id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 15 juli 2009 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.195.265 Rolnummer: A. 189251/IX-6007 Zaak: Arrest 195265 - Openbaar ambt van Gemeenschappen en Gewesten - Aanwerving en loopbaan - 15/07/2009 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2009-07-29 Raadplegingen: 53 - laatst gezien 2026-06-30 03:25 Fiche Arrest nr 195.265 van 15 juli 2009 Openbaar ambt - Openbaar ambt van Gemeenschappen en Gewesten - Aanwerving en loopbaan Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 195.265 van 15 juli 2009 in de zaak A. 189.251/IX-
- In zake : Remi ZEEUWS, die woonplaats kiest te HULDENBERG, Nijvelsebaan 31A tegen : het BRUSSELS HOOFDSTEDELIJK GEWEST, vertegen- woordigd door de Brusselse Hoofdstedelijke Regering, dat woonplaats kiest bij advocaten P. PEETERS en A. VANDAELE, kantoor houdende te BRUSSEL, Terhulpsesteenweg 177/
- tussenkomende partij : Liane DEWEGHE, die woonplaats kiest bij advocaat P. DE MAEYER, kantoor houdende te BRUSSEL, Tedescolaan
- --------------------------------------------------------------------------------------------------- D E R A A D V A N S T A T E, IXe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat Remi ZEEUWS op 4 augustus 2008 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van de akte van interne mutatie van 18 juni 2008 waarbij Liane DEWEGHE wordt aangewezen voor de Klachtendienst; Gezien het verzoekschrift tot tussenkomst van 24 oktober 2008; Gelet op de beschikking van 28 oktober 2008 die de tussenkomst van Liane DEWEGHE toelaat; Gezien de memories van antwoord en van wederantwoord; IX-6007-1/9 Gezien het verslag opgesteld door eerste auditeur-afdelingshoofd M. LEFEVER, op grond van artikel 93 van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen; Gelet op de beschikking van 3 juni 2009 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 29 juni 2009; Gehoord het verslag van kamervoorzitter P. LEMMENS; Gehoord de opmerkingen van de verzoeker, van advocaat A. VANDAELE, die verschijnt voor de verwerende partij, en van advocaat E. JACUBOWITZ die, loco advocaat P. DE MAEYER, verschijnt voor de tussenkomende partij; Gehoord het eensluidend advies van eerste auditeur- afdelingshoofd M. LEFEVER; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, OVERWEEGT WAT VOLGT : Feiten 1.
- De verzoeker is attaché bij het bestuur Economie en Werkgelegenheid van het ministerie van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. 1.
- In mei 2001 worden 44 Nederlandstalige of Franstalige betrekkingen van eerste attaché in de rang A2 bij het ministerie van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest vacant verklaard. Eén van deze betrekkingen is een betrekking van expert van hoog niveau bij het Brussels Centrum voor Voedingsmiddelenexpertise (Brucefo), dat een directie is die behoort tot het bestuur Economie en Werkgelegenheid. IX-6007-2/9 Drie personen stellen zich voor die functie kandidaat, waaronder de verzoeker en de tussenkomende partij. 1.
- Op 21 november 2001 rangschikt de directieraad van het ministerie van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest de tussenkomende partij als eerste kandidaat en de verzoeker als tweede kandidaat, en draagt hij de tussenkomende partij voor benoeming voor. Bij besluit van 21 december 2001 benoemt de Brusselse Hoofdstedelijke Regering de tussenkomende partij tot de graad van eerste attaché- expert van hoog niveau, in rang A2, bij het Brussels Centrum voor Voedingsmiddelenexpertise van het bestuur Economie en Werkgelegenheid, binnen het eentalig Nederlands kader. Het besluit treedt dezelfde dag in werking. De verzoeker bestrijdt deze benoeming alsmede de eraan voorafgaande rangschikking met een vernietigingsberoep bij de Raad van State. Deze zaak wordt ingeschreven op de rol onder nummer A. 120.896/IX-
- 1.
