vulstukken worden bijkomend afgekit. - Bij de binnenplaat worden de overlappen afgekit en afgeschroefd. - De afdichting van de doorgang spant-gording zal gebeuren volgens het model zoals uitgevoerd voor de werf Overkapping Stortplaats (zie bijlage).” Op 23 november 1999 maakt verwerende partij een verslag van nazicht van de offertes op. Wat betreft de offerte van verzoekende partij luidt dit verslag onder meer als volgt : “[De] verantwoordingsnota ons overgemaakt op 15.11.1999 werd verder onderzocht en wij stellen vast dat deze offerte niet conform het bestek is en dit om volgende redenen: - Post 8.36.01 De dakvlakken zijn niet van het type Felsdaksysteem zoals gevraagd in het bestek. [...] [...] - Uit zijn verantwoordingsnota blijkt duidelijk dat hij niet ingeschreven heeft met felsdakplaten en dat hij ook geen rekening heeft gehouden met de op voorhand geprefabriceerde conische dakplaten om de vorm van het gebouw te volgen. Dit is noodzakelijk indien wij werken met het felsdaksysteem. - In het bestek werd het type nr. van de profielstroken foutief vermeld. Maar er werd duidelijk vermeld dat het om profielstroken ging en er werd ook duidelijk vermeld dat het om een felsdaksysteem ging. De inschrijver heeft ook geen (op basis van art. 98, afl. 5) schriftelijke opmerking in dit verband gemaakt. [...] [...] Besluit: IBO nv verwijst in zijn verantwoordingsnota enkel naar [een] het type nummer van een profielplaat dat foutief vermeld werd in het bestek. Gans de tekst van het bestek verwijst naar profielstroken voor de buitenhuid en naar profielplaten van de binnenhuid. Tevens wordt er op blz. 41 duidelijk vermeld dat ‘De dakprofielen worden uitgevoerd volgens het Felsdaksysteem’. Indien de inschrijver een grondige studie van dit document had gemaakt had hij moeten vaststellen dat het nr. van de profielstroken foutief was. Indien er volgens hem een interpretatieverschil zou kunnen zijn XII-2528-3/11 waardoor hij niet in de mogelijkheid was om hiervoor een prijsopgave te doen had hij ons dit volgens art. 98 moeten melden. Uit de opgegeven eenheidsprijzen van de overige inschrijvers blijkt duidelijk dat deze hebben ingeschreven met het felsdaksysteem. [...] Volgens ons had de inschrijver niet blindelings het foutieve nummer in het bestek moeten volgen, maar gans het artikel 08.44 moeten bestuderen. Hiervoor verwijzen wij naar een uitspraak van de Raad van State van 11 juni 1982 nr. 22.
  6. (verplichting tot een grondige studie van de documenten over te gaan) [...] Uit de opgegeven verantwoording van de firma IBO nv, blijkt duidelijk dat hij niet conform het bestek heeft ingeschreven en dat voor de hierboven vermelde posten abnormale eenheidsprijzen en totaalprijzen werden ingediend. Deze bieding is op basis van abnormale lage en hoge prijzen niet conform en kan dus ook niet verder weerhouden worden”. Met een schrijven van 18 november 1999 reageert verzoekende partij op vaststellingen van het verslag. Zij wijst er op dat zij exact het materiaal aanbiedt dat in het bestek wordt gevraagd. In een brief van 23 november 1999 formuleert verzoekende partij een uitgebreid antwoord : “
  7. Met de voorgeschreven platen KB 35/200 kan geen felsdaksysteem gemaakt worden. Het voorgeschreven type is een profielplaat [...]. 35 duidt op de golfhoogte in mm, 200 op de golfbreedte in mm. Deze plaat heeft geen voorzieningen om te felsen. [...]
  8. Voor art. 08.36 - Gevelplaten, waar identieke platen zijn voorzien is in de bestektekst géén sprake van een felsdaksysteem.
  9. Op de plannen is er nergens een aanduiding van een felsdaksysteem. Er bestaan géén details en géén dakplannen. Wij menen dat wij met de platen voorgesteld in onze verantwoording van 10/11/1999: 1/ het gevraagde materiaal en profieltype aanbieden 2/ de in het lastenboek voorgeschreven uitvoeringswijze zo veel als technisch mogelijk benaderen”. Het directiecomité van verwerende partij neemt op 22 december 1999 de thans bestreden beslissing. Deze luidt als volgt : “Het directiecomité neemt kennis van het aanbestedingsverslag. Uit het verslag blijkt dat de firma IBO een bieding heeft gedaan die niet conform het bestek is. De dak- en wandplaten voorgesteld door de firma beantwoorden niet aan de eisen van het lastenboek dat een uitvoering volgens felsdaksysteem voorstond. Het bestek, zoals opgemaakt door [de verwerende partij] kon slechts op één enkele manier logisch geïnterpreteerd worden, zijnde de vereiste tot uitvoering volgens felsdaksysteem, een interpretatie die de overige zes inschrijvers dan ook eenduidig hebben gemaakt. De Raad van State heeft in arr. nr. 22.333 van 11 juni 1982 reeds gewezen op de verplichting voor de inschrijvers om de gegevens van de hen voorgelegde bestekken niet blindelings te volgen, doch deze zinvol te interpreteren en het bestuur tijdig te wijzen op leemten of vergissingen. Daar IBO hieraan niet heeft voldaan, wordt haar inschrijving niet als regelmatig beschouwd en XII-2528-4/11 beslist het Directiecomité de werken toe te vertrouwen aan de laagste reglementaire inschrijver, zijnde de firma Janssens NV”. Bij aangetekende brief van 12 januari 2000 wordt verzoekende partij op de hoogte gebracht van de beslissing van verwerende partij. De ontvankelijkheid van het beroep 2.
  10. In een opmerking betreffende de “ontvankelijkheid ratione temporis” vraagt verwerende partij aan de Raad van State te onderzoeken of het beroep tijdig is ingesteld want : “uit het dossier blijkt dat verzoekende partij reeds door de diensten Openbare Werken op de hoogte werd gesteld van het feit dat het bestuur zijn inschrijving niet als regelmatig kon weerhouden”. 2.
  11. Verwerende partij blijft te vaag wat betreft de mogelijke kennis die verzoekende partij zou hebben gehad, voorafgaand aan de aangetekende brief van 12 januari 2000 waarbij zij in kennis werd gesteld van de bestreden beslissing. Het beroep werd ingesteld middels een verzoekschrift van 9 maart 2000 en is dus tijdig, want binnen de termijn van zestig dagen na de betekening van de bestreden beslissing, zoals bepaald in artikel 4, van het besluit van de regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. 3.
  12. Verwerende partij werpt voorts een exceptie op waarmee zij het belang van verzoekende partij bij het beroep betwist: “Gegeven het feit dat verzoekende partij [...] geen regelmatige inschrijving heeft ingediend, heeft verzoekende partij dan ook geen rechtstreeks belang bij de nietigverklaring van de thans bestreden beslissing”. 3.
  13. De exceptie wordt voorlopig niet aanvaard. Zij betreft immers de grond van de zaak aangezien verzoekende partij in haar middelen de onregelmatig- verklaring van haar offerte bestrijdt. 4.
  14. Verwerende partij voert voorts een exceptie aan waarin zij opwerpt dat verzoekende partij niet aantoont dat de beslissing om in rechte te treden werd genomen door het daartoe bevoegde orgaan. XII-2528-5/11 4.
  15. Verzoekende partij heeft de beslissing van haar raad van bestuur van 7 maart 2000 om in rechte te treden bij haar verzoekschrift gevoegd. Op verzoek van de griffie heeft zij ook de beslissingen neergelegd die aantonen dat de raad van bestuur regelmatig was samengesteld. De exceptie wordt niet aanvaard. 5.
  16. Verzoekende partij roept ten slotte in dat het beroep niet ontvankelijk is omdat de opdracht reeds zal zijn uitgevoerd op het ogenblik dat de Raad van State uitspraak over het beroep zal hebben gedaan en omdat geen vordering tot schorsing is ingesteld. 5.