- Eind 2006, hangende dit geding, wordt de procedure opgestart voor het bezetten bij wege van interne mutatie, van twee betrekkingen van attaché A1 bij de Klachtendienst van het Secretariaat-generaal (één voor een Nederlandstalige en één voor een Franstalige). In eerste instantie zijn er geen gegadigden. Nadat de procedure in november 2007 wordt hernomen, wordt één kandidatuur ingediend, met name door de tussenkomende partij. Bij besluit van 10 januari 2008 wijst de secretaris-generaal de tussenkomende partij aan voor de vacante Nederlandstalige betrekking bij de Klachtendienst, met ingang van 1 februari
- Bij besluit van 18 juni 2008 trekt de secretaris-generaal zijn besluit van 10 januari 2008 in. Op grond van een meer uitgebreide motovering wijst hij de tussenkomende partij evenwel opnieuw aan voor dezelfde betrekking, met uitwerking op 1 februari
- In de motivering wordt aangegeven dat, hoewel de tussenkomende partij een ambtenaar is van rang A2 en de betrekking er één is van rang A1, ze toch naar die betrekking wordt gemuteerd omdat zij de enige kandidate is. IX-6007-3/9 Wanneer de verzoeker deze mutatie verneemt vraagt hij op 23 mei een afschrift van dit besluit, wat hij op 10 juli 2008 verkrijgt. 1.
- Eveneens bij brief van 23 mei 2008 vraagt de verzoeker aan de Raad van State om het beroep dat hij heeft ingediend tegen de bevordering van de tussenkomende partij tot eerste attaché (zaak A. 120.896/IX-3331) uit te breiden tot de beslissing, op dat ogenblik nog van ongekende datum, waarbij de tussenkomende partij is gemuteerd naar de Klachtendienst. Bij arrest nr. 187.957 van 17 november 2008 doet de Raad van State uitspraak over het bedoelde beroep. Hij vernietigt het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 21 december 2001 houdende benoeming van de tussenkomende partij tot eerste attaché (rang A2) en de daaraan voorafgaande voordracht en rangschikking van de kandidaten, opgemaakt door de directieraad op 21 november
- Verzoekers vraag tot uitbreiding van het beroep tot de mutatie van de tussenkomende partij wordt verworpen op grond van de volgende motivering: “In de overwegingen van het besluit van 18 juni 2008 wordt verduidelijkt dat de betrekking bij de Klachtendienst openstond voor personeelsleden van rang A
- Een rang A2 was met andere woorden niet vereist om in die betrekking gemuteerd te kunnen worden. In die omstandigheden kan de thans bestreden bevordering van de tussenkomende partij tot eerste attaché (rang A2) niet beschouwd worden als de juridisch onontbeerlijke grondslag voor haar latere mutatie. De vernietiging van de bevordering tot eerste attaché heeft dan ook niet tot gevolg dat de mutatie naar de Klachtendienst op grond van het verlies van materiële rechtskracht vernietigd moet worden.” 1.
- Het besluit van de secretaris-generaal van 18 juni 2008 vormt het voorwerp van het thans voorliggende beroep. Ontvankelijkheid van het beroep
- De verwerende partij werpt een exceptie van onontvankelijkheid van het beroep op, afgeleid uit het ontbreken van het rechtens vereiste belang in hoofde van de verzoeker. IX-6007-4/9 Zij merkt op dat uit het verzoekschrift blijkt dat de verzoeker zijn belang afleidt uit het feit dat hij zijn belang wil behouden in de zaak A. 120.896/IX-3331, waarin hij de benoeming van de tussenkomende partij in de rang A2 aanvecht. Zij erkent dat een verzoeker zijn belang bij het beroep tegen de benoeming van een concurrent verliest, als hij nalaat een beroep in te stellen tegen de daaropvolgende bevordering van die concurrent. Te dezen heeft de bestreden beslissing echter betrekking op een overplaatsing van de tussenkomende partij bij wijze van interne mobiliteit, niet op een bevordering van die partij. De verzoeker kan zijn belang bij het thans voorliggende beroep dan ook niet afleiden uit de zaak A. 120.896/IX-
- De verwerende partij voert voorts aan dat de verzoeker, als vast benoemd ambtenaar in de rang A1, ook in aanmerking kwam om zich kandidaat te stellen voor een overplaatsing via interne mobiliteit, nu de mutatieaanbieding die geleid heeft tot de bestreden beslissing betrekking had op een A1-betrekking. Ofschoon de vacature intern op de voorgeschreven wijze was bekendgemaakt, heeft de verzoeker zich geen kandidaat gesteld. Ook om die reden heeft de verzoeker geen belang bij het voorliggende beroep.