  17. De exceptie wordt niet aanvaard. Het belang van een verzoekende partij om bij de Raad van State een beslissing inzake de toewijzing van een overheidsopdracht te bestrijden, bestaat er idealiter in opnieuw op zijn minst kans te maken om die opdracht toegewezen te krijgen. Het enkele feit echter dat het voormelde doel onbereikbaar is geworden moet niet noodzakelijk tot gevolg hebben dat een verzoekende partij elk rechtstreeks belang bij de vordering tot nietigverklaring verliest. Het beroep strekt immers tot de nietigverklaring van de afsplitsbare bestuurshandeling, om haar inschrijving onregelmatig te verklaren en om dus de verzoekende partij voorbij te gaan ten voordele van een andere kandidaat. Een verzoekende partij ontleent zoals te dezen aan dat voorbijgaan in principe een gekwalificeerd moreel belang dat gediend wordt, en, spijts het sluiten of zelfs de uitvoering van de opdracht, gediend blijft door een nietigverklaring. Het voornoemd moreel belang ter ondersteuning van het annulatieberoep volstaat. Het feit dat geen vordering tot schorsing is ingesteld doet daaraan geen afbreuk. De exceptie wordt dienvolgens niet aanvaard. Het eerste middel
  18. In een eerste middel voert verzoekende partij de schending aan van “art. 2 van de Wet van 29 juli 1991 en art. 13 van het Decreet van de Vlaamse Raad dd. 23 oktober 1991 betreffende de motivering van bestuurshandelingen”. Het eerste middelonderdeel wordt als volgt geformuleerd : “Doordat verweerster in haar bestreden beslissing stelt dat de inschrijving van verzoekster onregelmatig zou zijn omdat haar bieding niet conform het bestek zou zijn, met name omdat de dak- en wandplaten voorgesteld door verzoekster niet aan de eisen van het lastenboek zouden voldoen, aangezien XII-2528-6/11 hier in een felsdaksysteem zou zijn voorzien en het bestek enkel op die manier had kunnen worden geïnterpreteerd, Terwijl het lastenboek expliciet de aanwending van profielplaten KB 35/200 voorschrijft [...], type waarmee geen felsdaksysteem kan worden gemaakt, en terwijl noch het lastenboek in art. 08.36 noch de plannen van het aanbestedingsdossier gewag maken van een felsdaksysteem Zodat dit door verweerster ingeroepen motief om tot de onregelmatigheid van de inschrijving van verzoekster te besluiten van elke grond ontdaan is en de bestreden beslissing niet naar recht kan dragen”. Verzoekende partij stelt in het tweede middelonderdeel : “Doordat in de bestreden beslissing wordt gesteld dat verzoekster het bestek niet zinvol heeft geïnterpreteerd en verweerster niet gewezen heeft op leemten of vergissingen Terwijl verzoekster bij herhaling aan verweerster heeft bewezen dat zij de voorgeschreven materialen in haar inschrijving had opgenomen en zij met deze materialen eveneens tot een volwaardige en adequate uitvoering van de werken had kunnen komen; en terwijl zij verweerster [...] er onmiddellijk op gewezen heeft dat met de voorgeschreven materialen geen felsdaksysteem zou kunnen worden gemaakt Zodat verzoekster het bestek wel degelijk op zinvolle wijze heeft geïnterpreteerd om met respect voor de voorgeschreven materialen tot een volwaardige en bevredigende uitvoering van de opdracht te komen; zodat verweerster de onregelmatigverklaring van de inschrijving van verzoekster evenmin op dit vermeende motief kan gronden”. 7.
  19. Het middel is naar de letter enkel gesteund op de schending van regelgeving die de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshandelingen betreft. Uit de uitwerking van het middel blijkt echter dat verzoekende partij in wezen de schending van de materiële motiveringsverplichting aanvoert. In haar memorie van wederantwoord affirmeert zij dat zij zich ook op die laatstgenoemde schending beroept en verwerende partij heeft zich ook onder dat oogpunt tegen het middel verdedigd. Om die redenen zal ook de Raad van State het middel beschouwen als steunend op schending van de materiële motiveringsverplichting. 7.