- De tussenkomende partij valt de door de verwerende partij opgeworpen exceptie bij. In zoverre de verzoeker zijn belang put uit de band met het beroep dat hij heeft ingesteld tegen haar bevordering tot eerste attaché (zaak A. 120.896/IX-3331), wijst de tussenkomende partij erop dat de bertrokken procedure intussen is afgesloten met het arrest nr. 187.957 van 17 november
- Dat arrest verleent genoegdoening aan de verzoeker. Het door de verzoeker aangehaalde belang bestaat dan ook niet meer. Bovendien blijkt uit dat arrest, en meer bepaald uit de overwegingen waarmee de Raad van State de vraag tot uitbreiding van het beroep in die zaak tot de thans bestreden beslissing verwerpt, dat de vermeende band tussen de twee zaken niet bestaat.
- In zijn memorie van wederantwoord gaat de verzoeker in op de opmerking van de verwerende partij dat de bestreden beslissing betrekking heeft op een overplaatsing van de tussenkomende partij bij wijze van interne mobiliteit, en niet op een bevordering. IX-6007-5/9 Hij noteert dat het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 21 december 2001, waarbij de tussenkomende partij is bevorderd tot eerste attaché, expert van hoog niveau met rang A2, ondertussen vernietigd is bij het arrest nr. 187.957 van 17 november
- Hij erkent ook dat, indien de tussenkomende partij niet langer bekleed is met een graad van rang A2, hij zijn belang bij het voorliggende beroep heeft verloren. De telefoongids van het ministerie vermeldt echter nog steeds dat de tussenkomende partij de functie uitoefent van eerste attaché, expert van hoog niveau. Indien de tussenkomende partij, op grond van haar mutatie naar de Klachtendienst, een functie van rang A2 uitoefent, heeft de verzoeker nog steeds belang bij het voorliggende beroep. De vernietiging van de bestreden beslissing zou dan immers tot gevolg hebben dat een expertbetrekking van hoog niveau vrijkomt, hetgeen de kans vergroot dat de verzoeker in een dergelijke betrekking bevorderd zou worden. Hij nodigt de Raad van State uit om te onderzoeken of de tussenkomende partij nu al dan niet nog de hoedanigheid van eerste attaché heeft. 5.
- In zijn verzoekschrift omschrijft de verzoeker zijn belang als volgt: “Verzoeker meent dat hij als ambtenaar beschikt over het rechtens vereiste belang om de vernietiging van de bestreden beslissing te vorderen. Mevrouw Deweghe is bekleed met de graad van A
- Verzoeker bestrijdt die bevordering tot A2 van 21 december 2001 in de zaak A 120.896/IX-
- Om zijn belang in die zaak te behouden heeft verzoeker de uitbreiding gevraagd tot de interne mutatie. Daarop werd deze akte van interne mutatie ingetrokken door de beslissing van 18 juni
- Indien verzoeker er met huidig verzoekschrift in slaagt de akte van 18 juni 2008 te laten vernietigen dan behoudt verzoeker zijn belang in de zaak A. 120.896/IX-
- Door het indienen van huidig verzoekschrift voorkomt verzoeker dat de akte van 18 juni 2008 definitief en onaantastbaar wordt, zodat het samenvoegen van de zaken mogelijk blijft. Indien verzoeker erin slaagt in de zaak A 120.896/IX-3331 de vernietiging te bekomen en in uitvoering van dat vernietigingsarrest benoemd wordt als eerste attaché bij het Brucefo, behoort het tot de mogelijkheden dat verzoeker bij wijze van interne mutatie overgeplaatst wordt naar de klachtendienst. Verzoeker heeft er belang bij om de vernietiging van de benoeming van een concurrent te bekomen zodat niet langer de door verzoeker geambieerde functie van A2 ingenomen wordt.” IX-6007-6/9 Uit dit citaat blijkt dat de verzoeker het voorliggende beroep heeft ingesteld om zijn belang niet te verliezen bij het beroep dat hij heeft ingesteld tegen de bevordering van de tussenkomende partij tot eerste attaché (zaak A 120.896/IX-3331). Hij gaat er daarbij van uit dat de vernietiging van haar bevordering tot eerste attaché hem de mogelijkheid geeft om zelf gemuteerd te worden naar de Klachtendienst, waar hij bevorderd zou kunnen worden in een betrekking van rang A