  20. Uit de bestreden beslissing blijkt dat de offerte van verzoekende partij onregelmatig werd verklaard omdat de door haar voorgestelde platen niet zouden beantwoorden aan de eisen van het bestek dat een uitvoering volgens felsdaksysteem voorstond. XII-2528-7/11 Verwerende partij betoogt in haar memorie van antwoord dat zij de offerte van verzoekende partij terecht als onregelmatig heeft verworpen : “De verzoeker meent dat dit niet het geval zou zijn omdat het lastenboek expliciet de aanwending van profielplaten KB 35/200 voorschrijft, type stelt de verzoekende partij zelf, waarmee geen Felsdaksysteem kan worden gemaakt, en terwijl, aldus de verzoekende partij, noch het lastenboek, noch de plannen van het aanbestedingsdossier gewag maken van een Felsdaksysteem; Wat dit betreft moge uitdrukkelijk verwezen worden naar de bepalingen van het bestek zelve alwaar uitdrukkelijk in wordt vermeld dat de bouw van het dak dient te gebeuren volgens het zogenaamde Felsdaksysteem; [...] Het typenummer van zo een felsdaksysteem is 95/
  21. Door een vergissing is in het bestek [...] type K35/200 opgenomen, hetgeen geen felsdaksysteem voorstaat maar wel een systeem van aluminium profielplaten; Door de 6 andere inschrijvers in post 08.44 geïnterpreteerd op de wijze zoals Interleuven het bedoelde en is, los van het verkeerde typenummer een felsdaksysteem voorgesteld; [...] De argumentatie die de verwerende partij ontwikkeld heeft in het verslag van nazicht van het dossier alsmede bij de beslissing van het directiecomité van 22 december 1999 om [de verzoekende partij] te weren, bestond erin dat de inschrijver uit de interpretatie van het volledige bestek had moeten kunnen afleiden welk systeem van buitenwand voor het dak bedoeld werd; [...] Bij nazicht van post 08.44 zou inderdaad kunnen worden afgeleid dat [de verwerende partij], niettegenstaande het verkeerdelijk opgegeven typenummer een felsdaksysteem eist met name: - het bestek spreekt van buitenhuidprofielstroken i.p.v. platen (pg 40) - op pg 41 staat letterlijk dat de dakprofielen worden uitgevoerd volgens het felsdaksysteem [...] In deze weze wat dit betreft nogmaals opgemerkt dat al de overige inschrijvers, zelfs zonder enige bijkomende toelichting, allen de enige mogelijke interpretatie aan het bestek hebben toegekend die er in bestaat een prijs te maken voor de bouw van het Felsdaksysteem”. In haar memorie van wederantwoord repliceert verzoekende partij onder meer als volgt : “In post ‘08.44 - Samengestelde dakplaten in aluminium’ wordt op het einde - in één obscure regel - naar het felsdaksysteem verwezen. [De] voorgeschreven materialen zijn evenwel ongeschikt voor een dergelijk systeem. [...] Gelet op deze ongeschiktheid en aangezien er nergens een specificatie van het felsdaksysteem wordt gegeven in het bestek, is verzoekster er terecht van uitgegaan dat verweerster een ander systeem wenste gerealiseerd te zien dan het vermelde felsdaksysteem. [...] Ook met de in het bestek voorgeschreven materialen is de uitvoering der werken op zinvolle wijze mogelijk. Dit blijkt afdoende uit de inschrijving van verzoekster op basis van deze materialen. Aangezien slechts op één XII-2528-8/11 plaats in het bestek op zeer summiere wijze melding werd gemaakt van het felsdaksysteem, en de voorgeschreven materialen voor dit systeem ongeschikt zijn, mocht verzoekster er terecht van uit gaan dat in feite een ander systeem werd gewenst dan het felsdaksysteem”. 7.