- Deze opvatting kan niet worden bijgevallen. Zoals de Raad van State reeds vastgesteld heeft in het arrest nr. 187.957 van 17 november 2008, was een rang A2 niet vereist om gemuteerd te kunnen worden in de vacante betrekking bij de Klachtendienst. Die vacante betrekking stond immers open voor personeelsleden van rang A
- Ook al is de tussenkomende partij naar de Klachtendienst gemuteerd in haar graad van eerste attaché (rang A2), het gaat om een betrekking van attaché (rang A1). Dit betekent dat de tussenkomende partij die betrekking ook na de vernietiging van haar bevordering tot eerste attaché kan blijven bezetten, als attaché (rang A1). De verzoeker gaat er bijgevolg verkeerdelijk van uit dat de vernietiging van de bevordering van de tussenkomende partij tot eerste attaché hem de mogelijkheid geeft om zelf gemuteerd te worden naar de Klachtendienst. Het belang dat de verzoeker afleidt uit de band van de voorliggende zaak met de zaak A 120.896/IX-3331, is dus onbestaande. Hangende het voorliggende geding is de bevordering van de tussenkomende partij tot eerste attaché overigens vernietigd bij arrest nr. 187.957 van 17 november
- De tussenkomende partij heeft hierdoor van rechtswege de hoedanigheid van eerste attaché verloren. Zelfs indien de verzoeker zijn belang bij het voorliggende beroep aanvankelijk kon steunen op het feit dat hij zijn belang in de zaak A 120.896/IX-3331 wilde veiligstellen, dan moet thans in elk geval vastgesteld worden dat dit belang niet meer actueel is. 5.
- Voor het overige moet worden vastgesteld dat de verzoeker zelf geen kandidaat was voor de betrekking bij de Klachtendienst, ook al verkeerde hij in de voorwaarden voor een dergelijke mutatie. In die omstandigheden heeft hij geen belang om de mutatie van de tussenkomende partij in die betrekking te bestrijden. IX-6007-7/9 5.
- De exceptie is gegrond. Boete wegens kennelijk onrechtmatig beroep
- De verwerende partij nodigt de Raad van State uit om aan de verzoeker een geldboete op te leggen wegens kennelijk onrechtmatig beroep, met toepassing van artikel 37 van de gecoördineerde wetten op de Raad van State. Zij wijst erop dat de verzoeker sinds jaren het voeren van een adequaat personeelsbeleid door de verwerende partij bemoeilijkt, door de talloze gedingen die hij aanhangig heeft gemaakt en door de negatieve sfeer die hij hierdoor binnen het ministerie heeft gecreëerd. Zij wijst er ook op dat zijn beroep te dezen kennelijk onontvankelijk is.
- Het kennelijk onrechtmatig beroep is het beroep dat er kennelijk toe strekt om de tenuitvoerlegging van een duidelijk rechtmatige bestuurlijke beslissing te vertragen, of dat kennelijk niet is ingesteld met de bedoeling een uitspraak ten gronde over de aanspraak te verkrijgen. Een dergelijk misbruik kan afgeleid worden uit het bestaan in hoofde van de verzoeker van kwade trouw, van een bedoeling om te schaden of van een dilatoir oogmerk, of uit een uit de lucht gegrepen en kennelijk ongegronde argumentatie. Het bestaan van een dergelijk misbruik wordt te dezen niet aangetoond. Het enkele feit dat de verzoeker voor zijn rechten opkomt en beslissingen bestrijdt die hij onwettig acht, levert in elk geval geen kennelijk onrechtmatig beroep op. Er is te dezen dan ook geen aanleiding om een boete op te leggen wegens het zogezegd kennelijk onrechtmatig karakter van het beroep. IX-6007-8/9 OM DIE REDENEN BESLIST DE RAAD VAN STATE : Artikel
- Het beroep wordt verworpen. Artikel
- De kosten van het beroep tot nietigverklaring, bepaald op 175 euro, komen ten laste van de verzoekende partij. De kosten van de tussenkomst, bepaald op 125 euro, komen ten laste van de tussenkomende partij. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op 15 juli 2009, door de IXe kamer, die was samengesteld uit : de HH. P. LEMMENS, kamervoorzitter, D. MOONS, staatsraad, B. THYS, staatsraad, W. GEURTS, griffier. De griffier, De voorzitter, W. GEURTS. P. LEMMENS. IX-6007-9/9 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.195.265 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.