  22. Het bestek bepaalt uitdrukkelijk in de aangehaalde rubriek 08.44: “de dakprofielen worden uitgevoerd volgens felsdaksysteem”. Beide partijen erkennen echter dat een dergelijk daksysteem niet kan worden uitgevoerd met de door het bestek vereiste onderdelen met typenummer KB35/
  23. Artikel 98, eerste lid, van het koninklijk besluit van 8 januari 1996 betreffende de overheidsopdrachten voor aanneming van werken, leveringen en diensten en de concessies voor openbare werken, luidt als volgt : “Indien de inschrijver in het bestek of in de aanvullende documenten van de opdracht zodanige vergissingen of leemten vaststelt dat het hem onmogelijk is een prijs te berekenen, of dat de vergelijking van de offertes niet meer opgaat, geeft hij daarvan onverwijld, althans ten minste tien dagen vóór de dag van de opening van de offertes, schriftelijk kennis aan de aanbestedende overheid, behoudens zo de inkorting van de termijn voor het indienen van de offertes niet toelaat deze voorwaarde na te leven”. Te dezen heeft verzoekende partij niet schriftelijk van de voormelde vergissing kennis gegeven, vóór de opening van de offertes. Zij heeft daarentegen besloten om, ondanks de tegenstrijdige informatie in het bestek, toch een offerte in te dienen, gesteund op een eigen interpretatie van het bestek. Hierbij ging zij er van uit dat het typenummer van de door het bestek vereiste onderdelen doorslaggevend was en bijgevolg heeft zij in haar offerte een andere uitvoerings- wijze naar voren geschoven dan deze opgenomen in het bestek. Uit de gehele economie van het bestek volgt immers dat niet het typenummer van een onderdeel, doch de uitvoeringswijze als doorslaggevend moet worden beschouwd. Dit blijkt des te meer uit het feit dat de overige inschrijvers voor de uitvoeringswijze met een felsdaksysteem hebben gekozen. Uit hetgeen voorafgaat blijkt dat de offerte van verzoekende partij niet overeenstemde met de vereisten van het bestek, meer bepaald van een technische bepaling. Dienvolgens is niet aangetoond dat verwerende partij de offerte van verzoekende partij onterecht onregelmatig heeft verklaard. Het eerste en tweede onderdeel van het eerste middel zijn niet gegrond. XII-2528-9/11 Het derde, vierde en vijfde onderdeel betreffen andere dan de in het eerste en tweede onderdeel besproken niet-conformiteiten met het bestek, het zesde onderdeel abnormale prijzen. Nu is gebleken dat de offerte van verzoekende partij op grond van een andere reden niet ten onrechte onregelmatig is verklaard, heeft zij geen belang meer bij grieven die andere onregelmatigheden van haar eigen offerte betreffen. Deze onderdelen, zelfs mochten ze gegrond worden bevonden, kunnen niet meer leiden tot een nietigverklaring die de verzoekende partij, als onregelmatige inschrijver aan wie de opdracht toch niet mag worden toegewezen, enig voordeel biedt. In die onderdelen is het middel niet ontvankelijk. Het tweede middel In dit middel acht de verzoekende partij het zorgvuldigheids- beginsel geschonden omdat haar offerte op grond van niet-conformiteit in verband met het felsdaksysteem werd geweerd. Die grief is hiervoor bij de bespreking van het eerste middel niet aanvaard, zodat ook het tweede middel dat daarop steunt niet gegrond is. Het derde middel Verzoekende partij voert de schending aan van het redelijkheids- beginsel steunende op twee vermeend onterechte niet-conformiteiten van haar offerte met het bestek, namelijk inzake de sproei-installatie en materialen van het pomphuis. Het middel is niet ontvankelijk : zoals hiervoor reeds werd gesteld heeft een verzoekende partij als onregelmatige inschrijver geen belang bij grieven betreffende onregelmatigheden van haar offerte, andere dan degene op grond waarvan zij reeds als onregelmatig moet worden beschouwd. Het vierde middel Verzoekende partij beroept zich, om de toewijzingsbeslissing aan te vechten, op de schending van artikel 15 van de wet van 24 december 1993 betreffende de overheidsopdrachten en sommige opdrachten voor aanneming van werken, leveringen en diensten, steunende op het feit dat zij de laagste regelmatige inschrijving heeft ingediend. XII-2528-10/11 Overeenkomstig het voormelde artikel 15 dient bij aanbesteding de opdracht te worden toegewezen aan de inschrijver die de laagste regelmatige offerte indiende. Hiervoor is gebleken dat niet is aangetoond dat verzoekende partij ten onrechte onregelmatig is verklaard. Aldus kan ze niet worden beschouwd als de in artikel 15 bedoelde inschrijver met de laagste “regelmatige” offerte zodat schending van artikel 15 niet is aangetoond. Het middel wordt niet aanvaard. OM DIE REDENEN BESLIST DE RAAD VAN STATE : Artikel
  24. Het beroep wordt verworpen. Artikel
  25. De kosten van het beroep tot nietigverklaring, bepaald op 173,53 euro, komen ten laste van verzoekende partij. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op veertien juli 2009, door de XIIe kamer, die was samengesteld uit : de HH. D. VERBIEST, kamervoorzitter, J. LUST, staatsraad, G. VAN HAEGENDOREN, staatsraad, F. BONTINCK, griffier. De griffier, De voorzitter, F. BONTINCK. D. VERBIEST. XII-2528-11/11 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.195.263 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.